Hoe ouwer, hoe gekker.... (1999)
(Een zeiler op een motorboot)

Goede vrienden van me, Henno en Lucia, hebben al heel wat vakantie- en andere tochten bij mij aan boord meegemaakt. Ook hebben ze ruim 10 jaar geleden een paar keer een tocht in Engeland met een "Narrow Boat" gemaakt en hadden het er al jaren over dit weer eens te doen. "Gep, ga je deze keer eens met ons mee?"

En zo belandde deze zeiler op een motorboot; kan ik vast wennen voor de verre (?) toekomst.

Ik zal de lezer een chronologisch verslag van alle kanalen, bruggen, sluizen, dorpjes, pub's en uitstapjes besparen, maar hier hoofdzakelijk volstaan met wat algemene indrukken.

Zaterdag 24 juli reden we in Hoek van Holland de middagboot op en in het begin van de avond arriveerden we in Harwich. Na een uurtje rijden kwamen we bij het via Internet gereserveerde hotel.
De volgende dag reden we op ons gemak de resterende 350 km naar Whitchurch waar Henno de boot, ook al via Internet, bij de firma Viking-Afloat had gehuurd.

Om even de gedachten te bepalen waar onze tocht zich afspeelde: ongeveer tussen Liverpool en Birmingham, waar we in 2 weken de "Four Counties Ring" en een deel van het Llangollen Canal deden.

De kanalen

In de 18e en 19e eeuw is in Engeland en Wales door particuliere ondernemingen een uitgebreid net van kanalen aangelegd voor het vervoer van hoofdzakelijk bulkgoed zoals erts, kolen en zout, maar ook stukgoed zoals porselein. In het geaccidenteerde terrein leverde dat heel wat kunstwerken op zoals sluizen, aquaducten, tunnels, en natuurlijk bruggen. En hoe smaller je ze maakt, hoe goedkoper ze zijn. De maten van de sluizen en de vrachtscheepjes werden gestandaardiseerd: de sluizen 7 voet (2,10 m) smal en tot 70 voet (21 m) lang; de boten een pietsie smaller. Aanvankelijk werden de boten gejaagd door mensen of paarden, behalve door de langere tunnels zonder jaagpad: daar gebeurde de voortbeweging door "legging": liggend op het schip met de benen afzetten tegen de tunnelwand.

Later deden de motoren hun intrede, maar mede door de kleine afmetingen van de schepen, heeft deze wijze van vervoer het afgelegd tegen de spoorwegen, waarna het kanalenstelsel in verval raakte. Soms gebeurde dit doelgericht: spoorwegmaatschappijen kochten de kanalen in "hun" gebied op en lieten deze opzettelijk verkommeren om de spoorlijn te bevoordelen.

In 1962 kwamen de kanalen onder beheer van de British Waterways Board.

Zo'n 20-30 jaar geleden zijn vele kanalen uitgebaggerd en sluizen gerestaureerd, grotendeels door vrijwilligers. En hiermee kwam een geheel nieuwe toepassing van het kanalenstelsel: de pleziervaart. Behalve een paar werk- en vrachtscheepjes t.b.v. het onderhoud, zijn we geen vrachtvaart tegengekomen.

Voor het bevaren van dit kanalenstelsel moet worden betaald. Maar die "vaarbelasting" omvat dan ook alles: drinkwater, afvoer afval, passeren van kunstwerken (inclusief de tunnels en sluizen met personeel) en er wordt langs het openbare water geen liggeld geheven.

Diep zijn de kanalen niet; je ziet dan ook dat op sommige schepen alleen voor het schutten trouw de zwemvesten worden aangetrokken. Mede als gevolg van die ondiepte moet je ook geen haast hebben: je vaart er iets sneller dan een voetganger en langzamer dan de traagste fietser. Proberen sneller te varen, is zinloos. Meer gas betekent niet meer snelheid, maar wel meer bagger loswoelen en beschadiging van oevers.

De schepen

Aanvankelijk van hout, later ijzer met houten bodem (gemakkelijk te vervangen) en nog later geheel van staal. Knikspant met geheel vlakke bodem en zeer zwaar gebouwd want in de sluizen en tunnels kregen de schepen heel wat te verduren. En dat is nog steeds zo.

Het schippers-gezin bewoonde een roefje van ca. 2 m x 2,7 m en dat was hun hele domein. Van de wereld zagen ze nauwelijks meer dan die roef en het kanaal dat ze op en neer voeren. Ik vermoed dat het leven hier aan boord nog primitiever was dan op onze vroegere binnenscheepjes.

De enige luxe aan de scheepjes was de beschildering: er ontwikkelde zich een heel aparte wijze van decoratie van de opbouw die me een beetje doet denken aan het schilderwerk uit Hindelopen.

