VERKENNINGEN IN DE NUMERIEKE C0MPOSITIE
VAN ENIGE PSALMEN

“Maar Gij hebt alles naar maat en getal en gewicht geordend.” (Wijsheid van Salomo 11:20)

Samen met een bijbelkring Psalmen lezend kreeg ik het boek van professor C J Labuschagne in handen: Vertellen met getallen (Boekencentrum 1992). Reeds eerder had ik kennis genomen van de wijze waarop deze auteur de numerieke structuren van een tekst, met name van het boek Deuteronomium (serie POT Callenbach), met behulp van de zgn logo-technische analyse, blootlegt. In het aantal woorden van een zelfstandige perikoop of een duidelijk te onderscheiden deel daarvan, komt via omzeting van het zo verkregen getal, omgezet in letters van diezelfde waarde, een woord of naam naar voren. Dit geeft aan de tekst een extra betekenis.

Om dit goed te kunnen begrijpen is het nodig te weten, dat het oude Hebreeuwse alfabet met zijn 22 letters, bij gebrek aan aparte cijfertekens, tevens is gaan functioneren als getalsaanduiding, met name in het handelsvekeer. Dus van alef tot jod 1-10, van kaf tot tsade 20-90 en van qof tot tav 100-400. Daar moest en kon men het toentertijd mee doen! Voor grotere getallen gebruikte men de woorden ‘meah’ (honderd) en ‘elef’ (duizend).

De numerieke vormgeving herontdekt

Het heeft eeuwen geduurd voor de waarheid van deze verborgen techniek om een tekst te structureren, werd herontdekt. Dat gebeurde in het begin van de 19 de eeuw. Toen schreef een zekere Oscar Goldberg in Berlijn een werk: “Die fuenf Buecher Mosis, ein Zahlengebaeude”. Het kreeg buiten kabbalistische kring nauwelijks of geen aandacht. Tot een RK bijbelgeleerde door kennisname van de studies van Gershom Scholem, halverwege de 20 ste eeuw, er serieus op inging: Claus Schedl in Graz. In ons land heeft nu dus Labuschagne het zich tot taak gesteld een en ander opnieuw wetenschappelijk te onderzoeken. En de eventuele betekenis ervan voor een (dieper) verstaan van de teksten in het licht te stellen.

Zoals nu steeds meer blijkt, stuctrureren ook getallen literaire teksten. Deze hebben dan niet alleen vormgevende functie. Het gebruikte aantal woorden, is namelijk niet willekeurig. Integendeel, deze zijn bewust gekozen om daarmee de zeggingskracht van de tekst te versterken. Het probleem dat de letters met grotere getalswaarde (de 10- en 100-tallen) voor de auteur met zich mee kan brengen namelijk onnodig veel woorden te moeten gebruiken, werd ondervangen door deze vanaf de kaf de getalswaarde toe te kennen in verband met hun plaats in het alfabet, dus van kaf tot tav als 11 tot 22. Dit is de plaatswaarde van deze letters naast hun getalswaarde.

Veel voorkomende structuurgetallen zijn 26 en 17. Deze verwijzen naar de godsnaam JHWH (10 of 1+5+6+5). Bij het getal 17 telt de jod voor 1 ipv 10. Ook 39 is een belangrijk structuurgetal als het getal van Israëls geloofsbelijdenis: JHWH ‘echad (26 + 1+8+4): de HEER is EEN.

Verder kunnen getallen, die als zodanig een verwijzende/symbolische functie hebben, de tekst structureren. Bijvoorbeeld 4 verwijst naar de aarde, 5 naar tora, 6 naar de mens, 7 naar volkomenheid, 8 en naar 11 naar vervulling, 10 naar volledigheid, 12 naar volk, 22 naar het alfabet.Hun veelvouden hebben dezelfde betekenis, en wel extra versterkt. (Zie voor nadere toelichting mijn artikel ‘Getallensymboliek in de bijbel’) De vrome gedachte van een middeleeuwse rabbijn Gikatilla blijkt juist te zijn, en dat niet alleen voor de Tora maar ook voor de Psalmen:

DE HEILIGE NAAM IS DOOR HEEL DE TORA HEEN GEWEVEN.

