Op deze pagina wordt een fietstochtje gemaakt door de Bollenstreek én het verleden. Er is natuurlijk heel erg veel verdwenen (met name gebouwen) maar er is, zonder dat we er bij stilstaan, ook erg veel met een lange historie. En dan doel ik met name op de infrastructuur van de streek - elke dag lopen of fietsen we over wegen of langs wateren die er 4, 5 of 600 jaar geleden ook al waren. Vandaar de uitgangspunten voor deze tocht: zoveel mogelijk worden wegen of paden gebruikt die eeuwenoud zijn (om een beetje houvast te hebben gaan we uit van een kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615) en de route voert langs locaties die historisch interessant zijn - geredeneerd vanuit mijn persoonlijke belangstelling en wortels dus verwacht geen historisch-wetenschappelijk- compleet geheel ;-)  
Het komt er een beetje op neer dat vooral aandacht wordt besteed aan locaties die 400 jaar en liefst ouder zijn. Maar we kijken niet op een halve eeuw meer of minder....

Start
Leeuwenhorst
Duyndam
Langeveld
Boekhorst
Sprockenburgh
Witte Kerk
Hespele
Ter Lucht
Halfweg
Lammetje Groen
Keukenhof
Santvliet
Berkhout
Ter Specke
Dever
De Engel
Ter Leede
Teylingen
Schravendam
Kleine Kerk
Verlaen
Boekenburg
Offem
Hofstad Noordwijk
Voorstraat

Hierboven een foto (met dank aan GoogleEarth) waarop de route is aangegeven. Er is er ook nog een op een grotere schaal, daarop kun je naar hartelust door de omgeving scrollen. Ook van veel andere foto's op deze pagina zijn grotere versies te zien, maar dan moet je wel een onschuldig scriptje toelaten als je browser daarom vraagt. Let daarvoor op het cursor-handje. 
Voor de belangrijkste locaties zijn uitsnedes uit de genoemde kaart van Rijnland gebruikt, die in de foto zijn geplakt. Andere aandachtspunten zijn met een stip aangegeven en natuurlijk wordt de route ook beschreven en van commentaar voorzien. Drie hoogtepunten hebben een aparte pagina gekregen.
De infrastructuur van de streek wordt sterk bepaald door de kust en de oude strandvlaktes en -wallen. Wegen en wateren liggen daar evenwijdig aan, of zijn juist dwarsverbindingen of afwateringssloten die er haaks op liggen. In de tekst worden daar steeds termen als noord/zuid en oost/west voor gebruikt, al is dat strikt genomen niet helemaal correct want de kust loopt nu eenmaal niet precies noord/zuid. Maar de tekstueel is het wat gemakkelijker zo, en de bedoeling is wel duidelijk lijkt me. Dat ze vroeger vonden dat de zee in het noorden lag laten we maar helemaal buiten beschouwing.

We beginnen bij de Buurweg in Boerenburg, een kort woonstraatje dat er niet bepaald historisch uitziet. Wel zijn vlak om de hoek Jacoba van Beieren en haar grootvader Albrecht met straatnamen vereeuwigd, maar Jacoba zal straks nog wel genoeg aandacht vragen en krijgen.
Op dit punt echter is het belangrijk te constateren dat de Buurweg ligt op het laatste Noordwijkse deel van het tracé van de vroegere Buerwech die van het centrum van Noordwijk naar Noordwijkerhout liep, en uiteindelijk bij Boekhorst uitkwam.
Liever gezegd één van de Buerwegen, want er was er in elk dorp wel een, en soms wel meer.
Als we de Northgodreef hebben overgestoken - het eerste deel van de naam verwijst naar het oude ambacht waaruit Noordwijk en Noordwijkerhout in 1231 zijn ontstaan, het tweede deel wordt geacht een brede landweg te zijn - zijn we meteen al in Noordwijkerhout, waar ze de Buerwech om onduidelijke redenen Westeinde hebben genoemd.


De Buerwech  en de Goowech in 1615
Ook al is-ie nu geasfalteerd, door zijn beperkte afmetingen, het verloop en de begroeiing aan beide zijden heeft het weggetje nog een echt landelijke uitstraling. Een stukje oostelijker en evenwijdig eraan loopt de Goowech, die zuidelijk in de Heerwech naar Katwijk overging en noordelijk ook verder gaat naar Noordwijkerhout. Aan het Noordwijkerhoutse begin laten we Dyckenburgh letterlijk en figuurlijk links liggen want men heeft de restauratie verknoeid door er 'heerlijkheid' op te zetten.
Vóór dat de Buerwech twee haakse bochten maakt, ligt rechts het Congrescentrum Leeuwenhorst.
Dat hoort op deze pagina natuurlijk helemaal niet thuis maar we noemen het omdat zijn naam te danken heeft aan het klooster of abdij Leeuwenhorst. Het klooster had niets met leeuwen uitstaande, maar heette ook wel Ter Lee en de andere naam is een samenstel van de woorden Lee en horst. De locatie ervan was oostelijker, tussen nog weer een andere Buerwech en de Zwet (nu de Haarlemmertrekvaart) binnen de grenzen van Noordwijkerhout.
Het cisterziënzerinnenklooster, dat gesticht werd in 1261 en dat in 1574 door de Leidenaren werd verwoest teneinde te voorkomen dat het onderdak zou bieden aan Spanjaarden, staat op de overzichtsfoto aangegeven. Waar het klooster wel eeuwenlang onderdak aan heeft geboden zijn meisjes en vrouwen uit vooraanstaande families zoals Van de Boekhorst, Van der Does, Van Alkemade, Van Teijlingen, Van den Woude, Van Egmond en nog veel meer.
De Buerwech (Westeinde dus) volgend komen we op de Schilpwech uit (nu Schulpweg genoemd). Omdat we de oude Buerwech niet tot het oude eind kunnen afrijden gaan we linksaf en maken zo een omwegje om straks in ieder geval langs Boekhorst te komen. De Schilpwech was er in 1615 ook al en was toen na de Brelofterwech in Noordwijk (nu Nieuwe Zeeweg geheten), noordwaarts de eerstvolgende verbinding met het duingebied.
Het laatste stukje, en dan zijn we weer in Noordwijk, heette daar Duyndam (en tegenwoordig Duindamseweg) en daarmee hebben we natuurlijk een naam te pakken waar nog talloze Noordwijkers hun familienaam aan te danken hebben, vanwege Engel Cornelisz die in de 16e eeuw nabij de Duijndam een boerderij bezat.


