Hoogbegaafden in het voortgezet onderwijs

Dini van den Heuvel

Dit artikel is verschenen in tijdschrift Omologie,
Jaargang 22 no. 2, Oktober 1990.

Ze komen er toch wel

Het is de bedoeling in dit artikel aandacht te vragen voor hoogbegaafde leerlingen binnen het voortgezet onderwijs. (ongeveer 2% van het totale aantal). Misschien is het niet nodig omdat bij u op school de problematiek bekend is, door leraren en schoolleiding onderkend wordt en men er positief op inspeelt. Kortom dat er binnen het beleid van de school ruimte is voor deze leerlingen.
Uit ervaring is echter ook bekend dat nog dikwijls gedacht wordt, ook binnen het voortgezet onderwijs, dat deze leerlingen geen (extra) aandacht nodig hebben; zij komen er toch wel. Het atheneum en/of gymnasium bieden voldoende ruimte voor de ontplooiing van hun mogelijkheden. Dit is echter niet zo.

Deze leerlingen hebben veel moeite met de manier waarop zij beperkt worden in hun eigen mogelijkheden.
  • Hun eigen leergierigheid en het zelfstandig en op een ontdekkende manier willen en kunnen leren komt nauwelijks aan bod. De lesstof wordt te gestruktureerd en in te kleine stappen aangeboden.
  • Ook krijgen zij zelden antwoord op vragen die door hun brede belangstelling tijdens de les bij hen worden opgeroepen. "Dat komt volgend jaar pas" krijgen zij dikwijls te horen. Het zelf op zoek gaan naar de kern van de zaak zoals zij zo graag willen, wordt hierdoor afgeremd.
  • Hun goed geheugen heeft niet zoveel behoefte aan herhalingen zoals deze in de meeste methodes zijn ingebouwd. Het gevolg is verveling in de les.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit de praktijk met betrekking tot het cognitieve leerproces binnen het voortgezet onderwijs. Dat dit soms verstrekkende gevolgen kan hebben is binnen onder wijs niet altijd bekend. Deze leerlingen willen hun goede verstand graag gebruiken, zij hebben er behoefte aan hun honger naar kennis te bevredigen.
Wanneer zij daar de gelegenheid niet voor krijgen ebt hun belangstelling langzaam weg, ze gaan zich vervelen, worden lui en als er af en toe wel iets interessants behandeld wordt in de les, zijn ze zo in de eigen gedachten verdiept, dat ze ook dat niet meer horen. Doordat onderwijs zo slecht aansluit bij hun interesse, het tempo te laag ligt, en nieuwe uitdagingen lang op zich laten wachten, wordt de motivatie van deze leerlingen steeds geringer. Spijbelen, school verlaten zonder diploma en voortijdig stoppen met een vervolgstudie kunnen hier het gevolg van zijn.

Onbegrip

Een ander probleem waar zowel deze leerlingen als hun ouders constant tegen aan lopen is het onbegrip bij zowel leraren als medeleerlingen. Door hen worden zij bestempeld als lastig - raar - buitenbeentje - stuud - sociaal niet aan gepast enz. in plaats van geaccepteerd en gewaardeerd met de eigen mogelijkheden. Ook worden zij niet altijd serieus genomen, zij zijn immers pas 13 of 14 jaar.
Het leren omgaan met anderen en het ontwikkelen van een positief zelfbeeld wordt door deze houding van leerkrachten en medeleerlingen niet bevorderd. Zij krijgen nauwelijks de kans zichzelf te zijn, de eigen sterke en zwakke kanten te ontdekken en een zelfbeeld te ontwikkelen dat kan dienen als basis om op een positieve manier met anderen om te gaan en van waaruit nieuwe uitdagingen in studie of werk aangepakt kunnen worden. Wat wel gebeurt, is dat zij zich steeds meer anders, afwijkend, uitgestoten en eenzaam gaan voelen. Dit gaat soms zover dat verder leven voor hen geen zin meer heeft.

