in Ridderkerk 1953


Ook de family Oudijn werd slachtoffer van deze ramp !

In de vroege ochtend van 1 Februari 1953 beukte een zware storm
in de Zeeuwe Delta, Brabant en Zuid-Holland op negentig plaatsen de dijken kapot.
Terwijl het land sliep liep Zuid-West Nederland onder water, 1835 mensen kwamen om.


    Ridderkerk telde in 1953 21.000 inwoners.
De gemeente Ridderkerk werd door de Molendijk en de Ringdijk beschermd tegen het water van
de rivieren de Noord en de nieuwe Maas.
Deze rivieren stonden via de Waterweg in verbinding met de zee.
Veel buitendijks gebied in Ridderkerk was echter in de loop der jaren ingepolderd en bebouwd.
Op plekken waar de dijk direct aan de rivier lag waren bedrijven gebouwd en
tot grote ontwikkeling gekomen.
Ook waren er in deze ingepolderde gebieden in de loop der tijd honderden huizen gebouwd.
In Ridderkerk waren het juist deze bedrijven en huizen die door het hoge water werden getroffen.
418 woningen werden ontruimd en 1742 bewoners geevacueerd. Gelukkig zijn er in Ridderkerk
                     geen menselijke slachtoffers gevallen.

    Zaterdag 31 Januari, had er de gehele dag een zware storm gewoed .
De meeste inwoners maakten zich hierover niet ongerust. Ze voelden zich veilig achter de zware dijken.
En de meeste mensen die buiten deze dijken woonden dachten dat het allemaal zo'n vaart niet zou lopen.
Wellicht zijn door de ouderen herinneringen opgehaald uit 1916, het jaar waarin het buiten de dijken gelegen deel van Ridderkerk voor de laatste keer was ondergestroomd.

    30 Januari 1953 was het volle maan. De dag daarop moest er dus een springvloed verwacht worden.
De zware NoordWesterstorm deed voor een zeer hoge waterstand vrezen.
De waterberichtendienst had de plaatsen Rotterdam , Willemstad, Bergen op Zoom en Vlissingen gewaarschuwd voor een gevaarlijke hoge waterstand.
Nauwlettend werd daarom door de politie aandacht besteed aan de persberichten , terwijl ze de waterstanden nauwkeurig in de gaten hield.
Nadat op 31 Januari om 23:00 uur in de laatste nieuwsuitzending geen bijzonder verontrustende berichten werden vermeld wilde de toenmalige burgemeester van Ridderkerk A.M. Nieuwenhuisen naar bed gaan.
Hij kon aan dit voornemen geen gevolg geven want opdat moment ging de bel van de voordeur.
De heren J. Groeneboom waarnemend dijkgraaf en P.W. van Beveren technisch ambtenaar van de Provinciale Waterstaat en ook de Heer A. van Vliet, directeur van de gelijknamige scheepswerf kwamen met verontruste berichten.
Tegelijk belde de korpschef van de politie hem op met de vraag of er geen maatregelen getroffen dienden te worden.
De toestand werd somber ingezien. De storm bulderde met orkaankracht en het water had reeds een abnormaal hoog peil bereikt.
De burgemeester ging onmiddellijk naar het gemeentehuis en riep al het gemeente personeel op.
Het politiebureau werd ingericht als commandopost.
Omstreeks 2 uur snachts meende de burgemeester dat met het alarmeren en waarschuwen van de bevolking niet langer gewacht kon worden.
De klok van de Singelkerk werd geluid en dit leidde tevens de noodtoestand in.
Daarna werd met sirenes en fabrieksfluiten de bevolking eveneens gewaarschuwd
Ook een politieauto is met loeiende sirene de gemeente doorgegaan om de inwoners op het naderende onheil te attenderen.

De ontwikkelingen gingen hierna snel :

2:30 uur : Het water stroomt op verschillende plaatsen over het terrein langs de rivier de Noord
                tussen Slikkerveer en de Ridderkerkse haven, met gevolg dat de Donkersloot, Woude en
                de Kerkepolder in snel tempo onderliepen.

2:45 uur : Het water staat in Bolnes 1 meter onder de kruin van de rivierdijk en stijgt 10 cm per kwartier.

3:00 uur : Het water loopt de Havenstraat in.