De Buerwech tussen Noordwijk en Noordwijkerhout


Rechts onderaan begint de Schilpwech en loopt schuin naar boven waar
hij in Noordwijk Duyndam wordt. Daar ook rechts de Craijelaen.
De Duyndam was ook de grens tussen (ten zuiden ervan) het gebied de Nes en het gebied van de heerlijkheid Langeveld (al werd dat gebied ook eens beschreven als liggende tussen Duyndam en Schulpweg).

Rechtsaf nu weer en in noordelijke richting gaan we langs de Randweg, die wel aangegeven is op de kaart uit 1615 maar daar geen naam mag hebben. De overgang tussen het hoger gelegen duingebied en het in cultuur gebrachte wei- en teelland is nog duidelijk zichtbaar - zowel in de Nes als noordelijker werden na ontginning hier boerderijen gesticht. Tussen Duyndam en de volgende dwarsverbinding stonden er in 1615 nog maar drie aangegeven, nu staan er honderden zomerboerderijtjes.
Een groot deel van dit land was overigens in 1447 van Vranck van de Boekhorst.
Het is een beetje zoeken, maar eigenlijk moet je niet het duinpad (is te nieuw) nemen maar de oude Randweg die aan de landzijde van de nieuwe weg ligt, op het niveau van het oude teel- of weiland en dus soms enkele meters lager dan de nieuwe weg. Dan krijg je ook een beetje het idee hoe het vroeger moet hebben uitgezien: maar een paar meter breed, aan een kant de duinen en aan de andere kant ontgonnen land.
Het smalle weggetje geeft nu nog toegang tot de vele recreatieparken met de hiervoor genoemde zomerhuisjes.
Apropos dwarsverbinding: heden ten dage komt ook de Kraaierslaan op die manier op de Randweg uit maar dat was in 1615 nog niet zo. De Craijelaen van toen liep alleen zuid-noord en dood.

Die volgende dwarsverbinding is de Langevelderlaen die in Noordwijk nu ook nog zo heet, maar dan met "laan"gespeld.
We gaan daar ook weer rechtsaf en oostwaarts, maar niet na eerst gewezen te hebben op de locatie waar vroeger de kapel van het Langeveld heeft gestaan: aan de duinzijde van de Randweg, waar Camping Jan de Wit ook al niet meer zo heet. Links een ets uit 1729 waarop een afbeelding van de kapel, die vanaf begin 14e eeuw tot het midden van de 19e eeuw heeft bestaan.
De Langevelderlaen voerde (net als nu) weer terug naar het dorp Noordwijkerhout (dus ongeveer west-oost) en maakte een flinke bocht zodat hij op een gegeven moment meer noord-zuid ging lopen. Een flink deel ervan geeft een prachtig weids uitzicht over het gebied tussen duinen en dorpen. Voorbij de bocht, aan de zeezijde vinden we de locatie van het aloude Huis te Boekhorst.
Rechts een fotootje van hoe de omgeving er nu uitziet. Voor afbeeldingen van Boekhorst zelf z
ie elders op deze site. 
Hiernaast een uitsnede uit de kaart van 1615 met de Langevelderlaen en de naamgeving van het kasteel.

Van het kasteeltje is niets meer over dus rest ons hier niets veel meer dan het besef dat op deze plek in 1273 de historie van Boekhorst is begonnen.
Bij het kasteel hoorde ook een bouwhuis (boerderij), en daarover is te melden dat die van 1683 tot 1715 gepacht werd door Huijbert Hendricksz Heemskerk de jonge, samen met zijn vrouw Magdaleentje Engelsdr Akersloot zijn het mijn voorouders nrs 918 en 919. De naam Heemskerk wordt nog door vele Rijnlanders gedragen en de meesten zullen wel tot het zeer grote nageslacht van Huijberts uit Heemstede afkomstige grootvader Mattheus Corsz afstammen. Zelf heb ik er vier "lijntjes" naar hem lopen. 
We zijn inmiddels weer terug in Noordwijkerhout en daar heet de weg nu Langevelderweg. Zo'n 500m verder langs dezelfde weg lag de hofstede Sprock(el)enburg, waarmee in 1469 de kasteelheer van Boekhorst, Jan van de Boekhorst Florisz, zijn bastaardzoon Rudolf beleende.

