Gouda - Den Haag

HOME

Leiden - Woerden

Welke lijn is de beste? (2)

De bouw van de brug over de Zijl, een belangrijke noord-zuidverbinding, was al ver gevorderd toen de HSM in 1862 haar grote nederlaag leed met de onteigeningswet voor de lijn Leiden - Woerden. Grotendeels gereed waren de pijlers, twee landhoofden, het remmingwerk, een brugwachterswoning en een dam aan de westzijde van het eiland in de Zijl. Hoewel schepen nooit last hebben gehad van een gesloten brug, werd de doorvaart toch belemmerd. Als beheerder van de vaarwegen verzocht de provincie de HSM de onvoltooide brug te slopen. In 1886 constateerden Provinciale Staten: ,,De Hollandsche IJzeren Spoorweg blijft steeds in gebreke tot die opruiming over te gaan". Dan moet het maar kwaadschiks, besloten de Statenleden. Maar tegen wie moesten zij procederen? De HSM was een naamloze vennootschap, dus wie moest je nu als persoon voor de rechter dagen? Voor een antwoord op die vraag werd zelfs minister Thorbecke (Binnenlandse Zaken) geraadpleegd. Kennelijk werd een oplossing gevonden, want de rechtszaak kwam er, zij het pas in 1891.

plek brug over Zijl
Onvoltooide Zijlbrug een twistappel tussen HSM en provincie
pamflet aanbesteding
Met dit affiche maakte Provin-ciale Waterstaat van Zuid-Holland de aanbesteding bekend van de sloop van de onvoltooide Zijlbrug. Elf aan-nemers meldden zich. Teunis Los uit Leiden bleek de gooedkoopste.

Welke lijn is de beste? (1)
Welke lijn is de beste? (3)

HOME

brug over de Zijl HSM

Een zeer bijzondere foto uit het stadsarchief Leiden van de onvoltooide brug over de Zijl met de woning voor de brugwachter. De foto is uit het zuidoosten genomen vanaf de Zijldijk. Aan de andere zijde van het Zijleiland was een dam gemaakt. (Foto coll. Gemeentearchief Leiden, PV32758.10-2. Vrijgesteld van publicatierecht voor deze website).
Foto onder: de zelfde plek, anno nu. De jachthaven Zijlzicht heeft het grootste deel van het eiland in bezit genomen.

Het dagelijks bestuur van de provincie, dat steeds meer klachten kreeg van schippers en Statenleden, besloot niet te wachten op de afloop van de juridische procedures. De sloop van de Zijlbrug werd aanbesteed op maandag 2 mei 1887. Een week later werd het werk gegund aan Teunis Los uit Leiden, die de laagste inschrijver was met 4974 gulden. De hoogste van de elf inschrijvers was Philippus met 7900 gulden. Zelf had de provincie de kosten geraamd op 7500 gulden.

Volgens een diensttelegram van de HSM is Los op 16 mei 1887 begonnen met het sloopwerk. Op 11 juni werd gemeld dat 'het hardsteen wordt weggevoerd' en dat 'op maandag de spoorwegdam wordt doorstoken' (deze lag de westzijde van het eilandje in de Zijl waar de brug was gebouwd). Na de voltooiing van de sloop, stuurde de provincie de HSM in november 1887 een declaratie van alle kosten.
In hoger beroep verloor de HSM de strijd hierover, zoals blijkt van een brief van de advocaat op 27 november 1891. Hij meldde dat de provincie bevoegd was 'datgene wat in strijd is met hunne verordening in verzicht weggenomen worde ten koste der overtreders'. Ook het standpunt van de HSM - dat het vervallen van de concessie voor de aanleg van de spoorlijn automatisch inhield dat de maatschappij niet meer voor de sloop van de Zijlbrug verantwoordelijk was - vond geen gehoor bij de rechters. Voor de advocaat van de HSM waren de druiven duidelijk zuur: ,,'t Is een ramp als de rechter niet luistert en niet eens leest!"

Zoeken naar 'de onvoltooide'? Ga naar de volgende pagina

Spoorwegmaatschappijen maken ruzie

In een verweerschrift gaat de NRS in 1860 op allerlei 'kwetsende beschuldigingen' die aan haar adres zijn geuit, vooral door concurrent HSM. De inzet van de strijd is de discussie over welke lijn van Scheveningen en Den Haag naar het oosten de beste is: die via de Rijnstreek (HSM) of via Gouda (NRS). Belangrijk daarbij is te weten dat de HSM van de regering had geëist dat de NRS voorlopig geen concurrerende lijn naar Gouda mag aanleggen.

