Bidprentje Mgr Hamer 1840 - 1900

Levensloop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geboren te Nijmegen

21 augustus 1840

Priester gewijd te Utrecht

10 augustus 1864

Trad in de Congregatie van Scheut

15 oktober 1864

Vertrok naar China

25 augustus 1865

Eerste Apostolisch Vicaris van Kan-soe

21 juni 1878

Apostolisch Vicaris van Ortos

13 februari 1889

Stierf de marteldood

23 juli 1900

 

 

 

 

 

 

 

1840

Ferdinand Hubertus Hamer wordt op 21 augustus geboren in de Molenstraat in Nijmegen. Hij wordt diezelfde dag gedoopt in de St. Ignatiuskerk. De paters Jezuďeten leiden de parochie.

Ferdinand is het achtste kind van de kruidenier Hendrik Hamer en de naaister Aleida Francisca van Aernsbergen. De familie behoort tot de gegoede middenstand. Ferdinand wordt misdienaar.

 

 

1853

Ferdinand gaat op twaalfjarige leeftijd naar ‘Kuilenburg’, het kleinseminarie van de Jezuďeten in Culemborg. Hij is een ijverige en vrome leerling, geen uitblinker.

 

 

1860

Ferdinand slaagt voor zijn examen. De Jezuďeten vinden hem echter niet geschikt om Jezuďet te worden en laten hem niet toe tot hun orde, de Sociëteit van Jezus.

Ferdinand Hamer begint in augustus zijn priesterstudie aan ‘Rijsenburg’ in Driebergen, het grootseminarie van het aartsbisdom Utrecht.

 

 

1861

China moet onder druk van buitenlandse mogendheden toestaan dat missionarissen het binnenland intrekken om het geloof te verkondigen.

 

 

1862

Theofiel Verbist, aalmoezenier aan de militaire school in Brussel, sticht de ‘Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria’. De priesters Frans Vranckx, Aloďs Van Segvelt en Remi Verlinden sluiten zich aan. De nieuwe congregatie richt zich op de missie in China. Aan de rand van Brussel, in het district Scheut, krijgt de jonge veelbelovende missieorde een kapel aangeboden. De Scheutisten huren een huis op loopafstand van de kapel.

 

 

1864

Jacobus (Jaak) Bax, kapelaan in Scherpenheuvel, België, verbindt zich aan Scheut.

Theofiel Verbist bezoekt het grootseminarie ‘Rijsenburg’. Ferdinand Hamer, onder de indruk, begeesterd, voelt zich geroepen missionaris te worden.

Hij wordt door Mgr. Andreas M. Schaepman, de aartsbisschop van Utrecht, tot priester gewijd. De jonge priester draagt in de St. Ignatiuskerk in Nijmegen zijn eerste heilige mis op. Hij wordt geassisteerd door zijn priesterbroers, de Franciscaan Jacobus en de Jezuďet Johannes.

Ferdinand Hamer arriveert in oktober als novice bij de congregatie van Scheut.

 

 

1865

De Raad van Scheut besluit dat de jonge Ferdinand Hamer zijn gelofte als lid van de congregatie van Scheut mag afleggen. Hij mag ook mee met de eerste Scheut karavaan naar China. Daar zullen de Scheutisten het missiegebied gaan overnemen dat de paters Lazaristen aan hen afstaan.

Eind augustus vertrekt Ferdinand Hamer, de eerste Nederlandse Scheutist, met Verbist, Van Segvelt, Vranckx en een jonge knecht, Paul Splingaerd, naar China. Jaak Bax krijgt de leiding over het huis in Scheut.

Paus Pius IX ontvangt de Scheutisten in audiëntie. Ferdinand voelt zich gesterkt en bemoedigd.

Het gezelschap reist via Marseille verder naar Egypte, Ceylon (Sri Lanka), Singapore, Cochin China (Vietnam) en Hong Kong en komt in november in China aan.

