Terug naar menu
Recensies
Links: recensie van Piet Gerbrandy van 1 oktober 2004 in de Volkskrant.
Hoera! Er is weer een boek van Ted van Lieshout over beeldende kunst. Een boek dat geen boek is, volgens de schrijver, maar een museum van papier. Een boek met een restauratie atelier en een garderobe, een nooduitgang en een directiekamer. Die directiekamer is, zoals het hoort, getooid met het opschrift verboden toegang. De bijbehorende tekst staat ondersteboven en in spiegelschrift afgebeeld. Een (jonge) bezoeker die hier binnensluipt om te spioneren, moet moeite doen om achter het hier zorgvuldig verborgen geheim te komen. En een echte onthulling volgt, over een van de geëxposeerde werken in dit museum.
Ted van Lieshout kan meesterlijk over kunst schrijven. Zijn speelse geest krijgt ruim baan als hij door de kunstgeschiedenis struint. In het eerdere Stil leven, een imaginaire tentoonstelling (1998), plaatste hij een stier uit de grotten van Lascaux naast Potters jonge stier, en een compositie van Mondriaan naast een kerkinterieur van Saenredam. Van Lieshout is een zorgvuldig beschouwer, een kunstenaar die veel ziet, veel weet en op een persoonlijke manier uitdrukking geeft aan zijn fascinatie voor bepaalde kunstwerken en hun makers. Hij combineert kunst naar believen met werk van anderen, maar ook met eigen werk, met zijn gevoelige en toch vaak geestige poëzie, met dialogen in proza, met zijn bijzondere illustraties.
Het gaat hem niet alleen om wat hij mooi vindt en waarom, minstens zo oprecht is hij over wat er naar zijn smaak lelijk of mislukt is. Hij daagt de bezoeker van zijn boek, op mild provocerende wijze, uit een eigen mening te vormen. Daarnaast geeft hij heldere informatie over kunstopvattingen en -stromingen. Van Lieshout biedt kinderen een ideale ingang tot de schone kunsten. En het Papieren Museum vormt ook een geslaagd drieluik met twee van zijn eerdere, al even prachtig vormgegeven boeken: Stil leven en het opgewekte Een lichtblauw kleurpotlood en een hollend huis (1997).
Het Papieren Museum opent met de Paradijsdeuren van Ghiberti. Eenmaal binnen betreed je de Hans Haubold Einsiedel Zaal. "Ooit stuurde iemand mij een kaart met groeten," schrijft Van Lieshout. "Op de voorkant stond een foto van een schilderij uit een Berlijns museum. Ik schrok, want de afgebeelde jongen was ik!" Van Lieshout, die in veel van zijn boeken verfrissend eerlijk van zijn ijdelheid getuigt, gaat jaren later naar Berlijn om zijn beeltenis te zien. Het is Hans Haubold, graaf van Einsiedel, op elfjarige leeftijd geportretteerd door Ferdinand von Rayski, precies honderd jaar voor de geboorte van Van Lieshout. Het portret staat drie keer afgebeeld, met ernaast een foto: Ik in 1966. Ja, het lijkt precies.
De garderobe en de toiletten van het Papieren Museum bestaan uit Duchamps Flessenrek en Fontein. Van Lieshout legt uit wat een ready made is. Door ze op deze wijze in zijn museum te plaatsen, geeft hij de voorwerpen grappigerwijs weer betekenis (al hangt het urinoir nu ondersteboven). Het trappenhuis is ook een vondst, want dat bestaat uit Klimmen en dalen van Escher, de litho uit 1960. Zie zo maar eens snel bij de nooduitgang (Rodins Hellepoort) te komen.
Van Lieshout, die over al zijn illustraties altijd uitvoerig achterin vertelt hoe ze tot stand zijn gekomen, geeft ook in het Papieren Museum duidelijk uitleg over materialen en technieken. Het verschil met de meeste andere boeken voor kinderen over kunst, en over kunstbeschouwing, is de terloopse en toch ook hartstochtelijke toon. Nooit valt vooraf precies te voorspellen wat hij ergens over gaat vertellen, en in welke volgorde. Het blijft een spannend en wat rommelig avontuur. Ted van Lieshout is een ideale conservator, voor een kind, maar ook voor een volwassen leek.
- Judith Eiselin, NRC Handelsblad 3 mei 2002


Op de eerste bladzijdes van "Papieren museum" van dichter/illustrator Ted van Lieshout staan twee jongens afgebeeld die verrassend veel op elkaar lijken. Alletwee zijn ze knap, blond en tenger. Toch is er ook een verschil. De een kijkt ons fier aan vanaf een negentiende-eeuws schilderij, gekleed in een donker pak en een wit overhemd met ruches. De ander zien we op een foto, hij draagt een poloshirt en blikt met een verlegen glimlach de camera in.