Hoogbegaafde leerlingen zijn geen aparte mensen die moeilijk doen. Zij zijn slechts bezig de eigen behoeften zoals hierboven summier omschreven, zo goed mogelijk bevredigd te krijgen. Dat de omgeving hiermee moeite heeft en niet is ingesteld op deze behoeften ligt niet aan hen. Ook is dit niet altijd toe te schrijven aan die omgeving. Daarvoor is het verschijnsel te onbekend en bovendien moeilijk te begrijpen en in te voelen door anderen die weinig met hoog begaafden te maken hebben (gehad) of deze niet herkend hebben.
Jammer is het dat mensen die wel met hen in contact komen, het hele bestaan van de problematiek bagatelliseren, negeren en zelfs belachelijk maken. Ook komt het voor, dat men binnen een school wel oog heeft voor deze leerlingen, maar vergeet dat er ook tussen hen individuele verschillen bestaan. Er zijn geen twee hoogbegaafden gelijk. Ook zij hebben hun eigen persoonlijkheid, hun eigen specifieke belangstelling en zijn in hun eigen omgeving opgevoed, net als anderen. De enige overeenkomst is dat zij in staat zijn, als het tenminste om intellektueel hoogbegaafden gaat, met hun verstandelijke vermogens prestaties te leveren die ver boven het gemiddelde liggen in vergelijking met leeftijdgenoten.

Accepteren

Dus deze leerlingen bestaan echt, hebben eigen behoeften en willen graag geaccepteerd worden, zoals zij zijn. Ook hebben zij net als andere leerlingen positieve stimulans nodig. Zij stuiten echter heel vaak op onbekendheid en onbegrip. Aan dit onbegrip proberen zij meestal zelf iets te doen. Wel ieder op de eigen manier. De een probeert begrepen te worden door zichzelf duidelijk(er) te manifesteren. Dit roept nogal eens weerstand op over en weer. Het gevolg is nog meer onbegrip. De ander, moe van dit alles, trekt zich terug en sluit zich af voor anderen, met weer allerlei andere gevolgen.
Dit laatste komt men in het voortgezet onderwijs nog wel eens tegen, vooral omdat deze leerlingen meestal al een (school)historie achter zich hebben die niet altijd positief is geweest. Hun vertrouwen in medemensen is dikwijls al gedurende vele jaren op de proef gesteld. Ook een goedwillende en begrijpende leerkracht zal, door dit verleden, zich soms veel moeite moeten getroosten om het vertrouwen van deze jongeren te winnen.
Hopelijk wordt dit in de toekomst beter als zowel ouders als leerkrachten van de basisschool beter toegerust zijn om met deze kinderen om te gaan.
Al met al is het niet zo verwonderlijk dat men als men goed naar hoogbegaafden luistert te horen krijgt dat zo wel het goed kunnen leren als het niet begrepen worden door anderen problemen op kan leveren. Met het bovenstaande is geprobeerd min of meer duidelijk te maken dat zowel voor cognitieve als voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen aandacht nodig is binnen het onderwijs. Dat beide aspecten, het een niet meer dan het ander, van wezenlijk belang zijn. Dit zal zowel van leraren en medeleerlingen als van hoogbegaaf den zelf inspanning en begrip vragen.