Verder gaan we en rijden de Langevelderweg helemaal uit. Aan de overkant van het kruispunt waar we dan komen begint de Dorpsstraat, en een klein stukje verderop in het centrum van het dorp staat de Witte Kerk, waarvan het oudste gedeelte (het schip) rond het jaar 1000 is gebouwd en die begin 16e eeuw flink is vergroot. In 1550 is toen ook de toren met een verdieping verhoogd. Rechts de ingang - we houden de deuren naar het verleden maar even als thema.
Meer foto's zijn te zien via de links op de tussenbalk.
Foto's Witte Kerk, Noordwijkerhout:            

We moeten nu besluiten hoe verder te gaan - een noordelijke koers is de bedoeling en daarom zoeken we weer een Buerwech op. Die is slecht herkenbaar want de route wordt nu voor het grootste deel gedomineerd door een autosnelweg met aan beide zijden een parallelweg. Dat levert een verkeersbreedte op van minimaal 70m, en dat voor een weg die abrupt bij de grens met de provincie Noord-Holland stopt.
De parallelweg aan de landzijde is de (Noordwijkerhoutse) Herenweg, die kan worden beschouwd als de vervanger van de oude Buerwech. Maar al bij de kruising waar de Langevelderweg ophield, begint links de Herenweg en die volgen we, ook onder de snelweg door om aan de westzijde te komen. 
Totdat we rechtsaf kunnen, en dat is bij de Corneliabrug, de Tespellaan op. Die was er vroeger ook al maar heette dan Espellaen. Bij dat onbetekenend lijkende weggetje staan we nog even stil. De naam is afgeleid van de Espelbosschen die in de Hoogeveensche Polder onder Noordwijkerhout lagen en waarvan de naam sloeg op de espenbomen daarin. Het laantje liep er dwars doorheen. Tempelbos en Tempellaan zouden alternatieve namen zijn, maar al in 1614 vinden we in het RA Noordwijkerhout de namen d'Espelduinen en d'Espellaen.


Rechtdoor  naar Ter Lucht kan niet meer....
Een andere opvatting is dat het komt van het woord hespel, en de h weggevallen is. Daarna zou via de Espel of te Espel de T ervoor gekomen zijn. 
De significantie van de naam ligt 'm daarin, dat in 1278 Boudewijn van Noordwijk (dan wel zijn weduwe) twee stukken land had, waarvan er een bij Hespele lag: "unum campum jacentem apud Hespele" heette het toen. Interessant.
Na zo'n 400m moeten we wel linksaf maar in 1615 liep het laantje nog een stuk rechtdoor. De route linksaf heette ook weer Buerwech en voerde in die tijd rechtdoor naar den Delff (nu in Noordwijkerhout de Delfweg geheten). 
Aan het einde ervan lag het huis Ter Lucht - niet het oorspronkelijke, waarnaar de heerlijkheid Ter Lucht was genoemd (die lag in de Luchterduinen, tegenwoordig Noordwijks grondgebied) maar een latere versie.
Het nieuwere Ter Lucht behoeft nochtans ook eventjes aandacht, want van 1615-1633 woonde daar mijn voorouders Cornelis Sijmonsz en Gerreburch Sijmonsdr (kw. 4.838/4.839).
Maar de route naar Ter Lucht is er ook niet meer dus moeten we na 200m weer rechtsaf en komen dan, eigenlijk voor het eerst op de tocht, op een parcours dat er 400 jaar geleden nog niet was. Maar als bonus heeft het wel dat het alléén een fietspad is, en uitkomt bij Halfweg.


Halfweg, dat is halverwege de steden Haarlem en Leiden, dankt zijn naam en betekenis aan de trekvaart tussen deze beide steden.Misschien wat minder voor de hand liggend om aandacht aan te besteden want de vaart dateert uit 1657, maar het is mijn persoonlijke tocht dus het mag..... Voor mij is het een (technologisch of ambachtelijk) monument, want stel je voor, hij werd in een half jaar - met handkracht - gegraven. In april 1657 begonnen, en op 1 november vertrok de eerst trekschuit al, en 20 jaar later, in 1677, werden er maar liefst 148.397 personen vervoerd. Natuurlijk werden er bij de aanleg wel bestaande sloten gevolgd, maar toch een gedenkwaardige prestatie in die tijd. Voorwaar, zoals men toen al zei, een onmooglyk wonder.
Als trekvaart heeft niemand van ons hem meer meegemaakt, maar ik weet nog wel dat hij voor de beroepsvaart werd gebruikt (met name vervoer van zand voor de steenfabriek van Herwaarden).

Hier was ook het huis Halfwegen, waar de commissaris woonde die toezicht moest houden op de trekvaartdiensten, waar de paarden konden worden gewisseld en waar vertegenwoordigers van Leiden en Haarlem twee maal per jaar bijeenkwamen om te vergaderen. Tot voor enkele jaren waren zowel het water als de trekweg nog in handen van deze beide steden.

Al na 40 jaar brandde het huis af, waarna er een nieuwer en groter werd gebouwd.
In het huis waren wapenstenen van de steden gemetseld, die na de afbraak in 1867 bewaard zijn gebleven. Na de aanleg van de spoorlijn ging het vervoer met de schuit drastisch omlaag, en in 1844 waren er nog maar 5.128 personen die meevoeren.
Het zou al te mooi zijn als het "halfscheid"-punt tussen de beide steden daadwerkelijk bij de kruising met de Delffweg had gelegen maar toch scheelt het niet veel.

De Haarlemmertrekvaart anno 2009

Mocht je de fietstocht in tweeën willen doen, dan zou je hier rechtsaf langs de vaart terug naar de Noordwijkerhoek kunnen en dan zou je de grenspaal na goed 500m passeren.
Op dat punt zijn bij de aanleg van de vaart bomen geplant, die in 1820 verdwenen bleken te zijn, waarop men een granieten grenspaal heeft geplaatst met de wapens van Leiden en Haarlem.
En die grenspaal, die is er nog steeds, zoals op de foto hierboven (uit 2009) te zien is.
De foto links toont de vaart, maar wel een stukje verderop, tussen de Piet Gijzenbrug en de Noordwijkerhoek.
Heel veel achtegrondinfo vind je hier.
Goed, we hebben de vaart en ook de parallel daaraan lopende Oude Lijn, de uit 1839 daterende eerste spoorweg van Nederland (nou ja, om precies te zijn, het gedeelte Haarlem-Leiden is van 1842) gekruist en gaan verder langs de met de weinig prozaïsche naam getooide Stationsweg. Het station is er nog wel, maar er staat alleen nog een verloren koffer. We zijn nu in Lisse, en de weg heette vroeger net als aan de Noordwijkerhoutse kant, den Delff.
Lisse heeft een rijke historie, en naast een heleboel gemeentelijke monumenten zijn er nog verschillende rijksmonumenten die dateren uit of van voor de periode die onze leidraad is.
Zo staat bijvoorbeeld na enkele honderden meters aan de rechterkant een oude boerderij verscholen tussen de bomen. Deze boerderij is in 1808 aan het landgoed Keukenhof toegevoegd en wordt "Lammetje Groen" genoemd. Het gebouw stamt uit 1650 en is in 1784 uitgebreid. 


