De Wilde Natuur
Ik ga vaak en graag in de duinen wandelen. Soms alleen en soms met een vriend of vriendin. Meestal met Niels. Normaal gesproken ontspant het mij om in de natuur te zijn en dan voel ik een diepe verbondenheid met de aarde en de kosmos. Vandaar dat ik ook goed alleen in de natuur kan zijn. Met behulp van een beetje fantasie heb ik in de Nederlandse duinen de illusie dat ik diep in de echte natuur ben, ver weg van de bewoonde wereld met haar vervuilende fabrieken en stinkende auto's.
Sinds een paar jaar heeft men in veel natuurgebieden voor het onderhoud van het landschap Schotse hooglanders en Shetlandpony's uitgezet. Zo ook in de Kennemerduinen. Op verschillende informatiebordjes wordt het publiek met klem verzocht om tenminste 25 meter afstand te houden van de dieren. Hoewel zij alle ruimte hebben, treffen wij ze regelmatig aan op en rond het wandelpad. Dat wordt dan teruglopen of je leven op het spel zetten en dwars door de kudde de wandelroute voortzetten. Verder lopen er nog Bambi's en lieve konijntjes rond, maar die zijn tenminste schuw, hoewel...een mannetjeshert met een enorm gewei kom ik ook niet graag tegen. Zeker niet als ze in de bronstijd zijn (juli, augustus).
Begrijp me niet verkeerd: ik vind het heel fijn voor de dieren al die ruimte en ik wil niet dat ze in een dierentuin opgesloten zitten of in een hertenkamp. Maar soms word ik me bewust van het feit dat waar wij nu heerlijk recreëren in de natuur, het vroeger puur overleven was. Dan ging je niet gezellig met het hele gezin op zondag in de natuur wandelen. Nee, dan meed je de natuur beter of je moest je tegen de wildebeasts wapenen. Dan was die zogenaamde natuur je vijand!
Zo werd ook afgelopen zaterdag mijn natuurliefde uitgetest. Want hoe staat het daarmee in de echte wildernis? De duinen lijken overdag onschuldig, maar voelen tegenwoordig in het donker aan als de jungle in Brazilië.
Niels en ik wandelden in de Kennemerduinen van Santpoort Noord naar Overveen. We maakten een tussenstop bij Parnassia om een hapje te eten. Het was al 20.00 uur dus we konden alleen nog patat en bittergarnituur krijgen. Biertje erbij. Uitzichtje op een zonsondergangentje bij zee... Je kunt daar niet eeuwig blijven zitten, dus we vervolgden onze wandeling richting Koevlak. Eigenlijk mag je er na zonsondergang niet eens lopen. Nou, ik raad het dan ook niemand aan.
De schemerige kleurschakeringen waren prachtig, 'Dieu' weet wel wat die doet! Na een half uur lopen was het echt donker. We hadden alleen wat hulp van het zwakke schijnsel van de halve maan en de sterren. In noodgevallen hadden we nog onze zaklantaarn.
Tijdens het wandelen fantaseerden we hardop over mijn toekomst. Niels heeft fantasieën over mij als een cabaretier die volle zalen trekt in de Kleine Komedie. De eerste voorstelling zou dan 'AHá Erlebnis' heten. Niels doet dan de marketing en ziet al uit naar de TV interviews waarin hij zegt, 'Ja ja, ik kende haar al van vroeger toen ze al goed was, maar nog niemand haar kende' Ja ik heb die fantasieën natuurlijk ook hoor...Onlangs een toneelworkshop gedaan. Maar waar blijven die stromen post met uitnodigingen voor talloze audities?
Af en toe hoorde Niels geritsel in de struiken. Hoewel ik Super Dolby Surround Hoorapparaten heb, hoor ik op zo'n moment niets anders dan het geknerp van onze voetstappen in het grind. Ik tuur voor me uit en zie wel af en toe een takje bewegen, terwijl het windstil was. Plotseling zag ik zo'n 25 meter verder twee grote donkere schaduwen opdoemen die langzaam op ons af kwamen lopen. Het zweet brak me uit en mijn knieën werden slap. Wij werden heel stil en kropen dicht tegen elkaar aan. Niels draaide zich om en wees mij op een andere donkere schaduw achter ons. Die tot mijn knieën kwam. We waren ingesloten en ik zag niet wat het voor dieren waren. Niels fluisterde dat het pony's waren, maar over de schaduw achter ons was hij niet zo zeker. Misschien een wolf? Teruglopen en dan via Zandvoort naar huis was geen optie meer, en blijven staan ook niet. Wat nu? Overdag doen de pony's misschien geen vlieg kwaad, maar wij wisten niet hoe ze in het donker op mensen reageren. We durfden ook niet onze zaklantaarns te ontsteken, wie weet wat dat voor reactie zou uitlokken. Er zat niets anders op dan heel rustig verder te lopen richting de schaduwen. En maar hopen dat ze ons niets zouden doen. De schaduw achter ons was inmiddels dichterbij gekomen en bleek ook een pony. Hij bleef heel rustig aan onze rechterkant met ons oplopen. Met bonzend hart liep ik met Niels tussen de pony's door die zowel op het pad als aan weerskanten stonden. Ieder moment dacht ik dat ze boos zouden worden en ons zouden aanvallen. Ik durfde pas weer te ademen toen de pony's 10 meter achter ons waren en ik durfde niet achterom te kijken of ze ons zouden volgen, bang als ik was dat ze mijn angstige blik als uitnodiging zouden zien om ons aan te vallen. Niels zegt dan ook vaak: 'De mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest!'
