Het weidse Den Velde, als het land en het water eens kon spreken...

Historische vermeldingen van de naam Grimmerink:

1385 - Registers en rekeningen van het bisdom Utrecht 1325-1336 dl. II (Mr. S. Muller Fz):
Renten ende domeynen des landts van Twente, nair der gestaltenisse als die waren bij tijden van biscop Florens van Wevelichoven anno 1385
Op blz. 596 een lijst van aan de bisschop in Utrecht verschuldigde "beden" (precarie hominum et bonorum) van boerderijen behorend tot het "Hof van Ootmarsum" (curte Oetmersem) uit de parochie Nijenstede (parrochia Nyensteden) bij Holtheme (apud Holtheem).
In de lijst staat "erve Grimering" dat aan beden (precarie hominum et bonorum) verschuldigd is 1 l. Lov. (l= libra, Lov. = Lovaniensis, Leuvens)

Dit register van de rentmeester van Twente behoort tot de alleroudste documenten in zijn soort en geeft inzicht in de agrarische toestanden rond 1300. Het moet opgesteld zijn in de 14e eeuw en bedoeld voor Floris van Wevelinkhoven (bisschop van Utrecht van 1378 tot 1393). Door vrijgevigheid van de Duitse keizers waren de bezittingen van de bisschop van Utrecht zo talrijk geworden, dat het noodzakelijk was speciale hoven met de administratie en de rechtspraak te belasten.  In Ootmarsum beschikte hij over zo'n hof, een regionaal bolwerk met ca. 90 boerderijen ver in de omtrek, waarover een hofmeier (rentmeester) de leiding had. Erven rond Hardenberg (Nijenstede) en Gramsbergen vielen onder dit Hof, waren hofhorig en schatplichtig aan de bisschop , maar ook boerderijen in Uelsen bijv. vielen er onder.
Erve Grimmerink wordt in het register genoemd als zo'n 'hofhorig goed'.  (naast bezittingen van de bisschop hadden ook wereldlijke grootgrondbezitters eigendommen,  z.g.n. 'leengoederen' maar daar behoorde Erve Grimmerink kennenlijk niet toe)
De lijst op blz. 596 geeft een overzicht van schatplichtige erven in de parochie Nijenstede. Daaronder viel Bergentheim (Berghenthem), Heemse (Hemissen), Brucht, Nyensteden (Nijenstede), Baalder (Bodelar), Radewijk (Rodewijc), Holtheem (Holtheme) en Ane.
In de buurtschap Holtheme waren 4 schatplichtige boerderijen, waaronder erve "Grimering" die een "bede" van 1 l. (libra) is verschuldigd. (
de andere drie zijn resp. 15, 25 en 30 solidi verschuldigd)
Bede: de verplichting aan de landsheer tot het opbrengen van een geldsom, een soort van belasting.
Als rekeneenheid werd de Leuvense munt (Lov.) gehanteerd:  1 l. (libra) = 20 s. (solidi) en 1 s. = 12 den. (denarii). Libra is het latijnse woord voor "pond", solidus voor "schelling", denari voor "penning".
De Engelse munteenheid kende tot de overgang naar het decimale stelsel in 1971 precies dezelfde opdeling: 1 pond = 20 shilling en 1 shilling = 12 pence.

1520 - Schattingsregister van Salland II (Mensema, blz. 436)
Evert Heynen op Grymerinck, hem selven toebehoirende, by hem gesat op 13 mudde roggen

Begin 1500 wordt erve "Grymerinck" bewoond door een zekere Evert Heynen, (Evert zoon van Hein). Familienamen waren er niet, de boerderijnaam was de naam waaronder de bewoner en zijn gezinsleden bekend stond. Ook iemand die bij zijn schoonfamilie introuwde, ging na zijn huwelijk onder de naam van dat erf door het leven.
Evert wordt genoemd als 'eigenaar', schatplichtig aan de bisschop van Utrecht (destijds Philips van Bourgondië, 1465-1524), niet alleen kerkelijk vorst maar ook landheer over o.m. het Oversticht (prov. Overijssel). Het waren roerige tijden met oorlogshandelingen over en weer, waardoor het Oversticht met een schuldenlast zat. Vandaar dat aan de erven een schatting (belasting) op onroerend goed werd opgelegd.
Evert, bewoner en eigenaar van erve "Grymerinck" krijgt een schatting opgelegd van 12 mud rogge.
Mud: oude inhoudsmaat = ca. 120 liter.  (een "mud" was opgedeeld in 4 schepel en een schepel bestond uit 16 kop).

1535 - Eenige oude oordelen van den Hof te Ootmarsum (Mr. J.W. Racer "Overysselsche Gedenkstukken" IVe stuk,  blz. 280, 281):
Item Jo Dop van wegen des rentamps heft angesproken Middendarp to Bergenthem Hulsbusch to Heemse Volckrynk Brynck to Heemse Amsynck to Brucht Grimerync to Holthaim desse vursz. voer oer ponde welck se iserlix plegen t betalen den Heren in den hof Oetmersen int rentampt van Twenthe gelyck de andere de yn den rentampte van Twenthe ponde geven, ende alsoe hebt de hoffgenoten gewyset dorch Bronichus ordelwyser dat de vursz. sollen betalen oer ponde gelyck men de overall ynt rentampt van Twenthe beaelt ten sy sake dat se bewys konnen tegen brengen dat se na den Sallandeschen rentampte betalen mogen.

Tot 1528 was de bisschop van Utrecht in deze streken landheer voor de keizer. Hij was 'de heer' over zijn hofhorigen en beschikte in Ootmarsum over een Hof waarover  een hofmeijer (rentmeester) de leiding had. De toenmalige bisschop van Utrecht (Hendrik II van Beieren, tevens bisschop van Worms en Freising) kon de zaak niet meer aan en droeg op 20 oktober 1528 al het wereldlijke bezit over aan Karel V.  In 1546 werden de hofrechten op schrift gesteld, maar reeds een tiental jaren ervoor schreef men de vonnissen op om op terug te grijpen bij een soortgelijk vergrijp, wanneer dat niet direct uit het hofrecht was af te leiden.  Dit zijn een paar van die vonnissen.
Transcriptie:
Jo Dop heeft aangesproken vanwege het rentambt: Middendarp te Bergentheim, Hulsbusch te Heemse, Volckrynck Brynck te Heemse, Amsynck te Bruchte, Grimerync te Holtheme deze voornoemde voor hun ponde (heffing) welke ze jaarlijks plegen te betalen aan de heer in de hof Ootmarsum in het rentambt van Twenthe gelijk de anderen die in het rentambt van Twenthe ponde geven. Aldus hebben de hofgenoten geoordeeld door Bronichus, oordeelwijzer, dat de voornoemden hun ponde moeten betalen zoals men die overal in het rentambt van Twenthe betaalt, tenzij zij kunnen bewijzen dat zij naar het Sallandse rentambt mogen betalen.
Oordeel: ons huidige begrip 'vonnis';
Rentambt: ambtgebied van de rentmeester;
Oordeelwijzer: een op een terechtzitting gekozen persoon die namens de hofgenoten het vonnis uitsprak.

Item Jo Dop van wegen des rentamps heft angesproken Middendarp to Bergenthem Hulsbus to Hemse Volckrynk Amsynck ende Grymerync voer de bede welck se betalen den Key.Mat. den hoff Oetmerssen dat se de betalen solt de bede vursz. na costume s hoves Otmerssen gelyck andere de daer ynne horen ofte datse contrarie bewyseb solden.
Alsoe heft de bode to Roetman gewyset voer recht. Ist sake dat de Rentemeyster als he secht de ponde op 20 flemescen in de rekencamer in den hagen voer hem betalt heft so solt se den Rentemeyster dat affdoen ende betalen hem hy na lude des rentamptes register, ten sy sake dat se van Twenthe.....(caeterea fere defunt)

Jo Dop heeft aangesproken vanwege het rentambt: Middendarp te Bergentheim, Hulsbus te Heemse, Volckrync, Amsynck en Grimerync voor de bede (extra heffing) welke ze de keizer betalen in de hof Ootmarsum dat zij de voornoemde bede betalen moeten volgens de gewoonte van de hof Ootmarsum zoals de anderen die daarin horen of dat zij het tegendeel bewijzen kunnen.
Aldus heeft de bode te Reutum voor recht gewezen dat het zaak is dat rentmeester als hij zegt dat hij de ponde van "20 flemescen" in de rekenkamer in den Haag voor hen betaald heeft dan zullen zij dat afdoen met de rentmeester en hem betalen naar verluidt in het register van het rentambt tenzij dat de zaak zo is dat zij van Twenthe.....
(het overige ontbreekt)
Key.Mat: keizer Karel V, heer van Utrecht van 1528-1555
20 flemescen: een bedrag van 20 Vlaamse munten, wellicht 20 Libra, (de Leuvense munteenheid), een redelijk groot bedrag voor die tijd. 

