Het imago van de natuurkunde


Hendrik Snijders
Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde, februari 1998 (nr. 64/2)

Natuurkundigen hebben van middelbare scholieren een slechte beoordeling gekregen. Vaak hebben beoordelingen iets subjectiefs, hetgeen de beoordeelde de ruimte geeft om de schuld op de beoordelaar af te wentelen. Studenten die onvoldoendes krijgen, kunnen de schuld in de schoenen van de docent schuiven. Maar een beoordeling is zelden volledig subjectief. Vaak zal er sprake zijn van meer dan een kern van waarheid Die kern is in elk geval aanwezig in het oordeel van scholieren dat de fysica moeilijk is. Wie gemiddeld een zeven heeft op het eindexamen vwo, maakt statistisch gezien weinig kans op een natuurkunde bul. Ook bij andere punten, zoals het oordeel over de wereldvreemdheid, kun je je afvragen of scholieren de plank misslaan of juist een rake typering geven. Zo kun je de verschillende (voor)oordelen systematisch analyseren. Maar in plaats van te proberen scholieren iets aan te praten, kun je hun interesses ook als vertrekpunt nemen.
Mijn indruk is dat de hedendaagse scholier een betrekkelijk brede belangstelling heeft. De jonge radioamateur uit het verleden heeft plaatsgemaakt voor de scholier die op de computer in de weer is met multimedia. Misschien komt hij daarbij wel in contact met degene die zich vroeger als boekenwurm opsloot. Algemeen gesproken lijken bij jongeren de grenzen tussen alfa en bèta te vervagen. Datzelfde gebeurt ook in de beroepspraktijk. Van academici wordt tegenwoordig een veel bredere inzetbaarheid verwacht dan vroeger. Dat geldt in zijn algemeenheid, en de natuurkundigen vormen daarop geen uitzondering. Vroeger waren Philips en Shell belangrijke werkgevers voor fysici, maar tegenwoordig trekken vooral de advertenties van McKinsey aandacht. Voor deze 'nieuwe' werkgevers zou het goed zijn als de natuurkundigen breder leren kijken en leren samenwerken met mensen uit andere disciplines. Ook veel werkgevers in de traditionele bèta-sfeer stellen die eisen; Philips en Shell houden zich niet meer staande op basis van louter bèta-virtuositeit.
In de opleiding klinkt het veranderende beroepsperspectief nauwelijks door terwijl ook niet wordt ingespeeld op de veranderende denk- en leefwereld van de scholier. De opleiding in de natuurkunde moeten we niet invullen door naar het verleden te kijken, maar door het visier naar de toekomst te richten. Vanuit dat gezichtspunt zal het nodig zijn om de natuurkunde, zowel binnen het middelbaar onderwijs als aan de universiteit, drastisch te veranderen. Het accent ligt nog steeds bij kennis en niet bij vaardigheden; het gaat om kennis der natuur terwijl de behoefte uitgaat naar natuurkunde. Hoe de verandering in te vullen? Dat is een vraag die de NNV en het NTvT de komende tijd prominente aandacht zouden moeten geven. Niet door beroepsfysici te vragen om met suggesties te komen, maar om mensen buiten de fysische gemeenschap bij de discussie te betrekken. Dat kunnen ook (ex)fysici zijn.

Naar de startpagina voor eendimensionale wetenschap

Naar overzicht artikelen.

Bestelling boeken