Bruggen bouwen tussen berekenen en beschouwen


Hendrik Snijders
Lezing tijdens congres "War and peace in the sciences"
Universiteit Antwerpen 31 mei 1997

Bruggen bouwen tussen berekenen en beschouwen. Die allitererende titel is ontleend aan mijn proefschrift. Eendimensionale wetenschap, bespiegelingen over bruggen tussen berekenen en beschouwen. Ik heb lang getwijfeld over de ondertitel, het alternatief was kloven tussen kennen en kunnen. Met bruggen druk ik de positieve kant uit, met de kloven ligt de nadruk op het negatieve. Ik wilde het negatieve niet bevorderen; dat doen we al veel te veel.

De hokjesgeest beperkt zich niet tot de wetenschap, maar is ook zichtbaar in de scheiding tussen bijvoorbeeld Nederland en Vlaanderen. Als je nagaat welke moppen de Nederlanders over de domme zuiderburen weten te verzinnen, dan lijkt het wel water en vuur. Vooral ook omdat de omgekeerd de hemel schreiende zuinigheid van Nederlanders elke grondslag aan wederzijds respect in de weg lijkt te staan. We spreken allemaal dezelfde taal, maar een eenvoudige Vlaming krijgt bijna geen boek verkocht in Nederland. En omgekeerd. De Nederlandse radio besteedde drie kwartier aandacht aan mijn boek en journalisten schreven tien pagina's aan recensies. Maar uit Vlaanderen is er nog maar 1 bestelling binnengekomen. Die was door mij persoonlijk aangeschreven. Dat er niet meer waren, houdt verband met mijn beperkte kennissenkring in België. Het feit dat slechts 1 Nederlandse bezoeker op dit congres is afgekomen, illustreert ook de scheiding tussen beide landen.

nobel preis

Om bruggen te kunnen bouwen, moeten we eerst de kloven kennen. Afgaande op de reacties in de pers, spreekt de volgende typering uit mijn boek aan:

Te veel wetenschappers vormen een soort fanclub die binnen eigen kring de geschriften van de grote voorgangers aan exegeses onderwerpen. Deze weten- schappers doen mij denken aan dr. Nobel Preis uit Sesamstraat die in de beslotenheid van zijn eigen laboratorium de meest ingenieuze ontdekkingen doet. In zijn geval betreft het uitvindingen die reeds lang als gebruiksvoorwerpen bekend zijn, zoals de tingeltafel die bij onthulling een piano blijkt te zijn. Wie niet naar buiten kijkt, loopt het gevaar om zich net als dr. Preis van de relevante werkelijkheid af te zonderen.

Dr. Nobel Preis komt over als een uitvinder, als een Willy Wortel. In Nederland is dat gedrag zeer herkenbaar bij Philips. Aan Mathieu Weggeman dank ik het voorbeeld van een groep ingenieurs die een rijstkook-machine wilde ontwikkelen. Het is een apparaat dat Philips bedoeld had voor thuis-gebruik in China. Het grote technische probleem was dat de rijst bleef klonteren en niet mooi korrelig werd. Maar Philips zou Philips niet zijn als dit technische probleem niet zou zijn opgelost. Toen het zover was, werd het produkt op de Chinese markt gebracht. Maar dat bleek geen succes. Om de reden daarvan te onderzoeken, ging men ter plaatse kijken en zag men dat de Chinezen rijst met stokjes eten. Om langs die weg voldoende voedsel naar binnen te kunnen werken, is het handig als de rijst wat aan de stokjes blijft kleven. Dus moet de rijst niet korrelig zijn maar klef. Terug in Nederland was de reactie volgens Weggemans bepaald geen schoolvoorbeeld van zelfverwijt: wanneer leren Chinezen eindelijk eens rijst eten. Dit voorbeeld heeft de neiging om een karikatuur te worden, maar in de kern geeft het volgens mij wel de situatie weer in westerse bedrijven die sterk leunen op een inge- nieurscultuur. Philips invents for you, dat was tot voor kort de slogan.