1601 - Verpondingsregister Salland: blz. 118 in Die Büersop ten Velde:
Ein erve genompt Grijmmerinck offt Reininck tobehorende Azewin ende gebrücket bij Gerdt Slingenbaerg, die verclart van – xii (12) mudde lantz, Item noch – vi (7) dachwarck platlant
Gifft de garve 6 – 0 – 0 -

Bij resolutie van 16 juni 1600 voerden de Staten van Overijssel een belasting onder de naam 'verponding' in, die werd geheven over onroerend goed, zoals grond en huizen. Als het om losse landerijen ging betaalde de huurder (gebruiker) eenderde en de eigenaar tweederde deel; bij pachtboerderijen betaalde de huurder tweederde en de eigenaar eenderde deel.
De eigenaar van erve "Grijmmerinck" was 'Azewin', (Statius van Aeswijn, heer van Gramsbergen), wiens nazaten erve Grimmerink tot in 1720 eeuw in eigendom hadden. Tot aan 1528 was het in bezit van de bisschop van Utrecht.
De gebruiker van erve Grimmerink was in 1601 een zekere Reininck, mogelijk een afgeleide van de persoon Luyken Remmerinck die in 1533 en 1548 genoemd wordt als bewoner van De Velde. Van 1609 tot 1614 worden de namen Grimmerink en Reininck door elkaar gebruikt, in 1611 de spellingsvariant Rimmerinck. In 1614 nog Remmerinck, daarna blijft Grimmerink gangbaar.
Het verpondingsregister van Salland uit 1601 vermeldt per erve (boerderij) de hoeveelheid akkerland en grasland, en wel in " mudde gezaai" (de hoeveelheid grond die men kon bezaaien met 1 mud zaaizaad)  en “dachwarck platland” (de hoeveelheid land die in 1 dag bewerkt kon worden).
Mudde = herenmud = 1½ Sallands mud of 5/12 Sallandse morgen = 5.322 m2.  (0,5322 ha)
Dachwark of dagwerk = 2/3 Rijnlandse morgen of 4/9 Sallandse morgen = 5.677 m2. (0,5677 ha)
De aanslag voor Erve Grimmerink bedroeg 6 daalders, 0 stuivers en 0 penningen (1 daalder was 30 stuivers en 1 stuiver 16 penningen).

1659 - DTB-(lidmaten)boek Gramsbergen 1649-1690, f. 169

+A(nn)o 1659
op Paesschen Hendrik Jansen Grijmerink ten Velde

Naast het gegeven dat er al voor 1385 een erve 'Grimering' bestond is dit de vroegste vermelding van de persoonsnaam 'Grimmerink' die tot nu toe gevonden is.
Op Pasen 1659 is Hendrik als (belijdend) lidmaat van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk in Gramsbergen ingeschreven. Zijn vader heette kennelijk Jan, vanwege het patroniem 'Jansen'. (Pasen 1659 viel in dat jaar op 13 april)


1659 - DTB-(trouw)boek Gramsbergen 1649-1691, f. 104
den 1 maij

Hendrik Jansen Grijmmerink, wedenaer van sael(ige) Jennegien Alofsen ten Velde,
ende
Jennegien Sweersen, kokmeit van ons hooged(ele) vrou van Gramsberge, nagelaten dogter van sael(ige) Sweer op de Duits int carspel van Delden
Kerkelijk huwelijk van Hendrik en Jennegien korte tijd na de inschrijving van Hendrik als (belijdend) kerklid. Hendrik was eerder gehuwd geweest met de inmiddels overleden Jennegien Alofsen. Of dat eerdere huwelijk kerkelijk is bevestigd is de vraag, in de DTB-boeken komt dit huwelijk niet voor, overigens was Hendrik toen nog dooplid.
"Nagelaten" dochter wil zeggen dat Jennegien wees was. Ze komt uit Twente, kerspel Delden. In het Rechtelijk Archief van Delden wordt vanaf 1613 regelmatig melding gemaakt van een Sweer Duische. Wellicht komt de naam Duische van een hofstede 'die Duessch'/'Groot Duis' of 'den Duis' uit de buurtschap Oene in de omgeving van Delden (vermeld in het verpondingsregister van Twente van 1601).
Jennegien had een dienstbetrekking als kokmeid bij Aletta Anna van Haeften, "vrouwe van Gramsbergen" op het 'huis Gramsbergen' (havezate, eigendom van Dirk Statius Reinier)
en zag wel iets in weduwnaar Hendrik. Vrouwe Aletta had in diezelfde tijd naast een kokmeit ook nog een boumeit in dienst: Geessien Roelofsen, ook zij was net als Jennegien een 'nagelaten dogter'.
Kokmeit = keukenmeisje, Boumeit = boerenarbeidster (ook voor het maken van de zuivel) .

1671 - DTB-(lidmaten)boek Gramsbergen 1649-1690, f. 166
Op Middewinter
Gerreit Hermsen, coutsier van ons welgeb. Heer Albert Hendrix kleintien
Lubbert Alberts, kuiper
Jan Hendrix kleintien
Gerreit Jansen, schoonsoon van Hendrik Grimerink
Beerent Jansen Speckard
Arent Roelofs Bouhuis.

Middewinter, oudnederlands woord waarmee de kortste dag, 25 december, Kerstmis aangeduid werd.
Eén van de lidmaten die op die dag aangenomen werd was 'Gerreit Jansen', schoonsoon van Hendrik Grimerink. Hij woont kennelijk op 'erve Grimmerink' (naam van het huis) en is getrouwd met een (van naam onbekende) dochter van Hendrik.
Het doopboek van de kerk vermeldt eerder
(10-7-1670) de geboorte van dochter Jennegien en op 20-8-1671 de geboorte van dochter Geessien, beide dochters van Gerreit Jansen. Daarna heeft hij een bewuste keuze gemaakt door het doen van openbare geloofsbelijdenis en is ingeschreven als lidmaat van de Nederduitsch Gereformeerde kerk in Gramsbergen.. Daarvoor was hij waarschijnlijk gewoon dooplid.

1673 - oorlogsgeweld, dijkdoorbraak en rampen
"doorbraak v des bisschops dijk voor Couvorden 1673"
De landen van dese bourschap (Holthone en Den Velde) sijn meest tot den dijck voor Coeverden vergraven, en die huisen alle geruïneert en tot die gront verbrant (register 500e penning 1675). 

In mei 1673 liet Bernard van Galen, bisschop van Munster (Bommen Berend) ten noorden van Gramsbergen een dam in de Vecht leggen. Met behulp van Duitse arbeiders uit o.a. Schüttorf werd de oude Bisschopsdijk hersteld, een 8 tot 10 km lange dijk met een bovenbreedte van 8 en een zoolbreedte van 30 schreden (ca 4,5 meter) die het afstromende water van de Overijsselse Vecht moest opvangen om zo het land rondom Coevorden onder water te zetten. Doel was om Coevorden daardoor weer in handen te krijgen nadat de stad in 1672 door de Staatse troepen was heroverd. De bisschop had zijn hoofdkwartier in het kasteel Gramsbergen. (De oude Bisschopsdijk, in 1232 aangelegd op last van bisschop Willebrand van Oldenburg, was in dat zelfde jaar door storm verwoest. Later is op last van Prins Maurits deze dijk ten dele geslecht)
Toen in de herfst veel regen viel, bleek de dijk niet bestand tegen de grote waterdruk en brak op 30 september 1673.
Zo'n 600 Munsterse soldaten komen om en Bommen Berend verliest veel oorlogsmaterieel. De streek wordt ook nog eens leeggeplunderd en verwoest. De schade voor de boeren is groot. De bisschop krijgt van de lokale boeren de bijnaam "Berendjen den Koodeef"
.
Deze ramp zal ook erve Grimmerink en zijn bewoners niet gespaard zijn gebleven. Over het lot van Hendrik, zijn vrouw Jennegien en zijn twee kleindochtertjes is niets bekend. Wellicht heeft schoonzoon Gerreit de verwoesting eveneens niet overleefd, want een paar jaar later dient zich op erve Grimmerink een nieuwe vrijer aan: Berent Alberts, alias 'doctor'.
Inundatie 1763

