VOORWOORD (I)

Hans Achterhuis

Een ding weet ik zeker, Eendimensionale wetenschap zal tot tegenspraak leiden en discussie oproepen. Daarvoor worden in dit boek teveel heilige huisjes afgebroken en wordt op teveel zere tenen getrapt. De belangrijkste zere teen is ongetwijfeld die van de (eendimensionale) wetenschapper die het allerheiligste huis, dat van de eigen vakdiscipline, belaagd ziet. Want laten we eerlijk zijn, al hebben wij allen de mond vol van multi- en interdisciplinariteit, achter de grenzen van het eigen vak voelen wij ons het veiligst. En als dat niet zo zou zijn, worden wij door disciplinair ingestelde visitatiecommissies wel in het eigen hok teruggejaagd. De grensoverschrijding naar een andere wetenschap of naar de maatschappij is meestal veel te gevaarlijk. Ze wordt vaak hardhandig afgestraft.

Snijders' spieden en speuren is daarom in zekere zin heiligschennis. Hij trekt zich niets aan van afbakeningen en grenzen. Vrijmoedig kijkt hij rond onder economen, filosofen, fysici en technologen. Elke wetenschap houdt hij zo een spiegel voor. Velen die zich uitgedaagd voelen, zullen dit in bepaald opzicht een lachspiegel vinden. Hoe durft hij, zonder zich jaren ingewerkt te hebben, zo maar de meest verschillende wetenschapsgebieden te betreden? En, nog erger, hoe durft hij dit soms te doen zonder gebruik te maken van sacrosancte teksten, alleen met een nuchter observatievermogen dat zelfs gebruik maakt van de interpretatie van lichaamstaal? Blijft hij zo niet onherroepelijk aan de oppervlakte, durft hij de diepte van een discipline wel te verkennen?

Laat ik er maar rond voor uitkomen, bovenstaande vragen zijn deels de mijne. Ook ik voel mij door Snijders als filosoof, als 'wereldvreemde wetenschapper', aan de kaak gesteld. Verdient mijn boek De maat van de techniek geen diepgaandere behandeling? Natuurlijk vind ik dat. Tegelijkertijd blijft zijn kritiek knagen. Ik moet erkennen dat Snijders met het signaleren van de spanning tussen theoretische diepgang en praktische bruikbaarheid een tere snaar raakt. Idealiter zou je als wetenschapper beide willen verenigen. Helaas schiet de tweede er meestal bij in. Soms is dat onvermijdelijk, maar vaak verwordt theoretische diepgang snel tot ontoegankelijkheid voor buitenstaanders en quasi-diepzinnigheid. Het is de grote verdienste van Snijders dat hij op de gevaren hiervan voortdurend wijst.

Ongetwijfeld zal hij hierbij de plank wel eens misslaan. De centrale boodschap van zijn boek wordt hier echter niet door aangetast. Daarvoor bevat dit boek teveel voorbeelden en illustraties die raak blijven. Juist die veelheid maakt de kracht van het boek uit. De eendimensionaliteit blijkt een bijkans endemische kwaal van wetenschap te zijn. Gelukkig biedt de auteur ook een aantal aanstekelijke voorbeelden die laten zien hoeveel creativiteit kan worden vrijgemaakt als een grens wordt overschreden. Dat dit vaker zou moeten gebeuren, staat wel vast. Alleen daarom al zou ik het toejuichen als dit boek het wetenschaps- en technologiebeleid beslissend zou beïnvloeden.

Naar het tweede voorwoord