Kennismaking met de Numerieke Vormgeving

Voor mij waren het vooral de eerbied en de creativiteit waarmee de bijbelse auteurs bij hun schrijven te werk moeten zijn gegaan, die mij aanspraken. Het is alsof je daardoor iets meemaakt van de worsteling van de maker (Grieks: poietes, ‘poëet’!) van het gedicht om vorm te geven aan wat hem ten diepste bewogen heeft. Je gaat ook meer en meer zien welke mogelijkheden juist de beperking van het ontbreken van aparte cijfertekens biedt. In de antieke talen van het Midden Oosten, ook in het Hebreeuws, hebben letters zoals in het begin uiteengezet, een dubbele functie gekregen. Daardoor heeft een woord een getalswaarde en omgekeerd: een getal kan een bepaalde woordbetekenis hebben. Het Nieuwe Testament geeft hier ook een voorbeeld van: in Openbaring 13:18 duidt het getal 666 op (de getalswaarde van) de naam Nero. Het is dan ook een rijke bron van talrijke illustere verhalen (midrasjiem) gebleken (en speculaties). Intussen, wat Pius Drijvers ons in de Hooge Berkt gemeenschap voorhield, kreeg nieuwe betekenis:

WANNEER BIJBELSE SCHRIJVERS VERTELLEN, DAN TELLEN ZIJ OOK.

Een sofeer is tegelijk een teller en een verteller, en vervolgens een schrijver, een geleerde! Ons woord ‘vertellen’ is ook afgeleid van ‘tellen’! Bovendien kun je iets gaan navoelen van de verwondering van de dichter over zoiets als het alfabet: voor de oude Hebreeuwse schrijver, was schrijven nog een Hogere Kunst. Het schrift met zijn letters en dus ook getallen had nog iets “magisch”. ”Deze tekens beeldden in laatste instantie geestelijke werkelijkheden af”. Deze uitspraak is niet van F Weinreb, maar van Dr Joh. de Groot in: De Psalmen, Bosch en Keuning, Baarn 1941, p 60.

Zo heeft zich bij de bekende kenmerken van bijbelse poëzie het aspect gevoegd van de numerieke compositie. Met name in de Psalmen! In zijn genoemde boek geeft Labuschagne daarvan een prachtig voorbeeld. En wel van Psalm 23. Zelfs dit innig vrome lied van persoonlijk godsvertrouwen blijkt gecomponeerd te zijn op getalsstructuren en wel op die van de Naam JHWH. De Psalm telt (zonder het opschrift) 55 woorden. De middelste 3: ‘ki atta immi’ (‘want Gij bij-mij’) vormen religieus het hart en grammaticaal het keerpunt in de Psalm, van het spreken over JHWH naar het spreken tot Hem. Voor èn na dit midden is verborgen in het aantal van 26 woorden de naam JHWH aanwezig. Als een verwijzing naar zijn verborgen aanwezigheid ook in het dal van diepe duisternis. Maar ook het totaal van 55 woorden heeft iets te zeggen. Het aantal woorden van de oneven regels is namelijk 32 en van de even regels 23: de getallen voor kabowd=heerlijkheid! (k=20 of 11 plus 2+6+4, zie boven voor het onderscheid tussen plaats- en getalswaarde). Het getal van 55 omvat hier dus zelfs twee strukturen: 26+3+26 en 32+23. Hier komt nog iets bij. Het aantal van 55 is op zich al een bijzonder getal namelijk de som van 1 t/m 10, een zgn volheidsgetal. Dwz het summum van compleetheid: Schoonheid en Waarheid ontmoeten elkaar!

