vaandel

De Franciscaanse Familie in Nederland

1 De boom van de franciscaanse familie is in de loop der eeuwen in heel wat verschillende takken uitgebot.

De minderbroeders

2 In de lente van 1209 was Franciscus met zijn eerste elf broeders in Rome om de paus goedkeuring te vragen voor hun leven volgens het evangelie. Dit had hij met weinig woorden en eenvoudig laten opschrijven. Na enig over en weer gaf paus Innocentius III mondeling toestemming aan de broeders. Hiermee was de eerste (een kwestie van tijdsaanduiding) orde van Franciscus, die de naam minderbroeders zou dragen, een feit. Op 29 november 1223 kwam het tot een schriftelijke goedkeuring door middel van een bulle van paus Honorius III.
Dit is de definitieve of gebulleerde regel van 1223. In 1228 arriveerden de eerste minderbroeders in Nederland en vestigden ze zich in Den Bosch.

3 In de daaropvolgende eeuwen ontstonden er onder de broeders steeds weer nieuwe hervormingsstromingen en -bewegingen. In de veertiende en vijftiende eeuw groeiden met name de observanten steeds verder uit. In 1517 probeerde Leo X die voortgaande hervorming en versplintering een halt toe te roepen door de verschillende groepen samen te brengen onder de reeds genoemde naam. De hoofdstam verkreeg intussen de naam conventuelen, omdat ze de voorkeur gaven aan samenleven op vaste verblijfplaatsen (conventen).
De spanningen bleven bestaan en al spoedig kwam er een strengere en meer volkse groepering op, die in 1619 de derde zelfstandige tak werd: die van de kapucijnen.
Ook daarna ging de versplintering voort. Zo sloten de observanten in onze gewesten zich in de zeventiende eeuw aan bij de uit Spanje komende recollectiebeweging die koos voor een meer besloten en ingekeerde levensstijl. Eind 19e eeuw veegde paus Leo XIII alle hervormingsgroepen weer bijeen. Zo ontstonden tenslotte de minderbroeders franciscanen.
De eerste orde kent nu dus drie takken. De franciscanen met hun moederhuis in Utrecht, de kapucijnen met hun moederhuis in Den Bosch, en de Conventuelen met hun moederhuis in Beek.
up

De arme vrouwen

4 Op palmzondag 1211 sloot Clara zich bij de franciscaanse beweging aan. Dat werd het begin van de tweede orde. Al spoedig sloten zich andere vrouwen bij haar aan. Zij vestigden zich als arme vrouwen in San Damiano, een door Franciscus hersteld kerkje iets buiten Assisi. Deze vrouwelijke, meer contemplatief ingestelde tak verspreidde zich al snel over Italië en daarbuiten. Clara is tijdens haar leven steeds opgekomen voor de nauwe band met de minderbroeders en voor de door haarzelf geschreven regel - de eerste door een vrouw opgestelde regel voor een vrouwengemeenschap - in de geest van Franciscus.
Niettemin legde paus Urbanus IV in 1263 - tien jaar na de dood van Clara - de meeste clarissenkloosters een nieuwe regel op, die de band met de minderbroeders en het armoedebeginsel aanzienlijk verzwakte. Rond 1400 voerde de heilige Coleta een hervorming door die teruggreep op de oorspronkelijke regel van Clara.

5 In Nederland waren er vóór de Reformatie verschillende clarissenkloosters. Dankzij de bijzondere positie van Megen wist alleen het klooster daar de Reformatie te overleven.
In de 19e en 20e eeuw kwamen er weer meer clarissen, net als bij de broeders verdeeld in drie takken: de Urbanisten, die in 1954 weer volgens de regel van Clara gingen leven en nu verenigd zijn in de Unie van Clarissen. Daarnaast zijn er de Coletinen en Capucinessen. Zij vormen samen de Federatie van Clarissen.
Verder kwam er vanuit Amerika een groep clarissen naar Nederland, die leven volgens de strengere constituties van de Federatie van Roswell. Zij wonen momenteel in Eindhoven.
Na veel omzwervingen hebben de andere zusters nu nog kloosters in Megen en Nijmegen en twee bejaardencommuniteiten in Alverna en Someren.
up

