toelichting bij gebruikte bronnen voor statistieken


Onderwijsstatistieken

Nederlandse situatie

Wie op zoek is naar cijfers over tal van ontwikkelingen in Nederland, moet te rade gaan bij www.cbs.nl.
Onder de hoofdrubriek cijfers vindt u de de StatLine databank.
Zoek op onderwerp en u vindt gegevens over het onderwijs onder de hoofdrubriek Mens en maatschappij.

Gebiedsafbakening

Sinds de jaren negentig verdeelt het CBS de studenten in HOOP-gebieden. HOOP is de afkorting voor Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan, het periodieke beleidsdocument van de minister van OCenW.
Voor de universiteiten worden vrijwel alle studenten verdeeld over acht HOOP-gebieden: Lees verder voor een meer gedetailleerde verdeling van studenten over studierichtingen en universiteiten.

Eerstejaars en afgestudeerden

Tot 2002 gaf het CBS ook cijfers over afzonderlijke studierichtingen binnen de verschillende HOOP-gebieden. In de grafieken heb ik voor een deel van de vroegere cijfers gebruik gemaakt, met name om de verschuivingen binnen het bta-domein te duiden. De gebruikte gegevens zijn die ontleend aan de papieren databank en gegevens die tot 2002 nog wel op het internet stonden. De internetsite van het CBS geeft vanaf 1992 cijfers over het aantal eerstejaars, het totale aantal studenten en het aantal afgestudeerden. Over de periode daarvoor zijn alleen gegevens over het totale aantal studenten en het aantal afgestudeerden gegeven. Om goede vergelijkingen te maken, heb ik de cijfers van afgestudeerden gebruikt. Bij het eerdere werk voor de AWT is vooral gebruik gemaakt van cijfers over eerstejaars. Zoals gezegd, zijn die nu niet meer over een langere periode via het internet beschikbaar.

Leeftijdscohorten

Het CBS geeft ook cijfers over het aantal levendgeborenen. Dat geboortecijfer heeft de afgelopen decennia grote schommelingen laten zien, met als gevolg dat ook de populaties van 18-jarigen sterk fluctueert. De sterke daling van het aantal universitaire eerstejaars in het begin van de jaren negentig is gevolg van een laag geboortecijfer in de jaren zeventig. Om diezelfde redenen daalde het aantal afgestudeerden in de tweede helft van de jaren negentig. Voor eerstejaars wordt het leeftijdscohort van 18 jaar gebruikt en voor afgestudeerden het cohort van 24 jaar. Op grond van cijfers over immigratieoverschot van het NiDi (Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute) is het geboortecijfer met ongeveer 5% verhoogd. De keuze van de cohorten is gemaakt op basis van de leeftijdsverdeling van de eerstejaars resp. de afgestudeerden.

Internationale vergelijkingen

Er is geen internationaal gangbare indeling in wetenschapsgebieden. De achtdeling in het universitaire landschap is typisch voor Nederland. En zo heeft elk land zijn eigen typische indeling. Sommige landen rekenen rechten bij de humaniora, zeg maar ons domein Taal&Cultuur. Ook de psychologie wordt soms tot dat gebied gerekend.
Ook de afbakening tussen het universitaire domein en andere vormen van tertiair onderwijs verschilt van land tot land. De Nederlandse HBO's heten in het buitenland universiteiten. Ten behoeve van het AWT-advies over de toekomst van de technische en natuurwetenschappen is een gedetailleerde vergelijking gemaakt tussen Duitsland en Nederland. Er werd voor Duitsland gekozen omdat daar eveneens een onderscheid tussen universitair en hoger beroepsonderwijs bestaat, en omdat Duitsland gedetailleerde cijfers per studierichting geeft. De econometrie is dan bijvoorbeeld eenvoudig van de wiskunde naar de economie te verplaatsen. Dit is een zeer omvangrijke klus die thans niet herhaald is. Internationale vergelijkingen worden gemaakt door
  • Eurostat
  • De OESO (OECD)
  • UNESCO

    De databanken van deze instellingen zijn de laatste jaren min of meer gelijkgetrokken. Maar dat maakt bovenstaande problemen niet kleiner. De internationale vergelijkingen zijn gebaseerd op cijfers uit de afzonderlijke landen, en volgen dus de nationale indelingen. Onder de noemer internationale vergelijking van onderwijsdeelname wordt uiteengezet tot welke onjuiste conclusies dat kan leiden. Aan het eind van de jaren negentig werd in de internationale statistieken het HBO wel bij het hoger onderwijs gerekend, maar werd de sector techniek elders ondegebracht. Hierdoor werd 2/3 van het aantal techniekstudenten over het hoofd gezien, hetgeen voeding gaf aan de alarmerende geluiden over de geringe belangstelling voor dat vakgebied in ons land. Op de golven van de discussie over de kennissamenleving zijn sinds het aantreden van het tweede kabinet Balkenende opnieuw zorgwekkende berichten over de geringe bta-belangstelling in ons gemeld. Daarbij wordt verwezen naar cijfers uit een internationale databank. Opnieuw gaan de vergelijkingen mank.

    Innovatie statistieken

    Voor de statistieken over innovatie, zoals de absolute en relatieve investeringen in R&D, de mate van samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen, enzovoort, enzovoort, kan men terecht bij de OECD en bij Eurostat. De EU heeft in 2003 een overzichtspublicatie uitgebracht waar verschillende berichten in de Nederlanse pers op zijn gebaseerd. Dit Third European Report on Science & Technology Indicators 2003 is als pdf beschikbaar.

    Ook de Amerikaanse National Science Foundation is een interessante bron voor informatie over onderwijs en onderzoek. De databank SESTAT is zeer compleet, en ook vanuit Europese invalshoek zeer informatief.

    In Nederland wordt een tweejaarlijks overzicht gebundeld in het Het Nederlands Observatorium voor Wetenschap en Technologie (NOWT). Het NOWT is door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingesteld om ontwikkelingen op het terrein van wetenschap en technologie te volgen en kwantitatief in kaart te brengen. Het is een samenwerkingsverband van het Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies (CWTS) van de Universiteit Leiden en het Maastricht Economic Research Institute on Innovation and Technology (MERIT) van de Universiteit Maastricht.

    Overige statistieken

    Het ministerie van OCenW bundelt relevante data jaarlijks in de serie Onderwijs Cultuur en Wetenschappen in kerncijfersgebundeld. De versie 2003 is direct beschikbaar als pdf-file.