Free counter and web stats
NEDERLANDS COMMENTAAR
OMAR KHAYYAM INTRO ENGLISH RUBAIYAT
MIRIAM GEDICHTENRUTH ASTROLOGY ARTICLES GEBOORTETEKST LESSONS PRICES
HERINNERINGEN SAYINGS BOOKSLINKS


Rubaiyat

van

Omar Khayyam


1
Iedereen weet,
dat ik nooit gebeden murmelde.
Iedereen weet ook, dat ik nooit geprobeerd heb m'n fouten te
verbergen. Ik weet niet, of er een hogere Rechter bestaat en een
hogere Barmhartigheid - maar toch, ik ben vol vertrouwen,
want ik ben altijd mezelf geweest.

2
Wat wil je? In
een café zitten en daar je geweten onderzoeken,
of knielen in een kerk of moskee zonder er met je ziel
bij te zijn? Ik denk er niet over na, of we wel of niet een
almachtige Meester hebben en wat hij met mij zou doen
zo hij er al mocht zijn.

3
Kijk met toegeeflijkheid naar
de mensen die zich bezatten. Weet, dat je zelf
je eigen zwakheden hebt. Als je in vrede en helderheid
wilt leven, kijk dan naar de nederigen en misdeelden,
die gebukt gaan onder hun ongelukkig lot, en zie
hoe je zelf geboft hebt.

4
Leef zo, dat je naaste
geen last heeft van jouw wijsheid en eerbaarheid.
Wees kalm, wees meester over jezelf, geef niet toe aan
aanvallen van woede. Als je echt in Vrede wilt
leven, glimlach dan tegen het Lot
en kwets niemand.

5
Wees vandaag gelukkig, want
je weet niet wat er morgen op je wacht.
Neem een karaf wijn, ga zitten in het licht
van de maan en drink, en zeg tegen jezelf dat
die maan je morgen misschien
tevergeefs zal zoeken.

6
Een mens kan af en toe best
in de Koran lezen, dat Boek der boeken.
Maar wie kan dat met plezier elke dag doen? Op de rand
van elke volle beker wijn is een geheime spreuk vol
wijsheid gegraveerd, waarvan we teug na teug
kunnen genieten.

7
Onze grote schat? De wijn.
Ons paleis? De herberg. Onze trouwe vrienden?
De dorst en de dronkenschap. We kennen geen zorgen,
want we weten, dat onze ziel, ons hart, onze bekers en
onze oude kleren niets te vrezen hebben van modder
en stof, van water en vuur!

8
Wees er tevreden mee, dat je
in deze wereld weinig vrienden hebt. Voel je niet
verplicht de sympathie die je voor iemand voelt eeuwig
te blijven voelen. Voordat je iemand de hand schudt en als
vriend beschouwt, vraag je af of die hand je
op een dag misschien zou kunnen slaan.

9
Eens
was deze vaas wellicht
een arme verliefde, lijdend onder
de onverschilligheid van een vrouw. Het oor
aan de hals van de vaas? Zijn arm, die om de hals
van zijn geliefde lag.

10
Hoe armzalig, een hart,
dat niet weet te beminnen, dat niet dronken
van liefde kan zijn. Als je niet verliefd bent,
hoe kan je dan genieten van het verblindende licht van
de zon en van het zachte schijnsel
van de maan?

11
Alles wat jong is in me
bloeit op vandaag. Wijn, wijn!
Z'n vurigheid omarmt me. Wijn, het geeft niet
welke, ik ben daar niet moeilijk in. Ook de
beste wijn is toch even bitter
als het leven.

12
Je weet, dat je
geen enkele macht of zeggenschap hebt
over je levenslot. Waarom maakt die onzekerheid
over de dag van morgen je dan bang? Als je wijs bent,
haal dan alles uit het heden! De toekomst?
Weet iemand wat die zal brengen?

13
Kijk en beleef
dit niet in woorden uit te drukken seizoen
van hoop, van zielen vol ongeduld om te ontluiken,
en van het zoeken naar een eenzame plek vol geuren. Is elke
ontluikende bloem de doorschijnende hand van Mozes?
Elk briesje de adem van Jezus?

14
De mens, die de vruchten van de Waarheid
niet geplukt heeft, gaat niet met overtuiging z'n eigen weg.
Als hij die Waarheid uit de donkere schaduw van de wetenschap heeft
kunnen ontrukken, dan weet hij, dat de dagen die voorbij zijn
en de dagen die nog komen moeten in niets verschillen
van de teleurstellende eerste dag
na de schepping.

15
Voorbij
de aarde en voorbij
het oneindige probeer ik
Hemel en Hel te zien. Dan hoor ik
een plechtige stem die zegt:
"Hemel en Hel zijn in je!"

16
Niets interesseert me meer.
Sta op, om me wat wijn in te schenken, lief.
Vanavond is jouw mond de mooiste bloem van het heelal. Wijn,
vermiljoen-rood als jouw wangen. Dat mijn gevoelens
van berouw en spijt zo licht mogen zijn
als jouw krullen!

17
De voorjaarsbries
verfrist de gezichten van de rozen.
In de blauwe schaduw van de tuin liefkoost dat briesje ook
het gezicht van mijn geliefde. Ondanks het goede, dat we
samen hebben gehad, denk ik niet aan ons verleden.
Het genot van dit moment overheerst alles!

18
Hoe lang zal ik nog blijven proberen
de Oceaan vol te gooien met stenen? Ik veracht
de losbandigen en de vromen. Khayyam, wie kan je garanderen,
dat je naar de Hemel gaat of naar de Hel? Trouwens, wat verstaan
we onder die woorden? Ken je een reiziger, die die vreemde
gebieden bezocht heeft?

19
Drinker, onuitputtelijk vat, ik weet niet
wie je geschapen heeft. Ik weet alleen maar, dat je
een inhoud hebt van 3 maten wijn, en dat de Dood je op een dag
zal breken. Daarom vraag ik me al zo lang af: waarom
ben je geschapen, waarom ben je gelukkig geweest
en waarom blijft er slechts stof van je over?

20
Onze dagen
gaan even snel voorbij als
het water van de rivier of de wind van de woestijn.
Maar er zijn twee dagen, die me onverschillig laten:
de dag van gisteren en
de dag van morgen.

