HOOGBEGAAFDE KINDEREN OP DE BASISSCHOOL

Dini van den Heuvel

Dit artikel heeft gestaan in de Bundel van de Gemeentelijke Studiedag voor basisscholen van de gemeente Leeuwarden, Mei 1990.

In gesprekken met intellectueel hoogbegaafden wordt als grootste voordeel van hoogbegaafd zijn genoemd het goed en snel kunnen leren en als grootste nadeel het niet door anderen begrepen worden. Zowel het een als het ander kan problemen opleveren. De omgeving, ouders, leerkrachten, mede­ leerlingen, vrienden en andere mensen waarmee zij te maken krijgen, is niet altijd ingesteld op de behoeften die zij hebben.
In het onderwijs kan dit betekenen dat de manier van lesgeven en de lesstof, die zij aangeboden krijgen, niet aansluit bij de eigen mogelijkheden en dat de manier waarop zij zich gedragen niet begrepen wordt.
Om er nu voor te zorgen dat men binnen het onderwijs beter aan de behoeften van hoogbegaafde kinderen tegemoet kan komen, zou het goed zijn voor leerkrachten om te weten welke specifieke kenmerken aan hen toegeschreven worden.
In literatuur over hoogbegaafdheid worden deze lijstjes met kenmerken meestal gebruikt om vast te stellen of iemand hoogbegaafd is, maar men kan deze kenmerken ook gebruiken als uitgangspunt om met hen om te gaan.

Kenmerken van hoogbegaafden

Tijdens de workshop op de studiedag wordt aandacht besteed aan de volgende kenmerken:
  • leergierigheid en nieuwsgierigheid;
  • altijd op zoek zijn naar de kern van de zaak, het wezen der dingen;
  • brede belangstelling;
  • leren op een ontdekkende manier;
  • energie en concentratie;
  • zelfstandig werken en problemen oplossen;
  • goed, snel en logisch nadenken;
  • goed observatievermogen en goed geheugen.
Hoe leerkrachten vanuit deze kenmerken met hen om kunnen gaan, staat daarbij centraal.

Begeleiding die aansluit bij hun mogelijkheden

Op deze manier naar hoogbegaafde kinderen kijken en met hen omgaan, heeft veel voordelen. De kinderen voelen zich beter begrepen, een leerkracht krijgt er meer zicht op welke lesmaterialen en methodes mogelijkheden hebben die bij de behoeften van deze kinderen aansluiten en leerkrachten kunnen een positieve bijdrage leveren aan het door deze kinderen leren hanteren van de eigen gaven.

Kortom begeleiding die ook zij tijdens hun ontwikkeling nodig hebben, kan op een manier gegeven worden die bij hun mogelijkheden aansluit. Heel belangrijk bij deze begeleiding is, dat men goed weet te luisteren naar wat door deze kinderen zelf aangedragen wordt. Hoogbegaafde kinderen zijn al op heel jonge leeftijd in staat goed aan te geven wat zij bedoelen.
Ook komt aan de orde dat kinderen die op deze manier in het leven staan, behoeften hebben aan een hoog tempo, veel variatie en altijd op zoek zijn naar de kern van de zaak, meestal andere interesses hebben dan hun leeftijdsgenootjes.
Onderlinge acceptatie is dan wel eens moeilijk. Van groot belang hiervoor is de sfeer in de groep. Een leerkracht kan er veel toe bijdragen dat er niemand wordt buitengesloten door uit te gaan van verschillen tussen mensen en deze juist positief te waarderen en te gebruiken tijdens het leerproces.

Andere interesses dan leeftijdgenootjes

Door deze andere interesses krijgen zij bovendien minder de kans dan andere kinderen, die hun gelijken wel vinden bij leeftijdsgenootjes, te leren hoe met elkaar om te gaan. Daarvoor is omgang met zowel ontwikkelingsgelijken als anderen van belang. Anderen komt men als hoogbegaafde in de eigen omgeving voldoende tegen, maar gelijken minder.
Dus herkenning, ik ben niet de enige die zo is - samen werken in eigen tempo en op eigen niveau - ervaringen delen en uitwisselen met betrekking tot de eigen interesses - tot ontdekking komen dat anderen dezelfde moeilijkheden hebben en het leren van anderen die nog beter nadenken, komt weinig voor.
Dit is jammer, want ook deze ervaringen zijn van groot belang bij de ontwikkeling. Misschien komen er in de toekomst meer mogelijkheden voor deze kinderen (zoals verrijkingsklasjes van Dr. Binetstichting in Tilburg en Den Haag waar deze kinderen eenmaal per week een halve dag samenkomen en werken).

Tenslotte

Dat voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen continuīteit binnen een school van belang is, is eigenlijk vanzelfsprekend. Een kind is er maar ten dele mee gebaat als er in een bepaalde groep wel rekening gehouden wordt met de eigen mogelijkheden en in andere groepen niet.

Nog een aandachtspunt dat de moeite waard is: Samenwerking met de ouders. Door een goede samenwerking met hen, zij kennen hun kind al minimaal 4 jaar voordat het naar school gaat, kan een leerkracht beter in staat zijn rekening te houden met de mogelijkheden van het kind. Niet alle ouders denken ten onrecht dat hun kind een uil is in plaats van een valk.

Tenslotte zullen, doordat men binnen het onderwijs meer oog gaat krijgen voor begeleiding van hoogbegaafden, hier ook andere kinderen van profiteren. Ook zij hebben unieke mogelijkheden waar niet altijd ruimte voor is in het huidige onderwijs.