1676 - DTB-(lidmaten)boek Gramsbergen 1649-1690, f. 166
Op Middewinter
Hendrikck Jans, swager van Jan Toenissen te Holthoon, met attestatie van Suijtwolde
Berent Alberts, schoonzoon van Grimerink Doctor ten Velde
Jacob Hermsen, Jonker ten Velde
Derck Wilpshaar t' Holtheeme
Hendrik Geerdtsen Timmerman int Holthemer Broek

Dit is de vroegste verwijzing waarin een zeker verband tussen de naam 'Dokters' en de familie Grimmerink gevonden is. Berent, zoon van Albert wordt aangeduid met de titel 'doctor' (kwakzalver?) wellicht vanwege zijn heelkundige kwaliteiten. Waar hij vandaan komt weten we niet, maar hij trouwt met een dochter van Hendrik Grimerink en woont op erve Grimmerink, later bekend als 'erve Dokters'.
Het is niet waarschijnlijk dat Berent getrouwd was met dezelfde dochter van Hendrik Grimerink als eerder Gerreit Jansen (die overleden is). Aannemelijk is dat hij trouwt met dochter Jennegien, anders zou hij getrouwd zijn met een weduwe en ook stiefkinderen hebben.
Van zwager Gerreit met zijn vrouw en twee kinderen wordt in 1676 niets meer vernomen. (Mogelijk dat het iets te maken heeft met de ramp van de dijkdoorbraak en verwoesting rond 1673 door Bommen Berend) De bedrijfsvoering van de boerderij en de erfopvolging gaat volledig over op Berent. Het erve staat in het vervolg bekend onder de naam "Dokters".  Het doopboek van de kerk van Gramsbergen vermeldt vervolgens dat deze Berent Alberts op 23-9-1677 een dochter Geerdtien laat dopen.

1717  DTB-(ondertrouw)boek Gramsbergen 1708-1761, pag.7:
Hendrik Berents, weduw(naar) uijtGriemerink van den Velde, met Stijntje Asse uijt Lemshuijs van den Velde, j.d.

Hendrik, zoon van Berent Alberts, de schoonzoon van Grimmerink, 'doctor ten Velde'hertrouwt op 37-jarige leeftijd met jongedochter Stijntje Asse. Stijntje is afkomstig van het huijs Lems, uit Den Velde. Achternamen waren in die tijd nog niet gangbaar.
Tot aan de wet op de burgerlijke stand van Napoleon (aanneming familienamen in 1811) was de boerderijnaam (de naam van 'het huijs') de naam waaronder de bewoner en zijn gezinsleden bekend stond. Ook iemand die bij zijn schoonfamilie introuwde, ging na zijn huwelijk onder de naam van dat erf door het leven.  Kinderen werden genoemd naar de naam van de vader (z.g.n. patroniem) en naar het erf waar ze vandaan kwamen.

1720 - Veiling van "erven, goederen en een tynde" uit de nalatenschap van de Heer van Gramsbergen:
Memorie van enige goederen gehorende in den boedel van Gramsbergen, met de prijsen waer op deselve bij publique in s acte geset sijn.
Jemand gadinge daer in hebbende koome op voorschr. tijd en plaatsen, anhore de voorwaarden en doe zijne profyten.
Zegget voort.

Erve Grimmerink of Doctor in de bourschap Holtheme, sedert midden 16e eeuw behorend tot de bezittingen van de Heer van Gramsbergen, is door de erfgenamen in 1720 op een openbare veiling publiekelijk verkocht. De nieuwe eigenaar is de huidige bewoner Hendrik Berents Grimmerink, een paar jaar eerder gehuwd met Stijntje Asse. Welke prijs hij er uiteindelijk voor betaald heeft is niet meer na te gaan, maar het is op de veiling ingezet voor een prijs van 1750 gulden.
In de Notificatie (aankondiging) worden genoemd de volgende erven en goederen, nevens een tynde:
1. Het erve Hanekamp in de bourschap Radewijk.
2. Het erve Wolbink in de bourschap Ane.
3. Het erve Meijlink in de bourschap Holtheme.
4. Het erve Grimmerink of Doctor in de bourschap ten Velde.
5. Het erve Vossis goet in de bourschap Holtheme.
6. Verscheidene dagwerken hooyland in 't Coevorsche gebied.
7. De Hondenberger tynde in de bourschap Ane.
veiling boedel huis Gramsbergen

1723 en 1724 ontvangsten diaconie begraafplaats Nijenstede:
22-02-1723 diakenen: Lubertus Sierink en Jan Poes van Lutten, Mense Lambert Odink, Hendrik Grimmerinck van Den Velde;
diaken op 20-02-1724: Mense Lambert Odinck, Hendrick Griemerinck van den Velde, B. Gehart Cramer, Hermen Swijsse van Loesen

Kerkhof Nijenstede was eigendom van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk in Hardenberg. De diakenen waren belast met het toezicht en de inning van begrafenisgelden. De familie Grimmerink uit Den Velde ging destijds in Hardenberg ter kerke. Hendrik Grimmerink is in de jaren 1923 en 1924 een van de diakenen die genoemd wordt in de registers van de begraafplaats.
Het is niet bekend wanneer en waarom de familie Grimmerink niet meer in Gramsbergen ter kerke ging. Hendrik's vader Berent Alberts was met Kerst in 1676 nog als lidmaat van de kerk in Gramsbergen ingeschreven.

1733 - Verponding schoutambt Hardenberg: blz. 288 de buerschap ten Velde:
is Selfs de eijgenaar Grimmerink  (van erve Grimmerink) 9-15- - 17-8-

Het register uit 1733 vermeldt per erve (boerderij) wie de gebruiker en de eigenaar is en wat de verponding en contributie ervan bedraagt. De eigenaar van erve Grimmerink is dezelfde als de gebruiker (Hendrik Grimmerink, gehuwd met Stijntje Asse). 
Het register is in vier kolommen opgedeeld:
- namen der tegenswoordige Eijgenaren, zo niet anders weet
- de namen der Goederen
- Verpondinge ordinaris
- Contributie ordinaris
In 1733 bedroeg de verponding voor Erve Grimmerink 9 daalders en 15 stuivers, de contributie bedroeg 17 daalders en 8? stuivers.
(1 daalder was 30 stuivers).

1748 verslag van de volkstelling:
In“De Buirschap ten Velde” woont op het 'huijs' Grimmerink de man Hendrik met zoon Hendrik ('kind over de 10 jaren out') Tevens Geese en Grietien (kennelijk 'meijden') en de scheper Hendrik 'half' (de andere helft van de scheper werd onderhouden door buurman Jonkeren). Daar bij in woonden zoon Klaas, getrouwd met Ludgert en hun zoontje
Jan ('kind onder de 10 jaren out')

(“De Buirschap ten Velde” lag in de marke ”Holtheme en De Velde”, een gebied tussen Gramsbergen en de Duitse grens.
Op erve Grimmerink woonden in 1742 twee personen met de naam Hendrik: Hendrik sr. oud ca. 68 jaar en zoon Hendrik, 'kind over de 10 jaren out'.
Hendriks tweede vrouw Stijntje wordt niet vermeld, zij is kennelijk overleden.
Zoon Klaas die genoemd wordt is niet een zoon maar een schoonzoon van Hendrik sr.  
Klaas (of Claes volgens het doopregister), is afkomstig van erve 'De Kamp' en getrouwd met Ludgert Grimmerink. In het doopregister van de kinderen heet ze 'Lutgerd Hendriks' (dochter van Hendrik). De kinderen krijgen vervolgens de achternaam van het "huis", van de moeder dus. In het 'huijs' Grimmerink wonen drie generaties en ook nog personeel. Het moet daarom een redelijk groot 'huijs' geweest zijn)
De marke Holtheme en De Velde
Wat bij deze volkstelling opvalt is dat in 1748 van de Grimmerinken alleen vader Hendrik met zoon Hendrik en dochter Ludgert overgebleven zijn. Moeder Stijntje is overleden en de kinderen Berendje (geb. 1718), Berend (geb. 1721), Jannigje (geb. 1725), Jan Asse (geb. 1728), Jannes (geb. 1729) en Hendrikje (geb. 1731) wellicht ook.
Ludgert is een jaar eerder in 1747 getrouwd met Klaas en hun eerste kind Jan komt voor op de lijst.
Er zijn dus in de voorafgaande 25 jaar (ca. 1721 tot 1747) veel sterfgevallen op erve Grimmerink te betreuren geweest.

Schoutambt Hardenberg - Rechtelijk Archief 1772 t/m 1774:
29-07-1772 Folio 197
Schuldbekentenis met hypotheekstelling door Roelof Berends, aan Hendrik Grimmerink, voor een somma van 425 Car. gulden. Als onderpand dient zijn eigendommelijke halve katerstede, in de wandeling Stroomans genaamd. De kantlijn vermeldt dat het bedrag op 25 februari 1802 is afgelost.

