VLIEGVELD WAALHAVEN (19)

door Kees van Dongen

Het ging de Nationale Vliegtuig Industrie in Den Haag niet voor de wind! De verkoop van het militaire vliegtuigtype Koolhoven F.K.31 was tegengevallen. Belangstelling voor het lesvliegtuig F.K.32 was niet aan­wezig. Het grote driemotorige toe­stel, de F.K.33, had wel voldaan aan hetgeen men er van verwachtte... Maar er moest voortdurend onder­houd aan gepleegd worden. Dat lokte de KLM niet aan en de F.K.33 werd aan een Duitse firma ver­kocht. Men was bij de N.V.I. aan nóg een toestel bezig. Een F.K.31 op drijvers, dat werd nu een F.K.34. De Marine Luchtvaart Dienst had het idee om 9 toestellen te bestellen! Helaas was er ook een onprettige gebeurtenis bij de N.V.I. Bij de N.V.I. was de bodem van de schat­kist zichtbaar geworden. Daarom moest er een duur persoon de laan uit: Koolhoven kreeg ontslag bij de N.V.I. Al met al is het relaas van Koolhoven in de twintiger jaren in Nederland zeker geen succesverhaal. Maar hij zou terugkomen en wéér opnieuw beginnen. Geen successtory, maar beslist wél een sterk verhaal! In 1925/26 opende Koolhoven in Rijswijk een technisch adviesbureau aan huis. Het zal niet "storm gelo­pen hebben". Ook bouwde Koolhoven in een gehuurde ruimte in Den Haag, samen met enkele hem bekende technici een nieuw ontwerp militairvliegtuig. Daarmee ging men naar de vliegtuigtentoon­stelling van de Parij se Salon in november 1926. Er verschenen ook diverse tekeningen over vliegtuigen in meerdere uitvoeringen, maar er werden geen bestellingen gedaan... Uit deze periode zijn meerdere ont­werpen (op papier) die nooit gebouwd zijn, maar wel een EK. ontwerpnummer (!) ontvingen. Zo moesten die meetellen in de geschiedenis van de vliegtuigbouwer! Invlieger Joep van Vloten demon­streerde de F.K.34 voor de N.V.I., dus zónder Koolhoven, in aanwe­zigheid van Marinemensen op de rede van Den Helder. Misschien wilde het toen wél lukken? Dat er wat golven stonden was heel goed. Drijvervliegtuigen op een spiegelglad wateroppervlak, kunnen niet uit het water in de lucht komen!! Dan moesten er soms zelfs golven gemaakt worden, om te kunnen opstijgen! Dat hoefde niet bij Den Helder.

1926 - Koolhoven F.K.34: Zwakke verbinding tussen romp en drijver gebroken

Maar de golven kwamen wel hard aan tegen de drijvers wanneer men met het vliegtuig flink snelheid maakte. Daardoor brak er een ver­binding tussen de romp en een drij­ver. Een vleugel stak daarna omhoog en de andere vleugel ging omlaag in het water. Dit gebeurde niet bij de eerste vlucht, maar wel na enkele tientallen vluchten. Het was geen reclame voor de N.V.I. Nadat dit verholpen was, ging er een drijver lek! Zo was het genoeg... De F.K.34 kon naar de schroothoop en de N.V.I. te Den Haag ging fail­liet!!!De Marineluchtvaartdienst voor Nederlands-Oost-Indië (tegenwoor­dig Indonesië) had sterke verlan­gens om de kolossale afstanden in dat immense eilandenrijk te gaan vliegen. Men bestelde vijf DORNIER-WAL(vis)-vliegboten bij de fabriek aan de Bodensee. Er moch­ten echter in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog geen vliegtuigen van die grootte worden gebouwd. Wel werden er toen dergelijke vliegboten gebouwd door de Italiaanse Dornierfabriek C.S.A.S.A. Marina te Pisa ten noorden van Livorno. De kroniekschrijver over Rotterdam-Waalhaven in het blad  "Het Vliegveld" kondigde in die tijd aan dat de Italiaanse vlieger Signor Locatelli met 720 paardenkrachten, 2 officieren en 2 monteurs en 7 ben­zinetanks waren aangekomen met 1 Dornier-Wal-vliegboot in de Z.O.-hoek van DE Waalhaven.

1926 - Dornier-Wal-vliegboot bij het Vliegveld Waalhaven. Op de achter­grond de hoge boomgroepen langs de Schulpweg.

 

In 1926 was er door de Marine besloten opnieuw 18 DornierWal-vliegboten te laten bouwen. Dat was de aanleiding tot het oprichten van de vliegtuigfabriek AVIOLANDA te Papendrecht, waar men in februari 1927 begon te werken. Aan de gefotografeerde DORNIERWAL-vliegboot zijn nog enkele bijzonderheden te zien. Het was een tweemotorig toestel. De motoren zijn achterelkaar "in tan­dem" geplaatst. De voorste propel­ler trekt en de achterste propeller duwt. De bemanning zit tijdens de vlucht in open cockpits met alleen een voorruitje. Aan de zijkanten van de romp zijn korte "watervleugels" in plaats van drijvers! Die geven het vliegtuig, ook op zee!, een grote stabiliteit wanneer men daar is gedaald.