Over de vogel die niet kon vliegen

Er was eens een vogel die niet kon vliegen.
Ofschoon zij besefte dat vogels horen te vliegen,
 liep zij zelf als een kuiken op de grond.

Door een samenloop van omstandigheden.
broedde deze vogel een voor haar vreemd ei uit.
Het was een ei van een vogel die wel kon vliegen.
Toen het kuiken uitgebroed was, vroeg het meteen:
"Mamma, wanneer kan ik gaan vliegen?"

De vogel die zelf niet kon vliegen, zei:"
"Probeer het maar zo goed mogelijk kleintje,
 doe maar net als de andere vogels".
Ze wist helemaal niet hoe ze deze jonge vogel
 vliegles kon geven.
 Ze was ook bang om het jong uit het nest te laten,
zodat de jonge vogel zelf kon leren vliegen.

Het merkwaardige was echter dat het jonge vogeltje
zich niet bewust was van zijn beperking, niet te kunnen vliegen.
Zijn dankbaarheid voor zijn moeder was zo groot dat het hem
verhinderde om tegemoet te komen
aan zijn drang om zijn vliegkunst uit te proberen.

"Mijn moeder verzorgt me zo goed.
Zonder mijn mamma zou ik nu nog steeds in mijn ei zitten",
dacht de jonge vogel" en steeds herhaalde hij bij zichzelf:
"Iemand die me kan uitbroeden, kan me vast ook leren vliegen.
het is gewoon een kwestie van tijd,
 het ligt aan mezelf omdat ik zo onbeholpen ben.
Misschien is het iets van een heel bijzondere wijsheid".

Ja natuurlijk, dat is het !
Plotseling, zomaar op een dag, versta ik de kunst van het vliegen,
Mijn mamma die me al zover gebracht heeft zal het me ooit leren.

 Naar een oude Soefi parabel.