Toen het publiek op 15 oktober 1878 voor het eerst een treinritje maakte op de lijn tussen Woerden en Leiden, konden de Nieuwerbruggers alleen maar naar het nieuwe vervoermiddel kijken. Net als nu moesten zij in- of uitstappen op de stations van Bodegraven of Woerden.
Al twee jaar voor de opening van de spoorlijn kreeg de directie van de exploitant, de NRS, het verzoek uit Nieuwerbrug er een halte aan te leggen, 'al was het slechts voor enkele treinen'. Het was opgesteld door Fopbertus Mijnlieff uit Nieuwerkerk aan den IJssel, die eigenaar was van een steenfabriek aan de Barwoutswaarder (tegenwoordig Verweij Houttechniek). In totaal zestig Nieuwerbruggers zetten hun handtekening onder het verzoekschrift.
Als motief voor de halte noemde Mijnlieff de afstanden tot de stations in Bodegraven (5 km) en Woerden (6 km), die in die tijd vaak te voet werden afgelegd. De halte zou voordelig zijn voor de spoorwegmaatschappij. Bovendien verklaarden de ondertekenaars zich bereid tot onderhandelingen over 'enige geldelijke tegemoetkoming voor de kosten'.
De NRS legde de zaak voor aan de directie van de eigenaar van de lijn, de LW (Spoorweg-Maatschappij Leiden-Woerden). Deze liet weten wel te willen onderhandelen met de Nieuwerbruggers. Maar dan moest aan enkele voorwaarden worden voldaan. Zo zou de halte slechts bij wijze van proef worden geopend om deze bij tegenvallende resultaten eenvoudig te kunnen sluiten. Verder werd een bijdrage in de geraamde kosten van 5000 gulden verwacht.
Pas na de opening van de spoorlijn kwam de kwestie terug in een briefwisseling tussen de LW, de NRS en het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Toen het ministerie de NRS opdroeg dagelijks vier treinen in Nieuwerbrug te laten stoppen, maakte de directie van de spoorwegmaatschappij bezwaar. Het geringe aantal van 'ongeveer 150 gezinnen' in Nieuwerbrug rechtvaardigde volgens haar geen halte aan een hoofdlijn als Leiden-Woerden. De NRS wees het ministerie op de mogelijke precedentwerking. Als meer van zulke kleine groepen als de zestig Nieuwerbruggers hun zin zouden krijgen 'zou de spoorweg meer gelijken op een gebrekkigen locaalspoorweg dan een gewonen spoorweg'. Dan had beter een stoomtramlijn langs de bewoonde straten kunnen worden aangelegd, aldus de NRS.
Een praktisch bezwaar was dat de gewenste halte op een plaats zou komen waar de spoordijk een hoogte had van 2,5 meter, zonder ruimte voor het het in- en uitstappen. De directie waarschuwde voor hoge kosten voor het verbreden van de dijk. Dit werk zou moeten worden opgedragen aan de eigenaar van de lijn, de LW. Maar die zou niet blij zijn met 'een proef die weinig kans van slagen heeft' omdat de opbrengsten van de lijn zwaar achterbleven bij de verwachtingen. Over een financiële bijdrage van de Nieuwerbruggers wordt niets gezegd.
De minister hield voet bij stuk: Nieuwerbrug kreeg zijn halte, ook al stond er 'Waarder' op het bord omdat de grond tot die gemeente behoorde. De eerste trein stopte er op 1 juli 1879 in plaats van de overeengekomen datum van 15 juni 1879 doordat het perron niet op tijd klaar was. Voortaan kon per richting tweemaal per dag worden in- en uitgestapt. De LW had het ministerie gevraagd of een vrouw de kaartjes mocht verkopen. Vermoedelijk betrof het de echtgenote van een overwegwachter.
Het perron werd in 1884 verhoogd en verbreed. In 1894 kwam er een wachtruimte waar kaartjes werden verkocht. Bij de halte stonden verder wachtpost nummer 1, waar in 1907 een houten wachthuisje met een kolenbergplaats werd geplaatst, en wachterswoning 2 a-b. Deze is begin 1934 gesloopt door de firma Joh. de Hoog uit Driebruggen. De dubbele woning was niet meer nodig omdat de bewaking van de overweg op 3 maart 1934 werd opgeheven. Om voldoende zicht te hebben op de treinen, moest de woning verdwijnen. Na het vertrek van het spoorwegpersoneel liet de NS een werkloze nog een halfjaar kaartjes verkopen, volgens een bericht in het Woerdensch Weekblad.
De halte kwam voor in de spoorboekjes tot 15 mei 1934. Op die datum werden vele haltes aan spoorlijnen gesloten door de opkomst van de autobus en andere privévervoermiddelen. Bovendien moesten de spoorwegen bezuinigen door de economische crisis. Officieel is de halte pas op 15 mei 1935 opgeheven. De abri werd gesloopt in 1936. Ook een ruimte voor fietsen werd afgebroken.

