|
|
|
Levensloop
|
||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||
|
1840 |
Ferdinand Hubertus Hamer wordt op 21 augustus geboren in de
Molenstraat in Nijmegen. Hij wordt diezelfde dag gedoopt in de St.
Ignatiuskerk. De paters Jezuïeten leiden de parochie. Ferdinand is het achtste kind van de kruidenier Hendrik Hamer en
de naaister Aleida Francisca van Aernsbergen. De familie behoort tot de
gegoede middenstand. Ferdinand wordt misdienaar. |
|
|||||||||||||||||
|
1853 |
Ferdinand gaat op twaalfjarige leeftijd naar ‘Kuilenburg’,
het kleinseminarie van de Jezuïeten in Culemborg. Hij is een ijverige en
vrome leerling, geen uitblinker. |
|
|||||||||||||||||
|
1860 |
Ferdinand slaagt voor zijn examen. De Jezuïeten vinden hem echter
niet geschikt om Jezuïet te worden en laten hem niet toe tot hun orde, de
Sociëteit van Jezus. Ferdinand Hamer begint in augustus zijn priesterstudie aan
‘Rijsenburg’ in Driebergen, het grootseminarie van het
aartsbisdom Utrecht. |
|
|||||||||||||||||
|
1861 |
China moet onder druk van buitenlandse mogendheden toestaan dat
missionarissen het binnenland intrekken om het geloof te verkondigen. |
|
|||||||||||||||||
|
1862 |
Theofiel Verbist, aalmoezenier aan de militaire school in Brussel,
sticht de ‘Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria’. De
priesters Frans Vranckx, Aloïs Van Segvelt en Remi Verlinden sluiten zich
aan. De nieuwe congregatie richt zich op de missie in China. Aan de rand van
Brussel, in het district Scheut, krijgt de jonge veelbelovende missieorde een
kapel aangeboden. De Scheutisten huren een huis op loopafstand van de kapel. |
|
|||||||||||||||||
|
1864 |
Jacobus (Jaak) Bax, kapelaan in Scherpenheuvel, België, verbindt
zich aan Scheut. Theofiel Verbist bezoekt het grootseminarie
‘Rijsenburg’. Ferdinand Hamer, onder de indruk, begeesterd, voelt
zich geroepen missionaris te worden. Hij wordt door Mgr. Andreas M. Schaepman, de aartsbisschop van
Utrecht, tot priester gewijd. De jonge priester draagt in de St. Ignatiuskerk
in Nijmegen zijn eerste heilige mis op. Hij wordt geassisteerd door zijn
priesterbroers, de Franciscaan Jacobus en de Jezuïet Johannes. Ferdinand Hamer arriveert in oktober als novice bij de congregatie
van Scheut. |
|
|||||||||||||||||
|
1865 |
De Raad van Scheut besluit dat de jonge Ferdinand Hamer zijn
gelofte als lid van de congregatie van Scheut mag afleggen. Hij mag ook mee
met de eerste Scheut karavaan naar China. Daar zullen de Scheutisten het
missiegebied gaan overnemen dat de paters Lazaristen aan hen afstaan. Eind augustus vertrekt Ferdinand Hamer, de eerste Nederlandse
Scheutist, met Verbist, Van Segvelt, Vranckx en een jonge knecht, Paul
Splingaerd, naar China. Jaak Bax krijgt de leiding over het huis in Scheut. Paus Pius IX ontvangt de Scheutisten in audiëntie. Ferdinand voelt
zich gesterkt en bemoedigd. Het gezelschap reist via Marseille verder naar Egypte, Ceylon (Sri
Lanka), Singapore, Cochin China (Vietnam) en Hong Kong en komt in november in
China aan. Ferdinand Hamer krijgt in Tiën-tsin zijn Chinese paspoort en een
Chinese naam; Han-Mouo-Li (Han, beoefenaar der wetenschap). Begin december
bereiken de Scheutisten het doel van hun reis, Si-wan-tze, een dorp met een
bijna uitsluitend christelijke bevolking. Si-wan-tze is de hoofdplaats van de
Chinese missie. |
|
|||||||||||||||||
|
1866 |
Eind januari vertrekt Ferdinand Hamer uit Si-wan-tze. Hij gaat op
weg naar zijn werkterrein, het district Ghe-Schwi (Heishui / de Zwarte
Wateren). De Chinese priester Petrus Lin Daoyuan, opgeleid door de Lazaristen,
reist mee en maakt hem vertrouwd met het missiewerk. Hun standplaats is het
dorpje K’ou-li-t’ou waar zij in het voorjaar aankomen. Ferdinand
Hamer is de eerste Scheutist die als missionaris praktische ervaring opdoet. |
|
|||||||||||||||||
|
1867 |
Aloïs Van Segvelt, pastoor in de ‘vallei van de kleine
pagode’, overlijdt aan vlektyfus. |
|
|||||||||||||||||
|
1868 |
Ook de stichter van Scheut, Theofiel Verbist komt, op reis naar
Ferdinand Hamer, te overlijden. Vlektyfus is vermoedelijk de doodsoorzaak.