Je kunt het Philips voorbeeld uit spitten en vol leedvermaak lachen om die domme Hollanders. Wij kunnen die aanval dan pareren met de conclusie dat we in Nederland toch niet zo zuinig zijn als jullie met jullie moppen beweren. Wie zuinig is, gooit immers nooit zoveel geld over de balk voor dingen waar niemand om vraagt. Maar ik bedoel de ondertoon serieuzer. Philips moet veel interne kracht bezitten. Ondanks al die missers op de markt ń V2000 dat het aflegde tegen het VHS-systeem, Sony dat met de walkmen het geld verdiende op basis van de Philips-tape-technologie, de CD werd een wereldstandaard, maar daar zijn niet navenant de commerciële vruchten van geplukt, enzovoort. Ondanks al die missers is Philips in feite het enige niet-Aziatische bedrijf dat op eigen kracht meespeelt op de wereldmarkt van de consumentenelektronica (Thomson dankt zijn bestaan op dit gebied aan de subsidie via de militaire tak; Nokia is relatief klein). Philips is nu als gevolg van al die missers door schade en schande wijs geworden en heeft een afslanking doorgemaakt waar veel Japanse concurrenten nog aan moeten beginnen.

Er ligt misschien wel een zonnige toekomst voor Philips in het verschiet. Zo kun je de geschiedenis ook interpreteren. En die opstelling is nodig om bruggen te bouwen. Daarbij valt te leren van Japanse concurrenten, zoals het geval van de ingenieurs van Matshushita die een broodbak-machine voor de thuismarkt bouwden. Net als bij de rijstmachine van Philips hadden de ingenieurs problemen; zij kregen het deeg niet goed, maar ze gingen niet in de studeerkamer aan het werk, maar stuurden mensen naar erva- ren broodbakkers. Daar merkten ze dat de bakkers het deeg in één vloeiende beweging trokken en draaiden; bewegingen die in het prototype waren gescheiden. Met die kennis gewapend was het probleem te verhelpen.

Het voorbeeld van de Japanse broodbak-machine illustreert dat er veel kennis in kunde ligt opgeslagen buiten het eigen laboratorium. Door daar goed op te letten, kunnen uitwassen als de rijstmachine van Philips of de tingeltafe van dr. Preis worden vermeden. Maar wetenschappers kunnen ook veel leren van collega's uit andere weten- schapsgebieden.

Dat wederzijds leren is van groot belang voor de wetenschap zelf, maar het is van levensbelang vanuit de optiek van de opleiding. De meeste mensen die aan de universiteit worden opgeleid, blijven niet werkzaam binnen het onderzoek. Dat geldt zelfs voor een groot gedeelten van de gepromoveerden. In de beroepspraktijk spelen discipline-grenzen geen rol; de dagelijkse werkelijkheid is multidisciplinair. Bedrijven die dat onvoldoende zien, komen in de problemen. Zoals het geval bij Philips, waar de techneuten en marketeers langs elkaar heen werkten. Het is evident dat ze moeten samenwerken, maar daarvoor is het wel nodig dat mensen die samenwerking tijdens de opleiding leren. In onze analyse kunnen we ons best concentreren op kloven, als we in ons handelen het accent maar op de bruggen leggen.

Wat waar te leren valt, is niet het belangrijkste; het gaat om de bereidheid om iets te leren van mensen uit andere disciplines en uit andere beroepssituaties. Zij weten weliswaar minder van het eigen vakgebied, maar het gaat niet in de eerste plaats om verdieping van de kennis binnen de dimensie van het eigen vakgebied maar om een verkenning van het meerdimensionale totaal. Dat is de centrale boodschap voor dr. Nobel Preis.

c.p. snow

In de aankondigingen voor dit congres kwam de naam van C.P. Snow ter sprake. Hij legde bijna veertig jaar geleden de basis voor de discussie over de scheiding tussen de Natuurwetenschappen en de humaniora, tussen de exacte en de geesteswetenschappen. Die discussie gaat nog steeds door, en naar mijn indruk in Vlaanderen meer dan in Nederland.

Bij Snow gaat het om twee uitersten van het wetenschappelijk spectrum. In mijn analyse kom ik tot de conclusie dat de scheiding van Snow relatief onbelangrijk is. Binnen gebieden die inhoudelijk veel dichter bij elkaar liggen, komen vergelijkbare kloven voor. Ik wil er kort aanstippen.

wis- en natuurkunde
Theoretische wiskundigen gaan hun eigen gang en hebben weinig contact met hun toegepaste collega's. Als de toepassingsgerichte mensen behoefte hebben aan een meer theoretische reflectie, nemen ze een huistheoreet in dienst. Maar daar hadden we toch de theoretische wiskunde voor? In de natuurkunde is het niet anders. Dat is niet nieuw. Dat was een kwart eeuw al zo tijdens mijn opleiding. Om het experimentele onderzoek op het gebied in een breder theoretisch kader te kunnen plaatsen, werd een huistheoreet aangetrokken, hoewel er een speciale afdeling voor theoretische natuurkunde bestond.