Compositie en inspiratie, letter/getal en geest gaan samen: Psalm 23, het lied van doorstane angst en herwonnen vertrouwen blijkt in het verborgen te zijn opgebouwd op de dubbele bodem van de heerlijkheid (32 en 23) des Heren (26).

Zelf op ontdekkingstocht

Zoals gezegd, bezig met een kring ‘Samen Psalmen lezen’, kon ik in dat verband ook nagaan wat de numerieke structuur van de Psalm van de maand was en de eventuele betekenis daarvan. 't Was begin januari, Psalm 90 dus. “Een gebed van Mozes”. Hij is op leeftijd en wordt geplaagd door doodsgedachten. Echter zijn levenstaak heeft hij nog lang niet volbracht. Hoewel hij 120 zal worden, stelt hij 70 jaar als de normale en 80 jaar als de uiterste leeftijd, voor de sterken! Hij zal dan dus 80 zijn, zegt een midrasj. Weet hij veel, dat hem nog een derde periode van 40(!) jaar, opnieuw door de woestijn, te wachten staat. Hoe dan ook, hopend op God, spreekt hij zijn lijden aan de kortheid en het tekort van het mensen leven uit voor zijn Aangezicht. En bidt om zijn zegen over het werk zijner handen, van zijn knechten en van hun kinderen. Hoe zal het numerieke schema eruit zien van het lied van de vergankelijkheid en vergeefsheid van het menselijk bestaan, door het volk/de gemeente mee te bidden en te zingen?

Psalm 90

Bij alle vertaal- en exegetisch werk ook nog: tellen van de verzen, de versdelen (=versregels) en de Hebreeuwse woorden. Vervolgens zoeken van het midden als de mogelijke kern van het gedicht.

 

Aantal verzen: 17: de getalswaarde van JHWH volgens de kleine telling (1-0-5-6-5).

Er zijn duidelijk 2 gelijke helften (stanza’s): vers 1-9 en vers 10-17, elk van 68 woorden (=4x17) en dat dus 2x. Bovendien tellen de eerste 3 verzen 26 woorden (=JHWH) en de laatste, vers13-17, het aantal van 39 woorden (=JHWH ‘echad, de HEER is EEN).

Het aantal regels is 34 (= 2x 17), wanneer men, met Kautsch, die naast de “atnach” ook de “ole we-joreed” als gelijkwaardige versdeler in de poëtische literatuur rekent. De grote rol van het getal 17 in deze Psalm pleit daar ook voor. De middelste 2 regels 9b en 10a geven het grondtema aan, waarover de dichter mediteert. “Wij eindigen onze jaren als een-zucht. De-dagen van-onze-jaren, daarin zijn zeventig jaar en ‘ de stuwkracht’ (‘het uitnemendste’) daarin zijn moeite en leed. (De cursief gedrukte woorden zijn in het Hebreeuws de middelste 4: de laatste 2 van de eerste helft en de eerste 2 van de tweede helft).

Het aantal woorden : 2x 68 of 136. Dit is 8x17. Het is bovendien een zogenaamd volheidsgetal, namelijk de som van alle getallen van 1 t/m 16. En dat is weer het kwadraat van 4, het getal van de aarde met haar vier windstreken en de tijd met haar vier seizoenen en vier maanperioden.

Opmerkelijk is nog het aantal woorden van de oneven regels: 42+43= 85 (= 5x 17) (nb 43= 26 + 17) en van de even regels: 26+25= 51 (= 3x 17).

De 4 middelste woorden: ‘als een-zucht de-dagen onzer-jaren’ vormen als het ware de grondervaring van waaruit het gebed is opgeweld en als gedicht opgebouwd zowel religieus als numeriek.

Opmerkingen:

1.De vertaling is grotendeels ontleend aan A Koster: Vieringen Aproges 2 e dr1992.

