Hoogbegaafde kinderen en hun sociale en emotionele ontwikkeling

Dini van den Heuvel

Over de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen bestaan nogal wat misverstanden. Regelmatig duikt daarbij het vooroordeel op, dat kinderen die op intellectueel gebied veel meer presteren dan hun leeftijdgenoten, slecht met anderen om kunnen gaan en emotionele problemen hebben. In dit artikel komen deze misverstanden uitgebreid aan bod. Ook besteed ik aandacht aan de verschillende belemmeringen die hoogbegaafde kinderen tegenkomen bij hun sociale en emotionele ontwikkeling.

Belemmeringen

Normaal gesproken leren kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd erg veel tijdens het spelen met elkaar omdat zij ontwikkelingsniveau en interesses met elkaar delen. Bij intellectueel hoogbegaafde kinderen is dat niet zo eenvoudig. Zij vinden niet zo gemakkelijk aansluiting bij leeftijdgenoten omdat die gezamenlijke interesses er meestal niet is en het verschil in ontwikkeling bij het begin van de basisschool al wel meer dan een jaar kan bedragen. Deze voorsprong is ook van invloed op de sociale en emotionele ontwikkeling, vaak zelfs op een manier die weinig bekend is.

Een andere voorsprong.

Bart is vijf jaar en zit in groep 2. Hij vindt school fijn. Hij heeft een ontwikkelingsvoorsprong, kan eenvoudige woordjes lezen en doet graag werkjes met cijfers en getallen. Het schoolteam heeft bekeken hoe ze voor hem het volgend schooljaar het best in kunnen vullen. Met verrijking en verdieping van lesstof naar groep 3 of toch maar naar groep 4. Het is jammer dat hij zo slecht voor zichzelf opkomt. De leerkrachten zijn bang dat hij zich niet staande zal kunnen houden tussen oudere kinderen. In een gesprek met de schoolbegeleider komt naar voren dat deze kinderen soms ook sociaal voorlopen en daardoor in de problemen komen.
Zij proberen dan ruzietjes met onderhandelen op te lossen en daar zijn hun leeftijdgenootjes niet aan toe. De leerkrachten besluiten eens beter op Bart te letten. Inderdaad voor hij heeft uitgelegd wat hij bedoelt heeft hij de eerste duw al te pakken. In plaats van terug te duwen probeert Bart het geschil nog beter uit te leggen tot hij uiteindelijk op de grond ligt en huilt. Bart komt dus wel degelijk voor zichzelf op, maar wel op een manier die zijn klasgenootjes niet begrijpen en die leerkrachten niet verwachten van een kind van deze leeftijd. Dit is overigens nog maar de helft van het verhaal. Zo'n kind krijgt ook geen begeleiding die aansluit bij zijn ontwikkelingsniveau want daar is de rest van de groep ook nog niet aan toe.

Bovendien stellen zij door hun snellere ontwikkeling andere eisen aan het omgaan met elkaar. Dit blijkt uit een onderzoek naar vriendschappen en vriendschapsverwachtingen bij hoogbegaafde kinderen. Zij hebben al op jonge leeftijd (8 Ė 12 jaar) andere verwachtingen van vriendschap dan hun leeftijdgenoten. Zij stellen hoge eisen met betrekking tot trouw, aanvaarding, echtheid en intimiteit. Bij gemiddeld intelligente kinderen ontstaat dit later.
Nog iets wat aandacht verdient in dit kader is, dat er ook tussen hoogbegaafde kinderen onderling grote verschillen bestaan. Hoe verder de intellectuele ontwikkeling afwijkt van die van leeftijdgenoten, hoe groter het onbegrip tussen die leeftijdgenoten en het hoogbegaafde kind.

Samen spelen is dan nog minder vanzelfsprekend en daardoor worden de mogelijkheden om ervaring in het omgaan met anderen te krijgen, sterk beperkt.
Daar komt nog bij dat hoogbegaafde kinderen zich, de meeste tijd die zij met andere kinderen doorbrengen, moeten aanpassen aan de mogelijkheden van de anderen. Dat is natuurlijk geen ramp. Zij zullen in de toekomst, tijdens studie en werk, ook dikwijls in contact komen met anderen en met hen samen moeten werken. Het is heel goed dat zij zich leren inleven en verplaatsen in de gevoelens- en gedachtewereld van hun minder intelligente groepsgenoten en hen leren accepteren. Dit betekent echter wel, dat zij nauwelijks de kans krijgen om net als alle andere kinderen hun sociale gedrag en vaardigheden te oefenen met ontwikkelingsgelijken. Juist in de omgang met gelijken ontdekken ze dat ze niet zoín uitzondering zijn en dat je ook samen met anderen, in je eigen tempo en vanuit je eigen interesses kunt leren en werken.
Naast deze reŽle belemmeringen waar volwassenen rekening mee moeten houden bij de begeleiding van de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen, bestaan er ook allerlei misverstanden.