(Deze Hendrik moet Hendrik jr. zijn, genoemd in de volkstelling van 1748. Toen een kind ouder dan 10 jaar, (stel 13, geboren 1735) nu zo'n 47 jaar oud. Hij is de oudste nog in leven zijnde zoon en erfopvolger op erve Grimmerink. Gezien de lening die hij kan verstrekken is hij niet onvermogend.
Duur van de hypotheek bijna 30 jaar. Roelof Berends, zoon van Berend (nog familie van Hendrik Berents, een broer misschien???) is voor de helft eigenaar van katerstede Stroomans. Een 'katerstede' is de bedoening van een 'kater' of keuterboer.
In 1795 vermaakt Hendrik bij testament (behoudens 500 guldens aan zijn 5 nichten) alle roerende en onroerende goederen aan zijn neef Hendrik, (zoon van zijn oudere zus Lutgerd en zwager Klaas) die dan 32 jaar oud is)

22-07-1773 Folio 240 vo, 241
Momberstelling van Fennegien Jansen, weduwe van wijlen Hendrik Geertsen, zijnde in deze geadsisteerd met haar stiefvader Gerrit Schonekamp als haar verkoren Momboir. Zij is voornemens in het huwelijk te treden met Gerrit Scholten. Zij stelt Momboiren aan over haar vijf minderjarige kinderen uit haar vorige huwelijk, genaamd Harmen-, Hillegien-, Stientien-, Hendrikjen- en Geertien Hendriks, betreffende erfuiting van het Vaderlijke Goed. Momboiren worden Albertus Schonekamp en Klaas Grimmerink, de eerste oom en de tweede neef van de kinderen.

(Momber of Momboir is een oud Frans woord en betekent voogd)

22-07-1773 Folio 241, 241 vo
Huwelijkse Voorwaarden van Gerrit Scholten, jongman, en Fennegien Jansen, weduwe van wijlen Hendrik Geertsen, geadsisteerd met haar stiefvader Gerrit Schonekamp als haar verkoren Momboir. De vijf voorkinderen van de bruid en haar overleden man, genaamd Harmen-, Hillegien-, Stientien-, Hendrikjen- en Geertien Hendriks, krijgen in voldoening van hun vaderlijke nalatenschap wanneer zij 25 jaar zijn of als zij eerder mochten trouwen ieder een somma van 25 Car. guldens. Een van de kinderen zal te zijner tijd mogen introuwen, mits de andere kinderen een behoorlijke vergoeding krijgen. De kinderen worden erfgenaam, samen met de eventueel nog te geboren kinderen uit dit huwelijk.
De akte wordt ondertekend door Gerrit Scholten de bruidegom, Fengijen Yansen, Gerrit Schonekamp de stiefvader en momber van de bruid, Albertus Schonekamp, Klaas Grimmerink en Jan Scholte
24-11-1774 Folio 291
Overdracht van twee stukken zaailand naast elkaar groot ongeveer drie mudden land op de Veldeneresch, dan nog het woeste hoekje tegen de voornoemde gedeelten gelegen, afkomstig uit het Erve Bouwhuijs te Den Velde, door E.G. Molckenbour, luitenant in het Regiment van Heer Kolonel Erfprins van Nassau Weilburg, in kwaliteit als gevolmachtigde van de Heer C.W.J. Baron van Coeverden tot den Doorn en van zijn huisvrouw Hendrina Jacoba Baronnesse van Coeverden tot Doorn geboren Baronnesse van Raesfelt, luid procuratie voor het Scholtengericht van Zwolle en over Zwollerkerspel op 14 november 1774, aan Claas Grimmerink en zijn huisvrouw Lutger Grimmerink, voor een somma van 700 Car. guldens. De voornoemde goederen zijn volgens Koopbrief door Claas Grimmerink op 7 augustus 1774 aangekocht.

(Men nam het met de spelling vroeger minder nauw dan tegenwoordig (alhoewel.......). Claas en Lutger heetten bij de volkstelling van 1748 Klaas en Ludgert. Overigens is duidelijk dat de familie Grimmerink goed boerde, anders zouden ze deze uitgaaf niet kunnen betalen.)

1789 - DTB-boek Hardenberg 1762-1791, f. 3:
Den 29 januarij 1789 verkozen en den 22 febr. bevestigd:
Ouderlingen: Hendrik Vinke uit den Hardenberg en Hendrik Grimmerink van den Velde
Diac.: Claas ter Steeg uit Hard. en Lambert Janssen Schutten van Aane

(Dit is waarschijnlijk Hendrik de zoon uit de volkstelling van 1748, destijds "over 10 jaar out". Hij is de zoon van Hendrik Berends Grimmerink en Berentje Hermsen Waterink. Gesteld hij geboren is ca. 1735, dan wordt hij ouderling op een leeftijd van ca. 54 jaar in de Nederduitsch Gereformeerde kerk van Hardenberg.
Er is in 1789 op erve Grimmerink nog een Hendrik, zoon van Claas en Lutgerd, geboren in 1763, ongetrouwd, moet in januari nog 26 jaar worden, daarom is het niet aannemelijk dat hij tot ouderling is verkozen
.)

verslag van de volkstelling 1795:
Telling van alle Menschen in de Marke van Holtheme en den Velde, Schoutampt Hardenbergh, gedaan tusschen den 21 en 31 October 1795, ingevolge, Publicatie der ordinaris Gedeputeerden van de Provisioneele Reprosentanten des volks van Overijssel.
Onder de "Naamen en toenamen van de hoofden der huisgezinnen, met derzelder bedrijf in Buirschap den Velde" ook Hendrik Grimmerink, boer. Het getal der menschen zich in dit huisgezin bevindende is 9 (negen)
.

(De lijst vermeldt in totaal 12 gezinshoofden. Hendrik Grimmerink staat met nog 6 andere vermeld als "boer", de 5 andere gezinshoofden zijn "keuter". Het huisgezin van Hendrik bestaat uit 9 personen, hierin werden ook meegeteld eventuele knechten en meiden. Aannemelijk is dat Hendrik de zoon is uit de volkstelling 1748, destijds "over 10 jaar out". Als we zijn geboortedatum stellen op 1735 is hij nu zo'n 60 jaar.  Er was in 1795 nog een andere Hendrik, 32 jaar oud, in mei van dat jaar getrouwd met Geertjen Luggers, ze hadden nog geen kinderen. De ouders van Hendrik waren overleden, het kan zijn dat er nog zussen van Hendrik op de boerderij waren, anders moeten de overige gezinsleden knechten en meiden geweest zijn.) Klik voor een grotere versie


1802 - DTB-boek Hardenberg 1791-1796, pag 0d:
Den 28 jan. 1802 zijn verkozen:
Ouderlingen: Frederijk Bussemaker te Hard. en Hinderijk Grimmerink op den Velde

(Het is aannemelijk dat dit Hendrik is, getrouwd met Geertjen Luggers, nu 58 jaar.
Zijn oom Hendrik is, op dit moment ca. 67 jaar, is ziekelijk, heeft juist een testament laten opstellen waarin hij als erfopvolger neef Hendrik benoemd.)

Schoutambt Hardenberg - Rechterlijk Archief (vrijwillige zaken) 1805-1808:
12-09-1806 Folio 115verso
Comparanten Jan Geugies en echtgenote Fennechien Balderhaar te Loozen. Zij verklaren twee mudden zaailand in de Veldinger Esch, naast het land van Jan Jonkeren, over te dragen aan Hendrik Grimmerink en echtgenote te Den Velde.

(Hendrik is geboren in 1763, in 1795 getrouwd met Geertjen Lugger(t)s uit Heemse, ook Otten genoemd (waarschijnlijk van erve Otten)

1808 Personele Quotisatie van Stad en Schoutambt Hardenberg - Scriptie Erik ten Brinke:
PDF-document blz. 2 en 20
Aanslag belasting op basis van inkomen. Alle zelfstandig inwonende leden van een gezin worden aangeslagen. In het bijzonder de meiden en de knechten. H. Grimmerink
staat vermeld met twee knechts en een scheper. Hij zelf wordt aangeslagen voor ƒ 10,- zijn knechten en scheper samen voor ƒ 1,10.