antropologie
In de antropologie. Idem. Bij een advies over de kennisrelaties met Azië heeft de AWT goed gebruik kunnen maken van het werk van Geert Hofstede. Van huis uit ingenieur, en inmiddels uitgegroeid tot de meest geciteerde Nederlander op zijn vakgebieden de management-wereld wordt hij op handen gedragen. In plaats van die belangstelling van antropologische aan te grijpen om het eigen vakgebied te verheffen, krijgt Hofstede het verwijt van potsierlijke nonsens van management-goeroes.

economie
Zoals gezegd, loopt die scheiding dwars door de disciplines heen. In Nederland vindt een discussie plaats over de economische wetenschap. Daarbij komt een kloof naar voren tussen de berekenaars, zoals de econometristen, en de beschouwers. Vroeger was de economie een geesteswetenschap. Denk maar aan Adam Smith. Of aan Keynes. Nu wordt in computermodellen een voorspelling gemaakt van het begrotingstekort. Het feit dat de uitkomst sterk afhangt van de vaak normatief geladen invoer, blijft vaak onbelicht. Als hun model maar goed is, dan is de meerderheid tevreden; de een relatie met de werkgelijkheid wordt veel minder waarde gehecht. Dat concludeert Arjo Klamer uit een onderzoek onder Amerikaanse PhD-studenten in de economie;

In mijn onderzoek heb ik de spanning tussen theorie en praktijk binnen de economie doorgelicht op het gebied van de innovatie-statistieken. Ik combineerde daarbij theorie en praktijk en langs onthutsend simpele weg kon ik een aantal mythes doorprikken. Het zou te ver van ons thema af te voeren, om daar verder op in te gaan. Bovendien moet u ook nog iets over houden om te lezen.

Mijn conclusie ten aanzien van de economie is dat daar de band tussen berekenen en beschouwen hersteld moet worden. Degenen die beschouwende analyses maken, zouden we met het werk van de rekenmeesters moeten confronteren. En omgekeerd. Op de afzonderlijke gebieden is er meer dan voldoende kennis, het gaat om de combinatie. Die combinatie heeft de overheid nodig om een goed technologiebeleid te kunnen voeren. Zonder die combinatie blijft het bij een simpele constatering dat we meer R&D moeten doen omdat de buren nu voorlopen. Ik moet een grotere auto dan de buurman; dat is toch geen volwassen opstelling van een nationale overheid. En met louter beschouwingen komt de beleidsmaker ook niet veel verder; de tijd dat de politiek werd gemaakt vanuit een geloofsbelijdenis behoort tot het verleden.

natuurwetenschappen

Tijdens dit congres zijn vooral de sociale wetenschappers onder vuur komen liggen; als zij in hun beschouwingen natuurwetenschappelijke inzichten aanhalen, zouden die de toets der natuurwetenschappelijk kritiek vaak niet kunnen doorstaan. Maar veel natuurwetenschappers gaan zelf ook niet vrijuit als zij zich bewegen op terreinen buiten het eigen vakgebied.

Sokal, de hoofdpersoon van dit congres, figureert in mijn boek. Een hoofdrol was niet aan de orde, al was het alleen maar vanwege het feit dat zijn werk mij pas in de afrondingsfase ter oren kwam. De boodschapper was Ad Lagendijk, de Amsterdamse fysicus die in zijn columns in de Volkskrant graag de vloer aanveegt met beleidsmakers en sociale wetenschappers. Vooral Latour moet het ontgelden, maar ook minister Ritzen, de AWT, enzovoort. Prachtig. Alleen, hij poneert in zijn column feiten waarvan hij na een simpele controle zelf de onjuistheid kan vaststellen. Als zijn studenten zo te werk zouden gaan op fysisch gebied, krijgen ze geen diploma. Ook niet van Lagendijk. Zeker niet van Lagendijk, zou ik zelfs willen zeggen. Waarom vergeet een gerenommeerd fysicus de kracht van zijn methode toe te passen zodra hij zich buiten de natuurwetenschappen begeeft?

Die vraag dringt zich ook in meer algemene zin op. Net als in Vlaanderen maken de universiteiten zich zorgen over de vergrijzing van het personeelsbestand. Om het probleem nader in kaart te brengen, zocht ik naar een cijfermatige onderbouwing. Die bleek niet beschikbaar, althans niet uitgesplitst naar vakgebied. De chemici waren in Nederland in feite de enige, en omdat zij het hardste klaagden, zou je kunnen zeggen: als er ergens een knelpunt is, is het bij de chemici.

