Getallensymboliek in de bijbel

“Maar Gij hebt alles naar maat en getal en gewicht geordend.
Want alles wat bestaat hebt Gij lief, al wat leeft”.
Wijheid van Salomo 11:20,26

De ´40-dagen´ tijd, vroeger en nog in traditioneel protestantse kring ´lijdenstijd´ geheten, roept bij velen wellicht de vraag op naar de herkomst van dit bijzonder symbolisch gebruik van bepaalde getallen in de bijbel. In dit artikel wil ik laten zien, dat dit verschijnsel niet toevallig of willekeurig is, maar samenhangt met de antieke cultuur, waarbinnen de bijbel is ontstaan, èn tegelijk ook met zijn boodschap.

Als opstapje daartoe kijken we eerst naar ons eigen taalgebruik, dat van deze ´vreemde smetten´ (gelukkig!) niet geheel vrij is. Vele gezegden gaan nl terug op dezelfde antieke wortels.

Gewoonlijk geven we met een getal het rekenkundig juiste aantal aan, de kwantiteit. Zelfs met rapportcijfers zijn we gewoon het kwalitatieve niveau van leerlingen te kwantificeren. Maar soms bezigen wij een getal bij wijze van spreken. We maken er dan een meer kwalitatief gebruik van. Als we ons geduld verliezen, ´hebben we iets al 10 keer gezegd´. Op een ander moment geven we iemand na twee pogingen nóg een kans: 3x scheepsrecht. En als we echt vertrouwen hebben in een kind, zeggen we: het zal heus in geen 7 sloten tegelijk lopen. En waarom is 11 het ‘gekkengetal’ en 13 het ‘ongeluksgetal’ ? U zult nog wel meer van dit soort gezegden of uitdrukkingen kennen. Het zal duidelijk zijn: er moet een verhaal zitten achter deze meerwaarde van bepaalde getallen.

I. Oude bronnen

Welnu, al deze voorbeelden gaan terug op één van de bronnen van onze westerse beschaving:

Het antiekewereldbeeld. Dat ziet er in het kort als volgt uit.

Het Heel-al bestaat in drie lagen: 1. De hemel boven ons, het rijk van de goden of ook: de woonplaats van God. 2. De aarde als het rijk van de mensen, de dieren en de planten en tenslotte 3: De onderwereld, het dodenrijk (denk aan het beeldenverbod in Exodus 20:2-4). Kortom: het bovenaardse, het aardse en het onderaardse.

De aarde in het midden is onze leefplek, bepaald door de 4 (wind)hoeken en de 4 seizoenen van het jaar. Alles opgebouwd uit de 4 “elementen”: aarde, water, lucht en vuur (volgens griekse natuurfilosofen in de 5 de eeuw v Chr). Vreemde gedachte, dat laatste? Denk u zo’n Griek in, wonend aan een rotsige kust, vol verwondering over het bestaan van alle dingen. Of sta zo zelf aan het strand bij zonsondergang. Dan kun je ook die kosmische totaliteitservaring hebben van de vier oer-elementen, waar je zelf deel van uitmaakt: aarde, water, lucht en vuur. Dat is onze leefruimte, met zijn bijkans oneindig aantal mogelijkheden èn met zijn grenzen! Met dat laatste moet je als mens vooral rekening houden. Anders verspeel je de gunst van de goden of het lot. Dan ben je niet wijs (11). Of vraag je om ongelukken (13). 10 is nl het getal van het universum. En 12 dat van het volk. Daar kun je je niet straffeloos buiten begeven. Op het hoe en waarom van deze getallen gaan we nu nader in.

