Het is
vrijdagavond, met een schuldgevoel zit ik op
de bank.
Het
schuldgevoel groeit, dan neem ik het besluit,
ik pak de fiets met de kleine wielen.
Met een
rustig tempo probeer ik mijn lichaam te
sparen, mijn buik zit vol met friet.
Wanneer
mijn kleine fiets in Eys komt, trekt het
voorwiel steeds naar links.
Dan
ontkom ik niet meer aan mijn drang, het
schuldgevoel wegfietsen.
Het
begint geleidelijk, de huizen laten me weten
dat ik vooruit ga.
Ik kijk
omhoog en zie de vier rode lampjes branden,
daar moet ik heen.
De
straatverlichting stopt, ik ben alleen met
mijn fiets, in het donker.
Ik hoor
de oostenwind tegen mijn helmmuts, ik probeer
mijn ademhaling te controleren.
Het
loopt omhoog, alleen met mijn fiets, Wout
Poels staat op de weg.
Ik kijk
omhoog, daar bij de bomen wordt het zwaar.
Zou Vos hier
ook als eens in het donker omhoog zijn gegaan?
Ik kom
bij de open ruimte, alleen mijn adem is te
horen.
Dan
komen de struiken, weer lees ik Wout Poels,
til mijn gat op en voel me een prof.
Ik dans
op de pedalen, ik voel me goed, niemand die
het ziet.
Dan voel
ik mijn benen, geen toeschouwers, ik zak weer
in mijn zadel.
Maar ik
voelde me toch goed, til mijn gat weer op, nog
een kleine bocht en ik ben boven.
Ik dans
verder, voel me een winnaar, niemand die het
ziet.
Nog een
klein sprintje, het kruipunt is de finish, ik
win.
Maar er
is geen trui, geen bloemen, geen applaus.
Alleen
het VOLDAAN gevoel, heerlijk alleen met mijn
kleine fiets.