CAREL FABRITIUSSCHOOL.

 VIJFTIGER JAREN: EEN TIJDSBEELD.

’s-Morgens vroeg op een doordeweekse dag. Naar de lagere school. In mijn geval vanaf mijn 9e jaar de Carel Fabritiusschool aan de Kloosterkade. De eerste en tweede klas had ik “doorlopen”op de Dirk van Bleiswijkschool aan de Raamstraat in het Westerkwartier. Daarna vonden mijn ouders het nodig te “emigreren” naar de Wippolder, waar mijn grootouders woonden aan de Koningin Emmalaan.

Nieuwe vriendjes en vriendinnetjes. Gelukkig  bleken ook daar de vriendjes te kunnen voetballen. Dus wat deed je dan ‘smorgens…. Snel een boterham en naar school met minstens een tennisbal. Als het hek van de school open was snel even poten met  een aantal vriendjes en voetballen maar. Soms had je pech dat de meester of juffrouw die het toezicht hield op het schoolplein het voetballen niet leuk vond en de bal inpikte, die je overigens altijd wel weer terug kreeg.
De vervelende dagen vond ik als je dienst had om de schoolmelk naar binnen te brengen en de melkauto van Sterovita voor schooltijd al zijn waar kwam aanleveren. Dat was sjouwen met de ijzeren kratten en glazen flesjes.  Schoolmelk: Lekker, tenzij de juffrouw de melk te koud vond en de   krat op de verwarming plaatste. Als de juf de gaatjes in de doppen prikte met een al dan niet schone potlood kreeg ik altijd al de kriebels. Lauwe melk dat was pas vies…

De klassen waren groot, maar niemand die daar om maalde. Je was het zo gewend. De Carel Fabritiusschool was nadat de Keurenaerschool ophield te bestaan een grote school met eerst nog een zeer autoritair schoolhoofd, De Keizer. Wij noemden hem Kale de Keizer naar zijn Fortuyn-achtig kapsel. Ook was er toen een juffrouw die ’t Mannetje heette. What is in a name. Mijn juf in de 3e en 5e heette gelukkig gewoon Schaafsma. Een aardig mens waar ik het ook goed mee kon vinden. Beter dan meester Leenheer in de 4e. Die vond het ook nodig om altijd met een liniaal op je lessenaar te slaan. (Hij brak er minstens 2 per jaar). In die tijd had je ook eenvoudige leermiddelen, zoals een houten appel die in partjes verdeeld kon worden. Zo leerde je wat breuken waren. Ik heb met dit gegeven mijn dochters geleerd wat breuken waren toen een lerares in de 80 er jaren dit zelf nog niet begreep.

Naast de vaste meester of juffrouw waren er op school ook nog gastleraren. Zoals daar waren:  Pierre van Hauwe. 1 x per jaar bracht hij je wat bij over muziek. Ik herinner mij het carnaval der dieren van C. Saint-Saens en muziek van Carl Orff.  Hij was overigens ook de organisator van Volkszangdag op de Markt. Merck toch hoe sterck, Hoor de muzikanten etc. Godsdienstles kreeg je van juffrouw Drent. Was zeer meegaand en sociaal.Als je maar een stuiver meenam iedere week. Dan kreeg je een stempel. Bij  een x aantal stempels kreeg je een kaart. Kinderen waarvan hun ouders de stuiver minder konden missen kregen dus nooit een kaart. Je leerde van haar hoe het niet moest. Dan meneer Twigt. Van hem blijft mij “Er  ruist langs de wolken” en zijn bandopnamen bij. Een man die mooi kon vertellen. Gymnastiekles kreeg je van Meester Anijs. Hij gaf les aan diverse Delftse scholen en tufte op zijn Solex door Delft, getooid met een leren helm. Van hem kreeg je les in Kastiebal.  Nou je les…. Hij genoot van de vele meegenomen etenswaren op een bankje, terwijl wij op de maat van het tikken van zijn stok rondjes moesten lopen… Handenarbeid kwam voor rekening van Meester Richardus. Gutsen, timmeren, figuurzagen in het handenarbeidlokaal.

Naar school gaan was overigens ook even langs bakkerij Dool gaan. 1 x per week kon je daar koekkruimels kopen. Niet in de winkel, maar aan een loketje aan de Keurenaerstraat, of snoep kopen bij Haak aan de Kloosterkade. Belga’s en geluktoffees…
Naar school gaan betekende ook het jaarlijkse schoolreisje. Naar Duinrell, Dierenpark Wassenaar, Ouwehands Dierenpark, Blijdorp etc. All- inclusive met meegenomen boterhammen en ranja en uiteraard een speeltuin.
In de 6e klas kwam eigenlijk een eind aan alle leuke jaren die je met je schoolvriendjes en vriendinnetjes had gedeeld. De meester, Geelen, deelde de klas in drie stukken op. 1 rij met de bollebozen die voorbestemd waren voor de HBS/MMS/Lyceum danwel Gymnasium. 1 rij met Ambachtschooljongens  en Huishoudschoolmeisjes. En 2 rijen met ULO klanten. Geelen had overigens niet de vaardigheid om te laten blijken dat de een niet beter dan de ander was en hoefde te zijn.

Aan het slot van de lagere school kwamen alle kinderen nog een keer bijeen voor de afscheidsavond.  Toneelstukjes, muziek. Ouders, broers en zusjes in de gymzaal. 

Een einde van een deel van het leven van 

Ton van Velzen