Wetenschappelijk onderzoek hoogbegaafdheid

Dini van de Heuvel

Een betere onderbouwing van onderwijsverbeteringen op basis van wetenschappelijk onderzoek.Dat is een belangrijk doel van het actie programma Onderwijs Bewijs van het ministerie van OCenW. Het Actieprogramma Onderwijs Bewijs is opgezet om via wetenschappelijke experimenten kennis te krijgen over wat werkt en niet werkt in het onderwijs. Voor het programma is een budget beschikbaar van 25 miljoen eurovoor de periode 2007-2010.

Tussen 2 oktober en 15 december 2008 is een prijsvraag gehouden. Scholen én onderzoeksinstellingen konden gezamenlijk projectvoorstellen indienen voor experimenteel onderzoek in het primair en voortgezet onderwijs(prijsvraag Actieprogramma Onderwijs Bewijs). Het ging hierbij om onderzoeken binnen de thema’s ‘taal en rekenen’, ‘lerarentekort’, ‘jeugdzorg’ en ‘hoogbegaafdheid’.

Er werden 112 voorstellen ingediend. Deze voorstellen zijn beoordeeld door een deskundige jury onder leiding van fysicus en KNAW-president Robbert Dijkgraaf. De uitslag is op 21 april 2009 bekend gemaakt. Minister Plasterk heeft 18 voorstellen gehonoreerd , waaronder 2 onderzoeken die betrekking hebben op hoogbegaafdheid.

Hoogbegaafdheid en metacognitieve vaardigheden

Hoofdindiener consortium: Universiteit Leiden, ICLON
Partners: Universiteit Leiden (faculteit sociale wetenschappen), 25 scholen (in Uithoorn, Rotterdam, Gouda, Den Haag, Zoetermeer, Amsterdam, Heemstede, Alphen a/d Rijn, Leiden, Haarlem, Wassenaar, Oegstgeest, Lisse, Delft)
Soort school: VO
Bedrag: €202.699

Hoogbegaafdheid wordt meestal vastgesteld op basis van het IQ. Uit eerder onderzoek lijken echter ook de metacognitieve vaardigheden van groot belang te zijn voor de leerprestaties. In dit project wil men een diagnostisch instrument ontwikkelen om hoogbegaafdheid te kunnen vaststellen op basis van metacognitieve vaardigheden in de domeinen biologie, aardrijkskunde en scheikunde. Bovendien wil men een interventie doen in de vorm van een instructie om deze metacognitieve vaardigheden en daarmee de leerprestaties te verbeteren. Hiertoe worden3 onderzoeken uitgevoerd.

In een eerste onderzoek worden 95 leerlingen uit een speciaal talentprogramma en 95 leerlingen die niet voor dit programma zijn geselecteerd, getoetst op intelligentie en metacognitieve vaardigheden.
In een tweede onderzoek worden aan 30 hoogbegaafden een reeds bestaande instructie op metacognitieve vaardigheden gegeven, en aan 30 hoogbegaafden juist niet. Vervolgens wordt getoetst op metacognitieve vaardigheden.
In een derde onderzoek wordt dit herhaald met een verbeterde versie van de instructie.

De hypotheses die worden getoetst zijn dat leerlingen met hoge cijfers in het voortgezet onderwijs (die worden geselecteerd voor het talentprogramma) kunnen worden gekenmerkt door een hogere intelligentieniveau én een hoger niveau van metacognitieve vaardigheden, en dat instructie van metacognitieve vaardigheden een positief effect heeft op intellectueel hoogbegaafde leerlingen (die voor het talentprogramma zijn geselecteerd). Men richt zich hiermee op het verbeteren van metacognitieve vaardigheden bij hoogbegaafde (en bij succes eveneens bij normaal begaafde) leerlingen uit 4 en 5 VWO. Aan het eind van het project, met kosten €202.691 moet dit leiden tot een instructiepakket waarmee scholen zelf de metacognitieve vaardigheden van hun leerlingen kunnen trainen.

Naar Onderwijs voor en door hoogbegaafde kinderen

Hoofdindiener consortium: ITS, Radboud Universiteit Nijmegen
Partners: Stichting Leonardoscholen
Soort school: PO
Bedrag: €686.880,

In dit onderzoeksvoorstel wordt een onderwijsinnovatie uitgewerkt ter continue ondersteuning van hoogbegaafde leerlingen in hun dagelijkse schoolpraktijk. De innovatie wordt gekenmerkt door samenhang tussen screening van beginkenmerken van leerlingen; een kernstructuur van pedagogisch-didactische concepten; en internetgebaseerde ICT.

De hypothese is dat implementatie van de innovatie in de onderbouw van PO-scholen leidt tot sterkere (positieve) ontwikkelingseffecten op cognitieve, sociale, emotionele en gedragsvariabelen dan het geval is bij reguliere onderwijsaanpassingen voor hoogbegaafde leerlingen. Voordelen van de innovatie ten opzichte van reguliere aanpassingen zijn het aansluiten op beginkenmerken, het betrekken van informatie over de leerling uit meerdere bronnen, en de op de leerling afgestemde diagnostische en onderwijsondersteunende component.

De hypothese wordt getoetst via een experimenteel design in 10 scholen voor hoogbegaafde leerlingen. At random worden5 scholen toegewezen aan de interventie, 5 andere scholen aan de controleconditie. In 2009 wordt de interventie voorbereid en vindt in alle scholen een nulmeting plaats. Met ingang van 2010 worden in alle scholen pre-testmetingen uitgevoerd bij nieuw intredende leerlingen in groep 1 (vierjarigen), waarna in de interventiescholen de innovatie wordt geïmplementeerd. In 2010, 2011 en 2012 wordt een controlemeting doorgevoerd wat betreft de kenmerken van de onderwijs-/leersituaties in de onderbouw van de interventie- en controlescholen

Naar verwachting zullen 480 hoogbegaafde kinderen deelnemen aan het onderzoek. Eind 2012 vind de post-test meting plaats in alle scholen. De effectiviteit van de interventie wordt nagegaan met behulp van longitudinale multiniveau-analyse.

Voor meer info zie Onderwijs Bewijs van OCenW.