Misverstanden

Soms gaan begeleiders er te gemakkelijk vanuit dat iemand met een goed verstand op sociaal-emotioneel gebied net zo goed moet presteren. Dan realiseren zij zich niet, dat ieder mens een eigen aanleg heeft, ook met betrekking tot leren omgaan met anderen en bij het leren omgaan met emoties. De ene mens heeft hier nu eenmaal meer aanleg voor dan de andere en deze verschillen zijn er ook bij hoogbegaafden.
Ook is het bij hoogbegaafde kinderen goed mogelijk, dat zij qua verstandelijke ontwikkeling ver voor zijn bij leeftijdgenoten, maar sociaal-emotioneel functioneren als een kind van de eigen leeftijd. Ten onrechte ziet men dit dan als sociaal en emotioneel achterlopen of te kinderlijk.

Het komt ook voor, dat begeleiders de sociaal-emotionele ontwikkeling zien als een apart stukje van de ontwikkeling. En dan bijvoorbeeld besluiten om een kind geen extra reken- of taalwerk te geven omdat het eerst maar beter met leeftijdgenootjes moet leren spelen. Ook dat is een misverstand. Een kind ontwikkelt niet vandaag een stukje verstand, morgen een beetje emoties en overmorgen het omgaan met elkaar. Bij heel eenvoudige handelingen vinden al wisselwerkingen plaats tussen verstandelijke, sociaal-emotionele ontwikkeling en motorische ontwikkeling. Als een kind een toren wil bouwen van blokken zal het in staat moeten zijn deze blokken vast te pakken en op elkaar te zetten(motorische ontwikkeling), daarbij zal het goed de volgorde in de gaten moeten houden anders valt de toren om (verstandelijke ontwikkeling). Wil een kind een toren bouwen in de peuterspeelzaal dan zal het ook rekening moeten houden met de andere kinderen (sociale en emotionele ontwikkeling).

Bovendien is niet bij alle mensen de behoefte, om met anderen om te gaan, even groot. De een heeft genoeg aan enkele goede vrienden en de ander is de gangmaker op ieder feest of de aanvoerder van een voetbalelftal. Dit vinden we heel gewoon behalve als het betrekking heeft op intellectueel hoogbegaafden. Van hen verwachten we dat ze altijd, ook na schooltijd, zin hebben met andere kinderen te spelen. Begeleiders vergeten wel eens dat zij de hele dag al met groepsgenoten zijn samen geweest en hun vrije tijd liever doorbrengen met een spannend boek of een ingewikkeld computerprogramma.
Tot zover de belemmeringen en de misverstanden die er zoal bestaan. Wat kunnen volwassenen doen om de sociale en emotionele ontwikkeling van deze kinderen een betere kans te geven?

Eigen ideeŽn en reacties

Op de eerste plaats zullen zij hun eigen ideeŽn over hoogbegaafdheid en sociale en emotionele ontwikkeling eens onder de loep moeten nemen. Als ze daarbij tot ontdekking komen, dat ze over deze onderwerpen niet genoeg weten, zullen ze op zoek moeten gaan naar meer informatie.

Verder zullen ze zich eens af moeten vragen hoe zij zelf reageren op de behoeften en het gedrag van hoogbegaafde kinderen. Want deze kinderen zijn, overigens net als alle andere kinderen, voor het leren omgaan met elkaar en voor het leren omgaan met hun emoties, afhankelijk van omgang met anderen en van de reacties van die anderen op hun gedrag en behoeften. Hierbij gaat hetzowel om reacties van leeftijdgenoten als om reacties van volwassenen.
Als een kind meer negatieve dan positieve reacties krijgt, is het logisch dat het zich onzeker gaat voelen, niet meer zichzelf durft te zijn, de eigen leergierigheid op een laag pitje zet of deze juist op een heel agressieve manier demonstreert.

Andere resultaten

Heel andere resultaten bereiken volwassenen als ze hoogbegaafdheid serieus nemen. Als zij ervan op de hoogte zijn, dat deze kinderen andere behoeften hebben dan hun leeftijdgenoten, niet alleen verstandelijk, maar ook sociaal en emotioneel, en dat zij zich daardoor anders gedragen. Volwassenen zullen er dan aan gaan werken dat er in de klas of groep een veilig klimaat ontstaat, waarin ook het intellectueel hoogbegaafde kind de ruimte krijgt zichzelf te zijn. Begeleiding van deze kinderen bij hun sociaal-emotionele ontwikkeling is noodzakelijk. Ook op dit gebied komen ze er niet vanzelf.

Gedachten onder woorden brengen en goed luisteren

Een leerkracht vertelde mij, dat zij een hoogbegaafd meisje van 7 jaar in haar groep heeft en dat zij haar pas beter begrijpt sinds ze beter naar haar luistert. Zij ontdekte daarbij dat Marleen erg snel denkt en lang niet alle gedachten onder woorden brengt. Dikwijls vertelt zij alleen het eindresultaat van haar denkproces. Anderen, zowel volwassenen als leeftijdgenoten, die niet zo snel denken, kunnen dit niet volgen. Onbegrip ontstaat en het omgaan met elkaar wordt steeds moeilijker. Dit werd doorbroken toen de leerkracht, als zij iets niet begreep, verduidelijking vroeg aan het meisje. Ook stimuleerde zij de kinderen in de groep dit te doen als ze elkaar niet begrepen. Samen kwamen zij erachter, dat het belangrijk is, iedereen uit te laten praten en te proberen je eigen gedachten goed onder woorden te brengen.