3:15 uur : Het water stroomt door het plantsoen aan de Havenstraat ,                 waardoor het fabriekscomplex
                van Bakker en Co (het huidige Gamma terrein) overstroomt.

3:30 uur : In de kade nabij het toenmalige zwembad
                bij de Molendijk wordt door het kolkende water
                 een gat geslagen. Snel daarna ontstaan er ook gaten in de
                 kade tussen Polder het Zand en de Gorzen.
                Hierdoor loopt polder het Zand van 2 kanten onder water.

3:45 uur : In Oostendam staat het water 25 cm onder de kruin van de dijk.

3:50 uur : IJsselmonde meldt dat het water gelijk staat met de kruin van de dijk.

5:00 uur : De dam tussen de inmiddels volgelopen polder het Zand en de Crezeepolder breekt door waardoor
                de Crezeepolder snel onderloopt.

    De burgemeester volgde vanzelfsprekend de situatie van minuut tot minuut en trof de noodzakelijke maatregelen.
Zowel bij handelaren als particulieren werden zoveel mogelijk zandzakken, schoppen, lantaarns en ander gereedschap gehaald.
Vrachtauto's en boten werden geconfisqueerd.
Met bootjes werden mensen gered uit ondergelopen woningen die zolang een veilig heenkomen hadden gezocht op de bovenverdiepingen van hun huizen.
Met een touw werden de bootjes op de dijk stevig vastgehouden . Eenmaal brak een touw met gevolg dat een redder met zijn bootje over het brede kolkende water richting Kinderdijk verdween.  De redder keerde later via de Alblasserdamse brug ongedeerd in Ridderkerk terug.
Geredde personen en gezinnen waarvan velen vrijwel niets uit hun woning hadden kunnen redden werden in hotel "St Joris" en in hotel "t Wapen van Rijsoord" en de "Electrozaal" in Slikkerveer ondergebracht waar zij door het Rode Kruis werden verzorgd.
    Inmiddels werd de toestand steeds slechter. Het water steeg van minuut tot minuut en beukte onafgebroken tegen de dijken.
Verschillende zwakke plekken openbaarden zich.
Om 4:00 uur stroomde het water op diverse plaatsen over de dijk.
Bij "Woudestein" en bij het voormalige Lekveer in Slikkerveer en bij slager "v d Oever" , het watergemaal en slager "Meijer" in Bolnes moest onmiddellijk worden ingegrepen. In Bolnes stond in sommige straten al een halve meter water.
Door het kolkende en overstromende water sloegen op verscheidene plaatsen grote stukken uit de binnenkant van de dijk.
Met man en macht werden deze plekken bestreden , zandzakken, balen cement, straatstenen, trottoirtegels, dekzeilen kortom alles wat bruikbaar was werd ingezet om de zwakke plekken te versterken.
Rond 6:30 uur gulpte ook tussen Ridderkerk en Slikkerveer het water over de dijk.
De toestand was hachelijk, vele vrijwilligers vochten met alles wat los en vast zat om de dijk te vestevigen , en uiteindelijk lukte het. Rond 8:00 uur in de ochtend begon het water te zakken , uiterst langzaam . De eerste fase van de strijd was gestreden.

    Nu de dag was aangebroken kon een beter overzicht van de algehele situatie worden verkregen.
Triest was de aanblik van het gebied dat door het water in bezit genomen was.
Huizen die tot de dakgoot in het water stonden, hier en daar een boomtop die boven de watervlakte uitstak.
Schuurtjes en kippenhokken her en der tegen de dijk gekwakt .
In de vroege Zondagmorgen moest de vemoeide brandweer nog twee maal uitrukken voor brandjes in Slikkerveer en aan de Lagendijk veroorzaakt door kortsluiting van het water.
Bij de klinknagelfabriek in Slikkerveer explodeerde later op de dag een transformatorhuisje .
Om 9:00 uur Zondagmorgen was de toestand nog steeds zeer krtitiek . Op veel plaatsen stond het water tot de kruin van de dijk (4 meter hoog) De gaten waren voorlopig gedicht maar de storm raasde door met een onverminderde kracht uit het Noordwesten.