Ferdinand Hamer krijgt in Tiën-tsin zijn Chinese paspoort en een Chinese naam; Han-Mouo-Li (Han, beoefenaar der wetenschap). Begin december bereiken de Scheutisten het doel van hun reis, Si-wan-tze, een dorp met een bijna uitsluitend christelijke bevolking. Si-wan-tze is de hoofdplaats van de Chinese missie.

 

 

1866

Eind januari vertrekt Ferdinand Hamer uit Si-wan-tze. Hij gaat op weg naar zijn werkterrein, het district Ghe-Schwi (Heishui / de Zwarte Wateren). De Chinese priester Petrus Lin Daoyuan, opgeleid door de Lazaristen, reist mee en maakt hem vertrouwd met het missiewerk. Hun standplaats is het dorpje K’ou-li-t’ou waar zij in het voorjaar aankomen. Ferdinand Hamer is de eerste Scheutist die als missionaris praktische ervaring opdoet.

 

 

1867

Aloďs Van Segvelt, pastoor in de ‘vallei van de kleine pagode’, overlijdt aan vlektyfus.

 

 

1868

Ook de stichter van Scheut, Theofiel Verbist komt, op reis naar Ferdinand Hamer, te overlijden. Vlektyfus is vermoedelijk de doodsoorzaak. Antoon Smorenburg, een voormalige Lazarist die in China Scheutist werd, volgt Verbist op als overste van de missie in Mongolië. Frans Vranckx wordt algemeen overste van Scheut en gaat terug naar België.

 

 

1869

Antoon Smorenburg vertrekt naar Europa. Ferdinand Hamer wordt, 29 jaar oud, (waarnemend) overste van de Scheut missie in Mongolië. Zijn standplaats wordt Si-wan-tze.

 

 

1871

Jaak Bax wordt benoemd tot overste in Mongolië. Hij verlaat België en reist af naar China. Ferdinand Hamer haalt hem op in Tiën-tsin. Hij overleeft maar net een tyfus aanval. Zijn werk draagt hij over aan Bax. Hamer blijft in Si-wan-tze en wordt procurator (econoom) van de Mongoolse missie. Hij vervult deze functie tot in 1878. Hij is de steun en toeverlaat van Bax.

Jaak Bax ontvangt drie jaar later, in 1874, van paus Pius IX zijn benoeming tot apostolisch vicaris van Mongolië; Bax is de eerste missiebisschop van Scheut.

 

 

1873

In maart 1873 vertrekt Hamer weer naar de Zwarte Wateren.

 

 

1875

Ferdinand Hamer assisteert bij de groots gevierde wijding van Jaak Bax tot bisschop.

 

 

1877

Hamer vestigt zich te Sia-mia-oeul-keou (vallei van de kleine pagode).

 

 

1878

Paus Leo XIII benoemt Hamer tot de eerste apostolisch vicaris van Kan-sou. Hij wordt te Si-wan-tze door Bax tot bisschop gezalfd. Daarna reist hij af naar Kan-sou, zijn nieuwe, uitgestrekte en onrustige missiegebied.

 

 

1879

Tsouo-houng-pao, de onderkoning van Kan-sou, ontvangt Ferdinand Hamer in Sou-tcheou. Hij maakt duidelijk dat de missionarissen niet welkom zijn. Hij vreest dat hun aanwezigheid de onrust alleen maar kan vergroten. Ferdinand Hamer kiest als standplaats de missiepost Leang-tcheou.

 

 

1887

Soung-chou-tchouang, op 2 uur afstand van Leang-tcheou, wordt de nieuwe bisschoppelijke residentie.

 

 

1889

Ferdinand Hamer wordt door Leo XIII benoemd tot bisschop in de Ortos (Z.W. Mongolië).

Hamer viert met een pontificale mis zijn zilveren priesterjubileum in Soung-chou-tchouang. Hij moet, met pijn in het hart, afscheid nemen van Kan-sou. Hij vertrekt naar San-tao-ho, de bisschoppelijke residentie van zijn nieuw missiegebied, het vicariaat van de Ortos.