Den Dellf in Noordwijkerhout en Lisse


Echt verscholen tussen het groen....
Het is sowieso een curieuze naam, maar opvallend is ook dat er in Mathenesse een blekerij was met diezelfde naam. En de familie Van Mathenesse, die naar die plaats is genoemd, komen we zo meteen ook nog weer tegen want is een bekende naam in Lisse.
Weer een stukje verder, aan de linkerzijde, is de vroegere Lijtwech naar Hillegom (nu de Loosterweg Noord) en aan de andere kant kasteel Keukenhof.

Waren we met de vaart in 1657 en met Lammetje Groen in 1650, nu gaan we weer een stukje terug in de tijd want het gebouw - althans het oorspronkelijke deel - is van 1641.
Dat maakt het lastig voor Jacoba van Beieren om er verbleven te hebben (wat je vroeger nog wel eens hoorde) want de gravin overleed immers in 1436. De eerder genoemde wapensteen van Leiden uit het huis Halfweg is ingemetseld in een tuinmuur bij het kasteel.
Het huis is in 1809 in handen gekomen van jonker Johan Steengracht van Oostcapelle - hij was ook eigenaar van de hiervoor aan de orde gekomen Espelbosschen, en het kanaal dat langs de Tespellaan loopt is naar hem genoemd - die het toen voor de ondergang heeft behoed. Zijn dochter Cecilia Maria trouwde met Carel Anne Adriaan baron van Pallandt, die het in 1861-62 een complete metamorfose heeft doen ondergaan door o.a. de toevoeging van de zes hoektorens. Hun dochter Cornélie trouwde met Jan Carel Elias graaf van Lynden - in Lisse "goeie Carel" genoemd - waarna het drie generaties in handen van deze familie bleef.
Via hen is er ook een Noordwijkse connectie: de oudste zoon van graaf Jan (Jan Maurits Dideric) trouwde met Aurelia Elisabeth gravin van Limburg Stirum, een zuster van Leopold graaf van Limburg Stirum, vanaf 1900 heer van Noordwijk, Langeveld en Offem. Na het overlijden van hun zoon Jan Carel Elias in 2003 ging het eigendom van het kasteel over in een stichting.
Rechts de hoofdingang van het kasteel, meer foto's zijn via de links op de tussenbalk te zien. Daarbij ook een van de dienstwoning 't Hoogje aan de overkant van de oprijlaan, dat ook een rijksmonument is.


Meer foto's Keukenhof, Lisse:                   

We gaan nu bij de eerstvolgende gelegenheid weer rechtsaf - de Van Lyndenweg op, genoemd naar de zojuist genoemde familie - anders moeten we dat zo dadelijk bij de Westelijke Randweg doen en dat is nu niet bepaald een weg met historische achtergronden, dus ook niet interessant.
Aan de linkerkant van den Delff was Santvliet gelegen, en aan de rechterkant Berkhout. Santvliet was de boerderij waarop in de tweede helft van de 16e eeuw mijn voorvader Claes Willemsz (Keyzer) boerde (kw. 9.652) en waaraan zijn kinderen en nog veel tegenwoordige bewoners van de Bollenstreek hun naam danken. De gronden maken nu deel uit van het tentoonstellingsterrein Keukenhof.
Berkhout is bemerkenswaardig omdat de historie daarvan teruggaat tot 1403 (een duijnken geheten Berchout) en het in 1561 in handen kwam van Gijsbrecht van Duvenvoorde, de echtgenoot van Anna van Noirtich die we hier kunnen bewonderen, samen met haar dochter Adriana, die in 1531 trouwde met Adriaen van Mathenesse.
Adriaen was een zoon van Jan (ook Johan) van Mathenesse, we zullen hem zo nog een keer tegenkomen. Later volgde het bezit van Berkhout dat van Dever.
De boerderij die er nu nog staat (de Wolff) is een gemeentelijk monument en was in 1604 eigendom van Claes Cornelisz Corsteman, ook een bekende naam in Lisse en vóórkomend in vele Rijnlandse kwartierstaten.

Voor degenen met een scherp oog voor oude structuren is vanaf de Van Lyndenweg ook nog wel wat te bespeuren: heel mooi is de overgang te zien van het in cultuur gebrachte teelland, en de hoger gelegen weg die daarmee meer op het niveau ligt van het oude bos/duingebied. En in het voorjaar is dat teelland prachtig gekleurd door bloembollen.
Na wat bochtenwerk komen we vanzelf bij de Spekkelaan, en dat is wel weer zo aardig want dat was de vroegere Specklaen.


