De derde, of is het toch vierde , filosoof, waar ik kort aandacht aan wil besteden, ligt wederom
voor de hand. Volgens sommigen de grootste filosoof, volgens anderen de grootste (westerse)
filosoof van zijn tijd....er zijn er die hem lager inschalen, maar iedereen is het er wel over eens
dat Aristoteles belangrijk was...uh...is bij de ontwikkeling van ons denken.
Aristoteles werd in 384 v.Chr. geboren in het in Macedonië gelegen Stagira. Zijn vader, de arts
Nicomachus, stierf al toen hij nog zeer jong was en het was dan ook zijn oom, Proxenus, die
hem op zeventienjarige leeftijd naar Athene stuurde om te gaan studeren aan de school van
Plato. Daar bleef Aristoteles, eerst als leerling later als collega, gedurende de daaropvolgende
twintig jaar.
Toen Plato in 347 v.Chr. overleed kwam de Academie onder bestuur van Plato's neef
Speusippus, waarbij andere vakken dan die welke de nadrukkelijke belangstelling van
Aristoteles hadden, meer op de voorgrond traden. Of dat het was, of de anti-Macedonië
houding die toen in Athene heerste, is eigenlijk onbekend, maar Aristoteles besloot te vertrekken.
De jaren die volgden bracht Aristoteles door in Klein-Azië (Assos), waar hij trouwde met Pythias
en vader werd van een dochter en op Lesbos, waar hij Theophrastus, een voormalige leerling
van hem (van de Academie), opzocht, die zo goed als tot Aristoteles' dood aan zijn zijde bleef.
In 343 v.Chr. werd hij door Philip van Macedonië uitgenodigd om zijn zoon te onderwijzen,
de toen dertienjarige Alexander. Wat Aristoteles hem gedurende de daaropvolgende 3 jaar
bijbracht is onbekend, maar Alexander de Grote is in de wereldgeschiedenis niet
onopgemerkt gebleven.
Over de daaropvolgende vijf jaar is eveneens weinig bekend, maar toen Philip in 335 v.Chr.
overleed, keerde Aristoteles terug naar Athene, waar hij net buiten de stad enkele gebouwen
huurde en zijn eigen school, het Lyceum, begon. Hier gaf hij les, schreef hij, en filosofeerde
hij met zijn collega's en leerlingen. Eerdergenoemde Theophrastus bestudeerde en doceerde
plantkunde, Aristoxenus 'deed' muziek, Eudemus beschreef er de geschiedenis en ontwikkeling
van wiskunde en astronomie, Meno deed hetzelfde met geneeskunde en Theophrastus hield zich
verder nog bezig met psychologie, kosmologie en natuurkunde.
Verder leverden Aristoteles en zijn collega's een belangrijke bijdrage aan de wetgeving voor de
158 Griekse stadstaten. Hiervan is alleen het fragment 'de Atheense staat' bewaard gebleven.
Tijdens deze tweede periode in Athene overleed Pythias, waarop Aristoteles ging samenwonen
met de uit zijn geboorteplaats afkomstige Herpyllis (met wie hij een zoon kreeg, die hij naar zijn
vader Nicomachus vernoemde).
Wat Aristoteles gedurende de twaalf jaar bij het Lyceum produceerde, grenst aan het
onmogelijke. Verreweg de meeste van zijn overgebleven werken zijn tijdens deze periode
geschreven (het overgrote merendeel van zijn werk is overigens verloren gegaan).
En hij had waarschijnlijk nog veel meer nagelaten, wanneer na de dood van Alexander de
Grote (323 v.Chr.) niet opnieuw de vijandige houding ten opzichte van alles wat uit Macedonië
kwam de kop opstak. Aristoteles werd beschuldigd van onvoldoende respect voor de goden
(net als Socrates), maar wachtte zijn mogelijke gevangenneming en proces niet af.