    Vrijwilligers uit alle delen van Nederland kwamen ook naar Ridderkerk om te helpen met het dichten en versterken van zwakke plekken in de dijken.
Aanvankelijk was de meeste aandacht aan de Ringdijk in Slikkerveer geschonken , langzaam werd het zwaartepunt naar de Molendijk in Ridderkerk verlegd.
Dat wilde niet zeggen dat de problemen aan de Ringdijk verholpen waren.
De Molendijk brokkelde hier en daar steeds verder af.
's Middags informeerde de Commissaris van de Koningin telegrafisch naar de toestand in Ridderkerk.
De Burgemeester gaf hierop het volgende antwoord:

Hedennacht 2:45 uur alarmtoestand afgekondigd.
Al het personeel, politie, ambtenaren en vrijwilligers alsmede
hulptroepen voor bescherming van de dijk opgeroepen.
Ernstige beschadigingen van dijk. Op verchillende plaatsen
dijkdoorbraak gevreesd. Met man en macht getracht dijk te houden.
Is aanvankelijk gelukt.
Toestand hedenmorgen 11 uur zeer precair. Per radio
en langs huizen mannelijke ingezetenen opgeroepen.
Goede opkomst. Er wordt hard gewerkt.
Alles geschiedt in nauw overleg met de leden van dijk en
polderbesturen.
Bovendien 25 man militairen uit Rotterdam gekomen voor bijstand.
Momenteel kan ik toestand even aanzien. Rapport volgt.

                                               De Burgemeester van Ridderkerk.

    Tegen de avond kwamen nieuwe weerberichten binnen , de wind zou ruimen naar het Noorden, iets in kracht afnemen en het water zou niet zo'n hoge stand bereiken als afgelopen morgen. Desondanks was iedereen er van overtuigd dat er nog een zware strijd gestreden zou moeten worden.
Gedurende de afgelopen nacht hadden de dijken erg te lijden gehad. Zij moesten aan de enorme druk van het water weerstand bieden. Rond 20:30 uur werd nu de hoogste waterstand verwacht.
Het accent was verlegd naar de Molendijk. Ook hier hebben wederom talloze vrijwilligers gewerkt om de zwakke plekken in de dijk te versterken. En met resultaat want om 22:00 uur was het gevaar voorlopig geweken.
Uitgeput en doornat zijn velen naar huis gegaan na uren achtereen in touw geweest te zijn , met de blijde zekerheid: We hebben gewonnen !

De inzet van de vrijwilligers wordt getypeerd door het volgende voorval:,

Toen de burgemeester tijdens een inspectietocht de Molendijk wilde oprijden
werd hij aangehouden door een Delfts student-dijkwacht, die hem toesprak:
"Kijkers en inspecterende heren hebben we niet nodig.
Werkers worden er gevraagd ! "
Nadat de burgemeester zich bekend had gemaakt mocht hij doorrijden.
--


-------------------

Fam. Gozewijn Oudijn , tijdens de Rampnacht

    Ook de familie Gozewijn Oudijn ontkwam niet aan de watersnoodramp.
Gozewijn Oudijn en zijn vrouw Marie Louise van der Waal woonden met hun 3 kinderen Jan , Ben en Arie in het buitendijkse deel aan de Ringdijk 198 in polder Woude in Slikkerveer. Jan Oudijn had op 31 Januari zijn vriendin Bertha vd Steen opgehaald met de fiets uit haar werk bij Dokter Beijdendijk in Rotterdam.
Het stormde toen al enorm. Jan Oudijn was 18 jaar en is s'avonds met zijn broers Ben en Arie en ouders zonder zich bewust te zijn van het naderende gevaar gewoon naar bed gegaan.