De Buerwech in Lisse, nu Achterweg-Zuid geheten.
Deze is genoemd naar de oude hofstede Ter Specke (afb. boven, een ets van de Lissenaar Abraham Rademaker), die aan het einde van de weg lag en waar nu nog een boerderij staat.
Het huis was in handen van de familie Van der Speck(e) die reeds in 1375 voorkomt en waarvan er een, Jacob van der Speck(e), in de 15e eeuw nog baljuw van Noordwijk en rentmeester van Teylingen is geweest
. Zijn vader, jonge Dirck van der Specke, wordt vermeld in Lisse in 1424 en staat ook in de kwartierstaat (als kw.105.472). Later is Ter Specke in handen van de familie Van der Laen, en in 1646 wordt het gekocht door de de stichter van het kasteel Keukenhof, Adriaen Block.
De Specklaen afgereden, komen we aan het eind rechtsaf weer een vertrouwde naam tegen: de BuerwechOok in Lisse hadden ze er dus een en hij heet nu Achterweg-Zuid. Normaal kom je er niet zo gauw, maar het is een verrassend landelijk aandoend weggetje dus verdient het om meer befietst te worden. We blijven er nu niet zo lang op, want we gaan weer linksaf omdat we nu vlakbij een van de echte overblijfselen uit vroeger tijden zijn, die we als we van de Buerwech af zijn al meteen in al zijn gerestaureerde glorie zien liggen: Thuys te Lis, ofwel Dever.

Het huis ligt aan de overkant van de 
Heerwech (nu Heereweg genaamd), ook zo'n naam die in bijna alle plaatsen voorkwam en is te bereiken over een oprijlaan. Maar ook vanaf de Vennestraat, bij de rotonde waar we net waren rechtdoor, is het van een kleine afstand mooi van een zijkant te bewonderen.
Dever belichten verder we op een afzonderlijke pagina, de we bereiken via het deurtje hiernaast. 
Tussendoor even wat over die Heerwegen en Buerwegen die we aldoor tegenkomen. Een Heerwech was oorspronkelijk in eigendom bij de keizer en later landsheer, en de naam heeft eigenlijk een tweevoudige oorsprong: enerzijds 's-heeren weg (de weg van de heer) en anderzijds heirweg, dat wil zeggen legerweg. Dat onderscheid is later vervaagd. Tolheffing op de heerwegen was trouwens op den duur een belangrijke bijkomstigheid voor de landsheer. Buerwegen maakten deel uit van de gemene gronden van een buurschap of ambacht, ze behoorden dus tot de bueren, de ingezetenen. Dat verklaart ook dat zulke wegen ook wel twee of drie keer in een ambacht voorkomen, het waren meer soortnamen dan eigennamen.

Hiernaast de Buerwech en Heerwech in Lisse, met Thuijs te Lis.
Zo, uitgekeken bij Dever, gaan we verder langs de Heerwech en passeren een watertje dat Het Mallegat heet en waarover in 1589 de Engelbrugge is gebouwd. In 1615 werd het water ook nog de Nieuwen Waterloosing genoemd. De afwateringssloot zal dus wel in dezelfde tijd als de brug gebouwd is, gegraven zijn.
Van een brug merk je nu niet veel maar wel te zien is het buurtschap 
De Engel, dat genoemd zou zijn naar een een herberg "In den Witte Engel" die er rond 1600 gestaan zou hebben. Misschien is de naamgeving een kwestie van kip en ei, maar aardig is nog wel te vermelden dat in De Engel de familie Cluft zijn woonstee had. Dammas Gerritsz Cluft en Agnies Jansdr woonden er (kw. 8.320/21), halverwege de 16e eeuw. Degenen met namen als Van der Kluft, Van der Klugt etc die in de Bollenstreek wonen zullen waarschijnlijk van hen afstammen. Verder is het buurtschap niet zo bijzonder, behalve dat het voor een kleine gemeenschap van goed 400 inwoners een enorme kerk in neo-Byzantijnse stijl heeft, die overigens wel voor een landmark in de Bollenstreek (en vanuit de Haarlemmermeer ook) zorgt.
Daarna rechts, nog voor de kerk (links) de Akervoorderlaan die in 1615 ook al op de kaart staat, maar dan als Akervoort, waar we uitgekomen waren hadden we eerder de Buerwech gevolgd. Zie kaartuitsnede hierboven, waar links ook nog het Keukenduin te zien is. Er moet ook een buitenplaats geweest zijn, met de naam Akervoorde. Lissenaren die Van der Voort heten zouden er hun naam uit moeten afleiden.
Dan zijn we al gauw in Sassem en gaat de Heerwech Hoofdstraat heetten. Links zien we dan de Ter Leedelaan, aan het eind waarvan de buitenplaats Ter Leede ligt. Rechts een kaart uit 1647-1687, waar tHuys te Lede staat aangegeven.
De locatie is echter interessanter als die van de Oude Hofstede van Sassenheim, of Huis te Zassenem, die daar al in 1322 moet hebben gestaan als bezit van Dirc van Sassenheim.

Terzijde: op een kaartje van de duinstreek zoals die er in 1300 zou hebben uitgezien, heet Sassenheim Cleijne Sassnem  en staat er achter Lisse (Grote Sassnem). Heel apart. De achternaam Van Sassenheim komt voor het eerst in 1272 voor, en de familie kan als een zijtak van het geslacht Van Alkemade worden beschouwd. De zonen van Walewijn van Alkemade (waarvan wordt beweerd dat hij met Clara van Noordwijk was getrouwd) gaan zich namelijk Van Sassenheim noemen en Arent en Walewijn jr. bestemmen in 1261 vrijwel al hun bezit in Noordwijk en Langeveld voor de stichting van het klooster Leeuwenhorst in Noordwijkerhout - dat ook wel Ter Lee werd genoemd. Ter Lee, Ter Leede, dat kan geen toeval zijn.
De Oude Hofstede bleef nog 100 jaar in handen van de familie Van Sassenheim, tot het huis in 1422 werd verwoest en het goed in handen kwam van het klooster Engelendaal in Leiderdorp.
Later, in 1553, bleek er een boerderij te staan. Nabij die boerderij werd in 1660 Ter Leede gebouwd, dat in 1861 is verbrand. Daarna is het herbouwd in de tegenwoordige vorm.
Vrijwel meteen kunnen we dan rechtsaf de Carolus Clusiuslaan op, en hoewel de naamgever ervan in 1526 werd geboren en van grote betekenis voor de plantkunde is geweest, was hij een Vlaming en is zijn weg te nieuw om als route te dienen. 
We rijden daarom nog een stukje door totdat we aan de rechterzijde bij de Teijlingerlaan komen. Die heette in 1615 de Westlaen en komt - natuurlijk - uit bij het slot Teylingen, zo'n beetje het historische hoogtepunt van deze tocht.