21
Wanneer ben ik geboren?
Wanneer zal ik sterven? Niemand
kan de dag van zijn geboorte veranderen of de dag
van zijn dood bepalen. Kom, mijn geliefde, ik wil
de roes van de wijn vragen me te doen
vergeten, dat we er nooit iets
van zullen begrijpen.

22
Khayyam, jij die de tenten
van de Wijsheid aan elkaar naaide, jij
die verteerd werd door smart en die tot as zal vergaan.
Een Engel heeft de lijnen van je tenten al doorgesneden.
De Dood heeft jouw roem verkocht
voor een liedje.

23
Khayyam,
Waarom kwel je jezelf ermee,
dat je zoveel fouten gemaakt hebt
in je leven? Je bedroefdheid is zinloos. Want
na de dood is er of het Niets
of Genade.

24
In de kloosters, de synagogen,
de moskeeën en de kerken vluchten de zwakken,
die bang zijn voor de Hel. De mens, die de grootheid
van Allah werkelijk kent stopt z'n hart niet vol met
het slechte zaad van de angst en met
smeekbeden om vergiffenis.

25
In het voorjaar ga ik soms zitten
aan de rand van een bloeiende wei. Terwijl dan
een jonge vrouw me een beker wijn brengt denk ik echt niet
aan m'n zielenheil. Als ik daar op zo'n mooi moment
mee bezig zou zijn, dan
was ik niets waard.

26
Onze grote,
uitgestrekte wereld - een stofje
in het heelal. Alle kennis van de mens - woorden.
De mensen, dieren en bloemen van de zeven
continenten - schaduwen. Het resultaat van ons eeuwige
mediteren - niets.

27
Laten we eens aannemen, dat je het geheim
van de schepping hebt opgelost; wat is je lot?
Laten we aannemen, dat je onder de diepste lagen de Waarheid
hebt gevonden; wat is je lot? Laten we aannemen, dat je
honderd jaar gelukkig geleefd hebt en dat daar nog
honderd jaar bij zullen komen; wat is je lot?

28
Laat het tot je doordringen:
op een dag zal je ziel je lichaam verlaten
en wordt je achter het gordijn geduwd, dat tussen het
universum en het onbekende zweeft. Terwijl je daar op wacht:
wees gelukkig. Je weet immers niet waar je vandaan komt
en ook niet waar je heen gaat!

29
De meest uitmuntende
geleerden en wijzen hebben rondgelopen
in de duisternis van de onwetendheid. En toch werden ze
beschouwd als de fakkeldragers van hun tijdperk.
Wat hebben ze gedaan? Ze hebben wat
verwarde zinnen uitgesproken
en zijn ingeslapen.

30
M'n hart zei me:
"Ik wil weten, ik wil kennen;
onderricht mij, Khayyam, jij die zo hard
gewerkt hebt." Ik heb toen de eerste letter van
het alfabet, de letter A, uitgesproken. En mijn hart zei:
"Nu weet ik. De 1 is het eerste cijfer
van een oneindig aantal."

31
Niemand kan dàt begrijpen,
wat vol mysterie is. Men kan niet zien wat zich
achter de uiterlijke schijn verbergt. Al onze woningen
zijn tijdelijk, behalve de laatste: de aarde.
Drink wijn! Stop even met al je
overbodige redeneringen.

32
Het leven is niet anders
dan een eentonig spel, waarin je zeker
bent van twee prijzen: verdriet en de dood. Gelukkig
het kind, dat op de dag van z'n geboorte gestorven is.
Nog gelukkiger hij, die helemaal niet
op de wereld gekomen is.

33
Zoek geen vrienden op deze jaarmarkt
waar we rondlopen. Zoek ook geen veilige
schuilplaats. Ontvang het verdriet met een ziel
vol kracht en verbeeld je niet, dat je er een geneesmiddel
voor zult vinden, want dat is er niet. In tegenspoed:
glimlach. Vraag niet aan anderen jou toe
te lachen; je verspilt je tijd.

34
Het grote wiel draait
zonder zich wat aan te trekken van de
calculaties van de geleerden. Geef je vergeefse
poging op om de sterren te tellen. Mediteer liever
over deze vaststaande zekerheid: eens moet
je sterven. Je dromen zijn dan voorbij en
zwerfhonden zullen jouw vergane lichaam
verscheuren.

35
Ik was slaperig.
Een Wijze zei me: "Bloemen geuren niet
als je slaapt. In plaats van je over te geven aan
dat familielid van de dood: drink wijn! Je
hebt nog een eeuwigheid
de kans te slapen."

36
De Schepper van
sterren, hemel en aarde heeft
zichzelf overtroffen, toen hij de pijn creéerde.
Lippen als robijnen, heerlijk geurende
kapsels, hoeveel van jullie liggen
er al onder de aarde?

37
Ik kan de Hemel niet zien;
ik heb teveel tranen in m'n ogen!
De vuurhaarden van de Hel zijn niet meer dan kleine
vonken als ik ze vergelijk met de vlammen die
mij van binnen verscheuren. Het Paradijs
voor mij? Een ogenblik van
rust en vrede.

38
Slapen op aarde.
Slapen onder de aarde.
Boven en onder de aarde is het vol met
dode lichamen. Overal het Niets. Een vlakte
vol lege hulzen. Mensen die komen.
Mensen die gaan.

39
Oude wereld, waar
de witte en zwarte paarden van de Dag en de Nacht
doorheen galopperen, je bent als het trieste paleis waar
100 Djemchids droomden van roem en waar 100 Bahrams
droomden van liefde en waar ze
huilend wakker werden.

40
De Zuidenwind
heeft de roos verwelkt,
waarvoor de nachtegaal z'n lied zong. Moeten we
om die roos treuren, of om onszelf? Wanneer de dood
onze wangen verbleekt zal hebben
zijn er alweer andere rozen
ontloken.

41
Vergeet, dat je gisteren beloond
had moeten worden en dat dat niet gebeurd is.
Wees gelukkig. Heb nergens spijt van. Verwacht niets.
Wat je nog tegen gaat komen staat al beschreven in het Boek,
waarvan de bladzijden als toevallig door de wind
van de Eeuwigheid worden omgeslagen.

42
Wanneer ik iemand hoor oreren
over alle genoegens die de Uitverkorenen straks
kunnen verwachten, zeg ik alleen maar: Ik heb slechts
vertrouwen in de wijn. Contante waar en geen beloften.
Het geroffel van trommelslagers klinkt alleen
maar mooi op een afstand.

