Paula Koning, Rotterdam

Neerlandicus

OP ERASMUS

Hoofd omhoog
schouders eronder
neus in een boek
geen blad voor de mond
en beide benen op de grond

Paula Koning (beeld en tekst 2003)
Lijst van publicaties

‘De twee levens van Erasmus in Leiden. Petrus Scriverius en Paullus Merula als biografische beeldvormers’ in: De zeventiende eeuw 27 (2011), nr.1, p. 37-48

De systematische documentatie van het leven van Erasmus begon in Leiden, waar de nieuwe universiteit hem zag als het onbetwiste humanistische voorbeeld. Hoogleraar Paullus Merula publiceerde met medewerking van Petrus Scriverius een baanbrekende verzameling van (auto)biografische documenten, Vita Erasmi (1607). Scriverius stelde een hernieuwde Vita samen (1615) en later nog een Coronis apologetica bij zijn Colloquia-editie (1636) met de brief van Daniel Heinsius over Erasmus’ betekenis en Heinsius’ waardering voor de inspanningen van Scriverius. Al deze bijdragen werden in de Leidse Opera omnia (1703) gecanoniseerd.
Daarnaast benutte Scriverius als historicus, dichter en filoloog meermalen de commentaar van Erasmus op het spreekwoord ‘Auris Batava’ tot glorie van de universiteit en de Republiek.

Aanvulling: De tekenaar van Hermes en Athena in het album amicorum van Petrus Scriverius is niet Petrus Koure van Hoorn, maar Petrus Kouwenhorn. Met dank aan Eddy Grootes die mij hierop attent maakte, onder verwijzing naar het artikel van Zsuzsanna van Ruyven-Zeman, ‘Pieter Kouwenhorn, ‘uytnemend teykenaar ende gelase-sgrijver’ en het carton van het universiteitsglas in de Pieterskerk te Leiden’, in: Oud Holland 117 (2004), p. 162-179.



Erasmus op de markt. Rotterdam, Ad. Donker, 2009
Dit boek presenteert een verzameling van 42 boekillustraties, gevonden in oude heruitgaven van werk van Erasmus. Deze afbeeldingen met de Rotterdamse humanist bevatten veel informatie. Verschenen in boeken uit de 17e en 18e eeuw zinspelen ze op de voor- en tegenstand die Erasmus ook tot lang na zijn dood ontmoette. Blijkens de aanhoudende herdrukken in Europa bleef zijn zowel serieus als satirisch geformuleerde kritiek op fouten en verbeterpunten van de christelijke samenleving een groot publiek boeien.
Het onderzoek naar prenten in twee eeuwen boekdrukkunst levert aanzienlijke winst op voor de beeldvorming rond Erasmus. Er zijn velerlei variaties op de staande Erasmus, en anders dan de bekende portretten geeft een aantal titelprenten uit de onderzochte periode de schrijver meer dynamiek door hem in actie of in gezelschap te tonen. Er zijn ook kunsthistorische verrassingen onder: bijvoorbeeld een onbekende gravure van Romeyn de Hooghe in een uitgave van het etiquetteboekje.
De toelichtende teksten plaatsen elke prent bij elk boek in zijn context. Ze werpen licht op de drijfveren van de auteur, de gevarieerdheid van zijn werk, het effect ervan op zijn tijdgenoten en de latere doorwerking.



PLAGIAAT                                                                Rotterdam, januari 2012

Meer en meer komt boven tafel dat literaire en wetenschappelijke fraude ook in Nederland geen zeldzaam verschijnsel is. Uit eigen ervaring kan ik een geval toevoegen aan het schandaaldossier: het plagiaat van Erasmus op de markt door dr. Lucy L.E. Schlüter in 2008.

Mijn boek verscheen in 2009. Het was bizar om geplagieerd te worden nog voordat de tekst gedrukt was.

Dr. Lucy L.E. Schlüter, kunsthistoricus, heeft zonder auteursvermelding het manuscript van Erasmus op de markt gebruikt voor de door haar samengestelde brochure ’Standbeelden van Erasmus in Rotterdam’, uitgegeven door de Stichting Erasmushuis Rotterdam in 2008. Mevrouw Schlüter is bestuurslid van deze Stichting.

In 2005 had ik haar benaderd met het verzoek om mijn beeldbeschrijvingen voor Erasmus op de markt kritisch te willen lezen. Dr. Schlüter was toen in dienst van het Huygens Instituut voor wetenschappelijke tekstedities. Zij ging in op dit verzoek.

