Goederenvervoer (2)

Een opmerkelijk vervoer per spoor in Bodegraven was de export van levende kippen naar Italië. Met speciale witte goederenwagens ging het pluimvee in drie dagen naar Milaan. De dieren werden stuk voor stuk ingeladen, onder anderen door Wim van Rijn (geb. 1933). Hij haalt herinneringen op.

Op 26 augustus 1954 heeft J. Bonthuis in Utrecht deze foto gemaakt van een pluimveewagen van Van Rijn. De firmanaam is aangegeven op een bord aan de zijkant. Dat het niet gaat om een gewone NS-wagen blijkt ook uit de 'P' (particulier) achter het nummer H 565219.
(Foto Stichting Railverzamelingen NVBS)

Veel bekijks
Meestal werden speciale pluimveewagens gebruikt. Deze hadden aparte ruimten met gaas, ventilatieluiken en open ruimtes in de zijwanden. In elke ruimte konden 30 tot 40 kippen, afhankelijk van de grootte van de dieren.
,,In een wagen konden wel 4000 kippen. Ze moesten allemaal los met de hand worden in- en uitgeladen.
Er zijn er heel wat ontsnapt. We hadden veel bekijks, ook van dierenbeschermers. Zij hielden ons goed in de gaten! Jongens vonden het prachtig om een ontsnapte kip in een tuintje bij de huizen in de buurt van het station te vangen.
Een keer was 's nachts een auto met hanen bij het station blijven staan die de volgende dag gelost zou worden. 's Morgens was het gekraai van de hanen niet te harden, de hele buurt begon te klagen!''

Per twee kippenwagens ging een begeleider mee. Deze sliep in de goederenwagens. 's Winters moesten de begeleiders het doen met een slaapzak en dekens. Zij voerden de kippen 2 à 3 keer per rit en gaven ze water uit een grote ton. De begeleiders mochten de terugreis wel met een gewone trein maken (aankomst in Bodegraven op dinsdag of woensdag).
Als de kippentrein bij warm weer lang bleef staan, bijvoorbeeld bij de grens in Basel, kon het wel eens fout gaan.
,,Dan sneuvelden er nogal eens een paar. Heel raar: soms gingen de kippen in het ene hok allemaal dood, terwijl ze in het aangrenzende hok allemaal in leven bleven. Het was maar net hoe de zon er op scheen. Zolang de trein reed was er niets aan de hand. De dode kippen waren het risico van Van Rijn, de spoorwegen vergoedden geen cent.''

Nachtwerk
De lege wagens kwamen niet altijd op tijd terug in Bodegraven. Soms was er geen aansluitende trein naar Utrecht, waardoor de wagens in Venlo bleven staan. In dat geval moesten de kippen met een vrachtauto naar het grensstation worden gebracht.
,,Dat was nachtwerk. 's Avonds beginnen en doorgaan tot een uur of vier. Terug in Bodegraven waren we het dan wel goed zat. En als er in Venlo een kip ontsnapte was je de pineut: daar lagen heel wat sporen."
Soms kon de chef van het station Bodegraven, Van Galen, nog wel eens een extra locomotief regelen die lege wagens van Utrecht naar Bodegraven bracht. Het kwam voor dat de firma Van Rijn tien wagens per week verstuurde.
De contacten met Italië liepen via een Nederlandse handelaar die Italiaans sprak.
,,Met de betaling ging het wel eens mis. En als de kippen tijdens de reis veel meer gewicht hadden verloren dan de marge die was afgesproken, werd minder betaald. Als je zag wat we er allemaal voor moesten doen, leverde het eigenlijk helemaal niets op. Meer dan een keer draaiden we zelfs verlies."

