Op deze pagina zijn wat afbeeldingen verzameld die betrekking hebben op Boekhorst. Van de familie kunnen dat er natuurlijk niet zoveel zijn, gelet op de periode waarin zij zich manifesteerden. Valt nog mee dat ik er een paar heb gevonden. De triptiek in het Rheinisch Landesmuseum is natuurlijk het mooiste, en daar heb ik schaamteloos drie stukken uit geknipt. De grafzerken, dat is een beetje apart verhaal want of die afbeeldingen nu echt zo gelijkend zijn geweest dat is maar de vraag. De etsen van het Huys te Boekhorst zijn wel erg bekend maar mogen hier ook niet ontbreken.

Links Jan (III) van de Boekhorst en zijn vrouw Lijsbeth van Alkemade, afgebeeld op hun grafzerk in de Jeroenskerk in Noordwijk. Zij overleden in resp. 1450 en 1479.
Hieronder nog een detail van de grafzerk van Jan en Lijsbeth.


Rechts hun zoon DaniŽl (die zich van Noirtich noemde) en zijn vrouw Agnes van Raephorst. DaniŽl overleed in 1466. De afbeelding is, net als twee andere op deze pagina, een uitsnede uit een schilderij van J. Mostaert (zie ook Wapens).


 

Links zie je Agnes van Noirtich, een dochter van Jan en Lijsbeth, op haar grafzerk. Zij was abdis van het klooster Leeuwenhorst en overleed in 1484.
Rechts Jacob, de zoon van Daniel en Agnes voornoemd, met zijn vrouw Aleid Jan Foeyendr.


Hieronder Jacob en Aleids dochter Anna van Noirtich, met daarachter haar dochter Adriana van Duyvenvoirde.  Onder de grafzerk van Floris van de Boekhorst en Johanna van Schagen, ook uit de Jeroenskerk. Floris overleed in 1520.
Rechtsboven (geknield) Dirk van Noirtich, een zoon van DaniŽl van Noirtich en Agnes van Raephorst. De afbeelding is van het linkerpaneel van de triptiek "Epitaphium van wingaerden ons Heren aent cruis" in het Catharijneconvent Museum, Utrecht. Datering ca 1504/05.

Links Maria van de Boekhorst, dochter van Adriaen en Engel uten Engh,
op een schilderij van Mechteld toe Boecop uit 1566.


Onder:
Buchell blijft een mooie bron. Deze vrome lieden  vond hij op ramen in de St. Pieterskerk in Leiden maar hij had er geen idee van wie het waren: "mannen in harnas, met vrouwen en kinderen". Het derde stel herkennen wij wel: de wapens Boekhorst/ Raephorst dus zullen het (weer) DaniŽl van Noirtich en zijn vrouw moeten voorstellen. De andere twee mannen zullen dan ook wel Boekhorsten zijn want ze dragen dezelfde zwarte leeuw.
Het eerste paar is dan wellicht Floris met Johanna van Schagen, het wapen van de vrouw is denkelijk dat van Van Schagen (Van Beieren) gedeeld met Van Hodenpijl (Janne stamde van een bastaardzoon van graaf Aelbrecht van Beieren). Midden blijft natuurlijk helemaal ongewis want het rechterdeel van het wapenschild is leeg. Hij heeft wel de grootste leeuw van allemaal op zijn tuniek.
Van de grafzerk van Jan en Lijsbeth, helemaal linksboven, is in 1896 ook een gedetailleerde tekening gemaakt. Links een detail daaruit, het konterfeitsel van Jan waarop merkwaardigerwijze een mond ontbreekt.

Ook van Floris dan maar een detail (rechts) waarop ook duidelijk zijn wapenschild te zien is.
Links Willem Ripperda en zijn vrouw Aleijd van de Boekhorst, dochter van Nicolaes en van Wilhelmina van der Noot, en zuster van Amelis. Het doek is door J.P. Wijck geschilderd in 1650, acht jaar na haar dood dus of het een goede gelijkenis is kan worden betwijfeld. Rechts van het paar hun drie dochters.


En dan natuurlijk het kasteel Huys te Boekhorst, gelegen onder Noordwijkerhout (of, toen het werd gebouwd, Noirtich in den Houte).

Rechts het kasteel van voorkant (dat is aan de Langevelderlaan), hieronder van achter, op etsen uit 1739 van Henricus Spilman naar Abraham den Haan.



De etsen komen uit "Het Verheerlykt Nederland of Kabinet van Hedendaagsche Gezigten van steden, dorpen, sloten, adelyke huizen, kerken, torens, poorten; en andere voornaame stad- en land-gebouwen, in en omtrent alle de byzondere Vereenigde Nederlandsche ProvinciŽn.
Geduurende de laatste Jaaren door vermaarde Kunsttekenaaren na het Leven getekend, en op een kunstige manier in 't Koper gebragt.
Dienende tot Opheldering der Beschryvinge van den Tegenwoordigen Staat der Vereenigde Nederlanden.
Te Amsterdam, by Isaak Tirion, 1745-1774. Met privilegie van de Heeren Staaten van Holland".
Dat was een hele mond vol.

Uit dezelfde bron de overblijfselen van Boekenburg in Voorhout in 1738. Soms foutief ook Boekhorst genoemd, was dit het stamslot van Jan (I), (II) en (III) van de Boekhorst en daarom hoort het hier ook thuis - alhoewel het schijnt dat het oorspronkelijke slot al veel eerder was verwoest en vervangen is door een nieuwer huis.


Een eeuw eerder zag het er nog wat completer uit, zoals te zien op de tekening van de Amsterdamse kunstenaar Roelant Roghman uit 1647, hieronder. Als 19/20e jarige jongeman trok hij door Holland en Utrecht en maakte 247 tekeningen van kastelen en landhuizen. 
Tot slot nog een detail uit een inmeting van de gronden van Boekhorst uit het jaar 1612. De landmeter heeft zijn best gedaan om een indruk te geven van het kasteel, maar daar ging het natuurlijk niet om, het is maar een schetsje om aan te geven waar het ongeveer gesitueerd was. En hij noemde het "Buckhorst", een variant die je niet al te vaak ziet.

Van het kasteel naar onder loopt een oprijlaan die uitkomt op de Langevelderlaan. Daar is nog te zien dat er wat heuveltjes zijn aangegeven, waarmee werd bedoeld dat het daar nog onontgonnen duinterrein was.

Home

Laatste update:  24-01-2011

Terug