Terwijl wij tot juli 2008 regelmatig contact hadden over mijn boek-in-wording, via e-mail maar ook persoonlijk, heeft mevrouw Schlüter niet op enig moment gemeld dat zij daaruit wilde citeren in de standbeeldenbrochure.
Zij heeft ruimschoots geciteerd: de tekst van de eerste brochurepagina is geheel opgebouwd uit passages van Erasmus op de markt en ook elders zijn overgenomen tekstfragmenten en illustraties aanwijsbaar.

Onmiddellijk na verschijning van de brochure in 2008 heb ik alle ontleningen daarin uit Erasmus op de markt schriftelijk doorgegeven aan het bestuur. Hoewel het bedrog evident was, heeft het bestuur van de Stichting Erasmushuis Rotterdam onder voorzitterschap van drs. Irene Smit het door medebestuurslid Schlüter gepleegde plagiaat nooit in geschrifte erkend, noch enig excuus geformuleerd.

Paula Koning



‘Erasmus terug naar school’ in: Van der Velde: mozaïek van een rector en Erasmus 500 jaar na Lof der Zotheid. Lustrumboek Erasmiaans Gymnasium, onder redactie van Leen J. Bongers, Bert Kanters en Leo Molenaar, Rotterdam 2009. p. 379-384.
Verslag van een late maar prettige kennismaking met de uit het onderwijs verdwenen meester.



Laus Stultitiae / Lof der Zotheid. De eerste vertaling in het Nederlands (Emden 1560).
Uitgegeven op 31 januari 2004. Deze uitgave is gemaakt in reactie op de verminkte versie die de DBNL op het net heeft gezet. De DBNL-uitgave lijdt ten eerste aan het euvel dat de tekst niet gecorrigeerd is naar de originele druk maar met behulp van een kopie. Deze onzorgvuldige aanpak verklaart de ontoelaatbaar vele fouten in de DBNL-versie. Ten tweede: het format van de DBNL blijkt technisch niet in staat om het origineel uit 1560 exact weer te geven, d.w.z. met de volledige aantekeningen in de marge. Het gevolg is dat hier en daar commentaar in de marge is weggesneden. Beide mankementen maken de DBNL-tekst wetenschappelijk onbruikbaar.



Johan de Brune de Oude, Banket-werk van goede gedachten. Middelburg, Jaques Fierens, 1657. Uitgegeven op 29 augustus 2004 in opdracht van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.



‘Julius Caesar Scaligers Epidorpides in de Emblemata van Johan de Brune’ in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 117 (2001), p. 166-187.

Verslag van het onderzoek naar de invloed van de befaamde 16e-eeuwse arts en dichter J.C. Scaliger, afkomstig uit Italië en werkzaam in Frankrijk, op het werk van een 17e-eeuwse Zeeuw, de jurist Johan de Brune die raadpensionaris van Zeeland werd en politiek, religieus en moralistisch proza publiceerde. De Brune koos een flink aantal ethisch-religieuze gedichten van Scaliger ter ondersteuning van zijn mening over de recente politieke en godsdienstige twist die het vaderland bijna tot burgeroorlog had gebracht. Een piëtistische geloofsbeleving die de scheiding tussen rooms-katholiek (Scaliger) en protestant (De Brune) oversteeg, verbond de twee.



‘Les ‘‘Desserts’’ de Julius Caesar Scaliger, nourriture spirituelle pour les ‘‘Emblemata’’ néerlandais de Johan de Brune’ in Acta Conventus Neo-Latini Abulensis. Proceedings of the Tenth International Congress of Neo-Latin Studies. Avila 1997. Arizona, 2000, p. 381-389



‘Hooft en Mostart. Een Nederduitse secretaris voor P.C. Hooft’ in Omnibus idem. Opstellen over P.C. Hooft ter gelegenheid van zijn driehonderdvijftigste sterfdag. Hilversum, Verloren, 1997, p. 83-100, ook op internet.


Julius Caesar Scaliger, Epidorpides. Gebaseerd op de uitgave van de verzamelde gedichten: Poemata omnia, 1574, dl. 2. Uitgegeven op 29 april 1996.



Jan de Brune de Jonge, Wetsteen der vernuften, (1e druk 1644). Selectie, hertaling en nawoord. Amsterdam, Em. Querido, Griffioen 1990.


‘Spreekwoorden als bouwstenen’ in Johan de Brune de Oude (1588-1658). Een Zeeuws literator en staatsman uit de zeventiende eeuw. Middelburg, Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1990, p. 92-106, ook op internet.
Stuur uw reacties naar Paula Koning (PaulaKoning@planet.nl)