Zoals er bij ons veel tot weekend-motorboten omgebouwde Westlanders, Kagenaars, enz. rondvaren, zijn vele Narrow Boats later omgebouwd voor de pleziervaart. Maar ook worden ze nog steeds bij bosjes gebouwd, zowel voor de vele verhuurvloten als voor particulieren. Her en der zie je dan ook kleine scheepswerfjes waar ze in de open lucht in elkaar worden gelast en ik heb sterk de indruk dat de CE-markering voor pleziervaartuigen hier nog niet is doorgedrongen.

Ze variëren van sober tot luxe en sommige particuliere boten zijn zeer overdadig opgetut: niet alleen hele schilderijen op de buitenzijde, maar ook allerlei niet-functionele messing ornamenten die dan weer ijverig worden gepoetst en vele bloempotten op het dak (schommelen doen die boten daar toch niet). Als er eens een motorruimte open staat, zie je soms nog schitterend onderhouden, hoog bejaarde dieselmotoren keurig in de lak en met glimmend gepoetste koperen leidingen.

Overigens is het aantal scheepstypen dat je tegenkomt op deze kanalen zeer beperkt: naast de vele variaties van Narrow Boats, 2 standaard-typen motorkruisertjes en zeer incidenteel een afwijkend model (maar alles binnen die 7 voet breedte). Eénmaal zag ik een zeilbootje bij een camping liggen; overigens half gezonken en zonder mast. Een enkele keer lag er een roeiboot bij een tuin of boerderij, maar sportroeiers (wherry's, skiffs e.d.) kwamen we niet tegen; wel enkele kano's. Volgens mij lenen deze kanalen zich dan ook prima voor toertochten per kano.

Sluizen, bruggen, tunnels, aquaducten

Het passeren van de vele sluizen vormt wellicht het meest spectaculaire gebeuren tijdens zo'n tocht. Zoals gezegd, zijn ze nauwelijks breder dan de boot. Het is daar dan ook niet mogelijk om die dunne stootwilletjes buiten te hangen, want dan past het niet meer. Het is dus een kwestie van goed mikken bij het invaren. Vaak staat er precies voor de in- en uitgang ook nog een dwars-stroom t.g.v. een overloop om de sluis. Bij de ingang zijn er geen houten remmingen o.i.d., maar stenen of verroeste ijzeren geleidingen. Je moet dus niet op een krasje kijken, maar daar zijn de schepen op gebouwd.

Eénmaal in de sluis, laat je de boel gewoon drijven want meestal is er in de sluis toch niets om aan vast te maken. Met de motor sla je zo nu en dan een beetje voor- of achteruit om te voorkomen dat je op de drempel blijft hangen of tegen de deur stuitert. Dat laatste is overigens ook niet zo'n ramp want de meeste boten zijn voorzien van een soort "bumpers".

Het verval is in de meeste sluizen ca. 2,2 m. Sommige deuren lekken enorm; het is dan opletten dat je de enorme straal water niet over het schip krijgt. Ook uit diverse sluiswanden spuiten indrukwekkende stralen water als je beneden bent.

Naast de "gewone" sluisjes, passeerden we ook enkele meertraps-sluizen.

Alleen bij een gecompliceerde 5-traps-sluis was er toezicht; alle andere waren zelfbediening (op handkracht). We passeerden in die 2 weken in totaal 132 sluizen. Dat kweekt spierballen!

Je passeert regelmatig kleine boogvormige vaste bruggetjes waar meestal ook het jaagpad onder door gaat. Een enkele keer is er een hand-bediende ophaalbrug. Ook hier alles doe-het-zelf. Zelfs de enige elektrische brug die we passeerden, was zelfbediening (de sleutel hiervoor behoort tot de boord-inventaris).

Van de meeste aquaducten merk je weinig omdat ze kort zijn en de begroeiing langs de kant vaak gewoon door gaat. Het spectaculaire Pontcysyllte Aquaduct met een hoogte van 40 meter en een lengte van ruim 300 m in het Llangollen Canal viel helaas net buiten onze route.

De tunnels kan je natuurlijk niet missen: we passeerden er drie waarvan de langste, de Harecastle Tunnel bij Kidsgrove, 2,8 km lang en 2,7 m breed is. Deze onverlichte tunnel wordt in konvooi gepasseerd (eerst de ene richting, dan de andere). En er is een slagboom aan de ene en een deur aan de andere kant met bedieningspersoneel aan beide zijden. Die deur gaat alleen open wanneer er boten door moeten; op deze manier is men in staat om een continue geforceerde luchtstroom door de tunnel te laten lopen om de uitlaatgassen kwijt te raken. Bij de kleinere tunnels zoek je het zelf maar uit.

Aanleggen

Langs het kanaal kan vrijwel overal gratis worden aangelegd om te overnachten. Overal bij sluizen, dorpen, pub's, en sommige speciale aanlegplaatsen, zitten ringen in de wal om aan vast te maken. Voor het overige sla je gewoon de beide meerpennen in de grond. Op enkele plaatsen, waar dit de doorgaande vaart te veel zou hinderen, is het over beperkte afstanden verboden aan te leggen; dit is steeds duidelijk aangegeven.

