Van de Pharostelefoon

Dini van den Heuvel

Dit artikel heeft in Signaal nr.18 van december 1991 gestaan. Signaal, het verenigingsblad van Pharos, de landelijke vereniging van ouders van hoogbegaafde kinderen.

Even voorstellen

De redactie van Signaal heeft mij gevraagd iets over mijn ervaringen aan de Pharostelefoon te vertellen. Eerst zal ik met even voorstellen. Ik ben Dini van den Heuvel, getrouwd en moeder van twee zonen. Zij zijn 15 en 16 jaar oud. In 1983 heb ik mijn studie MO A en B Sociale Pedagogiek/Andragogiek afgesloten. Tevoren heb ik MBO-sociale dienstverlening gestudeerd.

Tijdens en na mijn studie en naast mijn gezin heb ik op verschillende plaatsen vrijwilligerswerk gedaan.
Ik ben voorzitter geweest van een peuterspeelzaal en heb in het ouder-comité en medezeggenschapsraad van de basisschool van onze kinderen gezeten. Ook ben ik bestuurslid en later voorzitter geweest van een Regionale Stichting voor Algemeen Maatschappelijk Werk en Gezinszorg.
Drie jaar, van 1987 tot 1990, was ik medewerkster van de Dr. Binetstichting in Tilburg. We zijn daar terecht gekomen voor advies voor onze zoon.
Ik heb er bijdragen geleverd in de bibliotheek, in het Mededelingenblad, bij cursussen en in het boek “Hoogbegaafdheid” 2. In die tijd heb ik erg veel gelezen over hoogbegaafdheid en ben zowel met hoogbegaafde kinderen als volwassenen in contact gekomen. De kennis en de ervaring die ik daar heb opgedaan sloot goed aan bij mijn studie, was er een aanvulling op. Bovendien heb ik er erg veel aan (gehad) bij de begeleiding van onze kinderen.

Sinds de oprichting van Pharos zijn wij lid van de vereniging. Nu zit ik sinds 1 juli j.l. maandag en woensdag van 9 – 11.30 uur aan de Pharostelefoon. Na een uitgebreid gesprek met Betty van Mourik, zij heeft tot 1 juli de Pharos telefoon aangenomen, ben ik van start gegaan.

Vragen en nog eens vragen

In het begin was het heel spannend. Wat zou er van mij gevraagd worden; aan welke informatie bestaat behoefte; hoe kan ik daarop inspelen; weet ik voldoende over de mogelijkheden van hoogbegaafden en hun problematiek en is mijn eigen ervaring van belang voor anderen? Dit waren zoal de vragen die ik me stelde.
Na de eerste telefoontjes twijfelde ik er ook wel aan of ik het goed had gedaan. Heb ik goed geluisterd, geef ik de mensen genoeg ruimte om hun verhaal te vertellen, is mijn informatie voldoende geweest of kan het nog beter; vollediger, menselijker, zakelijker? Vragen en nog eens vragen.
Al doende heb ik ondertussen het gevoel dat ik mijn eigen manier heb gevonden. Afhankelijk van degene die belt. luisterend, vragend, samenvattend, informatiegevend, ideeën aanreikend of alleen een adres noterend om informatie op te sturen. Soms overvalt me nog wel eens twijfel na afloop van een gesprek. Heel normaal, denk ik. Bovendien stimuleert deze twijfel me alert te blijven.

Naast telefoontjes van verschillende instanties zoals de Wereldomroep voor een interview, een regionale Kruisvereniging die op consultatiebureaus beter op hoogbegaafde babies en peuters in wil spelen en leerkrachten van scholen die informatie willen over onze vereniging, bestond het grootste gedeelte van de 51 gesprekken (tot 31 oktober) uit (informatie)vragen van ouders.

ln augustus en september belden er nogal wat ouders in verband met problemen van hun kinderen die dit schooljaar naar groep drie gingen. Nog steeds worden kinderen die al eenvoudige zinnetjes kunnen lezen "geplaagd" met: boom, roos vis enz. Leerkrachten moeten beter inspelen op de beginsituatie van hun leerlingen.
Ook horen ouders van hoogbegaafde kinderen op school geregeld dat er iets mis is met de sociaal emotionele ontwikkeling van hun kind. Het vooroordeel dat een goed verstand niet samen kan gaan met een goede sociale en emotionele ontwikkeling is nog levensgroot aanwezig. Zelden vraagt men zich af of onze kinderen wel de kans krijgen zich sociaal en emotioneel te ontwikkelen en welke taak daarbij voor de leerkrachten is weggelegd.
Van veel ouders krijg je te horen,dat ze het fijn vinden eens met iemand te kunnen praten over hun kind zonder zich maar steeds te moeten verontschuldigen alsof hoogbegaafdheid iets "vies" is. Het taboe bestaat dus toch nog.

Ook positieve geluiden

Gelukkig zijn er ook positieve geluiden aan de telefoon. De laatste tijd bellen er geregeld ouders van kinderen, die nog niet naar school gaan om informatie. Dit om zelf op de hoogte te zijn en beter in te kunnen spelen op de behoefte van hun kind. Ook bellen er ouders die door hun huisartsen, scholen, Riagg of onderwijsdienst zijn verwezen naar Pharos.
Deze telefoontjes geven hoop dat er toch iets aan het gebeuren is met het taboe. Het is niet de druppel die de steen uitholt, maar het aanhoudend laten vallen. Dit gezegde geldt ook voor Pharos, nog werk genoeg dus.
Door samen met ouders en andere belangstellenden die ons nummer bellen, op bovenstaande en andere vragen in te gaan probeer ik een bijdrage hieraan te leveren.

Uit de gesprekken

Tenslotte enkele vragen en opmerkingen die me bijgebleven zijn uit gesprekken met mensen die belden.
  • Sinds kort weet ik dat onze dochter van 7 hoogbegaafd is. Ik denk nu dat ik haar tevoren niet goed behandeld heb. Ik heb daar soms een schuldgevoel over.
  • Mijn zoon van 6 heeft zulke speciale interesses. Hij wil momenteel van alles weten over sterren en het heelal. Moet ik nu zelf ook van alles gaan lezen over sterren enz. Hoe heb jij dat gedaan?
  • Hoogbegaafden zijn erg egoïstisch. Ik maak dat mee met mijn eigen kinderen. Zij gebruiken anderen altijd om er zelf beter van te worden. Dat ben je toch zeker wel met me eens.
  • Ik zou toch liever een gemiddeld kind gehad hebben. Ik wil dat niet denken, want dan heb ik het gevoel dat ik mijn kind tekort doe.
  • De school heeft ons geadviseerd onze dochter een klas over te laten slaan Nu zijn we samen met de school op zoek naar hoe het dan verder moet. Kunt u ons daar iets over vertellen?
  • Ik wil graag zoveel lezen over hoogbegaafdheid en ben blij van jullie te horen dat er wel wat in het nederlands is.