Het meest heilige getal zowel in de antieke cultuur als in de bijbel is de 7. Het is nl de som van bovengenoem de vertikale (3) en horizontale (4) totaliteit. 7 is daarmee het getal van de volheid of volmaaktheid. Wonderlijk dat ons heelal in harmonie daarmee, reeds volgens de babyloniërs, 7 planeten telt. En de maan heeft ook nog eens 4 standen, wat 4 weken van 7 dagen per maand tot gevolg heeft (nb de naam maan-d). Het jaar telt zodoende meestal 12 maanden, maar soms 13, om gelijkop met het zonnejaar te blijven. En vervolgens die 12, dat getal heeft notabene ook al iets met 3 en 4! Dat kan allemaal niet toevallig zijn voor de “ongeneeslijk” religieuze mens, die in de hem omringende chaos op zoek is naar de ordening: de kosmos, het zinvolle verband. Geen wonder dat men ook nog in de sterrenhemel het twaalftal is terug gaan vinden: de 12 sterrenbeelden van de dierenriem. Hemel en aarde horen immers harmonisch bij elkaar. Pythagoras, Grieks wijsgeer/ wetenschapper/ mysticus (6° eeuw v Chr), die al tijdens zijn leven voor ´allesweter´ werd uitgemaakt, vatte alle toenmalige kennis van de antieke wereld samen met de stelling (zie “Leven en leer van Pythagoras,” door Jamblichus/ Porphyrius, 2 de eeuw na Chr,uitg Ambo,Klassiek 1987 ):

Wie tot 4 kan tellen, kent HET AL .

Want 1 is Het ENE, 2 het twee-voudige van alle verschijnselen, 3 de vertikale totaliteit, 4 de horizontale totaliteit. Samen vormen 1+2+3+4 de 10 van al wat bestaat: de 7 planeten, inclusief aarde en maan, plus de zon en een onzichtbare tegen-aarde waarvan onze aarde slechts een weerspiegeling is. Want zoals alles op aarde zijn tegendeel heeft, moet de aarde zelf als geheel dat noodzakelijk ook hebben. Wil nl 10 als de som van 1 t/m 4 kloppen met het universum! En tenslotte het goddelijk ENE, de Oerbron van alles. Prachtig voorbeeld van wederzijdse bevruchting van mystiek en logica! Kortom: ´Alles is getal´ (Pythagoras).

Het zal duidelijk zijn: in de antieke wereld staan getallen voor energiën, voor verhoudingen, voor verschijnselen in het heelal. Getallen worden bovendien bij gebrek aan aparte cijfertekens, uitgedrukt door de letters van het alphabet, in het hebreeuws zijn dat er 22. Deze hebben dan de getalswaarde volgens hun plaats in het alphabet, met name in de handel: van aleph tot jod: 1 tot 10, van kaph tot tsade: 20 tot 90 en van qof tot tav 100 tot 400.

De veronderstelde samenhang tussen getallen en oerbeginselen van het heelal wordt daardoor iets begrijpelijker. Het griekse woord stoicheion betekent bestanddeel zowel van het wereldbestel, dus oer-element als ook van een woord, dus letter of lettergreep of versregel! Denk aan onze taalkundige term ´stiche´! In dit magisch-mysterieuze en tegelijk concrete omgaan met getallen (Pythagoras was ook een groot wiskundige!) wortelt het symbolisch getallengebruik van de bijbelse schrijvers èn van onze spreekwijzen. Die schrijvers maken deel uit van deze wereld cultuur, zij het critisch. Want zij vertellen het verhaal over de HERE God die bevrijdt van allerleislavernij en zich een volk kiest om als eersteling en voorbeeld voor alle volken op weg te gaan naar zijn vrederijk op aarde, met de tora als gids…..

II. Meerwaarde

We geven nu de symbolische betekenis van de getallen op de rij af.

De 1, de basis van alle getallen, is voor de antieke mens een verwijzing naar het Ene, dat in alle verschijnselen en hun getallen aanwezig is. Het doet enigszins denken aan de grondbelijdenis van Israël: De HEER is één (Deuteronomium 6:5). Dit woord/getal wordt het eerst genoemd bij de schepping van het licht op dag één (en niet “eerste”, zoals gewoonlijk ten onrechte vertaald wordt). Zo verwant zijn die twee: God en het licht.
God zag het Licht: goed! Zo staat er letterlijk en niet: God zag dat het licht goed was. De tweede keer, dat het woord ´ één´ wordt gebruikt, is in Genesis 2:24 voor het één zijn van man en vrouw. Een soort mystieke drie-eenheid van den beginne: God, het Licht en de mens als man/vrouw!