Onze tocht

De door ons gehuurde boot was 15 m lang en bedoeld voor 2-4 personen. Eenvoudig maar netjes betimmerd en van alle gemakken voorzien: warm en koud stromend water, zitbad met warme douche, toilet met een hele grote vuilwatertank, centrale verwarming, koelkast, kooktoestel en oven, een hut met 2-persoons bed en 2 slaapplaatsen in de "woonkamer". De voortstuwing d.m.v. een 20 pk Bukh. Verder waren er o.a. 2 meerpennen (veel gebruikt) met een flinke hamer, 2 (!) polsdunne van touw gevlochten stootwillen en 3 landvastjes aan boord. Die landvasten kwamen mij voor zo'n zwaar schip wat mager voor. Maar later bleken vele andere schepen nog veel miezeriger lijnen te hebben; er staat toch noch wind, noch golfslag. En als er eens een boot aan de haal gaat, komt deze toch niet ver met al die sluisjes. Op een namiddag werd ons de weg versperd door een dwars in het kanaal liggende onbemande Narrow Boat. Deze had van achteren alleen vast gezeten aan een in de grond geprikt stokje (een grootser woord heb ik er echt niet voor over) en een paar honderd meter verder troffen we een los drijvend werkbootje van de British Waterways Board. Deze had vast gezeten met twee zo korte stukjes oud en gerafeld polypropyleen dat het nauwelijks mogelijk was het scheepje hiermee weer vast te maken.

De meeste boten zijn niet voorzien van navigatie-verlichting want je mag toch niet varen in het donker. Wel hebben velen een grote schijnwerper voorop voor in de tunnels.

Aan boord van alle schepen bevinden zich sleutels voor de tappunten voor drinkwater en voor de bruggen en sluizen, die je allemaal zelf met handkracht moet bedienen. Slechts één brug werkte elektrisch.

Onze tocht begon bij het dorp Whitchurch aan het doodlopende Llangollen Canal. Bij de overdracht van de boot kregen we eerst wat aanwijzingen en een proefvaartje met de verhuurder, maar omdat we reeds de nodige ervaring hadden, werden we al snel losgelaten.

Eerst voeren we het Llangollen Canal naar Hurleston, waar we op de "Four Counties Ring" kwamen. Toen hadden we over 20 km al 16 sluizen achter de rug. Deze route wordt gevormd door diverse kanalen: Shopshire Union Canal, Middlewich Branch, Trent & Mersey Canal en het Staffordshire and Worcestershire Canal. Deze ring is 177 km lang en telt 100 sluizen!

Je komt door een afwisselend landschap: langs open velden en door uitgehakte kloven. Soms is het water juist breed genoeg voor één boot en zijn de boomtoppen aan beide zijden met elkaar verstrengeld, maar meestal is het breed genoeg om elkaar te kunnen passeren. Je komt langs dorpjes en gedeeltelijk in verval geraakte industrie-steden. Bij de wat belangrijker sluizen, vooral bij knooppunten van kanalen, zijn er "Canal Shops" met een bescheiden assortiment eerste levensbehoeften, briefkaarten, waterkaarten en souvenirs. Het zijn meestal oude gebouwtjes omgeven door veel bloemen en gedreven door een vriendelijk oud dametje dat zo lijkt te zijn weggelopen uit het Land van Laaf.

Kaarten en boeken

Vooraf bestelde Henno, ook al via internet, 2 waterkaarten van het gebied dat we zouden bezoeken. Deze zwart/wit uitgevoerde kaarten zijn voor zo ver het de kanalen betreft, zeer gedetailleerd. Zelfs de watertappunten, pub's en enige gegevens over openingstijden van winkels staan er op. Maar ze zijn nogal priegelig met hele kleine lettertjes. Een vergrootglas is dus een nuttig ding, maar wij hadden vooraf vergrootte fotokopieën gemaakt.

Voorts beschikte Henno van z'n vorige expedities nog over het boekje "The Ordnance Survey Guide to the Waterways, 2 Central", waarin ook zeer duidelijke kaartjes staan met veel gegevens. In de praktijk voeren we op deze gids en gebruikten we de kaarten voor het overzicht.

Zoals al bleek in de inleiding is ook Internet een nuttige bron van informatie, zie o.a.:

http://www.canals.com

http://www.waterways.org.uk

http://www.viking-afloat.com (firma "Viking Afloat", waar wij de boot huurden)

https://www.iwashop.com/ecommerce/categories.asp?cat=228 (boeken en kaarten)

Ik hoop hiermee een indruk te hebben gegeven van een succesvolle anders-dan-anders watersportvakantie in 1999.

Nadoen aanbevolen, mits je geen haast hebt !

Gep Engler (Het Bestek 117)