2. Een - tussen de Nederlandse woorden betekent, dat deze in het Hebreeuws één woord zijn.

3. Het delings-accent van een vers : ‘ole-wejored’ is volgens Gesenius/Kautsch een nog "stärker Trenner als Atnach". Beide accenten plus soms nog een derde tellen dan ook mee om een vers in een een bepaald aantal regels te verdelen.

Wanneer we de getallenstructuur van Psalm 90 overzien, dan valt op hoe sterk bepalend het getal 17 is: in het aantal verzen (17) en regels (2x17). Maar vooral ook in het aantal woorden: 8x17 voor de hele Psalm, 4x 17 voor de beide stanza’s èn voor de oneven en even regels, respektievelijk 5 en 3x 17. Daarnaast is het getal 4 van het wereldwijde in het volheidsgetal van 16, duidelijk aanwezig.

Samenvattend: het hele gebed uit nood om de eindigheid van het leven en de mogelijke vergeefsheid van het menselijk ondernemen is gecomponeerd op de Naam JHWH (17):

slechts 1xwordt JHWH openlijk genoemd en aangeroepen bij zijn NAAM ‘ om zich om te keren’ (vers 13). Deze God van het verbond zegene zijn knechten (vers13 en 16) en hun kinderen om de wereld (4) naar haar vervulling (8) te helpen brengen. Concluderend kunnen we zeggen:

 

DE VORM VAN DE NUMERIEKE STRUCTUUR ONDERSTEUNT DE INHOUD.

Zoals u heeft kunnen zien zowel aan Psalm 23, als ook aan Psalm 90 hangen die twee dingen nauw samen: wat iemand te ver-tellen heeft en dat hij telt. Het lijkt wel een simultaan gebeuren. Voor ons die niet gewend zijn zo naar een tekst te kijken, is dat moeilijk te begrijpen. Het zijn voor ons gevoel twee heel verschillende acties. Hoe het kan, kunnen de "daders" (poëten!) ons niet meer zelf vertellen.. Hoe moeilijk voorstelbaar ook voor westerse rekenmeesters als wij zijn, voor hen lagen het tellen (van de dagen!) om een wijs hart te verkrijgen, het dichten en het tellen van hun woorden bij het schrijven kennelijk dicht bij elkaar. Het maakte deel uit van hun wijsheid en hun techniek. Misschien is een verwijzing naar de techniek van het (vroegere) sonnet in onze moderne talen (met zijn twee coupletten van 4 en twee van 3 regels), een weg tot meer begrip. Het siert ons niet alleen, nu het eenmaal herontdekt is, er aandacht aan te geven, het loont ook de moeite, die dat met zich meebrengt. Het verhoogt zelfs onze verwondering. Het nodigt temeer uit tot stille meditatie.

Nog enkele voorbeelden in het kort .

Uit het twintigtal, dat door mij is onderzocht, laat ik nu 2 tweetallen volgen van Psalmen, die enig verband met elkaar hebben. Achtereenvolgens noemen we het aantal verzen, het aantal regels, dan hun midden, vervolgens het aantal woorden en hun middelste woord (in kapitalen); tenslotte het structuurschema en de betekenis van de numeriek verkregen verwijzingen. Tot besluit is uit een en ander af te lezen hoe vorm en inhoud van de Psalm samenhangen.

 

Het eerste tweetal: Psalm 1 en 2

Psalm 1 heeft 6 verzen, naar het getal van de mens. Zij telt 14 regels (schema: 6+2+6, eveneens gekenmerkt door het getal van de mens). De middelste regels (3bc) luiden: “die zijn-vrucht geeft op-zijn-tijd en-waarvan-het-loof niet verwelkt.” Het aantal woorden is 67, middelste woord: "OP-ZIJN-TIJD". In schema 33+1+33, de getalswaarde van ‘barak=zegenen’; of anders 30+7+30, wanneer men uitgaat van de middelste regels 3bc, die 7 woorden tellen. 7 is het meest heilige getal in de bijbel en 30 de ideale leeftijd voor een ‘zoon van de wet’ om Tora te gaan onderwijzen (vgl Lukas 3:23).