 

 

1890

Ferdinand Hamer, 49 jaar, afgemat en ziek, gaat naar Europa in de hoop er te genezen. Hij wordt groots onthaald, vooral in zijn geboortestad Nijmegen. Zijn herstel verloopt snel. Hij bezoekt Rome en heeft een onderhoud met de Paus.

Alfons Bermijn, missionaris in de Ortos, wordt door Scheut benoemd tot provinciaal in deze missie. Daardoor ontstaat een scheiding van de macht tussen bisschop Hamer als vertegenwoordiger van Rome, en provinciaal Bermijn als vertegenwoordiger van Scheut. Bermijn zal later de marteldood van Ferdinand Hamer in gloedvolle bewoordingen beschrijven.

 

 

1891

Op de dag van zijn afscheid uit Nijmegen, draagt hij samen met zijn twee broers de mis op in de St. Ignatiuskerk. De terugreis verloopt via Parijs en Lourdes. Honderd dagen na zijn vertrek uit Nijmegen arriveert Ferdinand Hamer in San-tao-ho, de bisschoppelijke residentie van de Ortos.

Tijdens onlusten in het oosten van Mongolië worden christenen vermoord. De Chinese priester Petrus Lin wordt gemarteld en om het leven gebracht.

 

 

1893

In San-tao-ho wordt een nieuwe kerk, een kathedraal in gotische stijl, plechtig in gebruik genomen.

 

 

1895

Ferdinand Hamer is bij hem als Jaak Bax overlijdt. Hamer is aangeslagen door het verlies van zijn medebisschop, raadgever en vertrouwensman. Ferdinand Hamer, missiepionier, is de laatste van de Scheutisten van het eerste uur, die nog in leven is.

Moslims komen in opstand, christenen voelen zich bedreigd. Ferdinand Hamer besluit om het dorp St. Jaak (in San-tao-ho) te versterken met een aarden wal.

 

 

1899

Louis Roofthooft, procurator van de missie in de Ortos, biechtvader en rechterhand van Ferdinand Hamer, wordt teruggeroepen naar Scheut. Hamer ervaart zijn vertrek als een zware beproeving.

 

 

1900

Hamer vertrekt in maart uit het aangename San-tao-ho en verhuist naar de missiepost Eul-che-se-king’ti, dat gunstig ligt aan de route waarlangs missionarissen reizen, koeriers de post bezorgen, en goederen worden vervoerd. Eul-che-se-king’ti wordt de nieuwe bisschoppelijke residentie. De missiepost heeft, net als San-tao-ho, een grote kerk, maar is niet beschermd door muren van aangestampte aarde. Het onderkomen van Ferdinand Hamer is schamel: een lemen hut met een paar kamers. Hij maakt zich zorgen over het uitblijven van de regens en de toenemende honger. Mensen komen in opstand, de anarchie neemt toe. De bevolking wantrouwt de christenen. In het oosten van China breekt de bokseropstand uit.

Ferdinand Hamer onderkent de ernst van de situatie, ook in zijn eigen missiegebied. De dreiging van geweld groeit. Hij geeft op 6 juli de zes missionarissen die bij hem verblijven de opdracht naar San-tao-ho te vluchten. Hamer blijft, met vele Chinese christenen, achter.

Op 11 juli vindt de eerste aanval van de boksers op Eul-che-se-king’ti plaats, op 13 juli de tweede. Op 19 juli wordt de missiepost opnieuw aangevallen. Eul-che-se-king’ti wordt ingenomen, vernield en platgebrand. Vele Chinese christenen vinden de dood. Ferdinand Hamer wordt in de kerk gevangen genomen, gemarteld en weggevoerd. Hij wordt naar T’ouo-tch’eng overgebracht waar hij opnieuw gemarteld wordt. Op 23 juli wordt Ferdinand Hamer levend verbrand.

 

 

 

Afgeronde rechthoek: Terug naar de eerste pagina