Hij vluchtte naar zijn moeder's geboorteplaats Chalcis, in Macedonië, het Lyceum
achterlatend in de handen van zijn vriend en collega Theophrastus. Hij zou hierbij de
opmerking gemaakt hebben: 'Ik laat Athene zich niet tweemaal ondankbaar gedragen
tegen de filosofie...'
Daar, in Chalcis, verwijderd van de inspiratiebron die het Lyceum voor hem was, stierf hij,
één jaar later op tweeënzestigjarige leeftijd.
Plato en Aristoteles
Aristoteles, de man die als grondlegger wordt gezien van een systematisch en wetenschappelijk
gefundeerde filosofie. Een filosofie, die alle terreinen van de menselijke ervaring tracht te
omvatten.
En dat Aristoteles vele terreinen onderzocht, blijkt wel uit datgene wat van hem bewaard
gebleven is...en dat volgens kenners nog geen kwart is, van wat hij schreef.
Teksten in de vorm van aantekeningen, lesvoorbereidingen, en dergelijke. Want van datgene
wat hij voor 'echte' publicatie schreef, en dat volgens aanwijzingen in andere oude geschriften
van hoog literair niveau was, is niets bewaard gebleven.
Ik vraag me overigens af, of Aristoteles, wanneer deze publicaties niet verloren waren gegaan,
in dezelfde mate inspirerend zou zijn geweest voor wetenschappers en filosofen tot op heden.
Het duurde overigens 250 jaar voordat Andronicus van Rhodos delen van de Latijnse teksten
zou gaan uitgeven en een complete (voor zover je daarvan kunt spreken) Griekse uitgave
liet zelfs tot het begin van de zestiende eeuw op zich wachten.
De belangstelling voorhet werk van Aristoteles verliep langs vele, soms vreemde, wegen.
In de Arabische kultuur werd de 'neoplatoon' Aristoteles ingevoerd via met name het geschrift
'Theologia Aristotelis' (geschreven in Syrië rond 840) en via het fameuze Liber de Causis, waarvan
de Arabische filosoof Alfarabi (eerste helft tiende eeuw) vermoedelijk de auteur is.
Ook andere Arabische filosofen, zoals Avicenna (980-1037) en vooral ook Averroës (1126-1198)
gaven blijk het werk van Aristoteles te hebben bestudeerd en met name de laatste wijdde vele
commentaren aan de filosofie van Aristoteles, waarbij ik één ding niet onvermeld wil laten:
Averroës kwam gebaseerd op enkele minder duidelijke passages van Aristoteles tot de
stelling dat het intellect van alle mensen één is...
In het Westen werden de werken van Aristoteles pas in de twaalfde en dertiende eeuw bekend
(met uitzondering van de Logica, die al in de zesde eeuw bekend werd).
Als er één ding doorklinkt in wat we nu kunnen lezen van Aristoteles, dan is het zijn onbegrensd
vertrouwen in de capaciteiten van de menselijke geest, waarmee het uiteindelijk mogelijk moet
zijn de basis van ons bestaan te doorgronden.
Zelf is hij hierbij een behoorlijk aantal wegen ingeslagen...
Van de nauwkeurig uitgewerkte erfelijkheidstheorie, met inzicht in dominante en recessieve
factoren (waarbij hij gezien kan worden als de voorloper van Mendel) tot en met de Onbewogen
Beweger, waarop Thomas van Aquino kon voortborduren.
Van een theorie over dichten (Poëtica) en begrippen over kunst, zoals de zuiverende werking
(catharsis) die daarvan uit behoort te gaan tot en met uitgewerkte ideeën over staatsvormen,
waarbij Aristoteles uitgaat van de best mogelijke staat en niet zoals Plato van een ideale staat.
Zijn 'die staatkundige gemeenschap is de beste, die op de middenklasse berust...
dat geeft de doorslag en verhindert de overhand van extremen', behoort tot de vele teksten
die ook nu nog actueel zijn.