43
Drink wijn! Die laat je
van het eeuwige leven proeven. Wijn is de enige
toverdrank die je je jeugd terug kan geven. Dat goddelijk
seizoen van rozen, van de roes en van oprechte
vrienden. Geniet van dit vluchtige ogenblik,
dat we leven noemen.

44
Drink wijn,
want je zult nog lang
onder de aarde liggen te slapen,
zonder vrienden, zonder vrouwen. Ik vertrouw
je een geheim toe: Verwelkte
tulpen bloeien niet
een tweede keer.

45
Heel zachtjes
zegt de klei tegen
de pottenbakker, die het kneedt:
"Houdt er rekening mee, dat ik
geweest ben zoals jij..
Behandel me met
zachtheid!"

46
Pottenbakker,
als je verstandig bent,
wees voorzichtig en beschadig de klei niet
waarvan ook Adam gemaakt werd. Ik zie op je draaischijf
de hand van Feridoun, het hart van Khosrou ..
Wat heb je gedaan!

47
De klaproos heeft zijn kleur
wellicht onttrokken aan het bloed
van een begraven keizer. Het viooltje werd misschien
geboren uit het schoonheidsvlekje
van het stralend gezicht van
een opgroeiend kind.

48
Al miljoenen eeuwen
zijn er dageraad en avondschemering.
Al miljoenen eeuwen doen de sterren hun ronde.
Loop voorzichtig over de aarde want die kluit, die je
daar bijna vertrapt, was vroeger misschien
het oog van een kind.

49
Deze narcis, zacht bewegend
aan de rand van een beek, raakt met zijn wortels
misschien de vergane lippen van een vrouw. Zorg, dat jouw
stappen de grassprieten lichtjes raken! Houdt jezelf voor
ogen, dat die zijn ontsproten uit het stof van vele
mensengezichten, die ooit straalden
als tulpen.

50
Ik zag gisteren
een pottenbakker achter zijn draaischijf.
Hij boetseerde de oren en bollingen van een vaas
met klei van de schedel van een sultan
en van de handen van
een bedelaar.

51
Hier op Aarde strijden
het goede en het slechte met elkaar
om de voorrang. De Hemel is niet verantwoordelijk
voor het geluk of de tegenspoed die het lot ons brengt.
Dank de Hemel niet en beschuldig hem ook niet.. Hij staat
even onverschillig tegenover je vreugde
als tegenover je verdriet.

52
Als je
een roos van liefde
in je hart geplant hebt, dan is je leven
niet tevergeefs geweest. Beter nog, als je getracht
hebt de stem van Allah te begrijpen. Beter nog,
als je gezwaaid hebt met je beker, lachend
van plezier.

53
Voorzichtig, reiziger!
De weg die je gaat is gevaarlijk.
Het zwaard van het lot is vlijmscherp. Als je
rijpe amandelen ziet, pluk ze niet,
want er kunnen giftige
tussen zitten.

54
Een tuin,
een welgeschapen jonge vrouw
met golvend haar, een kan wijn, mijn verlangen
en mijn leed. Ziedaar mijn Paradijs en mijn Hel.
Maar wie heeft het Paradijs of de Hel
ooit bezocht?

55
Jij, wiens wangen
de wilde rozen in de schaduw stellen, jij,
wiens gezicht lijkt op een Chinees godenbeeld,
weet je, dat jouw fluweelzachte blik de Koning van
Babylon gedegradeerd zou hebben tot de houten raadsheer
uit het schaakspel, die zich helemaal in
dienst stelt van de Koningin?

56
Het leven snelt voorbij.
Wat is er nog over van het oude Bagdad,
van het verre verleden? De kleinste duw is al fataal
voor een roos die volledig ontloken is. Drink wijn en kijk
naar de maan, en denk aan alle beschavingen
die de maan al voorbij
heeft zien gaan.

57
Luister
naar wat je verstand
je de hele dag vertelt: "Het leven is kort.
Je hebt niets gemeen met planten,
die weer gaan groeien nadat
ze gesnoeid zijn."

58
Holle redenaars
en zwijgende geleerden zijn dood gegaan
zonder het Zijn en het Niet-Zijn te hebben begrepen.
Onwetenden, broeders, laten wij doorgaan het sap van de
druif met aandacht te proeven en laten de hoge
heren zichzelf maar tevreden stellen
met droge rozijnen.

59
Mijn geboorte
heeft niets bijgedragen
aan het Universum. Mijn dood zal niets
afdoen aan de grootsheid en oneindigheid ervan.
Niemand heeft me ooit uit kunnen leggen, waarom ik
hier komen moest, waarom ik weer
moet vertrekken.

60
Wij zullen
langs het pad van de Liefde
neervallen. Het lot zal ons vertrappen.
O, jonge vrouw, o, verleidelijke beker,
kom overeind en geef me je lippen
voordat ik weer tot
stof verga.

61
Van het geluk
kennen we niet meer dan de naam.
Onze oudste vriend is de nieuwe wijn. Streel
met ogen en hand dat wat ons nooit teleurstelt:
de kan vol met het bloed
van de wijnstruik.

62
Het paleis van Bahram is nu
de schuilplaats van gazellen. Leeuwen
zwerven rond in de tuinen waar muzikanten zongen.
Bahram, die ooit wilde ezels ving, slaapt
onder dat heuveltje, waar nu
wilde ezels grazen.

63
Jaag niet achter het geluk aan.
Het leven is zo kort als een zucht.
Stof van oude helden en wijzen draait op de draaischijf
mee in het hoogrode stuifsel waar je naar kijkt.
Het heelal is een luchtspiegeling. Het leven
is een droom.

64
Ga zitten en drink!
Je zult een ongekend geluk ervaren. Luister
naar de melodieën, die minnenden op hun luit spelen:
dat zijn de echte psalmen van David. Houd je noch met het
verleden noch met de toekomst bezig maar houd je aandacht
bij het nu. Dat is het geheim van
innerlijke rust.

65
Bekrompen
of hoogmoedige mensen
maken een verschil tussen lichaam en ziel.
Ik bevestig alleen maar één ding:
de wijn verjaagt onze zorgen en
geeft ons de perfecte rust.