Bovendien voegt het aantal woorden van de oneven regels zowel als dat van de even regels nog extra betekenis toe: eerstgenoemden tellen 43 woorden (=26+17, de som van de twee getalswaarden van JHWH), laatstgenoemden tellen 24 woorden (=2x12, het getal voor het volk).

De verkregen getallen overziend, gelet ook op het midden, mogen we zeggen:

Zegen (33) van JHWH (26 en 17) is de verborgen belofte voor een vruchtbaar leven van de mens (6), die Tora leert en betracht (30) .

 

In de joodse traditie dienen Psalm 1 en 2 samen als opening van het hele Psalmboek. Hiervoor pleit behalve het verband van de 2 kerntema's: Tora en Messias, wellicht ook het feit dat zij samen 39 (14 +25) regels tellen. Immers, 39 is het getal van de grondbelijdenis: de HEER is EEN.

 

We kijken nu naar Psalm 2.

De Psalm hoort zozeer bij Psalm 1 dat hetgeen enkel opschrift heeft. Het aantal verzen is 12, het getal van het volk.

Het aantal regels is 27, in schema 13+1+13. 13 is de getalswaarde van ‘echad’, van Hem die EEN is. De middelste regel is vers 7a: ‘vertellen wil ik het besluit.’ Het aantal woorden bedraagt 92, in schema 45+2+45. De 2 middelste woorden van de Psalm zijn de aanhef van vers 7b: ‘de HEER ZEI.’

Strofe 1 (vers 1-3), beschrijft het verzet tegen van de volken tegen JHWH en zijn Messias en telt 34=2x17 woorden, de getalswaarde van JHWH. De slotverzen, 10-12, geven de oproep van de dichter tot de koningen. Zij tellen 26 woorden, de volle getalswaarde van JHWH.

Het geheel overziend kan gezegd worden:

Het perspectief van de enkele mens van Psalm 1 is verschoven naar het volk (12) van de ENE (13) en zijn Messias, volgens het besluit (het midden) van JHWH (17 en 26).

Het tweede tweetal: Psalm 20 en 21

Deze horen bijeen als de bede voor de koning en de verhoring ervan.

Psalm 20 telt 22 regels (in schema 10+2+10) en 66 woorden, dat is 6x11, het getal van de vervulling. Het zesvoud geeft het op het menselijk afgestemde aan.

De 2 strofen van de Psalm, vers 2-6 en vers 7-10, tellen beide 33 woorden. 33 is de getalswaarde van barach (=zegenen).

De slotwoorden van de eerste helft zijn: JHWH vervulle al JE-WENSEN". In 8 (eveneens een getal van vervulling) werkwoorden in wensvorm, 7 aan het begin en 1 aan het eind, wordt de zegen afgesmeekt over de koning. Verborgen in het aantal woorden is er reeds tweemaal sprake van zegen! Dit ondersteunt de bede.

Psalm 21 telt 27 regels (13+1+13), 13= EEN. (2 maal 13=26!), m.r. (vers 8b): ‘en door de trouw van de Allerhoogste zal hij nimmer wankelen.’

Het aantal woorden is 101 (50+1+50). 50 is het grote getal van de vervulling. Het middelste woord is "DE KONING" (vers 8a). De Psalm loopt uit op de eindoverwinning (50) van de koning, dank zij de ENE (13).

Als laatste een blik op Psalm 103

De Psalm telt 22 verzen, “het getal van het alfabet: met zoveel letters kan het wezenlijke worden gezegd. Het aantal regels is 46 (=22+2 +22), de twee middelste regels zijn die van vers 12. Daarin klopt het hart van de Psalm.

Het aantal woorden is 166, de 6 middelste vormen vers 12b en het begin van vers 13: “Hij-doet-ver-weg van-ons ONZE MISSTAPPEN als-een-barmhartig vader...” Het numerieke schema is: 80+6=80. De vergeving, reeds als eerste van de 5 weldaden genoemd in vers 3, vormt het midden!