(Dit is Hendrik Grimmerink, zijn bedrijf (boerderij) was goed voor het hoge belastingtarief van 10 gulden. Hij had 2 knechten in dienst en de hoogste aanslag van Den Velde, daaruit valt de grootte van zijn boerenbedrijf enigszins op te maken (andere belastingplichtigen in Den Velde Hendrik betaalden maximaal 6 gulden ) Er was geen dienstmeid zoals bij andere boerderijen. Hendrik en zijn vrouw Geertjen hadden op dat moment 3 kinderen, Klaziena  de oudste was 12, wellicht dat zij in de huishouding meehielp.)

lijst met "achternamen, erven of buurtschappen voor 1811" (bron: archief Hardenberg):
18 november 1811 - Napoleon Bonaparte voert in de Lage Landen de burgerlijke stand in. Iedereen is wettelijk verplicht een achternaam te kiezen in verband met belasting-inning en dergelijke. Deze lijst geeft een inventarisatie van de reeds aanwezige en gangbare namen. De naam “Docters” komt hierin 1x voor en de naam “Grimmerink“ 34x.
Wellicht is de naam Docters de huisnaam van 'erve Grimmerink'.
Het valt op dat er voor 1811 kennelijk veel personen zijn die "Grimmerink" heten.

(Het is niet goed te bepalen op welk gebied deze inventarisatie betrekking heeft en ook niet welke criteria gehanteerd zijn.)

lijst met "achternamen, erven of buurtschappen na 1811" (bron: archief Hardenberg):
Deze lijst geeft een inventarisatie van namen na de wettelijke plicht een achternaam te hebben. Wanneer de lijst is opgesteld heb ik niet kunnen vinden. De naam "Grimmerink" komt hierin echter nog maar 24x voor. Of dit gezinnen of personen zijn is niet vermeld.

(Waar zijn al die andere 'Grimmerinken' gebleven? Het kan zijn dat er buiten Gramsbergen ook mensen met die naam wonen die hier niet meegeteld zijn. Anders is het aantal 'Grimmerinken' wel heel erg uitgedund. Het aantal gezinnen met die naam is begin 21e eeuw trouwens nog geen 24) Oude boerderij Grimmerink alias Dokters

excerpten Archief Gramsbergen 1811-1825:
23-04-1812
lastgeving aan de rotmeester H. Grimmerink der buurtschap Den Velde inzake kennisgeving aan de ingezetenen tot het bepoten van landerijen met mangelwortelen; met naamlijst: Gerrit Lennips, Hendrik Lamberts, Berend Odink, Geert Buter, Hendrik Grimmerink, Jan Jonkeren, Harmen Klingenberg, wed. Evert Slingenberg, Harmen Schuurman en Hendrik Slingenberg.

(Rotmeester, destijds een leidinggevende functie. Een rot was een groep mannen bijeengetrommeld voor algemene taken t.a.v. onderhoud en veiligheid van de gemeenschap)

30-06-1814
Toezending van het budget [gemeentebegroting] 1813; gemeenteraden zijn J.H. Leemgraven, B. Rave, Egbt. Willink, J. Hurink, H. Grimmerink, H. Klingenberg, J. Heerspink en B. Passies; bijgevoegde stukken betreffende staten der tractementen voor schoolmeesters met namen; Staat der directe belastingen met bedragen; staat van afgegeven extracten uit de registers van de burgerlijke staat; staat der kosten benodigd tot het onderhoud van het uurwerk der kerktoren waarin sprake is van boomolie en reparatie; stuk van de gezamenlijke gemeenteraad van Hardenberg en Gramsbergen gehouden op 30-08-1811 ten gemeentehuize Hardenberg inzake de plaats der gevangenis aldaar en het gebruik van de bovenverdieping van het gemeentehuis te Hardenberg door het vredegerecht, ondertekend wegens de gemeente Hardenberg door de maire Anth. van Riemsdijk en de gemeenteraden R. van Langen, L. Hoenderken, J. Zantman Dzn., D.J. Zantman, J. Odink, M. Snel, E. Bruins, G.G. Oldewaterink en H. Hersminsk (Heersmink), namens Gramsbergen de adjunct maire J. Merjenburgh, de raden B. Rave, R. Passies, J.H. Leemgraven, W. Loshaar, J. Hurink, Harm Grimmerink, Herm Klingenberg en Jan Heerspink; begroting der straatkosten met nota ondertekend door meester metselaar Beerend Meenderman wonende te Gramsbergen; begroting van kosten voor de brandspuit ondertekend door Jan van der Hulst Gerritzoon ws. voor de meester schoenmaker Gerrit van der Hulst; begroting voor onderhoud der brug en beide sluizen ondertekend door meester timmerman Jan Werners; begroting voor onderhoud der schoolgebouwen te Gramsbergen, Holtheme, Den Velde, Anevelde, Ane, Holthone ondertekend door meester timmerman Jan Werners.

(Kennelijk is Harm Grimmerink in 1814 gemeenteraadslid)

29-03-1817
authorisatie voor J. Heerspink en R. Passies tot uitdeling aan de behoeftigen de somma van 115 gulden en 9 stuiver afkomstig van de hoofdcommissie der vrijwillige wapening; naam, handtekening en ontvangen bedrag van Gerrit Centen, Albartus van Muijen, A. Weerts, weduwe K. Reinders, weduwe H. Tangenberg ondertekend door Geeryen Grymmerink, Egbert Centen Hzn., weduwe A. Reinders, weduwe J. van den Hoff ondertekend door Hinderken Brink, weduwe G. Rechtuit ondertekend door Gerrit Rechtuit, weduwe H. Reinders Hzn., Egbert Postdijk, E. Worms, weduwe J. Brink, Roelof Reinders, Jan Albers, Jacob van Salen (Salem); te Ane Jan Timmerjan, J. Poffert ondertekend door Jan Ramaker, A. van de Berg, weduwe H. Leemgraven, J.H. Brand, weduwe Klooster; te Holtheme Jan Roelofs ondertekend door Hindrica Roelofs; te Den Velde W.M. Lennips ondertekend door Z. Hultink

(Geeryen Grymmerink, een slordige schrijfwijze? Zij tekent voor ontvangst van armengeld namens een kennis of buurvrouw, wie zal het zeggen)

29-03-1817
declaratie van commissarissen van het magazijn der vivres en fourrages ten dienste der geallieerde landstorm: J. Merjenburg, J. Reinders, A. Reinders, W. Grimmerink, J. Heerspink, W. Krikke en J. Valkman

(Moet een schrijffout zijn. Er is in de 19e eeuw slechts één Grimmerink met voorletter 'W' (Willem, zoon van Lucas en Gerritdina Bosch) te vinden en die is maar 7 jaar oud geworden)

04-09-1819
publicatie inzake onderhoud van weteringen en tochtsloten en voorschriften onderhoud waterleidingen; schouw vrijdagmorgen beginnend te Anevelde in de Hammate en Raadsche Mate verderop door Ane naar de Schanse en Berkte, 's middags beginnend aan de Scheidsloot op 't Anerveen van daar de Coeversche Vecht verder door De Meene naar Beltman te Ane; zaterdagmorgen beginnend bij H. Grimmerink te Den Velde van daar over de Slingenberg door de Loozermars en Ossenweide; 's middags beginnend in de Leede de Papenmate naar het Koeland van Wilpshaar

(De Slingenberg of 'Slingenbergh' is een z.g.n. 'berchvrede' een eenvoudige verdedigingstoren uit de middeleeuwen)

26-08-1820
publicatie van het gemeentebestuur ten behoeve van de ingezetenen inzake het opruimen en in orde maken van alle gemeenschappelijke waterleidingen (gemeene weteringen), tochtsloten en andere uitwateringen waarover de schouw moet worden gedaan (met beschrijving van de dagen waarop en waar de schouw wordt gehouden: begin in Anevelde in de Ham en Raadsche-maaten, door Ane naar de Schanse en Berkte, van de Scheidsloot op 't Anerveen naar de Coevorder Vecht, door de Meene naar Beltman te Ane; van H. Grimmerink te Den Velde over de Slingenberg door de Loozermarsch en Ossenweide; van de Leede, de Papenmate naar het Koeland van Wilpshaar)
02-04-1821
missive inzake de Nationale Militie: Lucas Grimmerink heeft de kwitantie van de geldstorting in de kassa van het corps, waar zijn plaatsvervanger diende, aan de burgemeester getoond, maar deze plaatsvervanger, Albert Centen, is vorige maand overleden, waardoor Hendrik Bouwhuis nu door deze storting ontheven is van zijn dienstplicht

(Missive = min of meer officieel schrijven. Nationale Militie = het leger. Lucas heeft Albert Centen betaald om voor hem in de plaats in het leger als soldaat te dienen. Nu is Albert overleden, niet duidelijk is de relatie met Hendrik Bouwhuis)