66
Hoe raadselachtig,
al die sterren, die opspringen
in de ruimte! Khayyam, houdt het koord
van de Wijsheid stevig vast. Neem je in acht voor
de duizelingen die je kameraden om je heen
naar de afgrond doen vallen.

67
Ik ben niet bang
voor de dood. Ik prefereer die onvermijdelijkheid
boven die andere, die me vanaf m'n geboorte is opgelegd.
Want wat is het leven? Een verantwoordelijkheid, die me
toevertrouwd is zonder dat ik er inspraak in had
en die ik, als de tijd daar is, met
onverschilligheid zal teruggeven.

68
Het leven
gaat voorbij, snelle karavaan!
Stop dan toch je rijdier en probeer
gelukkig te zijn. Jonge vrouw, waarom ben je
zo verdrietig? Schenk me wat wijn in,
want de nacht komt spoedig ...

69
Ik hoor zeggen,
dat de liefhebbers van wijn verdoemd zijn.
Dat kan niet waar zijn, dat is een duidelijke leugen.
Want als de liefhebbers van wijn en van de liefde
naar de Hel zouden gaan, dan zou de Hemel
behoorlijk leeg zijn!

70
Ik ben oud.
Mijn passie voor jou leidt me naar m'n graf,
want ik blijf deze beker steeds maar weer vullen met
dadelwijn. Mijn passie voor jou is de reden van mijn bestaan.
En de tijd ontbladert zonder erbarmen
de mooiste roos .....

71
Je kan me helemaal obsederen
met je gezicht vol van een onbekend geluk. Je kan me
betoveren, met je sensuele stem. Ik kijk naar de manier
van leven, die ik gekozen heb en ik hoor m'n moeder zeggen:
"Allah zal je vergeven". Maar ik weiger die vergeving
waar ik niet om gevraagd heb.

72
Een stuk brood,
wat vers water,
de schaduw van een boom
en jouw ogen! Geen sultan
is gelukkiger dan ik, geen
bedelaar droeviger.

73
Waarom zoveel zachtheid,
zoveel tederheid, bij het begin
van onze liefde. En waarom zoveel liefkozingen,
zoveel lust daarna? En nu lijkt het jouw enige vreugde
om mijn hart te verscheuren ..
Waarom?

74
Wanneer mijn
en jouw ziel onze lichamen
verlaten hebben zal men een baksteen boven ons
hoofd plaatsen. En op een dag zal een steenhouwer
het stof van ons beiden in zijn klei
verwerken.

75
Wijn!
Mijn zieke hart heeft dit medicijn nodig.
Wijn met de geur van muskus, wijn met de kleur
van rode rozen. Wijn om mijn brandend verdriet
te doven. Wijn en het geluid van
jouw luit met z'n snaren
van zijde, m'n lief.

76
Men praat over de Schepper..
Hij heeft de mens toch niet geschapen om hem
daarna te vernietigen! Omdat mensen slecht zijn?
En wie is daar dan verantwoordelijk voor?
Of omdat mensen mooi zijn? Ik begrijp
er niets meer van.

77
Alle mensen willen
de weg van het Weten bewandelen.
Sommigen zoeken die weg, anderen zeggen
dat ze die weg gevonden hebben. Maar op een dag
riep een stem: "er is geen doel, er is
geen pad."

78
In het licht
van de vlammende dageraad lijkt de wijn
in jouw beker op een voorjaarstulp. En verlicht door
jouw glimlach lijkt hij nog mooier. Drink, en vergeet
dat de vuist van het noodlot je elk moment weer
ten val kan brengen.

79
Wijn!
Stromende wijn!
Dat hij door m'n aderen danst!
Bekers vol..! Praat niet meer; woorden zijn bedrog.
De beker, vlug! Ik ben alweer
ouder geworden..

80
Er zal zo'n sterke lucht
van wijn uit mijn graf opstijgen,
dat voorbijgangers er dronken van zullen worden.
Er zal zo'n sfeer van rust om mijn graf
hangen, dat geliefden zich er niet
van los zullen kunnen maken.

81
In de draaimolen van het leven zijn
slechts zij gelukkig die zichzelf wijs wanen
en zij die niet proberen wijs te worden. Ik heb me
gebogen over alle geheimen van het Universum en ik ben
naar m'n eenzame plek teruggekeerd, terwijl ik
de blinden die ik ontmoette benijdde.

82
Men zegt me:
"Drink niet meer, Khayyam!"
Ik antwoord: "Als ik gedronken heb hoor ik wat
de rozen, de tulpen en de jasmijn tegen elkaar zeggen.
Ik hoor zelfs dat wat mijn geliefde
me niet kan zeggen.

83
Waar aan denk je, m'n vriend?
Denk je aan je voorouders? Ze zijn tot stof vergaan.
Denk je aan hun verdiensten? Zie hoe ik glimlach. Neem
die karaf en laten we drinken en rustig
luisteren naar de grote stilte
van het heelal.

84
De dageraad heeft de hemel gevuld
met bloemen. In de kristallen lucht sterft de zang
van de laatste nachtegaal. De geur van de wijn wordt
zwakker. Dit is het moment waarop de dwazen
dromen van roem! Wat is je haar zacht,
m'n lief.

85
Vriend, maak geen plannen
voor de dag van morgen. Weet je zelfs wel,
of je de zin kan afmaken, die je zojuist begon?
Morgen zijn we misschien ver weg van deze karavaan tocht,
zijn we misschien al gelijk aan hen, die
7000 jaar geleden gestorven zijn.

86
Mensen met warmbloedig hart,
neem een karaf en een beker! Laten we aan de kant
van de beek gaan zitten. Jongeman met je gezicht vol
leven en vol nieuwschierigheid, ik kijk naar je
en ik denk aan de karaf en de beker, die ooit
van jouw as gemaakt zullen worden.

87
Het is al lang geleden, dat mijn
kindertijd zich gevoegd heeft bij al het dode.
Voorjaar van mijn leven, je bent nu waar alle voorbije
voorjaren zijn. O, mijn jeugd, je bent vertrokken zonder dat ik
het merkte. Je bent zo geleidelijk vertrokken als ook de
lente elke dag een stukje verdwijnt.

88
Open je, broeder,
voor alle geuren, voor alle kleuren,
voor alle klanken. Liefkoos alle vrouwen.
Houd je voor, dat het leven kort is en dat je
binnenkort weer onder de aarde gestopt wordt,
hoe je ook geleefd hebt.

