Herdenking (april 2001)

Marteldood

 

In juli 1900 vallen de Boksers Eul-che-se-king’ti aan.  De missiepost wordt ingenomen, vernield en platgebrand. Vele Chinese christenen vinden de dood. Ferdinand Hamer wordt in de kerk gevangen genomen, gemarteld en weggevoerd. Hij wordt naar T’ouo-tch’eng overgebracht waar hij opnieuw gemarteld wordt. Op een paar honderd meter van de Zuiderpoort van T’outch’eng wordt Ferdinand Hamer levend verbrand.

 

Zijn lichaam wordt op bevel van de mandarijn, de keizerlijke ambtenaar, dicht bij de plaats van terechtstelling begraven. Zijn hoofd wordt afgehouwen en op een paal ten toon gesteld, en is enige dagen later in een waterketel begraven.

 

De Scheutisten Jos Van Kerckhoven, Alfons Bermijn en Louis Morel beschrijven de aanvallen van de ‘Boksers’ en de marteldood van bisschop Hamer.

 

 

Herdenking Mgr. Hamer

Molenstraatkerk Nijmegen

22 April 2001.

 

Jos Van Kerckhoven

Alfons Bermijn

Louis Morel

 

 

 


 

Stoffelijke resten

 

Na de bokseropstand wordt het stoffelijk overschot van Ferdinand Hamer in 1901 in T’ouo-tch’eng teruggevonden, in een kist gelegd en opnieuw begraven. In 1920 worden de relikwieën teruggebracht naar  Eul-che-se-king’ti, in een cederhouten kist gelegd en bijgezet in de kapel. Het linker bovenarmbeen wordt naar de familie Hamer in Nijmegen gestuurd en is daar te zien op een missietentoonstelling. Nu wordt het bewaard in een vitrine in de crypte onder de kapel van het Missiehuis van Scheut in Brussel.

 

Ten tijde van de culturele revolutie (1966 – 1976) graven de Rode Brigaden het lichaam van Mgr. Hamer op. Zij verbranden de stoffelijke resten opnieuw. De as wordt verstrooid.

 

De christenen van Eul-che-se-king’ti  hebben foto’s en souvenirs uit de tijd van de Scheutisten verzameld. In het gebouw waar Bisschop Hamer verbleef is een klein museum ingericht. Op de plaats waar zijn bed heeft gestaan is een permanent bloementapijt gelegd.

 

 

 

Afgeronde rechthoek: Terug naar de eerste pagina