Het is een kiekje van Ted van Lieshout uit 1966, elf jaar oud. Ooit, lezen we, kreeg hij eens een kaart van het schilderij, dat in een Berlijns museum hangt. Hij schrok zich dood, want de afgebeelde jongen was hijzelf! Jaren later, vertelt Van Lieshout, bezocht hij, met zijn zuster, zijn dubbelganger in Berlijn: Hans Haubold, graaf van Einsiedel. Eigenlijk had hij toen graag een tijdje alleen met het schilderij willen doorbrengen. Maar dat ging niet. Daarom begon hij thuis zijn eigen "museum" in een leeg schrift waarin hij de prentbriefkaart plakte en de foto van hemzelf. Zo maakte hij: ,"Een museum met muren van papier, waar niemand je voor de voeten loopt en niemand zich bemoeit met waar je naar kijkt".
In dit papieren privé-museum geeft Van Lieshout een uitgebreide rondleiding, die duidelijk maakt dat kijken naar kunst niet moeilijk is als je je laat leiden door wat het bij je oproept, of dat nu herkenning, verbazing of afschuw is. De rondleiding voert langs verschillende afdelingen, maar ook langs het trappenhuis, de toiletten en de Carla van Lieshoutzaal. Daar zien we onder meer het trappenhuis van Escher, het beroemde urinoir van Duchamps en een geliefd schilderij van Van Lieshouts zus.
Ondertussen babbelt de gids honderduit over zijn fascinatie voor het ene doek en afkeer van het andere en leidt zijn bezoeker kriskras door de vertrekken zonder zich te storen aan stromingen, genres of periodes. Het gebrek aan structuur is wel eens storend, maar de associatieve gedachtesprongetjes die Van Lieshout maakt, leiden ook vaak tot verrassend aardige vergelijkingen. Bijvoorbeeld tussen het inpakken van de Reichstag door Christo en "De Toren van Babel", een schilderij van Pieter Breugel de Oude.
De liefde voor de kunst spat van deze bladzijdes af. Dat is niet vreemd, want hoewel Van Lieshout vooral bekend is als dichter van kinder- en jeugdpoëzie, studeerde hij aan de Rietveldacademie in Amsterdam en werkte een tijdlang als illustrator en ontwerper. Zijn dubbeltalent bleek in bundels als "Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel" (1990); "Multiple Noise" (1992);"Een lichtblauw kleurpotlood en een hollend huis" (1997). Dat waren eigenlijk multiple-kunstprojecten: dichtbundel en artistiek prentenboek ineen. "Papieren museum" lijkt wel een beetje op die bundels. Van Lieshouts verhaal wordt namelijk afgewisseld met gedichten, die zonder uitzondering fraai zijn geïllustreerd met fotocollages en tekeningen.
Dat is allemaal mooi en zorgvuldig gedaan. Maar een bezwaar is wel dat deze gedichten en het grafisch werk geen duidelijke functie hebben in het verhaal. Het lijkt erop dat Van Lieshout niet heeft kunnen kiezen tussen een inleiding in de kunst voor kinderen en een nieuwe dichtbundel. "Papieren museum" hinkt kortom te veel op twee gedachten.
Verder zit me als "museumbezoeker" de willekeur van de gids toch dwars: "Papieren museum" is te veel een privéproject. Met het openslaan van de vijftiende-eeuwse bronzen "Paradijsdeuren" van Lorenzo Ghiberti, waarmee het boek begint, krijgen we vooral toegang tot Ted van Lieshouts eigen verbeelding. Toegegeven, dat is in zekere zin de opzet, en het geeft "Papieren museum" ook iets bijzonders en intiems; bovendien leert het kinderen zelfstandig te kijken naar kunst. Maar een minder hermetische gedachtegang was ook in hun belang geweest. Bewijzen dat het anders kan zijn er genoeg. Een voorbeeld is het fraaie "Uit de doeken: verhalen over kinderen in schilderijen" (1997) van Rudy Vandendaele, een rondgang langs schilderijen uit uiteenlopende periodes. Verder moet het prachtige "Dada" genoemd worden. Dit van origine Franse kunsttijdschrijft voor kinderen wordt in vertaling uitgebracht door Stichting Plint in Eindhoven. "Dada" is speels, fantastisch vormgeven en van een constant hoog niveau.
Maar het mooiste museum blijft uiteraard het museum dat je zelf maakt in een leeg schrift.
- Odile Jansen, Trouw 14 juni 2002
Overige recensies: "Papieren Museum van Ted van Lieshout springt meteen in het oog..." Marita Vermeulen in De Standaard (6 februari 2003) (in drie delen); "Papieren Museum van Ted van Lieshout is het enige non-fictieboek..." Annemie Leysen in De Morgen (12 februari 2003)