Naar Rusland
Een opvallend vervoer was er in de jaren zestig. Van Rijn moest geslachte fazanten, eenden en ganzen naar Rusland versturen.
,,Dat waren maar twee of drie wagens, in het najaar. Het kan dus best voor de kerst geweest zijn. We moesten staven ijs in de wagens leggen. Het geld stond al op de bankrekening voordat de wagons de grens over waren."

bdg 1961

De Bodegraafse timmerfabriek Van den Oudenrijn* heeft ongeveer vijf goederenwagens met een verrotte opbouw verbouwd voor het kippenvervoer: nieuw hout en luiken voor frisse lucht. Een stuk of drie wagens zijn kant-en-klaar overgenomen van kippenexporteurs uit de Achterhoek. De wagens waren wit van kleur voor maximale weerkaatsing van het zonlicht. Ze droegen een opschrift met 'Gebr. Van Rijn'.

Namen van begeleiders van de wagens naar Milaan uit Bodegraven: Cees Streefland, Jan Sterk, Gert de Zeeuw, Aart Zwaan en Cor Bruinis (anderen kwamen uit Brabant).

*Jan van Jaarsveld, oud-werknemer van Voorn en Koning in Bodegraven, meldt dat dit installatiebedrijf vroeger ijzeren rekken en andere onderdelen maakte voor de kippenwagens.

Bijverdienste
Herk van Rijn
, een neef van Wim die zich ook bezighield met de kippenhandel, vult aan:
De begeleiders van de kippenwagens verdienden een aardig centje bij. Eieren die de kippen tijdens de reis legden, verkochten de begeleiders bij elk station waar zij onderweg moesten stoppen aan stationspersoneel.

In Italië kregen de begeleiders nogal eens te maken met diefstallen. 's Nachts stonden de kippenwagens vaak op een doodlopend achterafspoortje, waar het wel heel gemakkelijk was om toe te slaan. ,,Waarschijnlijk was het stationspersoneel er ook bij betrokken." Als de wagens leeg in Bodegraven waren teruggekeerd, moest kapotgemaakt houtwerk en gaas worden vervangen. ,,Het was eerder een uitzondering dan regel dat je een wagen onbeschadigd terugzag."

Tot omstreeks 1960 was Bodegraven het vertrekstation, meestal 2 of 3 wagens per week. Tot ongeveer 1965 werden de wagens in Den Bosch beladen omdat de meeste kippen toen uit Brabant en Limburg kwamen. Na beëindiging van het spoorvervoer zijn de kippen nog een jaar of twee per vrachtauto naar Italië geëxporteerd. ,,Dat hield op toen er een kippenziekte was uitgebroken en de douanebepalingen steeds strenger werden."

Negentien wagens
Hans Nahon, een deskundige op het gebied van goederenwagens, heeft in zijn archief interessante gegevens over de kippenwagens opgedoken. Het meest opmerkelijke feit is wel dat de firma Van Rijn in totaal maar liefst 19 kippenwagens heeft gehad. Deze hadden de volgende nummers:

Nahon: ,,De meeste daarvan waren houten rongenwagens die men van NS huurde. Hierop was in eigen beheer een opbouw met kooien geplaatst. Ook werden enkele wagens overgenomen van andere firma's, waarop dus al kooien aangebracht waren. Naast deze wagens werden ook 'echte' kippenwagens overgenomen, bijvoorbeeld van de firma Hoogeveen uit Borculo en Fraas uit Lochem. Zelf heeft Van Rijn in 1955/56 nog korte tijd wagens door- verhuurd aan de firma Scholtus in Veenendaal. Na de beëindiging van het kippenvervoer per spoor zijn de wagens van Van Rijn teruggegaan naar NS als platte wagen.''

Op deze prentbriefkaart uit 1961 (verz. L. Bianchi) is een pluimveewagen te zien op de oostelijke losplaats. Aanvankelijk werd vooral de westelijke losplaats gebruikt voor het kippenvervoer. Rechts op de foto is de drukte te zien bij de firma Koster (Van Gend en Loos).

