De Beemster, Werelderfgoed

(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)



"Nauwelijks was op den 30sten Julij 1612 de verkaveling der Beemsterlanden geheel afgeloopen en geëindigd, of elke belanghebbende spoedde zich Beemsterwaarts, om den hem bij het lot ten deel gevallen grond te gaan bezichtigen en zich op zijn nieuw verkregen eigendom te verlustigen ..."


Vrijwel elke Beemsterling weet het: de Beemster heeft zijn naam te danken aan een rustig stroompje, dat de naam Bamestra droeg. Het riviertje of beekje was misschien drie à vier uur gaans en liep, tezamen met de Zaan, in het Y uit. Een kalm stroompje bleef het echter niet. Ze trad herhaaldelijk buiten haar oevers en verslond, tezamen met de Schar waar zij zich na verloop van tijd mee verenigde, de zwakke oeverlanden. Ten tijde van Floris V had het Bamestra-meer al een zeer grote omvang en het staat vast dat toen reeds dijken en dammen werden aangelegd teneinde de vernietigende kracht van het water te beteugelen. Tulpen in de Beemster Je kunt het je nu bijna niet voorstellen als je in het voorjaar de bollenvelden ziet dat dit eens allemaal water was. Maar toch, het is ècht zo!
  Meer dan negen eeuwen geleden, op 26 juli 1083, bevestigde Dirk V in een oorkonde de schenking die zijn bet-overgrootvader Dirk II omstreeks het midden van de tiende eeuw aan de abdij van Egmond had gedaan. Daaronder bevond zich een "manse" (landhoeve), gelegen aan de Bamestra.
  Wie was deze Dirk II? In het boek "Gravinnen van Holland" door E.H.P. Cordfunke wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed. Zo wordt er in geschreven dat graaf Dirk II en gravin Hildegard onder de groten van hun tijd een vooraanstaande plaats innamen. "Hun roem leeft voort door hun vele schenkingen op religieus gebied, niet alleen in Egmond, maar ook in Gent en in Triër, die getuigen van hun rijkdom, kunstzin en vroomheid".
  Naar alle waarschijnlijkheid stamde Dirk II af van de legendarische Friese koning Radbod, die in 719 zonder mannelijke nakomelingen overleed. Hildegard stamde af van Judith, dochter van Karel de Kale, en dat was weer een kleinzoon van Karel de Grote. De Bamestra En Karel de Grote komt, evenals graaf Dirk II en gravin Hildegard, weer voor in het Middeleeuwse voorgeslacht van Neeltje Hendriks Brederode. Dat is allemaal wel heel lang geleden, laten we daarom maar terugkeren naar de Bamestra. Op de kaart hiernaast, die werd vervaardigd door Jacobus Bouman in 1856, is de vroegere loop van de Bamestra (vóór de zevende eeuw) aangegeven.

In het jaar 1407 bestond er al een Beemsterdijk, want graaf Willem schonk deze op 14 mei van dat jaar aan de kerk van Wormer:

"Willem, bij der genaden Gods, Phals-Graaf op den Rhijn, Hertog van Beijeren, Graaf van Holland en Zeeland, en Heer van Vriesland, doen kond allen luiden: hoe dat onzen lieven Heer en Vader, zaliger gedachten, en wij weggegeven hebben den Beemsterdijk, die wij meenden, dat ons toebehoord had, en wat ons klaarlijk bijgebragt is, dat dezelve Beemsterdijk met regt toebehoort der heilige kerk van Wormer. Zo hebben wij wederzeid en wederzeggen met dezen tegenwoordigen Brief, al zulken gift en Brief, als onzen lieven Heer en Vader en wij daar af gegeven hebben. En willen dat die heilige kerk den Beemsterdijk weder aanvaarde, en voortaan behoude ten eeuwigen dagen, in allen schijn, als zij die plag te hebben, eer wij ons der giften bevonden." (bron: De Beemster, door Jacobus Bouman 1857)

Op 9 januari 1421 werd dit nog door zijn broer Jan, hertog van Beieren, bevestigd.