11-08-1821
publicatie inzake het onderhoud van de gemeentelijke waterleidingen; de ingezetenen dienen voor 31 augustus, de dag dat de schouw zal plaatsvinden, de waterleidingen schoon te maken, uit te diepen en te verbreden op straffe van een boete; op twee achtereenvolgende dagen zal de schouw plaatsvinden in de buurtschap Anevelde in de Ham (Hammate) en Raadsche Maten, door Ane naar de Schans en Berkte; bij de Scheidssloot te Anerveen, langs de Coevorder Vecht, verder door Meene naar Beltmans te Ane; bij H. Grimmerink te Den Velde, over de Slingenbergh door de Loozermars en de Ossenweide; bij de Leede (Lhee), de Papenmate naar het koeland van Wilpshaar
01-09-1821
publicatie inzake het onderhoud van de gemeentelijke waterleidingen; het gemeentebestuur heeft geconstateerd dat vele ingezetenen (ook van de gemeenten Stad en Schoutambt Hardenberg) nalatig zijn gebleven in het schoonmaken van de waterleidingen; dit kwam mogelijk door het weer, dat zeer gunstig was om koren te oogsten; daarom heeft de gemeente besloten de schouwing acht dagen uit te stellen en plaats te laten vinden op 7 september; voor die dag dienen de ingezetenen de waterleidingen schoon te maken, uit te diepen en te verbreden op straffe van een boete; op twee achtereenvolgende dagen zal de schouw plaatsvinden in de buurtschap Anevelde in de Ham (Hammate) en Raadsche Maten, door Ane naar de Schans en Berkte; over het Anerveen naar de Scheidssloot, langs de Coevorder Vecht, de waterleidingen in de Meene en de waterleidingen in Holthone; bij H. Grimmerink te Den Velde, over de Slingenbergh door de Loozermars tot aan de Vecht, verder langs de Ossenweide; van de Leede (Lhee) naar de Papenmate en het koeland van Wilpshaar en uiteindelijk naar de waterleidingen op de Oldenhoff en langs het koeland van L. Kamphuis tot in de Westeresch

kadasterkaart Den Velde 1811-1832 met erve Docter:
Minuutplan gemeente Gramsbergen, sectie D Holtheme (Stichting Kadastrale Atlas Overijssel 1832, kaart 18)
.

(Op deze kaart van begin 1800 ijn de percelen en boerenplaatsen ingetekend met de bijbehorende huisnamen. Een beetje in het midden is ook erve Grimmerink alias Docter te vinden. De naam Docters komt voor het eerst voor in 1676 waar Grimerink Doctor ten Velde wordt genoemd. Daarna heet het erf steeds "Docter" en komt het ook zo op de kaart terecht. Rechts onder is erve Strojan te zien, de vader van Hendrik was Claas, voorheen Strojan van erve "Stroo" Strojan (volkstelling 1748) of Strojan.
In het doopregister van 1721 wordt Claas ingeschreven afkomstig van erve "de Camp", waarschijnlijk werd erve "de Camp" later "Stroo" of "Strojan" genoemd)
Klik voor een grotere versie



een staat met "vermoedelijke kosten van primair onderwijs in de gemeente Gramsbergen gedurende het jaar 1814" (bron: E. Wolbink in "Rondom den Herdenbergh" nr. 22/4 2005):
Schoolmeester Lambers gaf in Den Velde les aan 23 leerlingen. Een bijlage van genoemde staat toont de verdeling van de voor dat jaar benodigde gelden voor het onderwijs, omgeslagen over de inwoners van Gramsbergen en ingedeeld in klassen. In de hoogste klasse was alleen de douairiere Johannna Geertruida, barones le Chastelain aangeslagen voor 14 gulden per jaar. Zij was de weduwe van Wolter Cidonius, baron van Coeverden, heer van Gramsbergen. Direct daarna, in klasse vier komen we de eerste ingezetene van Den Velde tegen, Hendrik Grimmerink (van Dokters) in huisnummer 6, moest jaarlijks vier gulden en vijftien cent betalen. Hij had nog twee schoolgaande kinderen.
Uit een rapport van de districtschoolopziener in 1824 blijkt dat het schoolmeubilair van de gebouwen in Holtheme, Den Velde, Holthone, Anevelde en Ane zeer middelmatig zijn. Slechts een derde van de school in Den Velde was bevloerd.

klasse huisnr. naam schoolgaande
kinderen
aandeel
4
5
5
6
7
9
9
10
10
11
11
11
11
6
8
10
3
2
7
1
5
9
12
5
11
4
Hendrik Grimmerink
Harmen Klingenberg
Wed. Evert Slingenberg
Berend Odink
Hendrik Lambers
Jan Jonkeren
Gerrit Lennips
Geert Buter
Hendrik Slingenberg
Jan Hamburgh
Marten Lennips
Harmen Schuurman
Jan Strojan
2
3
1


2
2

1

3

3
4,15
3,10
3,10
2,15
2,00
1,50
1,50
1,00
1,00
0,15
0,15
0,15
0,15

excerpten oud archief Gramsbergen 1828-1831
13-12-1831
Vervolgrapport opdamming water langs de Baalderdijk: getuige Hendrik Grimmerink landbouwer te Den Velde is omtrent 70 jaar oud en hoort onder de kerk van Hardenberg en komt op zondag en ook door de week langs de waterleiding, hij verklaart dat het water altijd vrij langs de Baalderdijk heeft afgelopen want de leiding was voorzien van spekken (bruggen), sinds enkele jaren echter voorzien van een dam. De gemeente Ambt Hardenberg moet een duiker in de dam maken om inundatie te voorkomen en Jan Volkering voor een ruïne te behoeden.

(Hendrik is geboren in 1763 en was in 1831 68 jaar oud. Inderdaad gingen de Grimmerinken uit Den Velde in Hardenberg ter kerke. In tegenstelling tot Heemse heeft de Hervormde kerk in Hardenberg in 1834 geen afscheiding gekend. Later wel een Doleantie, waarna de Höftekerk is gebouwd)

excerpten Archief Gramsbergen 1826-1843 (verzonden stukken):
10-09-1832
kennisgeving dat op 7 september is overleden Hendrik Grimmerink te Den Velde welke minderjarige kinderen heeft nagelaten
07-12-1833
kennisgeving van de voordracht van leden voor de gemeenteraad om per 2 januari de aftredende raadsleden op te volgen; aftredend zijn N.W. Grimmelius en Evert Meijlink; voorgedragen wordt om Grimmelius opnieuw te benoemen en als kandidaten voor de vacature Evert Meijlink komen Lucas Waterink en Lucas Grimmerink in aanmerking
12-04-1836
aanvraag om bewijs van voldoening aan de nationale militie ten behoeve van Lucas Grimmerink en Lambert Bouwmeester
08-12-1837
inzending voordracht van leden voor de gemeenteraad: vacature Albert Wilpshaar door aftreding, kandidaten Albert Wilpshaar te Holtheme en Lucas Waterink te Anevelde; vacature Hendrik Krikke door aftreding, kandidaten Hendrik Krikke te Gramsbergen en Lucas Grimmerink te Den Velde
04-12-1839
inzending voordracht van leden voor de gemeenteraad; aftredend Nicolaas Wilhelmus Grimmelius en Hendrik Jan Leemgraven; kandidaten zijn de zelfden bij herverkiezing en Lucas Waterink te Anevelde en Lucas Grimmerink te Den Velde.
23-11-1843
missive inzake overlijden van raadslid Albert Wilpshaar en de benoeming van Lucas Grimmerink

Eindelijk, na meerdere keren te zijn 'voorgedragen' wordt Lucas Grimmerink gekozen tot raadslid in Gramsbergen. Lucas, toen 42 jaar oud,  trad in de voetsporen van zijn vader Hendrik die ook gemeenteraadslid was en 11 jaar geleden was overleden)

07-12-1843
kennisgeving dat de zittende raadsleden Hendrik Krikke en Lucas Grimmerink zijn herbenoemd per 2 januari 1844

excerpten Archief Gramsbergen 1844-1856 (ingekomen stukken):
15-03-1844
missive inzake benoeming commissie van voorlopig- en eindonderzoek der buitengewone belastingen op bezittingen, als leden van de commissie voorlopig onderzoek: burgemeester W. Swam, zetter H. Krikke en één der hoogstaangeslagenen J. Roelofs Hzn., als plaatsvervangers raadslid L. Grimmerink, zetter G.J. Krikke en één der hoogstaangeslagenen G.J. Rigterink; als leden van de commissie eindonderzoek: burgemeester W. Swam, zetter J. Timmerman, één der hoogstaangeslagenen H.J. Leemgraven, één der hoogstaangeslagenen R. Hurink, als plaatsvervangers: raadslid L. Grimmerink, één der hoogstaangeslagenen bij gebrek van zetters L. Waterink, één der hoogstaangeslagenen E. Meilink, idem R. Beenen
27-12-1844
missive inzake benoeming van Lucas Grimmerink, landbouwer te Den Velde, tot zetter der directe belastingen te Gramsbergen, ontstaan door het vertrek naar elders van Gerrit Jan Krikke

(G.J. Krikke was gemeenteontvanger in Gramsbergen en werd in Tubbergen benoemd als notaris. Vandaar zijn vertrek en in zijn plaats werd Lucas Grimmerink benoemd als "zetter". Een zetter was iemand die de belasting van individuele burgers vaststelde.)