Veel mensen dachten (en denken waarschijnlijk nog) dat het slot in Sassenheim lag maar het lag toch echt binnen de gemeentegrenzen van Voorhout - het had zelfs zijn eigen buurtschap Teijlingen. Beide gemeenten bestaan niet meer en zijn samen met Warmond op 1 januari 2006 opgegaan in, jawel, de gemeente Teylingen.
De wraak van Teylingen dus.....

Bekijk de Teylingen-pagina via de deur hiernaast, tussen de schietgaten.
In mijn herinnering ligt geworteld dat we in Voorhout de ruïne vroeger de Teijlinger Stomp noemden. Een niet zo onlogische benaming, maar het gekke is dat ik die bijnaam niet eens meer terug kan googlen. Dus om hem niet in de vergetelheid te laten raken, wordt-ie hier nog maar een een keer extra vermeld (opdat Google het moge oppikken): we waren zojuist bij de ruïne die in de volksmond de Teylinger Stomp heette.

Verder weer, en vanaf de ruïne weer richting kust kruisen we eerst nog een weggetje, dat op de oude kaarten staat aangegeven als t' Hoy Laentge, en als we het naar links zouden volgen zou het nog een mooi vergezicht geven op de ruïne van Teylingen (en de andere kant op weer naar Akervoort zou voeren).
Ook sympathiek is dat Voorhout dit weggetje vernoemd heeft naar de vierde echtgenoot van Vrouwe Jacob, Vranck van Borselen, de enige waar ze echt op gesteld was.

Nog een laatste blik op Teylingen vanaf de Frank van Borselenlaan.
En dat terwijl de Sassemers Jacoba zelf hebben afgescheept met een klein straatje in een woonwijk en die trouweloze Jan van Brabant, Jacoba's tweede die nota bene Holland verpandde, een hele weg hebben gegeven.
Vrancks laantje gaan we echter niet af - al is het voor een andere gelegenheid best aardig - want we gaan verder over de Westlaen, hoewel dat wel weer zo zijn beperkingen heeft want die stopt waar hij vroeger uitkwam op weer
een Buerwech (die zuidwaarts naar het dorp Voorhout voerde) terwijl tegenwoordig de Teylingerlaan daar gewoon doorloopt en bij het Soldaatje, na de rotonde, overgaat in de 's-Gravendamseweg.
Nu zou je wel de Prinsenweg op kunnen (zoals die Buerwech nu heet) om naar Voorhout te gaan maar dan beland je al gauw weer bij randwegen dus liever niet.
Maar bovenal, 
's-Gravendamseweg is  weer een naam met een historische betekenis, want die staat op de kaart uit 1615 als Schrave dam, beginnende op hetzelfde punt als nu, maar eindigend bij een Buerwech die nu als Leeweg door het leven gaat, en waarmee je bij de Voorlaen van het klooster Ter Lee zou uitkomen, en verder gaand in de Brontsgeesterwech. Die Leeweg, die is tenminste nog eens logisch vernoemd....


In het midden de uitloper van het Keucke Duyn, waar de Westlaen stopte.
Dus hoe het zit het nu met het verhaal dat de weg werd aangelegd om Jacoba van Beieren en consorten van hun slot Teylingen naar het jachtgebied van de duinen te voeren? Of zelfs naar het strand? Wel, des Graaven dam was een dam die in de Sweth (waar nu de Piet Gijzenbrug ligt) en de aanliggende strandvlakte, toen drassig veenland, aangelegd is. Niet tot Teylingen dus, want dan kwam je eerst een strandwal (met het Keukenduin) tegen, en daar was geen dam nodig. Maar het zal best zo zijn, gelet op de naam, dat de graven er gebruik van maakten.
Voor het onderhoud waren overigens Noordwijk, Noordwijkerhout, Voorhout en Lisse verantwoordelijk.
Even terug naar Hespele. Het andere stuk land dat daar werd genoemd, lag namelijk bij een nieuwe weg: "alium campum jacemtem juxta novam viam". Gesuggereerd werd (De Navorscher 1936, p.228)  dat daarmee de Schravendam(seweg) werd bedoeld, maar ook deze bron gaat ervan uit dat-ie begon bij Teylingen, dat toen (1278) trouwens ook nog geen jachtslot van de graaf was. De naam zal dan wel wat later zijn ontstaan.
We nemen dan een stukje niet-historisch parcours, de rest van de Teylingerlaan dus. Nochtans is daar genoeg over te vertellen want daarmee gaan we dwars door een gebied dat in 1615 nog als onontgonnen wildernis op de kaart staat, de meest zuidelijke uitloper van De Keucken Duyn. Het Keukenduin, waar het kasteel en het park hun naam aan danken en als jachtgebied bij Teylingen hoorde, was het zuidelijke deel van een smal duin/ bosgebied dat nog veel verder in noordelijke richting doorliep tot voorbij Heemstede. Het gedeelte dat naam Keukenduin droeg liep tot den Delff, waar we eerder waren.
Naar het zuiden liep het helemaal door tot Voorhout.

