Het Piepke
Op het bord bij het piepke valt de volgende tekst te lezen: Het piepke is een gemetselde boogbrug, een zogenaamde steentil. Op de sluitsteen van de zuidboog staat het jaartal 1802. Het bruggenboek vermeldt dat de steentil bij Aduard ongeveer van dezelfde leeftijd is. Er zijn nog twee andere bruggen, maar die zijn van jongere datum. Het oudste document met betrekking tot het piepke is van 1815, het betreft een contract waarin het onderhoud van het bruggetje wordt geregeld.
Vanaf
Munnekezijl tot bijna aan 't Hoekje liep een 'schipvaart' langs de dijk. De boer
die op de boerderij tegenover het piepke woonde, kon over dit bruggetje zijn
land in de polder bereiken.
In zekere zin was het piepke ook onderdeel van de openbare weg in de vorige eeuw. Vanaf Kommerzijl liep een stenen voetpad over de dijk naar Munnekezijl, onderweg kon men de afslag over het piepke richting Pieterzijl nemen.
De dijk achter het piepke is omstreeks 1425 aangelegd en werd verzwaard in 1476. Het gebied ten noorden van Grijpskerk, de Ruigewaard, was toen niet langer buitendijks gebied en kon zich daarna goed ontwikkelen.
De geschiedenis van Grijpskerk begint in die periode. De boerderij tegenover het piepke staat op oude kaarten al aangegeven als Aykemaheerd. Vanaf omstreeks 1500 stond op deze plaats een boerderij.
In 1815 woonde op deze boerderij een Klaas Jan de Waard. Hij had hier veel invloed want hij was schout te Grijpskerk, ook was hij kerkvoogd van de pas gestichte kerk in Pieterzijl. Vanwege zijn functie moest hij op 11 maart 1819 op 'dienstreis' naar Zuidhorn. Toen zijn paard op de namiddag alleen thuis kwam ging men zoeken en vond hem dood op het modderpad. Hij werd begraven bij de kerk van Grijpskerk; het grafmonument met opschrift is nog steeds een bijzondere herinnering aan die tijd. Met de dijk en de stee van Aykemaheerd vormt het piepke een historisch ensemble wat veel vertelt van de regionale historie.

Opgraven restanten oude watermolen te Pieterzijl
In samenwerking met Plaatselijk Belang Pieterzijl zijn restanten van de oude watermolen bij Pieterzijl opgegraven. Het betreft stukken van het gietijzeren tandrad waarop de vijzels hebben gedraaid en de scharnieren van klapluiken die voor de wateruitlating hebben gehangen.
De
molen werd in 1904 gebouwd en was een van de grootste watermolens van ons land.
In 1955 is de molen gesloopt. Delen van de molen zijn in en op het dijkje langs
de oude Lauwers terechtgekomen. Daar zijn ze op aanwijzing van de heer Vervat en
op initiatief van Kluften en Waarden na ruim vijftig jaar weer opgegraven.
De opgegraven restanten zijn ondergebracht in de molen de Kievit in Grijpskerk. De bedoeling is dat te zijner tijd alles weer teruggaat naar Pieterzijl wanneer er een passende bestemming voor is gevonden.

Van links naar rechts de heren Vervat, Kloppenburg, Wierstra en Luyken