Aristoteles wordt wel de grondlegger van de logica genoemd. Logica was bij hem:
de leer van het juiste denken.
Volgens Aristoteles is van waarheid sprake, wanneer het denken overeenkomt met de
werkelijkheid. Dit denken krijgt vorm in het oordeel en een oordeel is hierbij een verbinding van
begrippen.
Ter verduidelijking een voorbeeld (niet dat dat nodig zal zijn...) :
Begrippen als 'artikel' en 'lang' kunnen worden verbonden tot een oordeel 'het artikel is lang'.
Wordt het oordeel uitgesproken betreffende een inderdaad lang artikel, dan is de uitspraak
'het artikel is lang' een ware uitspraak. Ware oordelen geven dus een afbeelding van de
werkelijkheid, van een werkelijke stand van zaken. Een onwaar oordeel spiegelt een
werkelijkheid voor, die er niet is.
Het meest beroemd in dit verband en zeker niet het minst invloedrijk is de leer van het syllogisme.
Aristoteles stelde zichzelf de vraag: Hoe kan worden bewezen dat een oordeel waar is ?
Zijn antwoord was: Waar zijn uitspraken, oordelen, wanneer ze zijn af te leiden van ware
oordelen. De vorm waarin Aristoteles zich deze afleiding voorstelde, is het syllogisme.
Een voorbeeld van een syllogisme:
Alle mensen zijn sterfelijk.
Ik ben een mens.
Ik ben sterfelijk.
De onderste uitspraak wordt de conclusie genoemd, de andere twee heten premissen.
Iedere waarheid, ieder waar oordeel, is dus het resultaat van de verbinding van twee al eerder
waar bevonden oordelen.
Waar komen die oordelen vandaan ?
Zij zijn het resultaat van eerdere syllogismen....en de premissen daarvan, zijn op hun beurt weer
de uitkomst van eerdere syllogismen...enzovoorts.
Hoever kun je daarmee teruggaan (het lijkt een beetje op de volgehouden 'waarom'-vraag, waar
iedere ouder ooit mee geconfronteerd wordt...) ?
Is hiervoor een begin aan te geven ?
Volgens Aristoteles wel. Volgens hem kan er een allereerste waarheid (principe) worden
aangegeven, een waarheid die niet eerst bewezen hoeft te worden, een oordeel waarvan alle
andere oordelen zijn afgeleid, namelijk het beginsel van tegenspraak.
Dit beginsel zegt, dat wanneer A en B aan elkaar gelijk zijn, ze niet tegelijk niet aan elkaar gelijk
kunnen zijn.
Dat er meerdere afgeleide vormen van deductie (de formule, waarmee ik tot het oordeel kwam,
dat ik sterfelijk ben. Uitgaand van het algemene naar het bijzondere) zijn en dat Aristoteles,
in tegenstelling tot Plato, overtuigd was dat kennis ook kan ontstaan door inductie (bekend
voorbeeld: als de kundige stuurman de beste is en dat ook geldt voor de kundige wagenmenner,
zo al in elk gebied de kundige de beste zijn. De weg van het bijzondere naar het algemene)
en dat het samenspel van inductie en deductie tot gevolg heeft dat de verhouding tussen het
eerdere en het latere zich omdraait...
... daarover wil ik hier verder niet uitweiden, want voor je het weet, wordt dit artikel TE lang
Ook de interessante dingen die Aristoteles geschreven heeft over de rol van de nabootsing in
de kunst (nabootsen is onvermijdelijk en in feite het wezen van de kunst. Bij het nabootsen
dient de kunstenaar er echter wel iets aan toe te voegen, waardoor het nagebootste op een
'hoger' plan komt) en de reinigende werking die van kunst uitgaat, laat ik verder onbesproken.
Uiteindelijk is het niet meer dan mijn bedoeling dat de lezer(es) van deze pagina zelf verder
'op zoek gaat'.