Antoon Smorenburg, een voormalige Lazarist die in China Scheutist werd, volgt
Verbist op als overste van de missie in Mongolië. Frans Vranckx wordt
algemeen overste van Scheut en gaat terug naar België. |
|
|||||||||||||||||
|
1869 |
Antoon Smorenburg vertrekt naar Europa. Ferdinand Hamer wordt, 29
jaar oud, (waarnemend) overste van de Scheut missie in Mongolië. Zijn
standplaats wordt Si-wan-tze. |
|
|||||||||||||||||
|
1871 |
Jaak Bax wordt benoemd tot overste in Mongolië. Hij verlaat België
en reist af naar China. Ferdinand Hamer haalt hem op in Tiën-tsin. Hij
overleeft maar net een tyfus aanval. Zijn werk draagt hij over aan Bax. Hamer
blijft in Si-wan-tze en wordt procurator (econoom) van de Mongoolse missie.
Hij vervult deze functie tot in 1878. Hij is de steun en toeverlaat van Bax. Jaak Bax ontvangt drie jaar later, in 1874, van paus Pius IX zijn
benoeming tot apostolisch vicaris van Mongolië; Bax is de eerste
missiebisschop van Scheut. |
|
|||||||||||||||||
|
1873 |
In maart 1873 vertrekt Hamer weer naar de Zwarte Wateren. |
|
|||||||||||||||||
|
1875 |
Ferdinand Hamer assisteert bij de groots gevierde wijding van Jaak
Bax tot bisschop. |
|
|||||||||||||||||
|
1877 |
Hamer vestigt zich te Sia-mia-oeul-keou (vallei van de kleine
pagode). |
|
|||||||||||||||||
|
1878 |
Paus Leo XIII benoemt Hamer tot de eerste apostolisch vicaris van
Kan-sou. Hij wordt te Si-wan-tze door Bax tot bisschop gezalfd. Daarna reist
hij af naar Kan-sou, zijn nieuwe, uitgestrekte en onrustige missiegebied. |
|
|||||||||||||||||
|
1879 |
Tsouo-houng-pao, de onderkoning van Kan-sou, ontvangt Ferdinand
Hamer in Sou-tcheou. Hij maakt duidelijk dat de missionarissen niet welkom
zijn. Hij vreest dat hun aanwezigheid de onrust alleen maar kan vergroten.