De 2 is het getal van de nadruk. Het geeft ook aan, dat alles op aarde zijn tegendeel of tegenpool heeft. (wat ook in het scheppingslied van Genesis 1 heel sterk naar voren komt). Het is te zien als het getal van de schepping. Verder wordt door herhaling van een woord of een hele zin de bedoeling van de schrijver benadrukt. Vooral komen we het als een soort rithme tegen in profetische en dichterlijke teksten, met name in de psalmen: bijna elk vers heeft 2 regels, soms ook 3, als aanvulling of als tegenstelling.

Nu volgen de eigenlijk symbolische getallen.

De 3 is het getal van de sterke nadruk, graag gebruikt in plechtige uitspraken en op verheven of beslissende momenten. Het is een naklank van de vertikale totaliteit. Hemel en aarde zijn ermee gemoeid, leven en dood. Bij de roeping van Samuël (1Samuël 3) klinkt zijn naam tot 3x toe. Paulus spreekt over geloof, hoop en liefde, deze drie. Op de derde dag wordt het leven geschapen. Daarom wordt ook op die dag bij voorkeur een huwelijk gesloten. Denk maar aan de bruiloft te Kana (Johannes 2!). Op de derde dag, zegt de profeet Hosea, zal Hij ons oprichten en wij zullen leven (6:2). De opstanding van Jezus is ten derde dage . Ook ongenoemd komt het veel voor: bv de 3-voudige zegen van Aäron (Numeri 6:22-27). Of 3 samenhangende gelijkenissen van Jezus. Het geeft de tekst structuur en onderstreept de betekenis.

De 4 is het getal van het aards uitgestrekte. In het paradijs zijn 4 rivieren. In het visioen van Ezechiël (hoofdstuk 1) heeft Gods troonwagen 4 wezens als vertegenwoordigers van heel de wereld. In verband daarmee worden de vier evangelisten verbeeld in de gestalten van mens, leeuw, rund en adelaar. Dat het er 4 zijn, is niet toevallig volgens sommige kerkvaders: het verwijst naar de wereldwijde strekking van het evangelie. Nóg een evangelie zou het 5 de wiel aan de wagen zijn!

Die 4 is heel sterk aan de orde in haar tienvoud: 40, het getal van de uiterste aardse uitgebreidheid of tijdsspanne. Zo regent het 40 dagen bij de zondvloed en duurt het 40 dagen voor het droog wordt. Denk ook aan de 40-jarige woestijntijd van Israël. Dit gegeven keert terug in het leven van profeten als Mozes, Elia en ook van Jezus. Een volk, een mens moet soms tot het uiterste (10 is immers het getal van de volledigheid) gaan in zijn beproeving, om zijn levensroeping te ontdekken en daarvoor (opnieuw) te worden toegerust. Vandaar ook die 40-dagen tijd voor Pasen, tijd van inkeer en grondige bezinning op de weg van Jezus.

De 5. Dat is een hand vol, èn het getal van de Tora, de 5 boeken van Mozes. Eigenlijk 4+1. Zoals de hand 4 vingers heeft en een duim, zo is in de tora het vijfde boek geheel anders van opzet: het is de vernieuwing en samenvatting van de voorgaande 4. Daar heeft een volk, een mens de handen vol aan. Op dag één van de schepping valt het woord licht 5x. Een stille verwijzing naar de Tora, wel het licht van de wereld genoemd.

Het is de moeite waard zó de betekenis van het verschil in de getallen te bekijken bij de 2 verhalen van de broodvermenigvuldiging in het evangelie: het eerste wordt verteld met het oog op Israël, met 5 broden en 2 vissen voor 5000 man en 12 korven overgebleven brokken, en het tweede met het oog op de volken, want met 7 broden voor 4000 man en 7 korven overgebleven brokken (zie Mattheüs 14 en 15).