Over zijn van Plato afwijkende ideeën met betrekking tot de maatschappij, had ik het al eerder.
Wanneer Marx/Engels (en ook sommige PvdA-politici) Aristoteles beter bestudeerd of geloofd
hadden, waren zij nooit op hun ideeën over een maakbare maatschappij gekomen...maar dan
hadden we ook de boeken van o.a. Orwell moeten missen.
In zijn boeken over ethiek komt Aristoteles tot het volgende eigenlijke doel van de mens:
Gelukkig worden.
Hoe kan de mens (volgens Aristoteles) gelukkig worden ? Dat kan door dat te doen, wat bij
uitstek bij de mens past. Aangezien de mens zich van andere levende wezens onderscheidt
door zijn redelijke vermogens, is het geluk van de mens gelegen in de uitoefening van die
redelijke vermogens. Wel waarschuwt Aristoteles daarbij, dat het 'zuivere denken' niet voor de
mens is weggelegd. De mens moet nu eenmaal voortdurend laveren tussen zijn verschillende
neigingen.
Er is daarom al reden tot tevredenheid, wanneer de mens erin slaagt die lagere strevingen aan
zijn hogere vermogens te onderwerpen.
Als de mens erin slaagt dat te doen, ontstaan vanzelf deugden.
Deugden vormen in feite steeds het midden tussen twee vormen van onmatigheid, twee
ondeugden. Zo vormt dapperheid het midden tussen lafheid en overmoed; vrijgevigheid
het midden tussen verkwisting en gierigheid; enzovoorts.
Deze theorie wordt de leer van het gulden midden genoemd...en 'het bewandelen van de
gulden middenweg' is nog steeds een begrip, waar met enige regelmaat door filosofen van
deze tijd op wordt teruggekomen.
Aan het eind van zijn bespreking van de menselijke natuur in Ethica Nicomacheia I, schrijft
Aristoteles over deze deugdenethiek:
Laat dit dan dienen als een schets van het goede, want men moet toch eerst een algemene
schets maken en later de details aanbrengen. Wat met zorg geschetst is, kan trouwens
iedereen uitwerken en tot in de details afwerken, dat weet men. Bij zo'n werk blijkt de tijd
zelf een bron van vondsten of in elk geval een goede hulp te zijn.
Op die manier is ook de vooruitgang van praktische wetenschappen tot stand gekomen:
iedereen kan aanvullen wat er nog aan ontbreekt.
Met name wat Aristoteles te zeggen had over de ziel en de psyche is bijzonder onvolledig
overgeleverd. Duidelijk is wel, dat hij het volledig oneens was met Plato's dualistische kijk
op de mens, waarbij deze als het ware heen en weer getrokken zou worden tussen de
aardse realiteit en de wereld der Ideeën.
Aristoteles onderscheidt diverse zielen. De laagste vorm is de vegetatieve ziel. Deze is al
te vinden in het plantenrijk. Haar functies zijn voeding en voortplanting. De gewaarwordende
ziel, die ook bewegingen mogelijk maakt, is kenmerkend voor het dierenrijk. De hoogste vorm
van de ziel, die beide lagere vormen omvat, de denkende ziel, komt alleen aan de mens toe.
Deze denkende ziel wordt rede genoemd.
Aan deze ziel worden weer twee aspecten onderscheiden, een passief en een actief deel.
In tegenstelling tot de andere zielsdelen is de actieve 'geest' niet aan het lichaam gebonden
en daardoor onsterfelijk. Daar echter het denken volgens Aristoteles slechts in relatie met
de gewaarwording ontstaat, is de geest na de dood geen individuele geest.
Uh...nee, laat ik het maar niet schrijven...
Waarmee ik tenslotte kom bij de gedachten die Aristoteles had over hoe de Absolute Realiteit
moet worden voorgesteld. Deze gedachten heeft hij neergelegd in zijn werk Metafysica.
