|
4
november, Schweiberg.
De mist was vandaag
hardnekkig aanwezig, daar word ik nooit vrolijk
van. Mijn bril zit dan vol met kleine
druppeltjes en mijn luchtwegen houden ook niet
van mist. Tijdens het inrijden voelde de benen
dan ook merkbaar minder goed aan. Kwam ik
gisteren tijds het verkennen tijdens de laatste
ronde alles op, vandaag moest ik op de eerste
klim al snel van de fiets. Om te gaan lopen,
iets wat niet eenvoudig is op zo'n harde en
steile klim.
De start verliep best goed, bij de eerste
afdaling voelde ik me op mijn gemak en merkte
dat ik de volgden rondes sneller naar onderen
zou gaan rijden. Bij de eerste helling verloor
ik de aansluiting. Het rennen ging me beduidend
slechter af dan de anderen, Anouk kon hier zelfs
weer even komen aansluiten. De afdaling ging
lekker en de daarop volgende klim verliep
moeizaam. Gelukkig kon ik eenmaal boven vrij
snel opschakelen en de snelheid terug oppakken.
De daarop volgende ronden kon soms even aan
pikken bij een passant. De lange afdaling
verliep uiterst snel, ik kon er zelf
mountainbikers volgen. Bergop was ik dan weer de
mindere en moest ik lossen. Pas in de laatste
ronde voelde ik de vermoeidheid opkomen en moest
ik berg op helemaal gaan wandelen. Er was immers
ook helemaal geen druk vanachter uit meer. De
eerste volgende renner lag minuten achter me.
Voor me reed een mountainbiker op 10 meter maar
ik kwam niet meer in zijn wiel. Jammer, maar ik
ging met een voldaan gevoel naar huis. Nu
trainingsritme van afgelopen week vast houden en
dan in Weert weer een poging wagen.
.
|

Met een van de vlakkere
stroken, hier kon ik behoorlijk tempo maken.
(foto: Theo Gelissen)
|