Mogelijkheden

Voor scholen en leraren in het voortgezet onderwijs die er een bijdrage aan willen leveren dat hoogbegaafden zich beter begrepen voelen en gestimuleerd worden de eigen mogelijkheden te ont wikkelen volgen nu enkele punten die daarbij van belang zijn.
  • Men moet accepteren dat deze leerlingen er zijn, ook binnen de eigen school en dat zij begeleiding nodig hebben aansluitend bij de mogelijkheden die zij zelf hebben. Daartoe is meer inzicht nodig met betrekking tot gedrag en behoeften van deze leerlingen. In dit artikel wordt slechts heel beperkt een aanzet hiertoe gegeven. Voor degenen die meer informatie willen is aan het eind van dit artikel een lijst van adressen en literatuur opgenomen.
  • Naast deze inhoudelijke kanten zal men ook bereid moeten zijn binnen het totale beleid van de school, dus ook organisatorisch, rekening te houden met deze leerlingen. Hen niet als "rand verschijnselen" te zien, maar als medeleerlingen. Soms is voor hen aanpassing van het rooster of de lesstof nodig. Men zou erover kunnen denken binnen de leerlingbegeleiding ook deze leerlingen een plaats te geven. Samenwerking met andere scholen zou als mogelijkheid bekeken kunnen worden omdat deze leerlingen niet in grote getale op een school aanwezig zijn en men niet altijd in staat is op iedere school apart op hun behoeften in te spelen. (Dit zijn slechts enkele suggesties).
  • Tenslotte de basisvorming die in de toekomst in alle scholen voor voortgezet onderwijs verplicht wordt, kan nog een extra belemmering worden voor hoogbegaafde leerlingen. Zeker als hierbij geen rekening wordt gehouden met de eigen mogelijkheden van deze leerlingen die meestal ver boven het gemiddelde liggen op allerlei terreinen. Een gemiste kans om tegelijkertijd met vernieuwing binnen het onderwijs rekening met hen te houden.

    Als er binnen het onderwijs geen moeite wordt gedaan deze leerlingen ruimte te geven zullen "nood-" en "tussen"-oplossingen zoals het overslaan van klassen en het bestaan van "verrijkingskIasjes" naast het gewone onderwijs noodzakelijk blijven om deze kinderen nog een min of meer positieve school/leerervaringen te laten hebben en hen niet af te laten glijden naar verplicht beneden het eigen kunnen te presteren of helemaal niets meer te doen, met alle gevolgen vandien voor henzelf, hun toekomst en de samenleving.

      Adressen
    • Dr. Binetstichting
      Mw.drs.d.Rebel-Runckel
      Mozartlaan 106
      5011 SV Tilburg
      tel: 013-551010
    • Ambulatorium Faculteit Sociale Wetenschappen
      t.a.v. Prof. Dr. P. Span
      Heidelberglaan 1
      3584 CS Utrecht
      tel: 030-534462
    • Oudervereniging Pharos Secr.
      Postbus 10144
      1301 AC Almere
      tel.: 03240-31284
      Voor inlichtingen:
      030-540767 ma. en wo.
      tussen 9.00 en 11.30 uur.
    • Centrum voor Begaafdheidsonderzoek
      t.a.v. Prof.Dr.F. Mönks
      Postbus 9104
      6500 HE Nijmegen
      Bezoekadres:
      Montessorilaan 3
      6525 HR Nijmegen
      tel: 080-512526/512528/515480
    Literatuur
  • v.Boxtel,H.W., Mönks, Fr., Roelofs, J.J.w., Sanders, M.P.M.,
    De identificatie van begaafde leerlingen in het voortgezet onderwijs en een be- schrijving van hun situatie.
    SVO 1096 A.Febr. 1986. Nijmegen.
    Hoogveld instituut en vakgroep ontw. psych. KUN .
  • Jansen Schoonhoven, v.d.Linden, Span en van Susante.
    Hoogbegaafde leerlingen. Een oriënterend onderzoek naar het onderkennen en onderwijzen in het Voortgezet Onderwijs.
    Den Haag SVO 1986 ISBN 9064720770.
  • Kanselaar G. (red.).
    Begaafdheid, onderkenning en beïnvloeding.
    Vrien denboek Prof. P. Span.
    Acco Amers foort/Leuven. ISBN 903349029 1988.
  • Mönks F. en Span P. (red.).
    Hoogbegaafden in de samenleving.
    Dekker en v.d. Vegt 1985 ISBN 902550021
    (symposium 17 t/m 19 mei 1984 Nij megen).
  • Mönks F. en Ypenburg I.
    Hoogbegaafd met vallen en opstaan.
    Nijmegen 1989. ISBN 9037300308.
  • Rebel-Runckel J.,
    Gegevens over hoog begaafdheid.
    Dr. Binetstichting Tilburg
    1984 ISBN 9090006532
  • Rebel-Runckel J.,
    Hoogbegaafdheid 2. Voor- en nadelen.
    Dr. Binetstichting Til burg.
    1989 ISBN 9071389022