Speciaal onderwijs voor hoogbegaafden

Dini van den Heuvel

Onder de naam Leonardo project is een initiatief gestart om in heel Nederland aparte onderwijsvoorzieningen te stichten voor hoogbegaafde kinderen: Leonardo scholen in het basisonderwijs, Leonardo colleges in het voortgezet onderwijs.

Waarom Leonardoscholen

Het huidige onderwijs sluit niet aan bij de capaciteiten van hoogbegaafde kinderen. Omdat twee à drie procent van de bevolking hoogbegaafd is, betreft dit in Nederland 30000 – 45000 kinderen in het basisonderwijs en eenzelfde aantal in het voortgezet onderwijs.
Dat is jammer, voor de kinderen en hun ouders, maar ook voor de maatschappij die op deze wijze veel talent verloren ziet gaan. En dat in een tijd dat er juist steeds meer vraag is vanuit bedrijfsleven en wetenschap naar hoogopgeleide mensen.
Het Leonardo Project wil in deze situatie verandering brengen door scholen op te richten waar deze kinderen - net als in de voorschoolse periode - op een eigen wijze kunnen blijven leren en zich in eigen tempo kunnen blijven ontwikkelen.

Leonardoschool Concept

De op te richten scholen sluiten zoveel mogelijk aan bij de capaciteiten van hoogbegaafde leerlingen, niet met het doel om hen zo snel mogelijk door het onderwijs te laten gaan, maar om hen in de gebruikelijke tijd op de basisschool en het voortgezet onderwijs een ander pakket aan te bieden en hen vooral het plezier in het leren niet te ontnemen.
Hoe een en ander gestalte krijgt binnen deze scholen is beschreven in een School Concept. Het School Concept bestaat uit de Missie van de school, de Doelen en de uitwerking van de doelen. Bij de uitwerking van die doelen komt de rol van de leraar, de rol van de directeur, de vorm van de organisatie, de financiering en de toelating aan bod.
Op de website van het Leonardoproject* is het gehele Concept te lezen. Ik wil op deze plaats aandacht besteden aan enkele inhoudelijke en praktisch uitwerkingen die mij aanspreken.

Inhoudelijke uitwerking

De kinderen van de Leonardo scholen kunnen qua leerpotentie de basisschool doorlopen in 3 à 4 jaar. Als ze aansluitend de stof van het VWO kunnen doornemen betekent dit, dat ze vanaf de 12-13 jaar aan een universitaire studie zouden kunnen beginnen. Daar kiezen de initiatiefnemers niet voor. De vrijkomende ruimte wordt benut om de kinderen een scholing en vorming mee te geven waar ze hun hele verdere leven plezier van hebben.
Voor toelating krijgen alle kinderen die aangemeld worden een volledig onderzoek van een erkend bureau, zowel een intelligentie- als een persoonlijkheidsonderzoek. Dit waarborgt de kwaliteit van de school en geeft tevens inzicht in de specifieke kwaliteiten en aandachtspunten voor de begeleiding van elke leerling.
Inhoudelijk verschilt de Leonardo school van andere scholen, doordat kennis vooral wordt opgedaan vanuit eigen onderzoek en ervaringen. In deze is de school een verlengstuk van de thuissituatie waarin de kinderen op eigen wijze al een heleboel kennis hebben opgedaan.
Leren vanuit een vaststaande methode in een vast tempo is op de Leonardo school uit den boze: dit werkt niet of slecht bij deze kinderen die op een heel eigen manier leren en in heel afwisselend tempo; vaak sprongsgewijs.
De school is niet de enige leeromgeving. De Leonardo school heeft ook vele andere leerbronnen en leeromgevingen zoals maatschappelijke en culturele instellingen, bedrijven, media, ouders met specifieke kennis of vaardigheden, de digitale wereld en natuurlijk ook leerboeken.

