Hoogbegaafde meisjes, waar blijven ze ?

Dini van den Heuvel

In Signaal van april 1994 (nr.30) heb ik onder deze titel een artikel geschreven. Toen ik met dat artikel bezig was kwam ik steeds meer tot de ontdekking dat er geen simpele eenduidige verklaring is te vinden voor het feit dat er weinig hoogbegaafde meisjes gesignaleerd worden in het VWO en later binnen verschillende studierichtingen aan de universiteit.
En ding is wel duidelijk: Hoogbegaafde meisjes komen andere obstakels tegen bij de ontplooiing van hun talenten dan hun even begaafde mannelijke leeftijdsgenoten.

Om daar wat meer zicht op te krijgen wil ik in dit artikel aandacht besteden aan de manier waarop ouders en andere begeleiders in onze samenleving, omgaan met meisjes in hun vroege kinderjaren. Dit omdat rond de 3-4 jarige leeftijd al veel is bepaald met betrekking tot het gedrag van de sekse. De wens tot zelfstandigheid en onafhankelijkheid kan al een forse deuk gekregen hebben voordat in de puberteit de fundamentele keuzes gemaakt moeten worden.

In dit artikel komt daarom aan bod, welke verwachtingen ouders en anderen met betrekking tot het gedrag van kleine meisjes hebben, welke eisen ze aan hen stellen en wat dit kan betekenen voor de opvoeding van hoogbegaafde meisjes.

Verschillende verwachtingen

Al voor de geboorte van een kind bestaan er allerlei verwachtingen. Vaders en grootvaders willen toch wel graag een zoon, een stamhouder. Heel lang was dit bij boeren nog van groot belang. Ook bij vorstenhuizen speelde dit een rol. Onderscheid is/was er ook bij de kleur van de babykleertjes en de inrichting van de babykamer. Bovendien moeten jongens iets worden en zijn meisjes een schattiger en dankbaarder bezit. Volgens moeders kun je hen zo leuk aankleden en later zo gezellig met hen winkelen.

Deze verwachtingen gaan door als de baby geboren is. Van jongens verwachten we, dat ze levendig, actief en energiek zijn. Meisjes moeten lief en rustig zijn. Jongens mogen zich vies maken en slordig zijn, van hen kun je niet anders verwachten. Als meisjes dat doen is het kinderlijk en onhandig, bovendien lijkt het er wel op of ze het expres doen.

Jongens mogen fluiten, schreeuwen en met elkaar vechten, dat staat stoer en zij moeten zich later, in de samenleving, kunnen handhaven. Als meisjes vechten en elkaar aan de haren trekken is er toch wel iets goed mis. Meisjes mogen wel giechelend en lachend naar anderen kijken, dit staat koket. Een jongen moet niet zo flauw doen.

Andere eisen

Het gevolg van deze verschillende verwachtingen die volwassenen hebben van het gedrag van jongens en meisjes kan zijn, dat ouders meer eisen van hun dochter en strenger voor haar zijn. Zeker als die dochter actief, nieuwsgierig, onafhankelijk, lawaaierig en voorlijk is. Zij gedraagt zich teveel als een jongen en voldoet dus niet aan de verwachtingen.

Volwassenen selecteren dus automatisch hun pedagogische bemoeienis en daarbij ervaren ze nog al eens, dat meisjes toch wel moeilijker op te voeden zijn dan jongens, ondanks dat ze zo lief en ijverig zijn.

Opvoeden van meisjes moeilijker?

Hoe komt het toch, dat volwassenen het moeilijker vinden om meisjes op te voeden dan jongens? Een van de redenen is, dat het gemakkelijker is een onstuimige energie aan te moedigen dan te bedwingen. Het is gemakkelijker iemand aan te moedigen zich te ontwikkelen, dan de drang tot zelfverwerkelijking te onderdrukken.

Vooral energieke, actieve en nieuwsgierige meisjes zullen zich hiertegen verzetten. Zij moeten leren die energie te bedwingen in tegenstelling tot jongens die juist aangemoedigd worden zich actief te gedragen.

Door deze belemmeringen gaan meisjes zelfverdedigingsmechanismen in het werk stellen, die ook niet vrouwelijk zijn. Zij worden ontevreden, grillig, dreinend, lui, passief, onzeker, hebben nog weinig belangstelling en uiteindelijk gaan ze zich maar gedragen zoals van hen verwacht wordt. Zij gaan wanhopige pogingen doen om zich aan de eisen van de volwassenen aan te passen en hun eigen levendig karakter onderdrukken. Als het temperament van een meisje niet overeenkomt met wat men in de samenleving vrouwelijk vindt wordt haar, al op jonge leeftijd en gedurende verschillende jaren, op een aardige maar niet mis te verstane manier geleerd hoe zij zich wel dient te gedragen.

Vitale, levenslustige meisjes, die hun eigen zelfstandigheid en de hele wereld rondom hen willen veroveren zijn voorbestemd vanaf hun jongste jaren een gevecht te leveren met hun opvoeders, waarbij ze echt niet altijd zegevierend uit de strijd komen.

Maatschappelijke verwachtingen

Het is jammer dat dit zo gebeurt. Niemand weet hoeveel energie en kwaliteiten in het proces van gedwongen integratie in de man-vrouw schema's van onze cultuur verloren zijn gegaan. Dit alles geldt ook voor de manier waarop jongens aan maatschappelijke verwachtingen moeten voldoen, ook onder hen zijn er die zich niet op een eigen passende manier kunnen ontwikkelen. Ik wil me in dit artikel echter beperken tot de meisjes, omdat dit alles heel subtiel mee kan spelen bij de ontwikkeling van hoogbegaafde meisjes. Want juist een van de wezenlijke kenmerken van hoogbegaafden is, dat ze met veel energie en zelfstandig, vanuit hun eigen mogelijkheden, willen ontdekken hoe zij zelf, het leven en de wereld in elkaar zitten.

Dus kunnen we ons beter niet afvragen: "Hoogbegaafde meisjes, waar blijven jullie", maar "Hoogbegaafde meisjes, wat doen we met jullie, dat jullie je niet meer willen of kunnen laten zien"

Tenslotte

De veronderstelling dat de verschillende gedragspatronen van de twee geslachten zijn aangeboren is nog steeds niet te bewijzen. Biologie en psychologie kunnen geen uitspraken doen over wat aangeboren is of wat aangeleerd is. Antropologen geven ondersteuning aan het uitgangspunt dat gedrag is aangeleerd. Zij hebben aangetoond, dat in andere culturen onder mannelijk en vrouwelijk gedrag niet hetzelfde wordt verstaan als wat wij er in onze samenleving aan toe kennen. Daar komt nog bij, dat maatschappelijke en culturele omstandigheden gemakkelijker te veranderen zijn dan biologische gegevens. Wel is er kennis en inzicht nodig om de keten van bijna vanzelfsprekende veronderstellingen en verwachtingen met betrekking tot typisch jongens- of meisjes gedrag te doorbreken. Vooral voor vrouwen en mannen die kinderen opvoeden is dit van belang. Wel moeten zij zich ook realiseren dat hun dochters in onze samenleving de andere verwachtingen en eisen nog tegen zullen komen. Het is goed als meisjes zich daar ook van bewust zijn, zodat ze zonder al teveel teleurstellingen en twijfels aan zichzelf een eigen plaats kunnen vinden in die samenleving.