De gevaren waren voorlopig nog niet geweken, op een wegwijzer stond dat we nog 2,5 km tot de uitgang Koevlak te gaan hadden. We konden nog Schotse Hooglandrunderen tegenkomen en die zijn 3 keer zo groot als de pony's en de mannetjes hebben horens met scherpe punten. Wij liepen in doodse stilte hand in hand verder. Ondertussen zag ik kronkelende takken die omhoog staken voor pythons aan en meende ik dat elk ogenblik een vogelspin op mijn hoofd kon landen. Misschien waren er wel aliens in de buurt die Niels zijn lichaam zouden overnemen. Ik kon zijn gezicht onder zijn pet niet goed meer zien. Voor mijn gevoel kon hij elk moment met een sardonische grijns en ovaalvormige rode pupillen mij aanvallen en verslinden. Gek genoeg voelde ik me veiliger wanneer ik hem vasthad. Dan was hij minder onvoorspelbaar. Ik kon het niet na laten om af en toe zijn gezicht te checken. Het zweet druppelde langs mijn voorhoofd en ik was misselijk van angst. Waar was mijn natuurliefde gebleven? Amsterdam leek nu het fijnste oord die er was. De winkels, de toeterende auto's, de drukke Kalverstraat. Een deel van mijn geest kon de paranoïde gedachtegangen nog wel een beetje dempen. Toch was ik er bijna van overtuigd dat Niels wel eens zou kunnen veranderen in een Bodysnatcher. Nog nooit hadden 2,5km zo lang geduurd. Wat wilde ik graag naar de uitgang, andere mensen horen praten. Gelukkig kwamen we verder geen wildebeasts meer tegen en liepen we ongeschonden naar het station. Ik vertelde Niels de volgende dag over mijn alienfantasieën. Hij vond het wel logisch...dat ik dat soort dingen ging denken. Is hij nou ook gek of is het gewoon echt te griezelig in het donker in de duinen?
Vast staat dat het tijdlozen wat mij betreft verleden tijd is qua natuur! 10.00 in de ochtend er zijn en voor het donker eruit. Geen nachtelijke wandelingen meer in de Waterleidingduinen waar de kanalen prachtig zichtbaar worden door de nevels die als gevolg van de warmte overdag 's nachts opstijgen en kolkende rivieren vormen die je tot ver weg nog kan volgen...Elk moment dacht je dat de Oempa Loempa's luid zingend in hun bootje voorbij zouden roeien. Geen survivaltochten meer waarbij je soep kon opwarmen in de daarvoor bestemde vogelkijkhuisjes als het erg koud was. Niet meer stargazen aan de Oosterplas, geen fotoshoots meer van de zonsondergangen. Niet meer om 16.00 uur pas van huis weg, omdat je dan zeker wist dat je bijna geen andere wandelaars zou tegenkomen, want die waren al naar huis toe om te eten. Tja, barre tijden zijn voor mij als natuurliefhebber aangebroken. Nu moeten we gewoon tussen de andere wandelaars in over de paden lopen. Ik heb het niet zo op andere wandelaars. Zeker niet van die naar parfum en aftershave geurende vrouwen en mannen met hun zeurende dochtertjes met knalroze jasjes aan. Of het zijn 'echte' wandelaars. Die heel snel lopen met de armen vlot langs hun heupen zwaaiend en kaki broeken aan. Vaak zijn die ook in kuddes te vinden. Dan heb ik toch liever de kuddes Schotse hooglanders. Trouwens...die kunnen het je overdag ook knap lastig maken. Maar dan is het minder eng. Soms moet je wel enorme omwegen maken om die kuddes op het pad te omzeilen. Het schijnt dat je gewoon moet laten zien wie de baas is. Met trefzekere stem roepen: 'hup, weg beestjes' en dan zouden ze gewoon voor je opzij stappen. Ik zie mezelf dat nog niet snel doen. Het zijn echt wel grote dieren hoor. Voortaan dus gewoon lekker naar het Vondelpark!