De Reguliere Derde Orde

6 Een groot aantal mensen 'in de wereld' wilden Franciscus ook volgen. Hij stelde toen een aantal richtlijnen voor hen op. Het was een leefregel voor de broeders en zusters van de boetvaardigheid, die in hun eigen huizen wonen. Dit werd de derde orde. In 1289 stelde paus Nicolaas IV een uitgebreidere regel voor hen op, die een wat meer kloosterachtig karakter had. Naar de beginwoorden heet deze regel 'Supra Montem'.
De broeders en zusters van de boetvaardigheid vielen aldra in twee takken uiteen: de franciscaanse lekenorde of orde van franciscaanse seculieren (waarover meer informatie op een andere pagina) en de reguliere derde orde.
Al spoedig gingen Derde Ordelingen - vooral vrouwen - namelijk ook zelfstandige gemeenschappen vormen en daarin een kloosterlijk en caritatief leven leiden.

7 In Nederland zijn heel wat van deze stichtingen van reguliere tertiarissen ontstaan. Van vóór de Reformatie zijn alleen de zusters Penitenten tot in de twintigste eeuw blijven voortbestaan. Zij noemden zich later de Penitenten van de Hereniging.
Vanaf de 17e eeuw ontstonden er veel broeder- en zustercongregaties van de Derde Orde. Sommige daarvan stonden in nauw verband met elkaar. Moeder Johanna van Jezus, die afkomstig was uit Gent, speelde bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de Reform van Limburg. De franciscanessen van Oirschot stammen rechtstreeks van deze Reform af. In 1800 kwamen er Grauwzusters die ook de Reform van Limburg hadden aangenomen naar Dongen. Daaruit ontstond een zelfstandige congregatie. De latere Mère Joseph trad hierin en stichtte daarna achtereenvolgens de franciscanessen van Etten (1820), Roosendaal (1832) en Oudenbosch (1838).
Via Dongen en Roosendaal ontstonden in de eerste helft van de 19e eeuw ook de franciscanessen van Breda Mater Dei, Bergen op Zoom, Roosendaal Charitas en Rotterdam. De laatste verhuisde naar Bennebroek. In samenwerking met Roosendaal bracht pastoor van Miert in Veghel een stichting tot stand, en via een zuster van de Reform van Limburg begon pastoor van der Zandt in Heythuizen een congregatie.
Heythuizen breidde zich vervolgens naar Duitsland uit. Uit Duitsland kwamen de zusters van Salzkotten naar Aerdenhout, van Münster naar Leeuwarden, van Eupen naar Nijmegen, van Thüne naar Denekamp, van Waldbreitbach naar Lent en van Trier naar Valkenburg. Een aantal van deze congregaties hebben intussen in andere landen provincies, andere hebben weinig of geen zusters in Nederland meer.
In Heerlen begon mgr. Savelberg twee eigen congregaties: de franciscanessen en broeders-franciscanen van Heerlen. Andere broedercongregaties zijn nog die Boekel, van Huijbergen en van Kerkrade.
Alle broeders en zusters van de Reguliere Derde Orde kregen in 1982 een nieuwe leefregel. Na een lange voorbereiding werd deze door paus Johannes Paulus II goedgekeurd.
up

Andere leden van de familie

8 Nederland kent nog andere franciscaanse groeperingen naast deze drie orden. Jan van der Putten introduceerde na de eerste wereldoorlog de Tochtgenoten van Sint Frans vanuit Frankrijk in onze streken.
In 1962 werd de Franciscaanse Samenwerking opgericht. Aanvankelijk was dit een samenwerkingsverband van de diverse franciscaanse gemeenschappen in Nederland. Geleidelijk sloten zich steeds meer leken en lekenbewegingen zich erbij aan. Vandaar dat ze geleidelijk werd omgevormd tot een vereniging van individuele leden: de Franciscaanse Beweging. Deze werd in 1996 opgericht. Na een overgangsperiode hief de Franciscaanse Samenwerking zich in 2000 op.
In 1978 kwam via de kapucijnen de Oriëntatiebeweging tot stand. Vanuit de Franciscaanse Beweging, die toen nog Franciskaanse Samenwerking heette, werd in 1982 de Vereniging van Broeder Frans opgericht.
Via het houden van wakes bij de basis in Woensdrecht ontstond de Franciscaanse Vredeswacht.

© Hans Sevenhoven


Klik om een email te versturen, 09-01-2009
up