De rol van de leraar

De leraar speelt een centrale rol in de Leonardo klas, maar stelt zichzelf niet centraal, is juist dienstbaar aan de groep. Hij zorgt ervoor dat kinderen zich optimaal kunnen ontplooien, maakt kinderen sterker, geeft hen vertrouwen en vergroot hun zelfvertrouwen. Is op die manier meer stimulator en begeleider van leerprocessen dan overdrager van kennis. Hij durft los te laten, maar behoudt wel overzicht. Is tolerant maar weet waar nodig grenzen aan te geven en eisen te stellen.
Zijn klas is de veilige en gezellige thuisbasis van waaruit kinderen doorgaan met de wereld verkennen, in en buiten school. Hij kan goed luisteren naar wat kinderen te vertellen hebben.
Ook heeft de leraar een open relatie met de ouders van de kinderen van zijn klas, durft zich kwetsbaar op te stellen en is geen betweter.
Bij de beoordeling van de leerlingen wordt op Leonardo scholen vooral gelet op de persoonlijke kwaliteiten van kinderen: creativiteit, doorzettingsvermogen, individualist of teamworker, leiderschapskwaliteiten, specifieke begaafdheid voor bepaalde kennis of vormingsgebieden etc. Dit komt allemaal tot uitdrukking in de portfolio die voor elk kind wordt aangelegd. Bij de beoordeling is vooral de grote lijn van belang. De leerkracht is er ook hier om kinderen te inspireren en te stimuleren en geen boekhouder die erop uit is zoveel mogelijk punten en feitjes te verzamelen. Deze manier van werken schept ruimte – zowel in tijd als beleving - voor kinderen en leerkrachten.

Praktische uitwerkingen

De Leonardo school is een regioschool met een continurooster van 8.30 uur tot 15.30 uur met de mogelijkheid tot naschoolse opvang tot uiterlijk 18.30 uur. Op woensdag is er les van 8.30 – 12.30 uur en geen naschoolse opvang.
De Leonardo scholen kunnen evenals de Montessori, Jenaplan en Dalton scholen gerangschikt worden onder “algemeen bijzonder onderwijs” voor scholen met een bijzonder pedagogisch concept.
Leonardo scholen worden bij voorkeur opgezet in samenwerking met één of meerdere onderwijsinstellingen in de vestigingsplaats of regio. Hierdoor wordt realisatie vereenvoudigd en is geen procedure via gemeente en Rijk noodzakelijk. Waar dit niet mogelijk is, wordt de wettelijke procedure gevolgd voor het stichten van een nieuwe school.
Op termijn wil de organisatie komen tot ministeriële erkenning van de Leonardo scholen als een vorm van speciaal onderwijs met een gemiddelde groepsgrootte van twaalf tot zestien leerlingen. Zolang dit wettelijk nog niet gerealiseerd is, zal via de vrijwillige bijdrage van ouders, donaties van instellingen en bedrijven, subsidies van plaatselijke of regionale overheden of EU, gestreefd worden naar financiering.

Uitgangspunt blijft dat toelating alleen gebaseerd is op capaciteiten van het kind en niet op de draagkracht van ouders. Hierdoor kunnen kinderen van ouders die het niet zo breed hebben toch meedoen met alle activiteiten in en buiten school.

Realisatie

In Venlo en Maastricht is al een traject gestart om per 1 augustus 2007 een Leonardo school te openen. Volgend jaar zou dit in de hele provincie Limburg gerealiseerd moeten zijn, te weten in Heerlen, Sittard/Geleen, Roermond en mogelijk ook Weert en Venray. Doel is om jaarlijks een tiental scholen van de grond te krijgen, zodat over circa vijf tot acht jaar een landelijk dekkend netwerk gerealiseerd is.

Ruimer onderwijsaanbod

Het Leonardoproject is een overtuigend concept dat een heel goede aanvulling is voor alle bestaande initiatieven met betrekking tot onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. Er zijn immers geen twee hoogbegaafden hetzelfde en door dit soort initiatieven kunnen ook de ouders van deze kinderen in de toekomst kiezen uit een ruimer onderwijsaanbod.

Meer informatie over het project is te vinden op www.leonardostichting.nl.

Riel, maart 2007


Een artikel uit 2008 over een Leonardoschool in Zwijndrecht

Een artikel uit 2011 over een Leonardoschool in Eindhoven.