Ik wil mij hier beperken tot de situatie bij de hoogleraren. De chemici maakten zich zorgen over het feit dat de komende tien jaar de helft van de hoogleraren met pensioen gaat. Dat klinkt dramatisch, maar het is volledig normaal. Men wordt in de regel hoogleraar rond of voor het 45e jaar. Als gevolg van het specifieke loopbaanbeleid geldt dat wellicht minder in Vlaanderen, maar voor Nederland klopt het. Ook voor de chemie. Aangezien het hoogleraarschap een eindfunctie is, zal de uitstroom klein zijn. Dit betekent dat men gemiddeld zo'n 20 jaar lang de professorstitel draagt. Ofwel, elke tien jaar gaat de helft met pensioen. Het is dus volstrekt normaal als de komende tien jaar de helft van de scheikunde hoogleraren met pensioen gaat. Het feit dat het nu als knelpunt wordt ervaren, kan worden verklaard uit het feit dat de universiteiten vroeger een groei doormaakten, er stroomden meer jonge hoogleraren in dan er ouderen uitstroomden.

Op andere onderdelen kon op basis van een eenvoudige analyse de situatie verkaard worden. Dit betekent niet dat er geen problemen zijn, maar wel dat op basis van de nadere analyse een andere oplossing aangedragen moet worden dan nodig leek op grond van de klaagzangen. Blijkbaar vergeten chemici te rekenen als ze zich begeven op gebieden buiten hun eigen vakgebied. Zoals Lagendijk dat ook vergeet. Dat men zo snel de kracht van de eigen methodiek vergeet, zou wel eens verband kunnen houden met het feit dat ze zich niet expliciet zorgen maken over hun wetenschappelijke methodiek. Ze reflecteren er niet over, ze maken in de opleiding geen uitstapjes naar problemen op maatschappelijk terrein. Ze zijn daarmee niet slechter dan andere wetenschappers, want de klaagzangen over dor wetenschappelijk hout klinken vanuit andere disciplines even ongefundeerd. Maar van chemici en fysici zou je misschien meer mogen verwachten als het gaat om een getalsmatige onderbouwing van hypotheses.

wetenschapsfilosofie

Het belang van reflectie over het eigen wetenschapsgebied, brengt ons bij de wetenschapsfilosofie. Wat is een interessante theorie over wetenschap? Dat was de titel van de lezing die Gerard de Vries aanvankelijk zou houden. Ik weet niet wat hij had willen zeggen, maar ik zou zeggen, dat hangt er van af.

Popper
Voor de natuurwetenschappen zou veel te leren zijn van het werk van Karl Popper. Ik zeg dit zonder veel kennis van Popper, maar van zijn methode van falsifieerbaarheid zouden veel natuurwetenschappers nog veel kunnen. Voor zover mijn observatie strekt, is Popper ook een van de weinige wetenschapsfilosofen die binnen de kring van exacte wetenschappers tenminste enigszins wordt gewaardeerd. In feite heb ik in mijn proefschrift de methodiek van Popper gehanteerd. Ik confronteerde de feiten met de theorie, zoals bij de leeftijdsstatistieken. De theorie bleek eenvoudig te weerleggen. En zo heb ik veel meningen/theorieČn kunnen weerleggen.

Kuhn
Een filosoof die mij persoonlijk aanspreekt, is Thomas Kuhn. Als ik naar de ontwikkeling van de wetenschap kijk, zie ik dat veel vernieuwingen tot stand komen via inbreng van buiten het eigen vakgebied. Het doorbreken van een bestaand paradigma, vereist een opstelling die vergelijkbaar is met het jongetje uit het sprookje van de ijdele keizer die naakt liep. In de praktijk kunnen veel wetenschappers waarschijnlijk echter minder met Kuhn dan met Popper. Wie zelf voortdurend alert is op mogelijke paradigmaveranderingen, lijkt mij niet de meest produktieve onderzoeker. Sterker nog, enige weerstand tegen nieuwe ideeën kan geen kwaad; de echte vernieuwing moet taai en duurzaam zijn. Kuhn is volgens mij meer van belang voor managers. Om te bevorderen dat een klimaat ontstaat waarin nieuwe impulsen van buiten het eigen vakgebied komen, moeten wetenschappers minder honkvast zijn dan nu vaak het geval is. Zet rekenende economen bij de beschouwers en omgekeerd. Dat kan een brug slaan tussen berekenen en beschouwen.