50 is niet altijd bedoeld als het 10-voud van 5, maar soms als de afronding van 7x7 plus 1. Vanaf Pesach (Pasen) moeten de Israëlieten 7x7 weken tellen (Leviticus 23:16) om op de dag erna, de 50 ste (grieks: pentekosta, wat in onze taal ´pinksteren´ is geworden): het ´weken feest´, het feest van de eerstelingen van de oogst te vieren. Zo is het 50 ste jaar ook het jubeljaar: het jaar na 7x7 sabbatsjaren. In het sabbatsjaar mag ook het land rust hebben, dwz onbewerkt blijven. In het jubeljaar moeten alle schulden worden kwijtgescholden en de slaven worden vrijgelaten. Het ademt alles vervulling.

De 6 is het getal van de mens, als laatste van alles geschapen op de 6 de dag en geplaatst in de tuin van Eden om die te bewerken en te bewaren en dus geroepen de schepping te voltooien (7) aan de hand van de tora (de 5). Als teken daarvan is de Sabbat zijn eerste volle dag: de mens op aarde als de schakel tussen tora en voltooiing. De 6e letter van het alphabet is de wau en heeft de getalswaarde van 6. Wau is het woord voor verbindingshaak èn betekent als voegwoord ‘en’. De mens is daarmee getekend als een verbindingswezen tusen hemel en aarde èn onderling. De 3x herhaalde 6 in 666 is het getal van de al te menselijke mens, de on-mens (Openbaring 13:8). Zowel de zegen als de vloek kent de drievoudige herhaling.

Wanneer er een grote menigte mensen, zeg 100.000 uit een land van slavernij wegtrekt om volk van God te worden, bevrijde mensen van God, dan doelt de schrijver dáárop door te spreken van 600.000. Vertrokken er zó ongeveer 600.000 man uit Egypte (Exodus 12:37), er kwamen er 603.550 (Ex 38:26) aan bij het beloofde land: 3550 meer dan ‘40’ jaar geleden bij hun vertrek. Dat zijn geen statistisch gegevens of biologisch resultaten: de schrijver speelt met de getallen 7 en 5 en hun tienvoud als aanduiding waarom en waartoe men het land mag beërven: om voluit vrije mensen te worden als partners van God.

De 7 is de som van 3 en 4 en daarmee het getal van de volheid. Het hebreeuwse woord voor 7 betekent bovendien óók: volheid! De menorah telt 7 lichten als herinnering aan de 7 scheppingsdagen en ter viering van de voortgaande schepping. Alle grote feesten duren 7 dagen, behalve Chanoeka, dat 8 dagen duurt. De herinwijding van de tempel na de overwinning van de Makkabeeërs was als een vervulling van een messiaanse droom. De 7 kan ook iets bezwerends hebben. Wanneer nl de Israëlieten op de 7 de dag 7x om de stad Jericho trekken, moeten ze op de horens blazen en dan… ! Ook ongenoemd komt dit getal als struktuurgetal veel voor: bv in de 7 beden van het volmaakte(!) gebed: Het Onze Vader. Het boek Openbaring is zelfs geheel opgebouwd op het getal 7. De evangelist Johannes vertelt van de roeping van 7 leerlingen, van 7 tekenen door Jezus verricht en van 7 door Hem uitgesproken “Ik ben”-woorden. Aan het begin van zijn evangelie vertelt Mattheüs het voorgeslacht van Jezus door 3x14 geslachten te tellen, dat is 3x het dubbele van 7 als bewijs te meer voor zijn lezers: Jezus is de beloofde Messias. Bovendien is 14 de getalswaarde van de naam David (4+6+4)!

