WIE
Herman van Veen

Wie heeft de zon uit jouw gezicht gehaald?
Wie heeft het licht in jou gedoofd?
Wie heeft je rooie wangen bleek gemaakt?
Wie joeg de dromen uit je hoofd?
Wie brak jouw kleine hart,
kleurde je ogen zwart?
Wie is niet nagekomen wat hij heeft beloofd?

Wie heeft het lachen in jouw keel gesmoord,
heeft je vuisten zo gebald?
Wie heeft dat onbevangen kind vermoord
dat altijd opstaat als het valt?
Wie boog jouw rechte rug,
trapte je speelgoed stuk?
Wie brak jouw vleugels in de vreugde van hun vlucht?

Wie is er zo aan jou voorbijgegaan?
Wie verraadt hier jouw geloof?
Wie hield zich voor het kraaien van de haan
na de derde keer nog doof?
Wie is het die vergat dat jij de toekomst had?
Wie heeft jou net als ik te weinig liefgehad?