Feyerabend
De derde grote wetenschapsfilosoof van deze eeuw, en eveneens tamelijk recent overleden, is Paul Feyerabend. Het is de enige die ik persoonlijk heb meegemaakt. Zijn tegendraadse opstelling vind ik prachtig. Ik heb Feyerabend horen tieren tegen Popper. Vanuit filosofische optiek is dat misschien terecht, maar het nadeel is dat hij en zijn volgelingen de genoemde nuttige kanten van Popper negeren. Voor mij is Feyerabend eerst en vooral een filosoof voor de eigen kring. Als zijn gedachtengoed gevolgd zou worden, wordt het kind met het badwater weggegooid. Gemeten naar de stand van de wetenschap, zou het best kunnen zijn dat Popper achterhaald is, maar dat geldt niet voor de toepassingen. Dat onderscheid tussen interne en externe vernieuwing is niet specifiek voor de filosofie. Integendeel. Veel technologen kunnen prima uit de voeten met de natuurkunde van Newton en Maxwell en kunnen de quantummechanica en de relativiteitstheorie best missen.

Latour
Gezien de strekking van dit congres, wil ik aan dit drietal Latour toevoegen. Ik geloof dat hij geen filosoof genoemd wil worden, maar nochtans zou hij wel eens kunnen uitgroeien tot de wetenschapsfilosoof van het kaliber van het genoemde drietal. Latour bouwt voort op Kuhn; hij voegt als het ware de machtsdimensie toe aan de paradigma-beschouwing van Kuhn. Latour is vandaag vaak aangevallen omdat hij de natuurwetenschappelijke inzichten niet goed weergeeft. Dat ondergraaft zijn theorieČn echter niet aangezien hij veel betere en veel meer sprekende voorbeelden had kunnen geven. Een van de duidelijkste voorbeelden vind ik de lobby met betrekking tot het broeikas-effect. Aangezien het klimaat een dynamisch systeem is met zeer grote tijdconstantes, is het moeilijk om betrouwbare voorspellingen te doen over ontwikkelingen in de komende decennia of eeuwen. In mijn boek vergelijk ik het met het vaststellen van de langjarig temperatuurgemiddelden op basis van de temperatuurmetingen op een dag. Er zijn grote wetenschappelijke vraagtekens te zetten bij de theorie dat de toename van de CO2 concentratie leidt tot verhoging van de gemiddelde temperatuur op aarde. Wetenschappers hebben er belang bij om die nuancering achterwege te laten; er bestaat immers een goed gevulde ruif voor contractonderzoek. In mijn proefschrift heb ik het niet zo scherp durven stellen, en op die voorzichtigheid hebben sommigen mij aangevallen. Afgaande op de reacties op recent Deens onderzoek ben ik geneigd een heel eind met deze critici mee te gaan. De Denen wilden het verband tussen de temperatuur op Aarde en de zonnevlekcyclus onderzoeken. Het belang van dat onderzoek ligt voor de hand; zonder veel specifieke kennis kwam ik ook al tot de conclusie dat er een relatie tussen de activiteiten van de zonnevlek en de gemiddelde jaartemperatuur zou moeten liggen. Toch konden de Deense onderzoeker aanvankelijk geen geld vinden. Toen ze hun onderzoek toch konden uitvoerden, ontdekten ze dat de temperatuur op Aarde zeer nauwgezet de zonne-activiteiten volgt. Afgaande op de eerste persreacties tonen de broeikastheoretici zich niet onder de indruk, de Denen zouden hoogstens een aanvulling geven in verband met de verontrustende broeikas-scenario's. Dat was de weergave in de Volkskrant (In de ban van de zon; zaterdag 12 april 1997).

Dit voorbeeld betekent niet dat de broeikastheoretici Latour moeten kennen. Als zij de theorie van Popper zouden hanteren, zou al veel kaf van het koren gescheiden kunnen worden. Maar voor beleidsmakers, managers, enzovoort, is Latour wel nuttig. Het grote nadeel van Latour is dat hij het onderzoek te veel op een hoop gooit. Latour maakt min of meer dezelfde analyse voor het proces van ontdekkingen binnen het fundamenteel onderzoek als voor uitvindingen van produkten. Je kunt hem daar terecht op aanvallen, en ik doe dat ook. Maar met de oproep aan mensen die in zijn voetsporen willen treden, om die tekortkomingen aan te vullen. Dat vraagt om bruggenbouwers tussen technologie en filosofie, en niet om bruggenbrekers die speuren naar foutief gepresenteerde voorbeelden, naar de foute splinters.

Terug naar de startpagina voor eendimensionale wetenschap

Terug naar overzicht artikelen.

Naar het overzicht van persreacties.

Bestelling