Feitze en Hendrik Bijmholt zagen het levenslicht in een
schamele plaggenhut. Ze staken turf en kenden het Drentse land zoals het nooit meer zal zijn. De wereld veranderde en Drenthe bleef niet achter. Feitze en Hendrik hebben nooit geleerd hun ellebogen te gebruiken.
Ze bleven gehoorzaam aan eeuwenoude wetten en hielden de waarden van oeze volk in ere. Eenvoud, eerlijkheid en naoberschap hielden stand terwijl het Olde Landschap veranderde in een moderne samenleving waarin de witte wieven niet meer dansen. Op zoek naar toen vind je een hunebed, een ven, een stille boswal en onverwacht twee mensen die nog Drents zijn in hart en nieren.
Ze zagen de eerste auto langs het kanaal hobbelen en drromden jaren van een eigen fiets. Ze kenden heksen en huiverden voor dwaallichten boven het zwarte moeras. Ze kropen bij va en moe in de bedstee als ze bang waren en luisterden in koude nachten naar de wind aan de knerpende achterdeur.
Feitze overwon het leven van zwoegen en plicht door te zoeken naar de diepste geheimen van het bestaan. Hij zag Het Licht en werd een wijze oude man. Zijn levensfilosofie noteerde hij in een schoolschrift en hij noemde dit "de nieuwe dag in gouden glans'. Hendrik is tevreden met de kleine dingen die het lot hem toebedeelde. Zijn pijp, zijn plaatsje achter de kachel en zijn herinneringen vormen bronnen van geluk.
De welvaartswereld gluurt naar binnen en houdt de adem in.

De delen in de tekst die cursief zijn weergegeven zijn citaten uit het schrift van Feitze.