89
Hier op aarde naar vrede zoeken: dwaasheid.
Geloven in eeuwige rust: dwaasheid. Na je dood
zal je rust kort zijn en kan je weer herboren worden als
een polletje onkruid dat vertrapt zal worden,
of als een bloem die door de warmte
van de zon zal verwelken.

90
Ik vraag me af
wat ik echt bezit.
Ik vraag me af wat er van me overblijft na
m'n dood. Ons leven is kort als een brandend vuur.
Vlammen die de voorbijganger vergeet,
as die de wind verwaait;
een mens heeft geleefd.

91
Overtuiging en twijfel,
dwaling en waarheid, het zijn
slechts woorden, zo leeg als een zeepbel.
Regenboogkleurig of mat, die bel is
het beeld van je
leven.

92
Boven macht
boven roem boven rijkdom
prefereer ik een karaf wijn.
Ik acht de verliefde, die zucht van geluk
en ik veracht de hypocriet die
een gebed murmelt.

93
Luister
naar dit groot geheim:
Toen de eerste dageraad de aarde verlichtte
was Adam slechts een hulpeloos schepsel,
dat een naam mocht geven aan
de nacht, aan de dood.

94
De maan
van de Ramadan komt er aan.
Morgen zal de zon een stille stad met zijn
licht beschijnen. De wijnen slapen in hun vaten
en de jonge vrouwen in de schaduw
van de bosjes.

95
Ik heb niet om het leven gevraagd.
Maar ik doe m'n best om alles wat het leven
me brengt zonder verbazing te ontvangen. En ik zal weer
vertrekken zonder iemand vragen te hebben
gesteld over m'n vreemde verblijf
hier op aarde.

96
Laat niet na de vruchten
die het leven je biedt te plukken.
Haast je naar de plekken waar het feest is en kies
de grootste bekers. Geloof maar niet dat Allah onze fouten
of onze goede daden zit te tellen. Pas er voor op,
dat je de dingen, die je gelukkig maken
niet verwaarloost.

97
Nacht. Stilte. De onbeweeglijkheid
van een tak en van mijn gedachten. Een roos, beeld
van jouw vergankelijke schoonheid, heeft zojuist een bloemblad
laten vallen. Waar ben jij op dit moment, jij, die me de beker met
wijn aangereikt hebt en die ik nu weer roep? Ongetwijfeld zal geen
roos verwelken vlakbij de plek waar je
er nu één te drinken geeft.

98
Weet, hoe weinig ik me interesseer voor de vier
elementen van de natuur en de vijf zintuigen van de mens!
Je zegt dat sommige Griekse filosofen hun gehoor onbeperkt
raadsels konden voorleggen? Daarin ben ik absoluut niet
geïnteresseerd. Breng wat wijn en speel wat op je luit,
waarvan de klankbuigingen me doen denken aan het
geluid van de wind die langskomt en weer
voorbij gaat, net zoals wij.

99
Wanneer de schaduw van de Dood
zich naar mij zal buigen, wanneer mijn korenschoof
van dagen op zal zijn, zal ik jullie roepen, vrienden, en
jullie zullen me wegdragen. Wanneer ik tot as vergaan zal zijn,
maak van die as een kan en vul die met wijn! Misschien wekken
jullie me daarmee wel weer op tot het leven.

100
Ik houd me er niet mee bezig,
waar ik de mantels van List en Leugen kan kopen.
Ik ben liever op zoek naar goede wijn. Mijn haar is wit.
Ik ben 70 jaar. Ik pak de kans om vandaag gelukkig te zijn;
morgen heb ik daar misschien de kracht
niet meer voor.

101
Wat is er geworden
van al onze vrienden? Heeft
de Dood ze omvergeworpen en vertrapt?
Wat is er van ze geworden? Ik hoor nog hun liederen
in de kroeg .. Zijn ze dood, of zijn ze nog dronken
omdat ze geleefd hebben?

102
Als ik er niet meer ben
zullen er ook geen rozen, cipressen,
rode lippen en geurige wijn meer zijn. Er zullen geen
dageraden en geen schemeringen meer zijn, geen vreugden
en zorgen. Het universum zal niet meer bestaan,
omdat zijn realiteit afhangt
van ons denken.

103
Hier is de enige waarheid: wij zijn
de pionnen in die mysterieuze schaakpartij, die
door Allah gespeeld wordt. Hij verplaatst ons of laat ons
staan, verzet ons weer, om ons vervolgens
één voor één in de doos van het
niets te gooien.

104
Het hemelgewelf lijkt op
een omgekeerd kopje, waaronder de wijzen
tevergeefs dwalen. Dat je liefde voor je minnares
even groot mag zijn als die van de karaf voor
de beker. Kijk hoe ze elkaar lip aan lip
het bloed van de druiven geven.

105
De Geleerden zullen je niets leren,
maar de zachte aanraking van de wimpers van
een vrouw leert je wat geluk is. Vergeet niet, dat je dagen
geteld zijn en dat je spoedig een prooi zult zijn van de
aarde. Koop wijn, neem die mee naar een afgelegen plek
en laat je troosten.

106
Wijn - hij geeft je van z'n warmte.
Hij laat je de sneeuw zien van vroeger
en de mist van de toekomst. Hij overstroomt je
met licht. Hij verbreekt de ketenen
van je gevangenschap.

107
Vroeger,
toen ik vaak de moskeeën bezocht,
heb ik er nooit gebeden maar ik kwam
er altijd vol hoop vandaan. Ik ga nog vaak
naar een moskee, want de schaduw is er
zo weldadig om te
slapen.

108
Op deze bontgekleurde Aarde
loopt iemand, die noch lid van een kerk
noch heiden is, noch arm noch rijk. Hij vereert noch Allah,
noch de wetten. Hij gelooft niet in één waarheid. Hij
bevestigt nooit iets. Op onze bontgekleurde Aarde,
wie is die dappere en trieste man?

109
Voordat je een gezicht zo mooi
als een roos kan liefkozen, hoeveel doornen moet je
uit je vlees trekken! Kijk naar deze kam. Het was een stuk
hout. Toen men het van de boom hakte, wat een marteling
moest het ondergaan. Maar nu is hij rondom
in contact met het geparfumeerde haar
van een jonge vrouw.

