BEKENDE DICHTERS DICHTEN



Godfried Bomans

Spleen
Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.

Kees Stip
Op een konijn

Bij Noordwijk zwom een nat konijn
temidden van een school tonijn,
'Tja', sprak het beest, dat tomt er van
als men de ta niet zeggen tan'.

Daan Zonderland
Herfstliedje

Hoe klapt de laatste rode roos
Hoe weent de gaffel bitter
De laatste herders hoeden doos
En hijgend gast de fitter
Het alvlees kliert, het schild kliert mee
Het kleine smal deelt vier door twee
De ree kent ook haar wel en wee
En dit zij haar vergeven.
Want, duizend schoon de zweze rikt,
De ooie vaart waar medem blikt,
En zo vervliet het leven.

Coos Neetebeem

Sikkels klinken
Sikkels blinken
Ruisend valt het graan
Als je iemand weg ziet hinken
Heeft hij 't fout gedaan.

Coos Neetebeem

Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En voor de uchtend van haar bloei vergaan.
Ik had er zeven vijftig in gestoken
Je zou zo'n rotzak ongelukkig slaan.

Igor Streepjes

Bestiaal
Vrij naar Nijhoff

Wreed het ik in haar weke vlees gebeten
Au! riep ze, want het deed haar lelijk pijn
Maar je kan niet altijd weekhartig zijn,
Ik had in ruim een week geen vlees gegeten.

De smaak was best, maar 'k heb het wel geweten,
Ze vocht en ging tekeer als een wild zwijn,
Hoewel ze uit een oogpunt van haar lijn
Die hap best kwijt kon; 't heeft mij nooit gespeten.

Toch mis ik haar nu. Wanneer haar mond
Tedere woordjes prevelde, ontstond
In mijn ontstuimig hart een milde rust.

Hoe vaak heeft zij mij niet gestreeld, gekust?
Hoe vaak heb ik niet liefdevol haar lust
Gestild? Maar nu heeft zij een andere hond.

C. Budding
Versje dat ik toch maar niet in een
poeziealbum heb gezet.

Je vader trekt flessen,
Je moeder schaatst scheef
maar jij blijft mijn vriendje
zolang als ik leef.

Levi Weemoedt

Spiegeltje, spiegeltje

Hoe ik mijn haar ook kam, bij kaars- of neonlicht
wat er onstaat is nooit een eigentijds gezicht.

Anoniem
Te laat, te laat, sprak Winnetou
Het zaad is al naar binnen toe.

C. Buddingh

Klein Jantje

Klein Jantje likte van de
Keukenspiegel al het kwik
In zijn jeugdige onschuld menend
Dat dit hielp tegen de hik.

Op het kerkhof sprak zijn moeder
Snedig tot mevrouw van Valen:
't Was een zure dag voor Jantje
Toen het kwik begon te dalen'.

Jan Boerstoel

Petite ballade Belge

D'r was eens een vraawke, da was nit waas,
dat at oitsloitend vruuchtenaas
moar toen heur kiendeke wier gebore
bleek het manneke staaf bevrore.

Jan Boerstoel

Filosofie
Ik ken het klappen van de zweep
Ik ken de regels van 't spel
Ik ken de zin van het bestaan
maar als ik drink dan gaat het wel.

Levi Weemoedt

Capitaine Mobylette

Van zwart haar moet 'k zo huilen
Van blond krijg ik 't benauwd
ach! vind je 't erg als jij vannacht
je bromfietshelm ophoudt?



Ivo de Wijs

Puntdicht
 
In sporten en in stunten
Heb ik van kindsbeen uitgemunt
Zo won ik laatst op
Een .erwedstrijd in De .

Op een muis 
(voor Kees Stip)
 
Een muizen man uit Chippendale
Was als erkend transseksueel
Intens bewerkt met siliconen
En vrouwelijke muishormonen.
Als alles lukt, zo sprak dit type
Dan zal ik straks wel anders piepen

 

Op een fuut

Een fuut te Sassenhiem een krasse -
kreeg moeilijkheden met het plassen.
En daar hij wel eens weten wou
wat hem de toekomst brengen zou,
nam hij een kloek besluit en toog
terstond naar een fuut-uroloog.
 
 

Bockbeer blues

Each autumn my uncle,
assisted by cops,
comes yodeling home
breathing bockbeer and hops.

And Aunt Carolina
whom nobody fops
comes down in her night-pon
but not in her nops.

So cold her reception
the temperature drops
and abruptly my verse
and his yodeling stops.



"Every little helps" said Wang Ching Lee
And watered in the Yellow Sea.
 

Lynx

Van heel wat lynxen die te Heerde
al wandelende diskuteerden
liep in de hitte des gevechts
de linkerlynx voortdurend rechts.
De rechterlynx, een taaie vechter,
bracht toen de linker voor de rechter.
 

Konijn

Omdat hij een vergiet met sla
had leeggesnoept besloot de ma
van een konijnenkind eens even
haar zoon een flink pak slaag te geven.
Zij sprak: 'jij kent de tranen niet
die ik wanneer ik sla vergiet.'
 

 

Zes insektjes

Er liepen op een brug te Bommel
drie kleine kindjes van een hommel
en vrolijk stappend aan hun zij
ook nog drie kindjes van een bij.
Die kleintjes moesten alle zes
naar bijles en naar hommelles.
 
 

Ik zit mij voor het vensterglas
onoemelijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.
 
Ivo de Wijs

De goudplevier.
ik zit all1 en voel me nietig
het is ook nog ku2r hier
in de verte klinkt ver3tig
de klaagzang van de goudple4

VRAAG EN AANBOD

Van pozie kan ik niet leven.
Toch zal mijn drang nooit zwichten.
Wanneer het een gat in de markt is,
valt immers veel te dichten.

 

 
 
Toon Hermans:
 
De verkeersagent liet alles en iedereen stoppen,
Zelfs zijn wollen sokken.
 


 
De dokter gaat kamperen,
hij is een olijk ventje,
en naast zijn tent in 't groene gras
staat nog zijn assis-tentje