Op pagina 8 valt te lezen:
,,In tegenstelling van hare handelwijze was de Hollandsche Spoorweg-Maatschappij jaren lang bezig iederen stap door anderen gedaan heimelijk na te sluipen en tegen te werken: telkens, naar de kansen ter verijdeling van de oogmerken van anderen het medebragten, hare eigene plannen te wisselen en te verwerpen wat zij had voorgestaan; het uitzigt op het tot stand brengen eener verbinding Leyden-Woerden te bezigen als middel ter bereiking van bij-oogmerken* en - voorzeker om door publiciteit het onderzoek niet af te snijden! - dat alles zooveel mogelijk aan openbaarheid te onttrekken."
(* bedoeld wordt de rijkssubsidie voor de spoorversmalling)

Uitgebreid bestrijdt de directie dat de NRS zich heeft verscholen achter de tussenpersonen Schretlen en Maxwils bij de aanvraag voor een concessie voor de lijn Den Haag - Gouda in 1856. ,,Die telkens herhaalde voorstelling is volstrekt onwaar." Wel wordt erkend dat de regering in hetzelfde jaar met de NRS in gesprek is geweest over dit plan.
Het verwijt van de HSM dat de NRS 'bedekt' en met een 'onopregte gedragslijn' heeft gehandeld, wordt fel van de hand gewezen. Het balletje wordt teruggekaatst: de NRS ziet 'geheimzinnigheid' in de handelingen van de HSM.

Zelfbehoud
Opmerkelijk is verder dat de NRS de lijn Gouda - Den Haag belangrijk noemt voor het 'zelfbehoud' van de maatschappij. De directie somt de voordelen op voor het Rijk: er wordt geen rijksbijdrage gevraagd, noch een privilege (zoals de HSM met haar monopolie), geen inbreuk op het 'gemeene regt' en er ontstaat versneld verkeer tussen grote steden en het buitenland.

De vraag welke van de twee lijnen de beste is, noemt de NRS onjuist. Volgens de directie moet de vraag zijn of de verbindingen op zichzelf wenselijk zijn. Beide lijnen zouden zelfs kunnen worden aangelegd. Maar dat is niet waarop de HSM uit is, aldus de NRS-directie, omdat de HSM 'uitsluiting van anderen eischt'.

Toch gaat de NRS in haar verweerschrift in op de voor- en nadelen van beide lijnen. De NRS koestert veel minder hoge verwachtingen van het goederenvervoer in de Rijnstreek dan de pleitbezorgers. De spoorlijn zal rijk zijn aan stations - ,,en dus overvloedig in vertraging - maar arm in bijdragen tot spoorwegvervoer, omdat de steen- en pannenbakkerijen, kalkbranderijen, houtzaagmolens en andere takken van nijverheid in die streek bloeijende, zich van spoorwegen nimmer tot vervoer hunner voortbrengselen zullen bedienen, bij het bezit vooral hunner uitstekende waterwegen".
De NRS denkt dat de lijn door de Rijnstreek vooral de belangen van Leiden dient. De rechtstreekse lijn naar Gouda is van veel groter nut voor Den Haag.
Verder verwacht de NRS bij de route door de Rijnstreek overstapproblemen in Leiden en Woerden. Via Gouda kunnen de treinen wel rechtstreeks van Den Haag naar Utrecht en verder rijden.

Memorie
In haar 'memorie' uit 1860 laat de HSM haar licht schijnen op de voors en tegens van de lijn (Scheveningen-) Leiden - Woerden. 'Zonder schroom en achterhoudendheid' worden vijf bezwaren opgesomd en weerlegd:
1. De lijn via de Rijnstreek betekent een omweg voor Den Haag.
Feitelijk juist. Maar de waarde wordt ontkend. Het gaat om een omweg 'van vier minuten stoomens'. Het belang van de fabrieks- en academiestad Leiden is veel groter.
2. De lijn Den Haag - Scheveningen zal niet worden aangelegd.
Onwaar, want de lijn is in de concessie opgenomen.
3. Door het verschil in spoorbreedte is geen doorgaand verkeer mogelijk.
Het is de bedoeling de hele lijn met het smallere spoor, gelijk aan dat van de NRS, aan te leggen.
4. Geen concurrentie tussen spoorwegmaatschappijen.
Feitelijk waar. De HSM vraagt begrip voor haar verzoek om een monopoliepositie met het oog op de 'doodende schade' die concurrentie haar zou toebrengen. Op de 'natuurlijke inkomsten' was sinds de oprichting van de maatschappij wel gerekend.
5. De werkelijke aanleg van de lijn door de Rijnstreek is minder waarschijnlijk.
De HSM voelt zich beledigd door de veronderstelling dat ze de lijn niet echt wil aanleggen. De directie wijst op de solide basis van de onderneming, die niet duidelijk is bij Schretlen en Maxwils.

Als een argument tegen de lijn Gouda - Den Haag noemt de HSM verder dat met deze lijn afgezien zal worden van de lang gewenste verbinding tussen beide maatschappijen in Rotterdam. NRS en HSM hadden daar immers - evenals in Amsterdam - nog steeds hun eigen stations, zonder onderlinge verbinding.

De HSM concludeert dat alle belangen met haar lijn worden gehonoreerd en dat een lijn Gouda - Den Haag 'het isolement van de Hollandsche IJzeren Spoorweg bestendigt'.

Spoorlijnen Leiden - Woerden /
Gouda - Den Haag