Thuys te Lis, het huys Deveren, Huis te Lisse of gewoon Dever werd in de 14e eeuw gesticht door Reinier Dever (d'Ever), die wordt vermeld van 1345-1417 en een zoon was van Gerard Dever en Clara van Heemstede. Net als Floris en Jan van de Boekhorst en Jan van Noirtich behoorde Reinier Dever tot het kamp van de Hoeken (hij was ook betrokken bij de moord op Klaas van Zwieten in 1350) en ging hij in ballingschap toen Willem V de macht in Holland greep. Zoals de meeste ballingen kregen hij en zijn broer Wouter in 1355 amnestie van de graaf, beiden tegen betaling van 300 oude schilden.


Prachtige Ruysdaelluchten boven het huis Dever in 2009.
Daaruit kan worden afgeleid dat hij niet tot de voornaamste - dan wel rijkste - ballingen behoorde want dan moest je al gauw 1000 schilden of meer fourneren.
Na terugkeer in Holland volgden voor Reinier,
die was getrouwd met Janne van Leyenburch, diverse bestuursambten en in 1370 draagt hij zijn woning met vijf morgen land in Lisse op aan Jan van Chatillon, graaf van Blois, die toen ook ambachtsheer van Noordwijk was. Dit is de eerste vermelding van het huis te Lis. Net als Noordwijk verviel ook het huis te Lis na de dood van Guy van Blois, de broer van Jan voornoemd, in 1397 aan de grafelijkheid. 
Reinier werd opnieuw beleend door graaf Albrecht van Beieren, en het leen werd nu onversterfelijk.
Op 29-03-1398 is er een vermelding van Reinier Dever samen met Jan (II) en (III) van de Boekhorst. Zij treden dan op als getuigen en het is de laatste keer dat Jan (II) voorkomt. Voor de Arkelse oorlog (ca 1405-1407) wordt Reinier wel opgeroepen, maar gezien zijn leeftijd zal hij, in tegenstelling tot Jan (III) van de Boekhorst, daaraan niet hebben deelgenomen. Hij is in 1417 overleden, en met hem verdwijnt ook de geslachtsnaam Dever uit de lijst van bezitters van het huis.
We gaan hier niet alle eigenaars opnoemen, maar proberen een beetje de Noordwijk- en Boekhorstconnecties in het oog te houden
en springen daarom naar 1507, wanneer Jan van Mathenesse bezitter wordt van het huis, de eerste van dit geslacht die kasteelheer van Dever was.


Tekening van Roelant Roghman van het huis Dever, 1647/48.
Rechts de oude burcht, het nieuwe huis van 1631 dat Jan van Schagen liet oprichten werd ervˇˇr
geplaatst, tegen de ronding aan.
Jan had drie zonen: Adriaen, Claes en Wouter, van wie we Adriaen als echtgenoot van Adriana van Duvenvoorde zojuist al zijn tegengekomen bij het huis Berkhout. Broer Claes wordt na het overlijden van Jan de kasteelheer van Dever, en hij trouwt in 1544 met Geertruyt Pieck. Daarmee wordt hij een zwager van Maria van de Boekhorst, want deze was getrouwd met Johan Pieck, een broer van Geertruyt. Een portret van Maria is hier te zien.
Een volgende eigenaar die van belang is is Jan van Schagen, die via zijn moeder Maria van Mathenesse in 1628 in het bezit kwam van Dever. Maria, toen weduwe van Jan van Schagen (sr.), kocht in 1611 een huis in de Voorstraat in Noordwijk.
Haar man was een nakomeling van Willem van Beieren van Schagen, bastaard van graaf Aelbrecht, van wie kleindochter Janne was getrouwd met Floris van de Boekhorst (zie straks ook de de Voorstraat-pagina). 
Een achterkleindochter, Wilhelmina, was getrouwd met Jan van der Does, ambachtsheer van Noordwijk van 1502-1550. Jan van Schagen en zijn vrouw Wilhelmina van Camons woonden aanvankelijk ook in Noordwijk, want samen met zijn moeder Maria van Mathenesse worden ze in 1623 in het Hoofdgeld vermeld.
Ook zijn oom Christoffel,
getrouwd met Anna van Borselen en overleden in mei 1619, was Noordwijker en werd er 'droncke Schage' genoemd.De achtergrond van die bijnaam laat zich raden. 
Tussen 1631 en 1634 laat Jan van Schagen een nieuw huis bij Dever oprichten (linksboven te zien). Ook verscheen er nog een portierswoning. Na een slepende erfeniskwestie werd Jan in 1638 ook ambachtsheer van Lisse en als laatste eigenaar van het geslacht Van Schagen overleed hij kinderloos in 1639.
Voor wat betreft de eigenaars laat ik het daarbij. Er hebben nog veel meer wisselingen plaatsgevonden maar die bezitters zijn vanuit mijn optiek minder interessant.

Wel nog even een vermelding van enkele pachters van de bij Dever horende zogeheten 'gaardenierswoning', die ik tot mijn voorouders mag rekenen. In 1688 is dat Cornelis Willemsz Ruijchrock van de Werve (kw. 600), in 1696 zijn weduwe Grietje Cornelisdr van Velsen, en in 1704 Jacob Dircksz van Haestrecht, Grietjes tweede echtgenoot en een zoon van een ander voorouderpaar, Dirck Jacobsz van Haestrecht en Geertie Hendricksdr (kw. 1.628/1.629).

Dignum Jansz de Roo (kw.14.782), ook een bekende naam in Lisse, pachtte land van Dever en zijn boerderij grensde aan de zuidzijde aan de landerijen van Dever, zoals te zien op het kaartje hiernaast.



Fragment van een kaart uit 1623 waarop "De wooninghe van Dingnum Ians soon" linksboven staat aangegeven. Rechts daarvan (en erboven) het land van "Ioncker Ian van Mathenes heer tot Lis". 
Mijn afstamming van Dignum loopt via zijn dochters Trijntge Ún Grietgen, die na hun huwelijk met resp. Floris Pietersz Wassenaer (kw. 7.852) en Sijmon Jeroensz (kw. 7.390) beiden in Noordwijk kwamen te wonen.

Vanaf 1780 stond het huis leeg en raakte steeds meer in verval, totdat in 1848 een deel van het nieuwe huis (van 1631) instortte. In november 1862 volgden de gewelven en het dak van het oude kasteel - Dever was daarna niet meer dan een ru´ne waaruit alles wat bruikbaar werd weggeroofd.
De foto hiernaast toont de toestand van 1936.

                  

In 1963 werd de Stichting Dever opgericht met als doel het behoud, herstel en onderhoud van het kasteel en in 1973 werd begonnen met een restauratie van de woontoren die vijf jaren heeft geduurd. Tegenwoordig is het huis open voor bezichtiging, feesten en partijen en zakelijke bijeenkomsten. Zie daarvoor de homepage van het kasteel.
De serie foto's hierboven geeft een indruk hoe het kasteel er in 2009 bij staat.

Ofschoon dichtgemetseld, verlaten we door de deur rechts weer de Deverpagina en keren terug naar de fietstocht zelf.


Terug

Laatste update:  01-07-2009

Sluiten