Een Zen-verhaal.

Een wijze zat altijd onder een boom, als een houthakker ’s ochtends voorbij kwam om hout te gaan hakken. Op een dag zei de wijze: “Waarom blijf je altijd zo dichtbij hakken en ga je niet verder op? Want daar is een kopermijn en je kunt er koper winnen in plaats van hout. De houthakker was ongelovig, maar besloot toch een poging te wagen.
En…ja, hij trof een kopermijn aan. En hij was in zijn nopjes. Wat een rijkdom voor een arme houthakker!
Voortaan kwam hij weer elke dag langs de wijze, onder de boom, maar nu om koper uit te hakken.
De wijze sprak hem, na een tijdje aan, en zei: “Je maakt weer dezelfde fout. Nu blijf je in de kopermijn steken, terwijl er veel meer te halen is. Als je wat verder loopt, over het kronkelige pad, vind je een mijn waar je zilver kunt delven.
Je moet niet blijven steken waar je bent, er is altijd meer te vinden. De houthakker ging op weg en het gebeurde precies zoals de wijze had gezegd: de zilvermijn werd gevonden. En voortaan kon hij zilver mee naar huis nemen, in plaats van hout of zelfs koper. Dus, de man was de koning te rijk. Maar natuurlijk had de wijze onder de boom weer commentaar op zijn beperkte inzicht. “Waarom ga je niet nog wat verderop zoeken? Het bos is oneindig groot. Je weet niet wat je zult vinden. Misschien vind je wel goud!”
Ja, en omdat die oude wijze man onder die boom al twee keer gelijk gehad had, volgde de houthakker klakkeloos de suggestie op.
En ja hoor! Een eind verder kon hij aan de slag gaan als goudwinner.
Dit hele “spelletje” gebeurde nog een keer. En de arme houthakker vond ten slotte de plek, waar hij diamanten kon vinden.
Nu was hij dus schatrijk geworden. En hij ging naar de oude wijze man onder de boom en bedankte hem voor wat hij op diens aanwijzingen gevonden had. “Maar”
vroeg hij aan de wijze, “waarom hebt u niet meteen gezegd, dat ik in het verst gelegen bos diamanten kon vinden, toen ik nog houthakker was?”
“Nou”zei de wijze “omdat je daar niet aan toe was. Je had de tussenstappen nodig. Je zou mij en jezelf niet vertrouwd hebben. Ik moest het juiste moment afwachten, om je op de diamanten te kunnen wijzen. Eerder was je daar niet aan toe. Het was mijn taak om je steeds een eindje verder op de weg naar grotere rijkdom te duwen”
“Maar”zei de houthakker “waarom zit jij hier dan gewoon? Vaak zit je met gesloten ogen en je ziet er volmaakt gelukkig uit, gelukkiger dan ik me voel, met al mijn rijkdom.”
De oude man zei niets, sloot de ogen en was stil. De houthakker voelde zich eerst een beetje ongemakkelijk. Maar daarna ging hij ook zitten, naast de wijze, en sloot de ogen.
Na een tijdje daalde er een diepe rust op en in hem neer.
Hij bleef zitten. En hij taalde er niet naar om koper, zilver, goud of zelfs diamanten te gaan binnen halen. Na uren van stil zijn, zaten de twee mannen bij elkaar. De wijze zei:
“ Nu heb je inzicht, nu weet je dat de grootste schat in jezelf ligt. En ook die is onmetelijk. Je zult steeds meer en steeds diepere inzichten krijgen. Maar daarvoor moet je wel verder gaan.”