Ferdinand Hamer kiest als standplaats de missiepost Leang-tcheou. |
|
|||||||||||||||||
|
1887 |
Soung-chou-tchouang, op 2 uur afstand van Leang-tcheou, wordt de
nieuwe bisschoppelijke residentie. |
|
|||||||||||||||||
|
1889 |
Ferdinand Hamer wordt door Leo XIII benoemd tot bisschop in de
Ortos (Z.W. Mongolië). Hamer viert met een pontificale mis zijn zilveren priesterjubileum
in Soung-chou-tchouang. Hij moet, met pijn in het hart, afscheid nemen van
Kan-sou. Hij vertrekt naar San-tao-ho, de bisschoppelijke residentie van zijn
nieuw missiegebied, het vicariaat van de Ortos. |
|
|||||||||||||||||
|
1890 |
Ferdinand Hamer, 49 jaar, afgemat en ziek, gaat naar Europa in de
hoop er te genezen. Hij wordt groots onthaald, vooral in zijn geboortestad
Nijmegen. Zijn herstel verloopt snel. Hij bezoekt Rome en heeft een onderhoud
met de Paus. Alfons Bermijn, missionaris in de Ortos, wordt door Scheut benoemd
tot provinciaal in deze missie. Daardoor ontstaat een scheiding van de macht
tussen bisschop Hamer als vertegenwoordiger van Rome, en provinciaal Bermijn
als vertegenwoordiger van Scheut. Bermijn zal later de marteldood van
Ferdinand Hamer in gloedvolle bewoordingen beschrijven. |
|
|||||||||||||||||
|
1891 |
Op de dag van zijn afscheid uit Nijmegen, draagt hij samen met
zijn twee broers de mis op in de St. Ignatiuskerk. De terugreis verloopt via Parijs
en Lourdes. Honderd dagen na zijn vertrek uit Nijmegen arriveert Ferdinand
Hamer in San-tao-ho, de bisschoppelijke residentie van de Ortos. Tijdens onlusten in het oosten van Mongolië worden christenen
vermoord. De Chinese priester Petrus Lin wordt gemarteld en om het leven
gebracht. |
|
|||||||||||||||||
|
1893 |
In San-tao-ho wordt een nieuwe kerk, een kathedraal in gotische
stijl, plechtig in gebruik genomen. |
|
|||||||||||||||||
|
1895 |
Ferdinand Hamer is bij hem als Jaak Bax overlijdt. Hamer is aangeslagen
door het verlies van zijn medebisschop, raadgever en vertrouwensman.
Ferdinand Hamer, missiepionier, is de laatste van de Scheutisten van het
eerste uur, die nog in leven is. Moslims komen in opstand, christenen voelen zich bedreigd.
Ferdinand Hamer besluit om het dorp St. Jaak (in San-tao-ho) te versterken
met een aarden wal. |
|
|||||||||||||||||
|
1899 |
Louis Roofthooft, procurator van de missie in de Ortos,
biechtvader en rechterhand van Ferdinand Hamer, wordt teruggeroepen naar
Scheut. Hamer ervaart zijn vertrek als een zware beproeving. |
|
|||||||||||||||||
|
1900 |
Hamer vertrekt in maart uit het
aangename San-tao-ho en verhuist naar de missiepost Eul-che-se-king’ti,
dat gunstig ligt aan de route waarlangs missionarissen reizen, koeriers de
post bezorgen, en goederen worden vervoerd. Eul-che-se-king’ti wordt de
nieuwe bisschoppelijke residentie. De missiepost heeft, net als San-tao-ho,
een grote kerk, maar is niet beschermd door muren van aangestampte aarde. Het
onderkomen van Ferdinand Hamer is schamel: een lemen hut met een paar kamers.
Hij maakt zich zorgen over het uitblijven van de regens en de toenemende
honger. Mensen komen in opstand, de anarchie neemt toe. De bevolking
wantrouwt de christenen. In het oosten van China breekt de bokseropstand uit. Ferdinand Hamer onderkent de ernst van de situatie, ook in zijn
eigen missiegebied. De dreiging van geweld groeit. Hij geeft op 6 juli de zes
missionarissen die bij hem verblijven de opdracht naar San-tao-ho te
vluchten. Hamer blijft, met vele Chinese christenen, achter. Op 11 juli vindt de eerste aanval van de boksers op
Eul-che-se-king’ti plaats, op 13 juli de tweede. Op 19 juli wordt de
missiepost opnieuw aangevallen. Eul-che-se-king’ti wordt ingenomen,
vernield en platgebrand. Vele Chinese christenen vinden de dood. Ferdinand
Hamer wordt in de kerk gevangen genomen, gemarteld en weggevoerd. Hij wordt
naar T’ouo-tch’eng overgebracht waar hij opnieuw gemarteld wordt.
Op 25 juli wordt Ferdinand Hamer levend verbrand. |
|
|||||||||||||||||