Toen genoemd boek zijn naam kreeg werd met het voorvoegsel 'meta' gedoeld op het feit
dat het in de reeks verzamelde werken van Aristoteles na de Fysica werd geplaatst.
Metafysica duidde dus op datgene wat nog behandeld dient te worden, nadat de fysische
werkelijkheid behandeld is. Anderen gaven aan het woord andere betekenissen.
In de Metafysica worden de principes besproken volgens welke de stoffelijke werkelijkheid
zou zijn georganiseerd.
Aristoteles leer van de Absolute Realiteit kan gezien worden als een poging het dualisme
(denken in tweeën) van Plato te overwinnen. Tegen dit dualisme had Aristoteles onoverkomelijke
bezwaren. Hij zag daarin een verdubbeling van de werkelijkheid, die volgens hem geen enkele
zin had. Als de mens verklaard diende te worden, zo betoogde hij, door de Idee Mens, moest
die Idee mens dan ook niet verklaard worden, door weer een ander idee, een Idee van nog
hogere orde, kortom door een Derde Mens ?
Vandaar dat Aristoteles het wezen van de dingen niet achter die dingen zoekt, of erboven, maar
erin. Willen wij het wezen van de mens leren kennen dan moeten we onze aandacht niet richten
op één of andere geestelijke abstractie, maar op de concrete mens.
Het wezen van de dingen heet bij Aristoteles vorm. Bij stoffelijke zaken als een tafel of een
stoel is de vorm de uiterlijke gedaante; bij de mens is de vorm volgens Aristoteles de ziel.
De ziel is dus het wezen van de mens. Uit dit laatste valt op dat Aristoteles het woord vorm
wat anders gebruikt dan wij gewend zijn.
De vorm kan niet bestaan zonder de stof. Stof en vorm gaan bij de ons bekende dingen samen.
Een beker, een asbak, een monitor: ze kennen zowel een stoffelijke kant als een vorm.
Naast een stof en een vorm hebben dingen volgens Aristoteles ook nog een doel. En tenslotte
hebben ze deel aan een beweging.
Ter verduidelijking:
De werkelijkheid is geen statisch, onveranderlijk geheel, zij bevindt zich in een proces van
voortdurende verandering (Heraclitus knikt op de achtergrond...).
Deze verandering ziet Aristoteles als een vooruitgang. De dingen krijgen namelijk meer
werkelijkheid. Of, anders gezegd, de dingen worden minde stoffelijk en meer vorm.
Deze beweging in de richting van meer vorm duidt ook het doel aan dat Aristoteles ziet. Het
doel is de totale vorm, de vorm die geen stof meer kent. De Zuivere Vorm. Deze Zuivere Vorm
is goddelijk. In het universum ziet Aristoteles dus een verandering ten goede, zouden we
kunnen zeggen, een steeds dichter bij het ideaal komende werkelijkheid.
Over de oorzaak van deze verandeing zegt Aristoteles dat het de Zuivere Vorm is. Deze, in de
toekomst gelegen Zuivere Vorm, trekt de gehele werkelijkheid als het ware naar zich toe.
Veranderingen in de bestaande werkelijkheid dienen derhalve niet verklaard te worden door te
wijzen naar het verleden, maar door een verwijzing naar de toekomst.
De werkelijkheid verandert doelgericht. Een dergelijke zienswijze noemen we sinds
Aristoteles teleologisch. Ook hierover is het nodige terug te vinden...zowel binnen dit medium,
als de bibliotheek.
Deze pagina is een tikkeltje langer geworden dan 'gebruikelijk', maar Aristoteles was dan ook
niet iemand die je in vijftig regels kon samenvatten. 'k Hoop dat de tekst voor de lezer(es)
aanleiding zal zijn om eens een boek van of over deze grote filosoof ter hand te nemen.
En verder zal ik ook van Aristoteles een aantal uitspraken op een aparte pagina zetten.
Naar de knoppen !