Goederenvervoer (1) Goederenvervoer (3)

HOME

DE ooms van Wim van Rijn, Jan en Dirk, hadden een kippenslachterij aan de Noordzijde 114 in Bodegraven. Voor de Tweede Wereldoorlog waren zij al actief, maar na de oorlog werden de zaken op grotere schaal aangepakt. In 1977 is het bedrijf gestopt; de gebouwen zijn na een leegstand van ongeveer tien jaar gesloopt.
Wim hielp als schoolkind in de kippenslachterij. Later kwam hij bij zijn ooms Jan en Dirk in dienst.
De geslachte kippen werden aanvankelijk vooral afgezet in grote steden als Rotterdam en Den Haag. De kippen die geslacht moesten worden kwamen voor een deel in manden als stukgoed via Van Gend en Loos op het station in Bodegraven. Jaap Koster kwam de manden meteen na aankomst brengen met zijn bakfiets.
Dirk kocht de kippen vooral in Gelderland. Daar had hij een goede naam. Uit de Achterhoek stuurden concurrenten spoorwagons met kippen naar Italië. Toen het aanbod aan kippen in de jaren '50 van de vorige eeuw enorm toenam, konden niet meer alle kippen in Bodegraven worden geslacht. Daarom ging ook Van Rijn zaken doen met Italië. Het vervoer liep tot halverwege de jaren '60.
De kippen werden gekocht van kleinere handelaren en boeren, ze werden met vrachtauto's naar Bodegraven gebracht om te worden ingeladen voor transport naar Milaan. Daar werden de kippen in ijzeren kratten gedaan en door de grote handelaren verkocht op pluimveemarkten of rechtstreeks aan particulieren.
Het transport duurde drie dagen. De beladen wagens werden gingen mee met de reguliere buurtgoederentrein of met een speciale trein naar Woerden. Via Utrecht ging de reis verder naar Venlo. Daar werd een trein samengesteld met de pluimveewagons uit de rest van het land.
Een kippenwagen van de Gebroeders van Rijn, omstreeks 1962 gefotografeerd bij een loods van de Brabanthallen in Den Bosch. Daar was ruimte gehuurd voor het inladen van de kippen. Rechts kijkt Herk van Rijn toe. De namen van de overige personen op de foto zijn onbekend.
Foto: verz. Herk van Rijn.

Speciale wagens voor 'gevogelte'

In Het Utrechts Archief bevinden zich blauwdrukken van pluimveewagens
die in gebruik waren bij de firma Van Rijn..

rongenwagen Beijnes
pluimveewagen Van Rijn
kleine pluimveewagen Van Rijn

Rongenwagens vormden de basis voor de grote pluimvee-wagens van Van Rijn. Boven is er een afgebeeld uit de serie 87701 - 87850 van de spoorwegfabriek Beijnes in Haarlem (klik om te vergroten).
Onder de rongenwagen met de opbouw met 240 kooien. De (helaas niet al te beste) tekening vermeldt als nummers 565211, 565212, 565213 en 565222. De 'P' achter het nummer staat voor 'particulier'. Let op de tekst 'Gebr. V. Rijn, gevogelte - export, Bodegraven'.

Van deze serie rongenwagens is er een bewaard gebleven bij de museumorganisatie STAR in Stadskanaal. Deze wagen, vermoedelijk de 87713, draagt nu het nummer
K 232.

Een 'kleine' pluimveewagen uit de nadagen van het spoorvervoer, gezien het opschrift 'depot 's-Hertogen-bosch' en het jaartal op de tekening: 1965. Deze wagen, genummerd 565226, is verbouwd bij de firma B. Jansen in Bergen op Zoom op basis van het onderstel van wagen 31208 CHRK. Een opvallend detail zijn de watertanks aan beide uiteinden.
(Tekeningen NS)

In Nederland is één pluimveewagen bewaard gebleven, namelijk bij de Musem Buurt Spoorweg. Deze tweeasser is echter nooit in gebruik geweest bij de firma Van Rijn.

kippenwagen MBS

Pluimveewagen MBS 69 (ex-NS 21 84 402 2 230-0) in Haaksbergen, 13 april 2005. (Foto Martijn Haman)

HOME

Spoorlijn Leiden - Woerden