In 1604 werd het Keukenduin, 275 morgen en 150 roeden groot tussen den Den Delff en Schravendam (waarschijnlijk was daar al een deel afgezand, de Voorhouter Geest), in erfpacht uitgegeven aan drie investeerders met de bedoeling het af te zanden en er teelland van te maken.
In 1616 was het zover dat het verdeeld kon worden en een perceel van ruim 36 morgen zou het terrein worden dat bij het latere kasteel Keukenhof gaat horen. Omdat dat perceel niet (helemaal) is afgezand, vormt het bos ten zuiden van den Delff (de Stationsweg) de restanten van het Keukenduin. Maar, zoals we al op de Van Lyndenweg zagen, voor een goede toeschouwer is op veel plaatsen het effect van het afzanden te zien.


Jacoba van Beieren,
gravin van Holland en Zeeland.
Foto's van de resten van het Keukenduin:            

Aan het einde van de Teylinerlaan bij de rotonde linksaf, de Jacoba van Beierenweg op. Onze Jacoba wordt zo in Voorhout wel goed in herinnering gehouden maar de naar haar genoemde weg is niet fotogeniek genoeg om hier afgebeeld 
te worden. Jacoba, dochter van graaf Willem VI en Margaretha van Bourgondië zelf wel.
Die weg heette vroeger ook Heerwech en we volgen hem naar en door Voorhout tot aan de Nagelbrug.
Over het spoor (waar mijn overgrootouders een spoorwachtershuisje hadden), heet de weg verder de Herenweg en zien we eerst rechts de Boekhorstlaan die naar Boekenburg voerde, en iets verder links de kerk waar zich de grafsteen bevindt van het echtpaar Gijsbrecht en Catharina van de Boekhorst, thans verborgen onder een houten vloer. Zij hadden 6/7 generaties terug een gemeenschappelijke voorvader in Floris (I) van de Boekhorst en waren met hun dochter Magdalena de laatsten van de familie die Boekenburg hebben bezeten. De kerk wordt om voor de hand liggende redenen de "Kleine Kerk" genoemd en ligt verscholen achter de grotere en nieuwere RK kerk.
Het oudste deel ervan stamt uit de 14e eeuw, en de afmetingen waren niet veel meer dan een flink woonhuis, reden waarom er begin 20e eeuw een stuk is aangebouwd.
De deur hiernaast ging nog wel, maar in zijn geheel is het gebouw door zijn ligging moeilijk te fotograferen. Na het hoofdstuk Voorhout zijn toch wat foto's te zien, waarop ook duidelijk waar te nemen is wat het oudste gedeelte is, en wat de latere toevoegingen zijn.
De Nagelbrug is genoemd naar de familie Nagel, van welke familie Gerard Nagel al in 1284 een huis in Voorhout had en waarvan leden lange tijd bestuurlijk actief waren in Voorhout.
Nu heb ik ook een Geryt Nagel onder mijn voorouders, die wat later schepen in Delft was. Maar een kleindochter van hem trouwde met Pieter Vrancken, waarna hun zoon Barthout als
"van Voorhout gezegd Nagel" bekend stond. Zou er toch een verband zijn?
Nadat ook de bekende streekgenoot Ewout Willemsz Bartoen het in handen heeft gehad, kwam het huis Verlaen via zijn dochter in de 16e eeuw bij de familie Van der Laen, dat als zodanig op het het kaartje hieronder vermeld staat. Of dat nu hetzelfde huis is als de Nagels bewoonden, is niet zeker.
De Nagelbrug lag vroeger over de Dinsdagse Wetering, die west/oost de Heerwech kruiste en om naar Noordwijk te gaan, moest je toen nog vóór de de brug rechtsaf.


Een deur van de Kleine Kerk, Voorhout.


Bouckeborch en Verlaen waren de belangrijkste huizen die op de kaart
van 1615 van Voorhout werden aangegeven.
Nu moeten we eerst over de brug, die tegenwoordig over de Leidsevaart ligt (net als de spoorweg in het dorp zijn we die bij Halfweg al tegengekomen) en kunnen dan de vaart volgen tot de Noordwijkerhoek. Onderwijl kunnen we een blik werpen op de Boekhorstpolder, waar het kasteel Boekenburg gelegen was, het slot van de tak van drie Jannen van de Boekhorst dat stamt uit de 14e eeuw.
De route is dus eigenlijk "pas" van 1657, en we komen ongeveer uit bij de quakel die links op het kaartje staat aangegeven.
Dat was ook een brug, die 
zwierige bochten waarmee de weg thans het water passeert waren er vroeger natuurlijk niet, je ging eerst een klein stukje rechtsaf en dan weer links en kwam op de Laege Wech uit. 
De meeste mensen zullen er wel (hard) voorbij rijden, maar tussen de weg en de vaart is een vreemd stukje niemandsland, waar een weggetje (dood) loopt dat een opvallend archaïsche indruk maakt. Als dat de oude weg langs de vaart was, dan was-ie wel heel erg smal....  Het gebied tussen de beide wegen schijnt als een terrein voor dagrecreatie bedoeld te zijn, maar ziet er tamelijk obscuur uit.
Voor foto's zie de links op de tussenbalk hieronder, waarbij ook een foto van de Boekhorstpolder. Omdat we er toch zijn, aan de andere kant (de Hogewegpolder) staat ook nog een rijksmonument, namelijk een wipmolen die uit 1652 stamt, nog vóór de aanleg van de vaart en als zodanig dus ook wel in de fietstocht passend.

Foto's van de Kleine Kerk, Voorhout en bij de Noordwijkerhoek:                  

De Laege Wech is wel een bekende naam, maar burgemeester Van Berckel moest ook vernoemd worden dus heet de weg van de brug tot de Gooweg nu Van Berckelweg.
We zijn dan weer in de gemeente Noordwijk, maar ook in de heerlijkheid Offem aangeland.
De Leidsevaart gaat voor de brug rechtsaf, en volgt de route van de vroegere Sweth (of Voorhouter Watering), welk water de scheiding tussen Voorhout en Offem, en tussen Voorhout en Noordwijk vormde (de naam is ook bewaard gebleven in de Zwetterpolder), en gaat verder naar Halfweg waar we eerder waren. 