20-01-1849
verslag van raadsvergadering inzake hoofdelijke omslag d.d. 09-01-1849
present waren de heren W. Swam burgemeester en secretaris, H.J. Leemgraven en G.J. Rigterink assessoren, J. Timmerman, L. Grimmerink, F. van der Hulst en J. Reinders leden van de raad
27-12-1849
missive inzake herbenoeming raadslid Lucas Grimmerink, Jan Hendrik Reurink zal per 02-012-1850 Gerrit Jan Rigterink vervangen

(kennelijk is in de loop van 1849 het raadslidmaatschap van Lucas Grimmerink beëindigd)

28-12-1849
missive inzake vervanging raadslid G.J. Rigterink als assessor, getuige aantekening is volgens burgemeester Swam raadslid L. Grimmerink het meest geschikt
03-01-1850
missive inzake opmerkingen rond de benoeming van L. Grimmerink en H.J. Reurink tot raadsleden
26-09-1851
missive inzake benoemde raadsleden, met kladnotitie van de burgemeester waarin staat dat J. Meilink en L. Grimmerink de betrekking hebben aangenomen.
20-07-1853
toezending van lijst der vier personen waaruit moet worden gekozen tot benoeming van twee gemeenteraadsleden met de namen van de landbouwers J. Meilink te Ane, L. Grimmerink te Den Velde en G. Hinnegies te Anerveen en burgemeester H.P.M.C. van Ingen

(in de Procinciale Overijsselsche en Zwolsche courant van 12-08-1853 staat te lezen dan benoemd zijn: Mr. H.P.M.C. van Ingen en aftredend lid J. Meilink.
Lucas Grimmerink komt dus niet meer in de raad. Hij is raadslid geweest van nov. 1843 tot aug. 1853, bijna 10 jaar,)

excerpten Archief Gramsbergen 1857-1869 (verzonden stukken):
03-03-1857
lijst van de 64 kiezers die bij de op de derde maart 1857 in de gemeente Gramsbergen gehouden stemming ter verkiezing van een lid van de raad hun stembriefjes in de bus hebben geworpen: Johannus Hendrikus Paulich (Pahlig), Berend Kuiper, Gerrit Jan Snel, Jan Reinik (Reinink), Gerrit van der Haar, Hendrik van der Haar, Roelof Beenen, Jan Boerink Krikke, Hendrikus Garhardus Krikke, Berend Jan Kamphuis, Willem Swam, Gerrit Jan Rigterink, Willem Kelder, Jan van Aans ( van Aas), Lukas Passies (Pasjes), Lukas Gerrits, Gerrit Kleinebuul, Jan Klingenberg, Berend Habers, Berend Rigterink, Willem Kieft, Hendrik Haandrikman, Hermannus Centen, Gerrit Rijstenberg, Derk Roelofs, Jan Hazelaar (Haazelaar), Hendrik Jan Schutte, Albertus Odink, Teunis van der Veen, Jan Timmermans (Timmerman), Lukas Grimmerink (Grimmelink), Gerrit Jan Hoedenburg, Hendrik Beune, Albert Reurink, Gerrit Bosch, Jan Drenten, Gerrit Jan Stroeve, Jan Werners, Jan Egbert Smit, Gerrit Jan Hulzebosch, Gerrit Jan Kamphuis, Gerrit Jan Wilpshaar, J.F.Eel Weurdinge (Weudink), Jan Harm Joosten, Hendrik van der Hulst, Harm Bouwhuis, Gerrit Lambers, Hendrik Bouwhuis, Berent Harmen Meilink, Lukas Hans, Gerrit Schutte, Hendrik Jan Leemgraven, Jan Schoe, Gerrit Hinnegies, Frederik van der Hulst, Jan of Berend Hurink, Evert Meilink, Gerrit Jan Hulter, Jan Reinders, Asse Reinink, Hendrik Jan Engbers, Jans Haandrikman, Gerrit Jan Klingenberg, Gerrit Loshaar; aldus opgemaakt en gesloten door voorzitter J.H. van Barneveld en stemopnemers B. Habers en G.J. Rigterink; na telling werd W. Swam tot raadslid benoemd
26-03-1857
inzending van de geloofsbrieven van het nieuw gekozen raadslid Willem Swam, bij de verkiezingen waren van de vierenzestig stembriefjes vier ongeldig, van de zestig overgebleven stemmen kreeg W. Swam 38 stemmen, R. Beenen 8, S. Bouwhuis 3, Js. Kieft 2 en G. Rijstenberg 1 stem evenals L. Grimmerink, J. Drenten, G. Bosch, G.J. Wilpshaar, G. Zwijse, J.E. Smit, B. Hurink en J.H. van Barneveld; Willem Swam is notaris te Gramsbergen en kerkvoogd der Hervormde Gemeente aldaar
14-10-1857
staat met voordracht van personen om te worden benoemd tot zetters voor de directe belastingen voor 1858, uit het bestuur worden voorgedragen de burgemeester Johannes Hendrikus van Barneveld en wethouder Willem Swam, uit de grondeigenaren worden voorgedragen de in de gemeente wonende winkelier Hendrikus Gerhardus Krikke en de landbouwers Lucas Grimmerink en Berend Hurink, de buiten de gemeente te Ambt Hardenbergh wonende landbouwers Hendrik Bruggeman en Evert Beenen; de gemeente Gramsbergen bestaat uit 1994 zielen

(Zetters of schatters stelden de hoogte van de belasting per individuele inwoner van de gemeente vast. Ze waren bekend met de persoonlijke omstandigheden van de mensen. Zij legden registers aan, waarin opgenomen werden de namen en het bedrag van de aanslag of ingeval van grondbelasting de percelen, hun eigenaar en het op te brengen bedrag. Aan de hand van deze registers, werd door een collecteur - of hoe de functionaris ook genoemd mag zijn - geïnd. De gemeente Gramsbergen telde eind 1857 dus 1994 inwoners. In 2004 heeft Gramsbergen zelf, zonder de buitengebieden, al meer dan 3000 inwoners) Gramsbergen in de 18e eeuw

05-10-1858
voordracht van personen om te worden benoemd tot zetters der directe belastingen voor het jaar 1859: burgemeester Johannes Henrikus van Barneveld, wethouder Willem Swam, winkelier Hendrikus Gerhardus Krikke, landbouwerLucas Grimmerink, landbouwer Berend Hurink, landbouwer Hendrik Bruggeman en landbouwer Evert Beenen
15-12-1858
toezending besluit tot benoeming van zetters der directe belastingen voor 1859: J.H. van Barneveld, W. Swam, L. Grimmerink, H.G. Krikke, B. Hurink, H. Bruggeman en E. Beenen
05-12-1859
voordracht tot benoeming van zetters der directe belastingen, uit het bestuur A.F. Stroink, burgemeester en W. Swam, wethouder; grondeigenaren wonende in de gemeente H.G. Krikke, winkelier, B. Hurink, landbouwer en L. Grimmerink, landbouwer; buiten de gemeente wonende grondeigenaren H. Bruggeman en E. Beenen, beide landbouwers te Ambt Hardenberg
11-12-1860
benoeming van de leden van het college van zetters; benoemd worden A.F. Stroink, burgemeester, W. Swam, wethouder, H.G. Krikke, winkelier, B. Hurink, landbouwer, L. Grimmerink, landbouwer; allen woonachtig te Gramsbergen en H. Bruggeman en E. Beenen, landbouwers te Ambt Hardenberg
24-12-1861
toezending naamlijst der lotelingen van de nationale militie van de klassen van 1858, 1859, 1860 en 1861 die nummers hebben getrokken welke in de termen van oproeping zijn gevallen doch die in 1861 voor één jaar zijn vrijgesteld; uit de gemeente Stad Hardenberg: J. Valkman, J. Venebrugge, H.J. Santman, H. Gottke en G. Frijling; uit Ambt Hardenberg: J.H. Meppelink, G. Lenters, H.J. Boshove, J.H. Rolleman, H. Kollen, H.J. Odink, H. Kelder, J.H.B. Einhaus, M. Simon, G.J. Kortman, J. Velsink, G.P. van der Aa, K. Kroeze, G. Groeven, F. Piest, R. Bosch, G.H. Meijer, A. Stegink, A. Siemon, G.K. Heerschap en J.J. Helmich; uit de gemeente Gramsbergen: G. Lennips, G.J. Schonekamp, G.J. Hultink, J. Flierman, G.J. Bouwmeester, G. Grimmerink en J. Hamberg
30-12-1861
benoeming van zetters der directe belastingen voor de dienst 1862: A.F. Stroink, W. Swam, H.G. Krikke, B. Hurink, L. Grimmerink, H. Bruggeman en E. Beenen.