S'nachts werd hij wakker van het rumoer op de dijk waar hun huis stond . Zijn vader Gozewijn Oudijn was al wakker en liep door het huis. De kerkklok van de Singelkerk luidde onheilspellend.
"Het water komt" werd geroepen vanaf de Ringdijk. Ze begonnen snel spullen te verzamelen en naar boven te brengen.
Broer Arie en vader Gozewijn haalde de kippen uit het kippenhok in de tuin en brachten ze naar binnen.
Het tafereel speelde zich af in het donker. Plotseling kwam het water. Arie schrok van de naderende vloedgolf die hij buiten tegenkwam met het ophalen van de kippen. Nadat de kippen waren binnen gebracht ging de deur op slot. Met zijn allen brachten zij de laatste handzame kleine spullen naar boven . Arie het trouwboekje en de bijbel van zijn ouders. Jan Oudijn zag het water op een gegeven moment op zo'n 30 cm boven het raam komen. Een moment later kwam het water door de kieren van de houten vloer naar binnen . Omdat ze bang waren dat door de waterdruk de ramen naar binnen zouden inklappen vluchten ze de trap op naar boven.
Jan Oudijn was de laatste die de trap opvluchtte en zag dat de toilletpot overliep met smurrie. En deed de deur van de WC met een klap dicht.
Op de eerste verdieping keken ze met zijn allen naar het stijgende water. Trede na trede van de trap liep onder, steeds hoger kwam het water.
Binnen een uur reikte het wassende water de eerste verdieping van het huis.
De nuchtere Gozewijn Oudijn zei tot zijn gezin: " veel hoger kan het water niet komen want dan loopt het over de dijk , verder Ridderkerk in."
Jan Oudijn zag spullen van beneden die over de trap naar boven waren komen drijven, plotseling hoorde ze een flinke klap , dat moet de tafel geweest zijn die tegen de lamp in de woonkamer is gaan drijven, de lamp brak en de tafel schoot tegen het plafond, dat veroorzaakte de klap.
Het water veroorzaakte ook kortsluiting van de elektriciteit waardoor ze al snel in het donker zaten wat alles nog angstiger maakte.
Het water had nu de overloop bereikt , ze gingen op bed in de slaapkamer zitten. Door het stijgende water kwamen de kippen vanaf de overloop de slaapkamer binnen drijven.
    Door een dijkdoorbraak in Papendrecht zakte het water iets wat de familie Oudijn even rust gaf.
Op de Ringdijk zagen ze wagens rijden met boten. 2 uur later werden ze gered door iemand in een bootje die aan het raam op de 1e verdieping aanmeerde. Het was Leen Vos de Loodgieter van Slikkerveer die
de fam. Oudijn op kwam halen met een roeiboot.
Hij bracht hun met het bootje tussen rondrijvend huisraad en meubels aan de dijk.
Eenmaal op de dijk aangekomen is de familie Oudijn opgevangen door de fam. Schouwenburg die aan de andere kant van de Ringdijk woonde. Later is de familie Oudijn te voet naar de ouders van Gozewijn Oudijn gegaan die aan de Kerkweg in Ridderkerk woonde. Rond 7:00 uur arriveerden ze daar en Opa Jan Oudijn en zijn vrouw sliepen en hadden niets vernomen van het drama wat zich in deze nacht had afgespeeld .

    Een paar dagen later is Arie Oudijn nog even naar het ouderlijk huis teruggegaan om nog wat kleine spullen trachten op te halen.
Met een bootje klom hij via het slaapkamerraam naar binnen. Het bed was naar de andere kant van de kamer gedreven, kippen bleken op het voeteneind eieren te hebben gelegd.
    Het water bleef nog enkele maanden in de buitenpolders staan waardoor een snelle terugkeer onmogelijk was.
In April was de boel in het huis aan de Ringdijk pas weer redelijk watervrij. In Mei is de familie Gozewijn Oudijn weer terug gegaan naar hun huis aan de Ringdijk. Tot die tijd woonden ze bij de ouders van Gozewijn Oudijn aan de Kerkweg. In het ouderlijk huis was het een enorme ravage met veel blubber. Spullen waren verdwenen , en het leven moest daar weer opnieuw beginnen.
    Rond kerst in 1954 had nogmaals een kleine watersnood plaats, door hoge waterstanden liep het water wederom de polders in.
Het water reikte nu tot "slechts" anderhalve meter hoogte in de woning .
De familie Oudijn kon opnieuw met schoonmaken beginnen.

Na de watersnood ramp van 1953 kwam het Deltaplant, wat mogelijk maakt om
diverse zeearmen bij storm af te sluiten.
Verdere informatie hierover vindt u op de volgende website:

bron:
Jan en Arie Oudijn
Uitgave boekje "Ridderkerk in de Watersnood 1953"
Kaartencollectie "watersnood 1953"
Maastad streekblad
Terug naar hoofdpagina

This site is made by Albert Oudijn 9 Feb-2003