110
Wanneer de morgenbries de rozen
openwaait en ze toefluistert, dat de viooltjes
hun jurkjes al opengevouwen hebben, is alleen hij
waard te leven, die kijkt naar de jonge vrouw, die naast
hem ligt te slapen en dan zijn beker wijn pakt en
hem tot de bodem leegdrinkt en wegwerpt.

111
Jij weet wat je morgen
te wachten staat? Wees vol vertrouwen,
want anders zal het lot je angsten waarmaken.
Hecht je aan niets, stel geen vragen, noch
aan boeken, noch aan mensen, want onze
toekomst is ondoorgrondelijk.

112
Heer o Heer, antwoordt ons! U heeft
ons ogen gegeven om ons door de schoonheid
van Uw scheppingen te laten verblinden .. U heeft ons
de gave gegeven om gelukkig te zijn .. en zou U dan willen,
dat we het genieten van het goede der aarde afzweren?
Maar dat is ons even onmogelijk als om een
beker om te keren zonder de wijn
die er in zat te vermorsen.

113
In een taveerne
vroeg ik een oude wijze man
me te informeren over hen die al dood zijn.
Hij antwoordde me: "Ze komen niet terug.
Dat is alles wat ik weet.
Neem nog een slok!"

114
Kijk! Luister! Een roos trilt
in de flauwe wind. Een nachtegaal zingt hem een
hartstochtelijk lied toe. Een wolk staat stil. Laten we
wijn drinken. Vergeten we dat die wind de roos
ook zal ontbladeren, de zang van de nachtegaal
zal verwaaien en de wolk zal meenemen,
die ons nu nog zo'n weldadige
schaduw geeft.

115
De hemel koepel,
waaronder wij dwalen,
ik vergelijk hem met een
magische toverlantaarn, waarvan de zon
de lamp is. En de wereld is het scherm
waarop onze beelden
voorbij gaan.

116
Een roos zei:
"Ik ben het mooiste
op de wereld. Zou een parfummaker het lef
hebben me te plukken?" Een nachtegaal zong:
"Een dag van geluk wordt gevolgd door
een jaar van tranen."

117
Deze avond of
misschien morgen zul je er niet meer zijn.
Het is tijd dat je om wat wijn vraagt, dieprode wijn.
In je roes, zie jezelf als een schat en weet dat dieven
nu al plannen maken om je graf te openen
en je botten mee te nemen.

118
Sultan, je roemrijke levenspad was al
beschreven in de sterren. Al vanaf het begin
van de wereld liep jouw paard met gouden hoeven langs
de sterrenbeelden. En wanneer je voorbij rijdt
onttrekt een regen van vonken je
aan ons oog.

119
Liefde die niet verscheurt
is geen liefde. Doet een stuk houtskool
het vuur opvlammen? Dag en nacht, z'n hele
leven, ervaart de ware verliefde
dan weer hevige pijn, dan
weer intense vreugde.

120
Je kunt de nacht om ons heen
tot op de bodem proeven. Je kan er kracht uit halen.
Maar je komt er niet mee klaar. Adam en Eva, wat moet
jullie eerste zoen een verschrikking geweest zijn,
want jullie hebben ons geschapen vol
vertwijfeling.

121
De sterren laten
hun gouden bladeren vallen. Ik vraag me af,
waarom m'n tuin er nog niet mee bedekt is. Zoals
de hemel z'n bladeren op de aarde stort,
zo stort ik me op m'n donkere
beker rode wijn.

122
Ik drink wijn, zoals de wortels
van de wilg drinken van de heldere bergstroom.
Allah is Allah. Je zegt dat alleen Allah alles weet?
Toen hij me geschapen heeft wist hij dat ik zou gaan drinken.
Als ik dat nu niet deed, zou de alwetendheid
van Allah op z'n kop staan.

123
Alleen wijn bevrijdt je
van je zorgen. Alleen wijn dwingt je niet
te kiezen tussen de vele geloofssekten.
Wendt je niet af van die magier,
die je de weg kan wijzen
naar vergetelheid.

124
Iedere ochtend verdringt de roos
met z'n felle kleuren de tulpen, de hyacinten
en de viooltjes, maar dan komt de zon, die ze van
hun stralende concurrent bevrijdt. Iedere ochtend ligt
m'n hart zwaarder in m'n borst, maar jouw blik
bevrijdt het van z'n verdriet.

125
Als je de verheven
eenzaamheid wilt ervaren van de sterren en
de bloemen, breek dan met alle mannen, met alle vrouwen.
Blijf bij iedereen uit de buurt. Schenk geen
aandacht aan pijn en verdriet. Vermijdt
alle feesten.

126
Wijn heeft de kleur
van de roos. Misschien is wijn niet het bloed
van de wijnstok maar van de roos. Misschien is deze
beker niet van kristal maar van gestolde azuur.
De nacht is misschien niet anders dan
het ooglid van de dag.

127
Wijn geeft de wijzen
een roes als van de Uitverkorenen.
Hij geeft ons ons gevoel van jeugd terug, geeft ons
wat we al verloren hebben en wat we nog wensen. Hij kan ons
als een vernietigende vuurzee branden, maar ook onze
triestheid veranderen in
verfrissend water.

128
Sluit je Koran.
Denk in vrijheid en kijk met vrije blik
naar de hemel en de aarde. Geef de arme, die voorbij
gaat de helft van wat je bezit. Vergeef
iedereen z'n zonden. Doe niemand
verdriet. En lach niemand uit.

129
Hoe zwak is de mens!
Hoe onontkoombaar is het lot!
Wij doen beloftes die we niet houden en ons falen
laat ons onverschillig. Ik zelf, ik handel vaak
als een beschonkene. Maar ik heb het excuus,
dat ik dronken ben van de liefde.

130
Mens, de wereld is immers
een luchtspiegeling, een droom; waarom
voel je je dan wanhopig, waarom denk je steeds aan
je beroerde situatie? Geef je ziel over aan
het nu. Je toekomst ligt vast. Je kunt
er niets aan veranderen.

131
Die mist die om die roos hangt,
is het z'n geur of is het een kwetsbare muur
van ochtendnevel? Het haar dat over je gezicht hangt,
behoort dat nog aan de nacht, die aanstonds, als je je ogen
opendoet, zal vluchten? Wordt wakker, m'n lief.
De zon geeft een gouden glans aan onze bekers.
Laten we drinken!

