de

in actie in HulstEen krachtpatser die kan pieken in Peking

de Volkskrant, Sport, 16 september 2008 (pagina 19)
Van onze verslaggever John Volkers

Pieter Gruijters na gouden speerworp zevende met kogel.

Amateur wil geen topsportersstipendium ontvangen.

PEKING Maandag zit hij weer op kantoor. Als paralympisch kampioen speerwerpen zal Pieter Gruijters achter de computer plaatsnemen om websites te ontwerpen voor zijn werkgever Impact Retail, het moederbedrijf van de It’s-winkels. Hij zal die dag niet licht aan het werk komen. Er valt zoveel te vertellen.

Over hoe hij in Peking het wereldrecord in zijn klasse F56, lage dwarslaesie, met bijna drie meter bijstelde. Het was van Gruijters. En het bleef van Gruijters. Het stond op 39.45 meter. Het werd 42.27.

Het betekende goud op de dinsdag dat het Vogelnest er verregend bij lag. ‘Normaal kun je een wereldrecord in zulke omstandigheden vergeten. Het is glad en kouder dan normaal. Ik had me erop ingesteld dat ik het record niet zou verbeteren. En 40 meter was in mijn gedachten altijd de eindafstand die ik zou kunnen bereiken. En dan gooi je voorbij de 42 meter.’

De 41-jarige krachtpatser uit Helmond doet zijn verhaal na zijn tweede onderdeel, kogelstoten, waarin hij van de ‘bok’, de stoel waarop hij zich laat vastsnoeren, zijn persoonlijk record met veertig centimeter aanscherpte (11.33). Het was het bewijs dat Gruijters in Peking in topvorm was. Hij werd er zevende mee.

‘Normaal piek ik twee keer per jaar, een keer in het voorjaar en eenmaal in september. Nu heb ik alles op die ene piek in Peking gezet. Het was best een risico hoe het zou uitpakken. Maar het is allemaal precies gegaan als bedoeld.

‘Je moet hier op je best zijn, want bij de Paralympische Spelen is iedereen beter dan ooit. Dat is hier wel weer bewezen. Er is een regen aan wereldrecords. Ik had alle vertrouwen, maar ik was ook bang voor die ene onbekende Chinees die opeens het record in de klasse 56 zou kunnen pakken.

‘Je hebt het gezien in de wheelers, zoals die Zhang in de T54 bij onze Kenny van Weeghel. Die Chinezen zijn hier erg goed. Super voorbereid. Ik weet niet wat die jongens eten, hè. Zelf doe ik het ook best aardig op rijst. Maar die rolstoelers, ze rijden alle records aan flarden. Dan heb je toch lichte schrik dat zoiets jou ook gaat gebeuren.’

Voor Pieter Gruijters is er een vier jaar oud litteken. Bij de Paralympics van Athene stond hij tot de laatste ronde op de eerste plaats in de gecombineerde F55/56 klasse. ‘Komt er als laatste een Iraniër aan de beurt, uit de 55-klasse. Die heeft voordeel door zijn grotere handicap en die slaat me precies het goud uit handen. Een jaar later zat hij ook in de 56. Hij hoorde ook thuis in die klasse. Maar ik was mijn gouden medaille kwijt. Niks meer aan te doen.’

Het was het toernooi waarin Gruijters ook aan de meerkamp meedeed. Dat is eigenlijk zijn specialiteit. In 2004 veroverde hij paralympisch zilver op de vijfkamp. In Assen (2006) werd hij vervolgens wereldkampioen op dat onderdeel. Zijn pech: ‘Het onderdeel is voor Peking geschrapt. Te weinig belangstelling. Ik zie het ook niet snel terugkomen.’

Zo werd speerwerpen zijn specialiteit. Hij is sterk in werpnummers zegt hij. ‘Voor mijn motorongeluk in 1987 speelde ik kanopolo. Dat is ook veel gooien. Toen ik van onderen verlamd raakte, ben ik tijdens mijn revalidatie weer gaan kanoën. Maar ik wilde later iets voor mezelf, geen teamsport meer. Zo ben ik in de atletiek gekomen, eerst wheelen en ten slotte speerwerpen.’

Hij werd, zo gaat het vaak met mensen die door een ongeval in de invalidensport terecht komen, een laatbloeier. ‘Eigenlijk zou ik na Athene stoppen. Toen werd het Peking. Maar over twee jaar zijn de WK in Nieuw-Zeeland. En vorige week zei mijn vrouw nog dat ik best kon proberen Londen in 2012 te halen. Ik ga het per jaar bekijken. Ik ga zeker niet als toerist die toernooien af. We doen het serieus.’

Hij is amateur, hij heeft zich niet laten verleiden door het topsportersstipendium. ‘Die jonge jongens kunnen dat wel doen. Maar ik heb een gezin en een baan. Ik kan moeilijk zeggen: ik kom voortaan maar halve dagen. Ik sport op mijn vakantiedagen.’

De wilde jongen die met zijn motor met 140 kilometer per uur boven op een van een parkeerplaats komende auto vloog, is zuinig op zijn lichaam geworden. De rug, over zeven wervels vastgezet, begint te slijten, dat merkt hij af en toe.

‘Maar dat maakt me niet zoveel uit. Waar ik wel heel voorzichtig mee ben, is met de armen. De zware krachttraining belast de pezen en de aanhechtingen.

‘Ik ben er dit jaar voorzichtiger mee geworden. Die schouders moeten heel blijven. Want als die kapot zijn, kun je je rolstoel niet meer vooruitduwen. Daar hangt alles vanaf in mijn leven. Atletiek is schitterend, maar niet ten koste van alles.’

Copyright: de Volkskrant