De Beemster was een meer en een dijk moest dienen om de watermassa bijeen te houden, ter bescherming van de omliggende dorpen en landen. Dat lukte lang niet altijd. Op 2 november 1532, bijvoorbeeld, toen gedurende een stormvloed de dijk vlakbij Oosthuizen bezweek. Enige huizen daar gingen verloren. Nog vele stormen volgden.
  Op 14 en 15 april van het jaar 1566 woedde er opnieuw een hevige storm, die diverse dijkbreuken tot gevolg had. Bij Oosthuizen sloeg het water over de dijk en bereikte de westelijke kerkmuur. Ook ten noorden van Hobrede brak de dijk door. De Zuiderzeedijk begaf het tijdens die storm op vele plaatsen.
  Er moest wat gebeuren, want zo kon het niet langer en langzamerhand rijpte het plan om de Beemster droog te leggen. Wanneer het eerste echte plan daarvoor werd gemaakt is niet met zekerheid te zeggen, maar in het octrooi, dat in 1607 werd verleend, betreffende de bedijking en droogmaking staat "dat er voor 30 of 40 jaren verscheidenen zijn geweest, die voorgenomen hadden, de Beemster, gelegen in Noord-Holland, te bedijken en dat hetzelve door de opgekomen oorlogen achterwege is gebleven". Ja, die oorlogen, daar hebben we natuurlijk op school alles over geleerd. Een vreemde gedachte is het wel: waar nu boerderijen staan (en huizen ook, natuurlijk) temidden van uitgestrekte weilanden, bewaakte de Waterlandse vloot in 1574 de Zuiderzee, vanuit de Beemster, tegen de Spanjaarden.
  In 1575, het jaar waarin Jan Adriaansz. Leeghwater werd geboren, werden de oevers van het Beemstermeer zwaar beschadigd, toen op 15 december een hevige storm over Noord-Holland raasde. Elke storm veroorzaakte schade! Wat zou Noord-Holland er zonder droogmaking anders hebben uitgezien!

Vanaf het moment dat de Beemster drooggemalen was (in 1612) hebben er nog vele stormen gewoed. In de vroege morgen van 13 november 1972 viel er tijdens een storm die orkaankracht bereikte een boom op ons huis. Twee takken drongen het dak binnen, waarvan één in onze slaapkamer. We waren op dat moment beneden, in angstige afwachting ...

Stormen zullen wel altijd blijven voorkomen. Maar nu zijn we in ieder geval tegen stormschade verzekerd! Toch ben ik altijd bang als het hard waait. Op de foto hieronder kun je, als je goed kijkt, iets links van het midden ons huis zien.

En nu is de Beemster Werelderfgoed, om precies te zijn sinds 1 december 1999. Het is er mooi, maar je moet het wel zien. En eerlijk gezegd, je went eraan. Toch zijn er gelukkig altijd wel van die momenten dat je er oog voor hebt ...

Toen in 1972 ons huwelijk werd voltrokken (in de trouwzaal van het Heerenhuis te Middenbeemster) en wij als echtpaar in de Beemster gingen wonen, wist ik niet dat het geslacht Sinkeldam zich hiermee weer vestigde op zijn gebied van herkomst. (Hoewel, ongetwijfeld kwam de stamvader van elders, want slechts enkele eeuwen daarvóór werd het land nog door water overspoeld.) Daar kwam ik pas achter toen ik in 1980 een onderzoek startte naar de herkomst van dit geslacht.

Niet alleen de naam Sinkeldam komt voor op de lijst van landeigenaren, ook een van mijn eigen voorouders (aan mijn moeders kant) was de trotse bezitter van een paar kavels: Jan Binneblijff. Hij was burgemeester te Hoorn en kreeg bij de uitgifte van land in 1612 drie stukken toegewezen. Lang heeft hij daar echter geen plezier van gehad, want hij overleed nog datzelfde jaar. Een andere voorouder van mij (aan mijn vaders kant), Cornelis Smout geheten, woonde in de Beemster, maar dat is wel een heel ingewikkeld verhaal!

In 2012 was het 400 jaar geleden dat de Beemster droogviel. Vier eeuwen! De Beemster is een mooie polder, waar we inmiddels al het grootste deel van ons leven wonen. We beheren er ons "eigen" stukje van de polder ... en dat willen we nog lang blijven doen.


|Een huis in de Beemster| |Artikelen in "De Schakel"| |Startpagina|