132
Neem je voor, de hemel
niet verder te bestuderen. Omring je met mooie vrouwen
en liefkoos ze. Je aarzelt? Je wilt liever Allah dienen? Al
vóór jou hebben velen hun gepassioneerde gebeden opgezegd.
Ze zijn nu dood en je weet niet of Allah
hen gehoord heeft.

133
De ochtendstond! Geluk
en helderheid. Een immense robijn
schittert in elke beker. Neem deze twee takken
van de sandelhoutboom; maak van de ene een fluit en
steek de ander aan, zodat wij kunnen
genieten van zijn reuk.

134
Moe van het tevergeefs
vragen stellen aan mensen en boeken probeerde
ik het bij de beker. Ik zette m'n lippen op de zijne
en vroeg zachtjes: "Als ik dood ben, waar ga ik dan heen?"
De beker antwoordde: "Drink van mijn mond. Drink lang.
Je komt hier niet meer terug."

135
Als je dronken bent,
Khayyam, wees gelukkig. Als je naar je
geliefde kijkt met haar rooskleurige wangen,
wees gelukkig. Als je droomt, dat je niet
meer bestaat, wees gelukkig, want
de dood is het Niets.

136
Ik liep door de verlaten werkplaats
van een pottenbakker. Er stonden op z'n minst
2000 vazen, die zachtjes met elkaar praatten. Plotseling
riep één van hen: "Stilte! Geef deze voorbijganger
de gelegenheid zich de pottenbakkers en kopers
van aardewerk voor te stellen
die wij eens waren...."

137
Je zegt,
dat wijn de beste balsem is?
Breng me alle wijn van de wereld.
Mijn hart heeft zoveel blessures ..
Alle wijn van de wereld, zodat m'n hart
z'n blessures kan verzorgen!

138
Wat een speelse ziel
is de ziel van de wijn!
Pottenbakker, maak voor deze ziel kannen
met gladde wanden. En maak de rondingen van de bekers
met liefde, zodat de ziel van de wijn het aardewerk
zacht kan strelen.

139
Ik zie je vol verwarring naar adem happen,
kijkend naar het oneindige van het verleden en het
oneindige van de toekomst. Je wilt een grenspaal neerzetten
tussen deze twee oneindigheden en daarop gaan zitten kijken naar
die twee kanten? Neem liever een karaf wijn, die je
je machteloosheid zal doen vergeten.

140
Een nieuwe dag breekt aan.
Zoals elke ochtend onderga ik de schoonheid van
de schepping en het bedroeft me, dat ik de Schepper
niet kan danken. Maar er zijn zoveel bloemen om me heen,
die me troosten, zoveel lippen die zich aan de mijne
aanbieden! Laat je luit rusten, liefste,
want de vogels gaan nu zingen.

141
Neem er genoegen mee, dat alles
een mysterie is: het ontstaan van de wereld en
van jou, de toekomst van de wereld en van jou. Glimlach
om die raadsels als om een gevaar dat je minacht.
Geloof niet, dat je er wat van zal begrijpen,
als je de poort van de Dood passeert. Vrede
en rust voor de mens in die zwarte
stilte van het hiernamaals.

142
In het midden van de groene weide
lijkt de schaduw van deze boom op een eiland.
Voorbijganger, blijf daar waar je bent! Op de weg
die je volgt ligt bij die schaduw die langzaam draait
misschien een gevaarlijke
afgrond.

143
Wat zal ik doen, vandaag? Zal ik
naar de taveerne gaan? Zal ik in een tuin gaan zitten
of me over een boek buigen? Er vliegt een vogel voorbij.
Waar gaat die heen? Ik heb hem al uit het gezicht verloren.
De dronken vlucht van een vogel in het brandend
azuur. De melancholie van een mens in
de koele schaduw van een moskee.

144
Nog wat wijn,
m'n geliefde!
Je wangen hebben nog niet
de felle kleur van een roos.
Nog wat meer verdriet, Khayyam!
Je geliefde lacht je toe ..

145
Onze wereld
is als een prieel vol rozen.
Onze bezoekers zijn de vlinders. Onze
muzikanten de nachtegalen. Wanneer er geen rozen,
geen bladeren meer zijn, dan zijn de
sterren mijn bloemen en jouw haar
is mijn bos.

146
Bediende, breng geen lampen,
want mijn disgenoten zijn uitgeput in slaap
gevallen. Ik heb genoeg licht om hun bleke huid
te kunnen zien. Uitgeput en koud zijn ze nu in de macht
van de dood. Breng geen lampen, want er is
geen dageraad voor de doden.

147
Wanneer je wankelt onder de last van verdriet,
en je geen tranen meer over hebt, denk dan aan het
groene loof dat schittert na de regen. Wanneer de glans
van de dag je uitput, wanneer je hoopt dat een
laatste nacht neerdaalt over de wereld,
denk aan het ontwaken van een kind.

148
Ik verberg m'n triestheid,
zoals ook de vogels zich verstoppen
wanneer ze voelen dat ze dood gaan. Wijn!
Luister naar m'n grappen! Wijn, rozen, muziek
en jouw onverschilligheid over
mijn droefheid, m'n lief!

149
God, U hebt duizenden
onzichtbare stenen op ons pad gelegd
en U heeft gezegd: "Wee degenen, die er over struikelen!"
U ziet alles en U weet alles. Niets gebeurt zonder
Uw toestemming. Zijn wij dan verantwoordelijk
voor onze fouten? Kunt U het mij verwijten
dat ik hiertegen protesteer?

150
Ik heb veel geleerd
en ik heb ook bewust veel vergeten.
In mijn geheugen heeft elk ding z'n plaats.
Wat rechts zit kan niet ook links zitten. Ik had geen rust
tot ik alle zekerheden met verachting verworpen had.
Ik heb uiteindelijk begrepen dat het
onmogelijk is iets te bevestigen
of te ontkennen.

151
Ik heb eminente leermeesters gehad.
Ik was blij met mijn vorderingen, met mijn triomfen.
Wanneer ik me de wijze herinner die ik was, dan vergelijk
ik hem met het water, dat de vorm aanneemt van
de vaas en met de rook, die door de wind
wordt uiteen gewaaid.