Het 10-voudige van 7 is het getal van de volken, zoals de geslachtslijst van Noachs nakomelingen al vertelt in Genesis 10. Het suggereert een grandiose wereldeenheid. De Grieke bijbelvertaling uit de 3 de eeuw v Chr heet Septuginta(=70), bedoeld als deze is voor de volken waaronder toen al Israëls diaspora begonnen was. In het evangelie van Lukas zendt Jezus, één hoofdstuk na de uitzending van de twaalf tot Israël, er nog eens 70 uit met het oog op de volken (Lukas10).

Ook 17 is een bijzonder getal dat hiermee samenhangt: het is 7+10: de volledige volheid. Het komt veel voor in belangrijke overgangssituaties. In het verhaal van de zondvloed (2x de 17e van de maand). Bij de wegvoering van Jozef naar Egypte: hij is dan 17 jaar. Het verblijf van Jakob in Egypte duurt 17 jaar. Lukas somt 17 volksgroepen en landstreken op bij het Pinksterfeest in Jeruzalem. Bij de wonderbare visvangst in Johannes 21, is het verborgen aanwezig in het getal 153: dat is de som van de getallen 1 t/m 17. Met dit volheidsgetal laat de verteller een glimp zien van het perspectief van de universele(10) volheid (7), hoe verborgen het soms nog mag zijn.

De 8 is net 1 meer dan 7, het wekelijks terugkerend getal, dat het gewone leven markeert. Het is daarmee het getal van de aanbrekende vervulling van de tijd. Vandaar de besnijdenis op de 8e dag vanaf de geboorte, als opname in het eeuwig verbond van God met zijn volk. En zo is de dag van Christus’opstanding: de “eerste dag der week”, de zondag, eigenlijk de 8e dag! Met de ´8 zaligheden´ begint de bergrede in Mattheüs 5 als verborgen aanduiding van de volle zaligheid. Door toevoeging van de 9e in de directe rede, wordt deze nog even uitgesteld…

De 10 is het getal van de volledigheid, zoals eerder aangetoond. God schept hemel en aarde door 10 keer te spreken. Israël krijgt bij de berg van het verbond de 10 Woorden (zo genoemd in Deuteronomium 10:4) om mee te leven en te handelen! Het tiental kan hier ook eenvoudig te maken hebben met de 10 vingers aan onze handen. Hand is jad in het Hebreeuws, bovendien de 10e letter van het alfabet met dus de getalswaarde van 10. Wie tot 10 kan tellen, is levenswijs om het in de trant van Pythagoras te zeggen!

Verder doet zich hier hetzelfde voor als bij de 4 en de 7: tel je er 1 bij, dan ga je niet negatief over de schreef met alle nare gevolgen vandien, maar is dit juist positief, het opent perspectief op de toekomst! Zo is het boek Genesis opgebouwd op basis van 10+1 geslachtsregisters of ”geschiedenissen”. En Lukas vertelt, dat met de 77ste zoon in de rij van 7x 11 geslachten vanaf Adam, de zoon van God, de vervulling van de geschiedenis is begonnen in Jezus, de Zoon van God, de tweede Adam.

De 12 is het getal van het volk. In samenhang met de kosmos (de 12 maanden van het jaar en de 12 sterrenbeelden van de dierenriem) vormt zich van Godswege een volk, ‘natuurlijk’ uit 12 stammen, vanwege de universele dimensie overeenkomstig de (even ‘natuurlijk’) 12 zonen van de derde aartsvader Jacob, elk met een eigen karakter en opdracht. Om tot een zegen te zijn voor de volken van de aarde. Tel je er 1 bij, dan slaat dat op de Messias, die zich ook weer 12 leerlingen kiest. En in de voleinding zal er een ontelbare schare van zaligen zijn: 144.000. Duizendmaal 12 in het kwadraad.

Uit het bovenstaande zijn een paar praktische conclusies te trekken:

1. Het is van groot belang voor het verstaan van het eigen verhaal van de bijbel bovengenoemde getallen en hun veelvouden te bekijken op hun mogelijk symbolische of verwijzende betekenis.

