Annotatie 500e Penning




In 1638 besloten de Staten van Overijssel voor dat jaar 'een duysensten penninck van eenes yderen middelen' te heffen, om de bijdragen aan de oorlogslasten van de Republiek beter te kunnen opbrengen. In deze `taxatie' werd men aangeslagen uit hoofde van de eigendom van onroerende goederen in of buiten de provincie, die de waarde van vijfhonderd gulden te boven gingen. Werd iemands bezit op een bedrag tussen de vijfhonderd en duizend gulden getaxeerd, dan moest één gulden worden betaald; bij een waardering van duizend tot tweeduizend gulden dertig stuiver en boven de tweeduizend gulden werd voor elke duizend gulden één gulden ingevorderd.

Nadat in 1675 door de Ridderschap en steden van Overijssel werd besloten dat van alle goederen een 500e penning betaald moest worden, werd die in 1683 verlaagd tot een 1000e penning.  

info: HCO belastingregisters en B.J. Finke, W. Heerspink: "Heerscopinc: de geschiedenis en geslachten Heerspink 1325-2000"