Klas overslaan of andere lesstof aanbieden?

De moeder van Janneke, een kleuter van 4 jaar, is met de leerkracht van groep 1 van de basisschool gaan praten, toen bleek dat haar dochter erg teleurgesteld was omdat ze niet mocht lezen en schrijven. Janneke kan al eenvoudige zinnetjes lezen en vindt knippen en plakken niet altijd leuk. De leerkracht was heel bezorgd over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het meisje, maar wilde, zoals in het gesprek bleek, ook wel tegemoetkomen aan de intellectuele interesses van Janneke. Na een toets en in overleg met de schoolbegeleidingsdienst is samen met de ouders besloten, dat Janneke enkele ochtenden naar groep 3 gaat en de rest van de tijd in groep 1, een groep met kleuters van verschillende leeftijden, blijft. Iedere maand zal er een gesprek zijn tussen de leerkracht en de ouders, eventueel samen met de IB-er en de schoolbegeleidingsdienst, om te bekijken hoe het gaat en of er iets moet veranderen.

Fijn dat er leerkrachten en schoolbegeleidingsdiensten zijn, die op zoek gaan naar andere mogelijkheden en zich daarbij niet laten beÔnvloeden door het hardnekkige vooroordeel, dat verstandelijk hoogbegaafde kinderen sociaal-emotioneel achterlopen.

Er zijn verschillende oplossingen mogelijk: een groep overslaan, verrijking in dezelfde groep, bepaalde vakken laten volgen in een andere groep, kiezen voor een combinatiegroep, maar dan wel met het hoogbegaafde kind in de laagste groep, zodat aan het eind van het schooljaar bekeken kan worden of het kind de hogere groep kan overslaan, enzovoorts.

Heeft een kind dus duidelijk behoefte aan meer verstandelijke uitdaging, reik die dan aan, ook als het kind weinig contact heeft met andere kinderen. Probeer daarnaast het kind te helpen bij het omgaan met anderen. Dit kan zowel in een groep met leeftijdgenoten als in een groep met oudere kinderen. Laat dit afhangen van wat het kind zelf aangeeft. Sommige kinderen willen juist graag in dezelfde groep blijven, andere kinderen zijn echt uitgekeken op de eigen groep of zo vastgelopen dat een nieuwe start in een andere groep nieuw en beter perspectief biedt.

Even geen uitzondering

Het is van belang dat hoogbegaafde kinderen ook met ontwikkelingsgelijken in contact komen. Ze ontdekken dan, dat zij niet alleen zo zijn. Dat er meer kinderen zijn die goed kunnen nadenken en veel weten. Dit zijn voor deze kinderen dikwijls ervaringen die zij broodnodig hebben voor hun sociale en emotionele ontwikkeling en bij de ontwikkeling van een reŽel zelfbeeld.

Gelukkig kunnen deze kinderen en jongeren in hun vrije tijd, op speeldagen of tijdens weekends en kampen, met gelijkgestemden in contact komen. Over deze bijeenkomsten zijn ze meestal heel enthousiast.
Een meisje dat thuiskwam na een speelmiddag zei tegen haar moeder, dat ze eindelijk eens met gewone kinderen gespeeld heeft. Jongeren staan verbaasd over de eigen bijdrage en inzet die ze leveren tijdens zoín weekend. In andere situaties houden ze zich veel meer op de achtergrond en kunnen minder zichzelf zijn. Op school zou deze mogelijkheid er ook moeten zijn, bijvoorbeeld een dag per week naar een plusklas.

Tenslotte

Aandacht voor de sociale en emotionele ontwikkeling van intellectueel hoogbegaafde kinderen is zeker van belang. De begeleiding moet dan wel aansluiten bij hun sociale en emotionele ontwikkeling, die in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, niet achterloopt. Want ook op†deze vlakken zijn ze verder in hun ontwikkeling dan hun leeftijdgenoten. Dat betekent dat begeleiding van hun sociale en emotionele ontwikkeling niet gericht hoeft te zijn op het tegengaan van problemen. Maar dat hen naast uitdaging op cognitief gebied ook uitdaging op sociaal en emotioneel gebied geboden moet worden. Zodat ze ook op die gebieden op een† niveau gaan functioneren dat bij hen past.

Zie verder mijn artikel over de sociaal-emotionele ontwikkeling en zelfbeeld van hoogbegaafde kinderen.
Ook heb ik een nog een ander artikel geschreven over misverstanden die er rondom de sociale en emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen bestaan. In dat artikel staan vragen centraal, die leerkrachten en ouders zich kunnen stellen bij de begeleiding van deze kinderen..

En in mijn brochure ĎHoogbegaafde kinderen en hun sociale en emotionele ontwikkelingí ga ik nog meer uitgebreid in op bovenstaande onderwerpen.


Dini van den Heuvel
Dit artikel heb ik in 1994 geschreven voor het blad "School", jrg. 22, nr.7, pag.32-34 en daarna aangevuld.