De begrenzing van de heerlijkheid Offem: geel is de heerlijkheid Noordwijk; olijfgroen die van Voorhout en rood/paars die van Noordwijkerhout.
De Laege Wech volgen we nu tot hij niet verder liep en je de keuze had voor rechts (de Brontsgeesterwech, richting Leeuwenhorst), of links (de Achterwech, richting Offem). Gek genoeg heet juist die nu de Lageweg, en daarna, na het bruggetje over de Dinsdaechse Watering, de Nachtegaalslaan. Die oude verbinding is kortgeleden rigoreus afgekapt en de omgeving ervan is overgegeven aan een pretentieus verkeersplein ten dienste van diezelfde snelweg naar nergens die we al bij de Noordwijkerhoutse Buerwech aantroffen.
Linksaf gegaan passeren we het landgoed Offem, waarvan de vorming begon in de periode die we als basis hebben genomen (begin 17e eeuw, en we hebben ook wat foto's hieronder) maar historisch gezien is de heerlijkheid Offem interessanter.
Het links afgebeelde kaartje uit 1746 is bijzonder, omdat het een van de weinige keren is dat de heerlijkheid Ofhem of Offem duidelijk als apart rechtsgebied is aangegeven.
Compleet met een vreemde uitstulping aan de westzijde, die een gevolg is van een grenscorrectie uit 1612 toen het eerste landhuis Offem werd gebouwd op het grondgebied van Noordwijk. Daaromheen ligt nu het tegenwoordige landgoed Offem, dat ook al kleiner is dan dat het in de 17e eeuw was.
De heerlijkheid ontstond in 1430 maar werd toen nog niet zo genoemd. Een naam die wel werd gebruikt voor een deel ervan was hofstad Noordwijk. De begrenzing van de heerlijkheid - het was eigenlijk gewoon een rechthoek - wijst er wel op dat het een wat kunstmatig gevormd gebied was.
De Nachtegaalslaan loopt tot de zuidwesthoek van het landgoed Offem, en over het bruggetje kunnen we dan rechtsaf, langs de Woensdaechse Watering, de Viverlaen op. Alleen heet die nu de Hogeweg. Gemeentebesturen hebben lang niet altijd een even gelukkige hand met straatnaamgeving en de tegenwoordige Viverlaan is dan ook heel ergens anders gelegen. Halverwege de Viver verlaten we de heerlijkheid Offem en komen we weer in Noordwijk, bij de Heerwech.

Foto's uit 1982 van  het landgoed Offem:            

Om echter nu naar de Heerwech (die nu verder Voorstraat heet) te kunnen, moeten we eerst de barriëre van de Nieuwe Offemweg nemen. Om zoveel mogelijk de oude route te volgen steken we die over, nemen een stukje voetpad en gaan daarna rechtsaf de Voorstraat in. Het grootste deel ervan beschermd dorpsgezicht zijnde, hoeven we van de historische betekenis daarvan niet al te zeer uit te weiden. Maar, we besteden wel even wat aandacht aan enkele bijzondere locaties, op een aparte pagina die via de deur hiernaast te bereiken is.

De Voorstraat verlaten we na we de gronden van Vranck van de Boekhorst zijn gepasseerd, linksaf na nr. 14. De diehards mogen helemaal tot het eind (waarbij ze rechts een van de oudste huizen van Noordwijk, uit 1450, passeren) en dan weer terug over de Heilige Geestweg, en dan weer rechtsaf.
Dat is nu de Wilhelminastraat, vroeger ook de Kroft geheten en gelegen langs de Dinsdagse Wetering, die op onderstaand kaartje als begrenzing van het dorp te zien is.


 Dit kaartje sluit aan op het eerste kaartje op deze pagina: de Buerwech tot  
aan de grens met Noordwijkerhout.
Hij loopt tot aan de Buerwech, een bekende naam inderdaad want dat is het zuidelijkste deel van de weg waarvan we onze tocht zijn begonnen. Op het kaartje hiernaast is ook duidelijk een weg te zien die nu eens niet n/z of o/w loopt, maar diagonaal. De Slimmewech, ook wel Schuijnewech genoemd, en nu de Sint Jeroensweg geheten. Na de afsplitsing van die weg begint (nu) de Boerenburgerweg, en die volgen we verder tot we de Van de Mortelstraat kruisen. De Boerenburgerweg en de wijk Boerenburg zijn genoemd naar een boerderij die aan de Buerwech heeft gelegen, midden in wat nu de wijk is.  Mogelijk is hij op het kaartje hiernaast al aangegeven, de locatie moet wel kloppen lijkt me.
Daarna, Boerenburg in, hebben we wat fantasie nodig want tot aan de hedendaagse Buurweg moeten we een beetje slalommen door 20e eeuwse straten. Maar dan zijn we ook gekomen aan het einde van onze fietstocht.  

Langs de heuv'len van Sassem. door 't Noortijcker Hout;
Tot de duinzoom van Boeckhorst verrijst:
Waar de hond wordt geslaakt, en de valk wordt ontkapt,
Waar de klimmende reiger de vleugelen klapt,
En het spoor van de duinhaas zich wijst

Voornaamste bronnen:  Beeldbank Hoogheemraadschap van Rijnland; Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart 1657-2007; A.Hulkenberg: Keukenhof, Hollandse Studiën 7 / Het huis Dever te Lisse / 't Seer heerlijk Sassenheim & Voorhout; H.Schelvis-F.t Hooft-W.Hekkens: Van karrenspoor tot klinkerweg; daarnaast vele tijdschriften en boeken, teveel om op te noemen.....


Home

Laatste update:  30-09-2016

Terug