De vijvers van “De Keihave”
 
De waterpartij vormt de spil van de tuin van “De Keihave”. Tot augustus 1995 was de kleine vijver, achterin de tuin gelegen op de grens met het beukenbos, de enige vijver. In deze (folie)vijver vinden tal van waterinsecten, kikkers en watersalamanders hun weg in de weelderige begroeiing van gele plomp en gedoornd hoornblad.
Vóór 1995 bevond zich een weide op de plaats van de huidige grote vijver, in augustus van dat jaar werd een begin gemaakt met graven. De heer Ten Have heeft niet alleen de vijver ontworpen, maar heeft tevens persoonlijk alle graafwerkzaamheden verricht.
De kleine vijver was voorheen afgezonderd van de weide door een aarden wal, waarop een aantal acacia´s wortelden. Een deel van deze wal is afgegraven: op het behouden deel van de wal staat nog steeds een grote acacia. Het hout van de gekapte acacia’s is later gebruikt voor het bruggetje.
Met behulp van een hydraulische kraan werd in een week tijd ruim 7.000 m3 zand verplaatst. In een continu “gevecht” tegen het opwellende grondwater werd er gegraven van 6:00 ’s ochtends tot 22:00 ’s avonds. Het vrijgekomen zand werd in depot gezet aan de wegzijde van het perceel, waar een glooiend aangelegd gazon herinnert aan de enorme zandheuvel…
 
Op 9 augustus 1995 werd de eerste fase van de graafwerkzaamheden afgerond. De kale oevers werden beplant met stekken riet en enkele waterlelies werden gepoot in het dan nog glasheldere water. Tevens zijn enkele kruiwagens met hoornblad vanuit de kleine naar de grote vijver geheveld; op deze wijze werd het heldere grondwater voorzien van zuurstofproducerende planten en is de vijver beënt met verschillende waterinsecten en micro-organismen. Hierdoor is een basis gecreëerd voor een uitgebalanceerd waterleven. Er zijn verschillende inheemse vissoorten in uitgezet.
Tussen kerst en nieuwjaar van 1995 vond de tweede fase van de graafwerkzaamheden plaats ; de taluds werden iets aangepast, zodat een wandelpad rond de vijver ontstond.
Daarnaast is de vijver ook enigszins uitgediept; het diepste punt van de vijverbodem ligt nu op ongeveer 5½ meter onder het maaiveld.

Ook is in deze periode het acacia-bruggetje gebouwd en de basis gelegd voor de hardhouten vlonder; twee plekjes in de tuin vanaf waar optimaal kan worden genoten van de waterpartij.
In de daaropvolgende jaren krijgt de vijver steeds meer cachet; de rietkragen en waterlelies breiden zich uit en de inheemse vissen krijgen gezelschap van goudwindes en Japanse koi-karpers. Tevens vestigen twee uitheemse roodwangschildpadden in de vijver; bij mooi weer is regelmatig een zonnebadende schildpad te vinden langs de rand van de vijver.

Ook amfibieën worden aangetrokken door de vijvers; in het voorjaar leggen padden hun eieren in strengen. Spoedig wemelt het in het ondiepe water langs de waterkant van de donderkopjes.

Wanneer deze zijn uitgegroeid tot kleine padjes is het de beurt aan de groene kikkers; zij leggen hun dril in beide vijvers, wat zorgt voor zwarte wolken dikkopjes in het water. De gehele zomer zijn de kikkers in en rond de vijver aanwezig. Tegen zonsondergang weerklinkt dan ook niet zelden een heus “kikkerconcert”.
In de kleine vijver komt de beschermde kleine watersalamander voor; in het late voorjaar trekken deze diertjes naar het water, waar ze zich voortplanten. Wanneer de zomer grotendeels voorbij is verlaten de salamanders het water en zoeken een vochtig plekje op het vasteland, waar ze tot het volgend voorjaar in een soort winterslaap verblijven.
Ook voor watervogels vormen de vijvers een aantrekkelijke woonplaats; met regelmaat scharrel(d)en er waterhoentjes en wilde eenden in de rietkragen. Naast wilde exemplaren bieden de vijvers tevens een thuis aan een koppel zwarte zwanen en een paartje bergeenden.
Helaas brengen ook minder graag geziene gasten met regelmaat een bliksembezoek aan “De Keihave”. Met name de visites van de blauwe reiger en de aalscholver pakken meer dan eens jammerlijk uit voor sommige vijver-bewoners: ook in de vijvers van “De Keihave” blijft het ‘eten en gegeten worden’…