Rol van Waarder
De gemeenteraad van Waarder heeft zich in 1876 niet bemoeid met het pleidooi van de Nieuwerbruggers voor een halte, voor zover valt na te gaan in de notulen. De enige kwestie die ter sprake kwam in het college van B en W was de vraag van de Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten in 1878 of het verkeer op de Waarderdijk (huidige Waardsedijk) en de Papendijk (huidige Molendijk) zo 'dun' is, dat de bewaking met een handlamp van de wachter zou volstaan. Anders zou vaste verlichting moeten worden geplaatst, die veel duurder was voor de spoorwegen. B en W van Waarder gingen akkoord met mobiele verlichting op de Waarderdijk, maar vonden het verkeer op de Papendijk daarvoor te druk.
Kort na de opening van de halte kwam bij B en W van Waarder een brief van Mijnlieff binnen over het verzoek om ook de trein die om 7.30 uur uit Leiden vertrekt in Waarder te laten stoppen. Wethouder Van Ingen deed er een schepje bovenop met zijn soortgelijke wens voor de trein die Utrecht verlaat om 15.28 uur. Of de NRS op de verzoeken is ingegaan, melden de archieven niet. Wel blijkt uit een advertentie met een dienstregeling in de Rijnbode van 26 oktober 1879 dat genoemde treinen stopten in Waarder. In latere jaren breidde het aantal treinen zich geleidelijk uit.

Vergeefs protest
Het dagelijks bestuur van Waarder heeft in 1932 geprobeerd de sluiting van de halte te voorkomen. De aanzet hiertoe gaf L.E. van Loo uit Waarder, die in een brief van 9 februari 1932 de geruchten over een sluiting onder de aandacht bracht van burgemeester Brunt. Kinderen van Van Loo zaten in Leiden op school en voor hen en andere dorpsbewoners zou opheffing van de halte 'een ramp' betekenen omdat er geen autobus in de richting Leiden reed. ,,We zouden in dezen tijd van cultuur en techniek meer dan een halve eeuw achteruit gezet worden,'' schreef hij.
B en W waren gevoelig voor de argumenten want een maand later gingen brieven op de post naar de Nederlandsche Spoorwegen, de minister van Waterstaat, het Tweede Kamerlid H.J. Lovink, tevens burgemeester van Alphen aan den Rijn, en naar buurgemeente Bodegraven. Gewezen werd op het belang van het scholierenvervoer per trein en het ontbreken van een alternatief. Het college begreep dat de NS moest bezuinigen, maar meende ,,dat het platteland, dat in alles zooveel te lijden heeft in het bijzonder van den crisis, niet door maatregelen mag worden getroffen, waardoor een mogelijke ontwikkeling voor altijd wordt tegengehouden.''
De minister stuurde een kort briefje terug dat hem geen plannen voor opheffing bekend waren en dat deze zouden worden afgewogen tegen de belangen van alle partijen. De NS liet weten dat een eventuele opheffing nog slechts in onderzoek was.
Kennelijk legde Waarder zich neer bij de sluiting, want in de jaren tot 1935 ging het in de notulen alleen nog over het - onder protest - opheffen van de overwegbeveiliging op de Papendijk en het feit dat de scholen daarvoor gewaarschuwd moesten worden.

Stationsweg
Van de halte Waarder rest nu helemaal niets meer. De herinnering aan de halte is in Nieuwerbrug nog wel lang levend gehouden met de straatnaam 'Stationsweg' (!) tussen de Dubbele Wiericke en de Korte Waarder. De naam werd in 1964 veranderd in Graaf Florisweg. Nieuwerbrug werd toen ingedeeld bij de gemeente Bodegraven, die ook een Stationsweg had. Om verwarring te voorkomen, werd tot de naamswijziging besloten.

Nieuwerbruggers die hun handtekening plaatsten onder het verzoek voor een halte, oktober 1876:
F. Moons
P. Op 't Land
P. de Jong
J.G. Spruyt
K. Breedijk
D. Oudshoorn
D. Tamse
G. de Wit
K. Koning
J.H. van Dijk
A. Zwaanenbeek
L. Prins Dz
Herm. van Elten jr
W. Boer
P.J. Brunt
Herm. van Elten sr
H. Brunt
W. van der Snoek w.z.
C. Costeris
C. v.d. Neut
D. van Elten
H. v. Brunt
C. ver Douw
C. van Elten
D. van Leeuwen
J. Hoogendoorn
D. Zaal
Jb. van den Akker
P. van Schaik
W. Kok
S. Verlaan
N.C. de Jaager
D. Schouten
N. Kaptein
wed. J. van Dijk
H. van der Berg
J. van Hengstum
P. van Dam
As. van Dommelen
C. Verheul
D. Spruijt
C. de Jong
J. van Velzen
F. Verheggen
K. Verburg
D. Verlaan
G. Rijneveld
B. IJff
W. Costerus
H. de Bruyn
L. de Kooning
H. Blonk
D. de Bruyn
A. van der Neut
L.J. (achternaam ontbreekt)
N.J. van Leeuwen
J. de Bruyn
H. van Ingen
L. de Bruijn
M. IJff

HOME
Het is ruim 80 jaar geleden dat ten oosten van de Molendijk in Nieuwerbrug (nu gemeente Bodegraven, toen o.a. Waarder) voor het laatst een trein stopte bij de halte Waarder. Mede dankzij zestig Nieuwerbruggers is die stopplaats er in 1879 gekomen, ondanks de weerstand bij de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij. Het gemeentebestuur van Waarder streed tevergeefs tegen opheffing van de halte in de crisisjaren.

Leiden-Woerden:

Stations en haltes

Historie

(De tekst op deze pagina is in gewijzigde vorm verschenen in Heemtijdinghen (44ste jaargang nummer 4, december 2008), het kwartaalblad van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging)
Een kaartje voor 'buurtverkeer' Woerden-Waarder, met aan de achterzijde in het karton gedrukt de datum 19 FEB 20 (of 25?). (Collectie Gijs Boer).

Op ijzeren wegen extra:
actie voor een halte