2. Bijzondere aandacht verdienen de ongenoemde zgn structuurgetallen, zo geheten omdat zij een door het verborgen getal bepaalde, diepere structuur aan de tekst geven, met name in reeksen en gedichten.

III. Gematrie

Tenslotte getallen kunnen verwijzen naar een woord of een naam. Dit is de zgn gematrie, oorspronkelijk: geo-metrie, ‘aard-meet-kunde’, in de geest van het citaat uit het boek Wijsheid, dat ons verhaal tot motto dient. ‘Getallen’ constitueren immers het heelal! En letters worden zoals eerder verteld, in het Hebreeuws, èn in het Grieks ook voor getallen gebruikt. Een woord kan dus een bepaalde getalswaarde uitdrukken. Zo is gematrie werken met de getalsmatige waarde van de letters en de woorden geworden. Ook dat is niet vreemd aan de bijbel. In Openbaring 13:8 bv zegt de schrijver dat er in de nabije toekomst een beestachtig mens zal opstaan wiens getal is 666. Het is een verborgen aanduiding van een figuur als “Kaisar Nero”. Want het is de getalswaarde van die naam!

Dit gaf schrijvers ook de mogelijkheid om ‘vertellend’ het aantal woorden van een gedicht of een zeltstandig onderdeel van hun verhaal te tellen en daarmee te verwijzen naar een betekenisvol woord, dat de compositie draagt. Hier hebben we te maken met de zgn numerieke compositie. Want:

Wanneer een schrijver vertelt, dan telt hij ook.

Die twee werkwoorden zijn in het Hebreeuws hetzelfde: safar. Een sofeer is een schrijver of verteller èn een teller! Ook in het Engels betekent to tell beide. In onze taal hangen tellen en vertellen eveneens duidelijk samen! Zo kon daarmee vorm èn extra betekenis gegeven worden aan een tekst. Prof Labuschagne geeft hiervan een prachtig voorbeeld in zijn instructief boekje: Vertellen met getallen ( Boekencentrum, 1992). Hij laat ons daarin oa zien, dat Psalm 23 in het Hebreeuws 55 woorden telt. Een bijzonder en wel een zgn volheids-getal: het is de som van alle getallen van 1 t/m 10. En dat is al veelzeggend! Maar vooral: het midden wordt gevormd door de 3 Hebreeuwse woorden van de middelste zin: want Gij-zijt bij-mij. Dat is het hart van de Psalm. Dat voelt iedereen, ook in een vertaling. Daarvóór spreekt de dichter over de HEER in de derde persoon. Maar vanaf dit midden spreekt hij tot de HEER in de eerste persoon. Welnu, beide zo gevormde delen tellen elk 26 woorden. Dat is opnieuw een heel bijzonder getal: het verwijst naar de Godsnaam HEER, Hebreeuws: JHWH. De getalswaarde van deze letters is nl 10+5+6+5=26. De dichter heeft dus op verborgen wijze de heilige Naam als een stramien gebruikt om er zijn lied van herwonnen vertrouwen in te weven! In dit verband verwijs ik naar een bijzonder treffende preek over deze psalm van de jong gestorven Ds R Oost, gepubliceerd in diens gedachtenisboek “Met mijn God spring ik over een muur” (uitg. Eburon, 2000). Andere Psalmen zijn weer gecomponeerd op andere getallen zoals 17 (Psalm 90 en 138) of 39 (psalm 25), het getal van de grondbelijdenis van Israël: JHWH ‘echad, De HEER is één (26 + 13=1+8+4).

Tenslotte verwijs ik nog naar enkele uitgaven met uitgebreider informatie:

Max Arab: Andere gedachten,uitg Kok,Kampen,1995).

Dr A L Snijders: Alle getallen van de bijbel, en :Het verhaal van de getallen in de bijbel, ten Have, Baarn(1978/84). Deze laatste twee zijn later opnieuw in één band uitgegeven.

Apeldoorn, 1 Maart 2002. M J van der Ende.

Gepubliceerd in ´Volzin´ juli 2004