Een tweede numeriek beeld vertonen de eerste (1-5) en de laatste strofe (19-22), elk met 35 woorden (7x5). In beiden komt het getal 5 terug, dat van de Tora: in strofe 1 als 5 weldaden, in strofe 5 met 5x de Naam JHWH! De grote middenstanza telt 96 woorden (=8x12, het getal van de vervulling en dat van het volk). Het totaalbeeld is dan: 35+96+35.

Het ‘Hooglied van de liefde’ zoals Psalm 103 door R Kittel genoemd is, heeft als midden de vergevende, barmhartige, vaderlijke liefde van God voor zijn maaksel, de mensenkinderen (6). Daar spreekt (2 maal 22!) de Psalmist met warmte van, thuis als hij is in de tora (5) van zijn volk (12). Dat de Naam JHWH 11x genoemd wordt (en 7x gezegend!), terwijl in de stanza de 8 de vorm bepaalt (in verband met de 12), onderstreept waar het hart van de dichter vol van is en welke vervulling hij verwacht. Een wonderlijk schone harmonie is er tussen numerieke vorm en inhoud.

DE NUMERIEKE STRUCTUUR SAMEN MET DE WOORDHERHALINGEN DRAGEN HEEL HET LIED. MET ALLE MENSELIJK TEKORT EN ALLE KORTHEID VAN DUUR MOGEN ENKELING, VOLK EN WERELD ZICH DOOR DE AANWEZIGE DE BARMHARGE NAAR DE VOLEINDING TOE (8 en 11) GELEID WETEN.

 

Enkele voorlopige conclusies:

1 Deze voorbeelden geven aan dat er, als regel wellicht, een samenhang betaat tussen wat de dichter vertellen wil en het aantal woorden en regels dat hij daarvoor nodig heeft.

2 Deze numerieke structuur is een aspect van de eenheid tussen vorm en inhoud van de Psalm als gedicht. Deze getalsstructuur is als het ware het stramien waarop het kunstwerk wordt geborduurd, soms al gaande en wenende.

3 Doordat de "vorm" een getal is, verwijst dit weer naar het woord van dezelfde getalswaarde: gematrie als poëtische techniek. Ook kan het gevonden getal op zich verwijzende betekenis hebben.

4 De woorden of het woord, zo verkregen, geeft of geven een extra dimensie aan de tekst (zie Psalm 1, 20 en 23).

5 De numerieke structuur kan bijdragen aan het onderscheiden van de delen of strofen van de Psalm (zie Psalm 22 en 103).

6 Het blijkt vruchtbaar voor het bepalen van de numerieke opbouw van een Psalm, eerst het midden vast te stellen. Zo krijgen we dan het balansmodel te zien: een midden met twee gelijke armen.

7 Soms komt in de tekst van de Schrift een getal als verwijzing naar een naam expliciet naar voren: het getal 666 in Openbaring 13:18). Waarschijnlijk heeft het getal 153 in Johannes 22 ook zo`n functie namelijk als het volheidsgetal van 17.

8 De watervrees voor de gematrie dient in het belang van de exegese overwonnen te worden. Het moge ons een vreemde manier van omgaan met de tekst toelijken, het zou nog vreemder zijn als de bijbelse auteurs van de mogelijkheid die de dubbele functie van het alfabet biedt, geen gebruik zouden hebben gemaakt. Het behoort tot de toenmalige literaire techniek.

In de geest van Wijsheid van Salomo 11:20: Gij hebt alles geordend naar maat en getal en gewicht.

9.Uit boven besproken voorbeelden moge blijken dat kennisname en toepassing van getalstructuren een extra spannend avontuur maakt van de exegese, nieuw zicht kan openen, en ook kritische zin vraagt. Maar dat geldt altijd voor alle exegese.

 

Apeldoorn, januari 2001, herzien in september 2005 Ds M J v d Ende