(dit is Gerrit Grimmerink, geboren in 1842, de tweede zoon van 'zetter' Lucas Grimmerink)

30-12-1861
benoeming van zetters der directe belastingen voor de dienst 1862: A.F. Stroink, W. Swam, H.G. Krikke, B. Hurink, L. Grimmerink, H. Bruggeman en E. Beenen
19-12-1862
benoeming der zetters van de directe belastingen te kiezen uit burgemeester A.F. Stroink, wethouder W. Swam, winkelier H.G. Krikke, landbouwer B. Hurink, landbouwer L. Grimmerink woonachtig in de gemeente en de te Ambt Hardenberg wonende landbouwers H. Bruggeman en E. Beenen
15-12-1863
toezending besluit tot benoeming van zetters der directe belastingen voor het dienstjaar 1864: A.F. Stroink, W. Swam, H.G. Krikke, B. Hurink, L. Grimmerink, H. Bruggeman en E. Beenen
29-12-1864
voordracht tot benoeming van zetters der directe belastingen, uit het bestuur O. van Riemsdijk, burgemeester en W. Swam, wethouder; grondeigenaren wonende in de gemeente H.G. Krikke, koopman, B. Hurink, landbouwer en L. Grimmerink, landbouwer; buiten de gemeente wonende grondeigenaren H. Bruggeman en E. Beenen, beide landbouwers te Ambt Hardenberg
08-11-1865
voordracht tot benoeming van zetters der directe belastingen, uit het bestuur O. van Riemsdijk, burgemeester en W. Swam, wethouder; grondeigenaren wonende in de gemeente H.G. Krikke, koopman, B. Hurink, landbouwer en L. Grimmerink, landbouwer; buiten de gemeente wonende grondeigenaren H. Bruggeman en E. Beenen, beide landbouwers te Ambt Hardenberg
19-07-1866
kennisgeving van het in behandeling genomen hebben van de vrouw van L. Grimmerink te Den Velde, welke aan de cholera lijdt

(Lucas' vrouw is Berendina Bosch, niet vermeld wordt hoe het met haar ziekte afgelopen is. In de 19e eeuw werd in Europa voor het eerst cholera aangetroffen. Cholera dook op uit het niets. Mensen werden ziek zonder dat ze met een zieke in aanraking waren geweest. Dit pleitte voor de opvatting dat cholera veroorzaakt werd door miasma's: dampen uit water, bodem en afval. Zo'n veertig procent van de zieken overleed. Het was in die tijd nog niet bekend dat cholera zich verspreidt via besmet drinkwater)

05-08-1866
missive inzake rectificatie van een voornaam; de officier van justitie vraagt of het nu Gezina of Klazina Grimmerink moet zijn; de huwelijksakte van Hendrik Brink met Klazina of Gezina zou duidelijkheid moeten verschaffen

(Niet duidelijk wie hier wordt bedoeld. Is Gezina of Klazina met Hendrik Brink getrouwd? De vraag dringt zich op wat de reden is waarom de officier van justitie de naam moet veriefiëren

22-08-1866
apostille bij de terugzending van het rekwest van Lucas Grimmerink te Gramsbergen houdende verzoek dat zijn zoon Berend Jan, loteling van de lichting van 1866, ingelijfd bij het regiment grenadiers en jagers, uit de dienst ontslagen mag worden of dat hem ontheffing van de werkelijke dienst wordt verleend op grond dat hij door het overlijden van zijn jongste broer thans tot een gezin van drie broeders behoort van welke de oudste zijne diensttijd heeft volbracht; het verzoek is afgewezen

(Apostille is waarmerk, verklaring. Oudste zoon is Gerrit Jan, uit kennisgeving 14-8-1867 blijkbaar pas volgend jaar werkelijk met groot verlof. Tweede zoon is Gerrit, in 1861 voor één jaar vrijgesteld. Derde zoon is Berend Jan. Jongste broer is Hendrik Jan, nu overleden, 6 jaar oud.)

12-12-1866
toezending benoeming van zetters der directe belastingen: burgemeester O. van Riemsdijk, wethouder W. Swam, koopman H.G. Krikke, landbouwer B. Hurink, landbouwer L. Grimmerink, landbouwer H. Bruggeman en landbouwer E. Baren
14-08-1867
kennisgeving dat de milicien B.J. Grimmerink met groot verlof is gezonden

(Milicien is Frans voor dienstplichtige. Oudste zoon weer thuis zal vader Lucas overigens deugd hebben gedaan)

4-8-1867
kennisgeving dat de milicien B.J. Grimmerink met groot verlof is gezonden
10-12-1867
voordracht tot benoeming van zetters der directe belastingen, uit het bestuur O. van Riemsdijk, burgemeester en W. Swam, raadslid; grondeigenaren wonende in de gemeente H.G. Krikke, koopman, B. Hurink, landbouwer en L. Grimmerink, landbouwer; buiten de gemeente wonende grondeigenaren H. Bruggeman en E. Beenen, beide landbouwers te Ambt Hardenberg
08-01-1868
lijst van aanvragen om vrijdom van belasting wegens landontginning etc., tweede aangifte is gedaan door L. Grimmerink wegens aangelegd wei- en bouwland sectie D1153 en 1309
18-11-1868
benoeming der zetters van de directe belastingen te kiezen uit burgemeester O. van Riemsdijk, wethouder W. Swam, koopman H.G. Krikke, landbouwer B. Hurink, landbouwer L. Grimmerink woonachtig in de gemeente en de te Ambt Hardenberg wonende landbouwers H. Bruggeman en E. Beinen (Beenen)

1925 Grafregister kerkhof Nijenstede
begraven op 12-01-1925 de vrouw van D.J. Ranter, op 21-07-1925 L. Grimmerink Velde, man,  op 23-10-1925 Wed. Grimmerink Velde

(1925 is een jaar waarin drie personen uit de familie ten grave moesten worden gedragen. Eerst Gerritdina Grimmerink, 53 jaar, getrouwd met D.J. Ranter geb. 25-06-1871, overl. 16-03-1925. Daarna Lucas Grimmerink, 54 jaar, getrouwd met Christina Willemina Eshuis, geb. 26-07-1870, overl. 19-07-1925, vader van 7 kinderen. Tenslotte Geertje Waterink, 60 jaar, getrouwd met Jan Hendrik Grimmerink, geb. 07-11-1864, overl. 22-10-1925.
Er zijn geen grafstenen geplaatst, waarschijnlijk begraven in regel A25 vak 8, volgens een lijst van grafeigenaren rond 1870 daar waren door Lucas Grimmerink (grootvader van de overleden Lucas) 6 grafplaatsen gekocht)

tegengekomen in boeken:
In het boek “Veldwachter van Laar” van WEHA (de eerste druk) wordt in het hoofdstuk “Zondag in Hardenberg” beschreven hoe het bij de kerkgang destijds toeging. Verderop in het hoofdstuk (blz. 67) wordt verteld wie er allemaal in Hardenberg ter kerke gingen. Daaronder is ook de familie Grimmerink uit Den Velde.

(Opa GW heeft daarover wel eens verteld. In de Hervormde kerk in Hardenberg is eind 19e eeuw de doleantie geweest. Ook zijn ouders waren “dolerend”, in tegenstelling tot de ouders van opoe, de fam. Veurink, die van de A-richting waren. Die kwamen uit Heemse waar zo/n 50 jaar geleden de afscheiding had plaatsgehad)

In het boek “Gramsbergen, waar de Vecht ons land binnenstroomt” van G.F. v/d Hulst wordt in het hoofdstuk “De kerk” vermeld dat bij de 1050 inwoners van Gramsbergen die in Hardenberg ter kerke gaan ook Grimmerink uit Den Velde hoort. Dat is in 1843, en dhr. v/d Hulst vermeldt hier als bron het “aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa”.

Valid HTML 4.01! (© Gerrit Willem Grimmerink 2005-2009)