152
Voor de wijze
lijken droefheid en vreugde op elkaar,
zoals ook het goede en het kwaad. Voor de wijze moet
alles wat begint ook tot een einde komen. Vraag je daarom af,
of je een reden hebt je te verheugen op het goede wat je
overkomt of te treuren over
onverwachte beproevingen.

153
Aangezien ons lot op aarde is te lijden
en daarna te sterven, moeten we dan niet hopen ons
armzalig lichaam zo spoedig mogelijk aan de aarde terug
te kunnen geven? En onze ziel dan, waar Allah op wacht
om hem te beoordelen op z'n verdiensten, zegt ge?
Ik zal U antwoorden nadat ik ben ingelicht
door iemand die van het dodenrijk
is teruggekomen.

154
Derwish,
trek uit dat mooi gekleurde gewaad
waarop je zo trots bent en wat je bij je
geboorte nog niet bezat! Trek het kleed van de armoede aan.
De voorbijgangers zullen je niet zo eerbiedig groeten,
maar je zult in je hart de engelen
van de hemel horen zingen.

155
Dronken of dorstig, ik zoek
niet anders dan de slaap. Ik heb opgegeven
te weten wat goed is, wat kwaad. Voor mij lijken geluk en
ongeluk op elkaar. Wanneer ik het geluk ontmoet geef ik het
slechts een kleine betekenis, want ik weet dat het
gevolgd wordt door een ongeluk.

156
Men kan
de zee niet in brand steken, net zo min
als de mens overtuigen dat geluk gevaarlijk is.
En toch weet de mens, dat de kleinste schok wel
fataal is voor de volle karaf maar
een lege karaf heel laat.

157
Kijk om je heen.
Je ziet niet anders dan smart,
angst en wanhoop. Je beste vrienden zijn dood. Verdriet
is je enige metgezel. Maar richt je op. Open je handen!
Pak dat wat je verlangt en wat je nu kan bereiken.
Het verleden is als een dood lichaam
dat je moet begraven.

158
Ik zie een ruiter,
die verdwijnt in de nachtelijke nevel.
Zal hij dwars door de bossen reizen of zal hij de
ongecultiveerde wilde vlaktes doorrijden? Waarheen gaat hij?
Ik weet het niet. Morgen, lig ik dan languit
op de aarde of eronder? Ik weet het niet.

159
"Allah is groot!"
Die kreet van de moueddin
lijkt op een enorme klaagzang.
Vijf maal per dag lijkt het alsof
de aarde kreunt tegen z'n
onverschillige
Schepper!

160
De Ramadan is voorbij.
Uitgeputte lichamen, verlepte geesten, de vreugde
keert weer. De vertellers hebben weer nieuwe verhalen.
De wijndragers, die handelaren in dromen, roepen hun klanten.
Maar ik hoor niet de stem van haar, die me
het leven teruggaf, van m'n geliefde.

161
Zie dat riviertje,
dat glinstert in deze tuin.
Zoals ik, stel je voor dat je de Kaoucar ziet
en in het Paradijs bent. Ga op zoek
naar je vriendin met haar gezicht
als een roos.

162
Je ziet slechts de schijn
van de dingen en van levende wezens.
Je bent je bewust van je onwetendheid,
maar je wilt niet stoppen met liefhebben.
Allah heeft ons de liefde gegeven net
zoals hij sommige planten
giftig gemaakt heeft.

163
Ben je ongelukkig? Denk niet aan je pijn
en je zult er niet onder lijden. Als je verdriet
onverdraaglijk wordt, denk dan aan al die mensen
die zonder enig nut al vanaf het begin van de schepping
nutteloos geleden hebben. Kies een vrouw met
borsten wit als sneeuw en wacht je ervoor
van haar te houden. Want ook zij is niet
in staat jou eeuwig lief te hebben.

164
Arm mens, je zult nooit echt iets weten.
Je zult nooit ook maar één van de vele geheimen
van de wereld om ons heen ontsluieren. Hoewel de
godsdiensten je het Paradijs beloven, zorg er voor
je paradijs nu hier op aarde te scheppen, want
misschien bestaat dat andere niet.

165
Lampen
die uitgaan, verwachtingen
die aangestoken worden. De dageraad.
Lampen die aangestoken worden,
verwachtingen die doven.
Nacht.

166
Alle koninkrijken
voor een kostbaar glas wijn!
Alle boeken en de hele wetenschap voor de zachte geur
van de wijn! Alle liefdesliederen voor het lied van de
stromende wijn! Alle roem voor
het kleurenspel in dit glas!

167
Ik heb de klap gekregen die ik verwacht had.
M'n geliefde heeft me verlaten. Toen ik haar liefde
nog had, was het makkelijk er op neer te kijken en te
verkondigen, hoe goed het is afstand te doen van
alle bezit. Maar je was ook alleen toen ze
er nog was, Khayyam. Denk daaraan,
nu ze is vertrokken.

168
Heer, U heeft me
m'n geluk ontnomen! Heer, U hebt
een muur gemetseld tussen mijn hart en de schepping.
Mijn mooie wijnoogst, U hebt hem vertrapt. Als het
mijn tijd is te sterven, waarom aarzelt U dan?
Ben ik op dat moment misschien te dronken?

169
Wees stil, verdriet!
Laat me een geneesmiddel zoeken.
Ik moet leven, want de doden hebben geen
herinneringen meer. En ik wil
me m'n geliefde nog
even herinneren!

170
Snaarinstrumenten,
geuren, drinkbekers, lippen,
lange haren en ogen: speelgoed dat de Tijd
vernietigt, speelgoed! Soberheid, eenzaamheid,
arbeid, meditatie, gebed en afstand doen: as die
de Tijd uiteen waait, as!



* * *

Vertaald door Hans van Rossum
naar de Franse vertaling van Franz Toussaint.

© Hans van Rossum 2003.


Reacties zijn welkom. Email naar:
Hans-Van.Rossum@NOSPAMhetnet.nl maar verwijder het woord NOSPAM van het adres (ik voegde dat toe om geautomatiseerde spam en virussen te vermijden), in Engels, Nederlands, Frans of Duits.

Go to
HOME | ASTROLOGY | ARTICLES | GEBOORTETEKST
OMAR KHAYYAM's RUBAIYAT INTRO | ENGLISH RUBAIYAT
MIRIAM | GEDICHTENRUTH | SAYINGS | NEDERLANDS COMMENTAAR | BOOKS