Sprong in de leegte

boekbespreking door Dini van den Heuvel


Sprong in de leegte
door Lydia Rood.
Uitgeverij Leopold Amsterdam. 2005
ISBN 90 258 4648 3


Enkele weken geleden werd ik op een morgen om half negen gebeld met de vraag of ik naar 'Goedemorgen Nederland' wilde kijken. Lydia Rood werd ge´nterviewd over een boek dat zij geschreven had over de eenzaamheid van hoogbegaafden.

Het interview maakt me heel nieuwsgierig naar het boek en ik heb het ondertussen twee keer gelezen omdat het zoveel zaken aanroert die met hoogbegaafdheid te maken hebben.

In het boek beschrijft CornÚlie Vergouwe, een meisje van 16 jaar, op verzoek van Salomo Kats haar leven, haar teleurstellingen en ook haar gelukkigste momenten.

Zoals Lydia Rood al tijdens het interview zei komt het woord hoogbegaafd niet voor in het boek. Maar veel van wat CornÚlie beschrijft is volgens mij heel herkenbaar voor hoogbegaafden. Onder andere de manier waarop zij school ervaart, hoe haar ouders met haar omgaan, hoe zij zelf naar volwassenen kijkt, hoe zij steeds op zoek is naar nieuwe uitdagingen en hoe ze ondanks alle onbegrip, toch greep op haar eigen leven probeert te krijgen.

Maar ook hoe eenzaamheid en niet begrepen worden ertoe kan leiden dat je een heel verkeerd beeld over jezelf krijgt, dat je het gevoel krijgt dat je leven uit leugens bestaat en dat je daar ook nog zelf voor verantwoordelijk bent. Als haar zusje Elsa dan ook een ongeluk krijgt en volgens CornÚlie door haar schuld in coma raakt, staat ze op het punt voor een definitieve oplossing te kiezen, want zo kan ze niet verder leven. Gelukkig ontmoet zij in de bibliotheek juist dan Sal, een joodse man die veel ervaring heeft met schuld en spijt.

Sal laat CornÚlie niet alleen haar belevenissen en ervaringen opschrijven, maar luistert ook serieus naar haar en bespreekt haar ervaringen met haar. Dit alles is heel nieuw voor CornÚlie ze is nog maar weinig mensen tegengekomen die echt naar haar luisteren en ge´nteresseerd zijn in haar gedachten en gevoelens. Doordat ze dit zo weinig heeft meegemaakt, weet ze ook niet goed hoe ze hiermee om moet gaan. En soms is het zelfs heel bedreigend voor haar dat Sal haar zo goed begrijpt. Zo had CornÚlie opgeschreven en verteld aan Sal dat zij vaak anderen bang maakt om wel aandacht te krijgen. Maar daar kan ze niets aan doen want ze is altijd zo alleen en is zo geboren, gewoon een speling der natuur.

Sal denkt daar echter heel anders over. Hij vertelt haar dat hij soms ook bang wordt van wat zij bedenkt en noemt haar zelfs wreed. Daar denkt CornÚlie heel anders over en ze schrijft dat dan ook op zoals het in haar hoofd opkomt:

Wreed zei Sal hij noemde mij wreed maar ik vind het wreed dat ze sommige mensen zo maken dat ze straf krijgen als ze iets willen weten en dat ze nooit tegen iemand kunnen zeggen wat er in hun hoofd omgaat omdat ze dan opgesloten worden platgespoten vastgebonden tot hun hersens vanzelf verpieteren maar dat wil je nou ook weer niet dus probeer je je aan te passen aan te passen aan te passen en te doen of je iemand anders bent en je lacht maar mee als iedereen dubbel ligt en jij hebt als enige geen idee wat er zo grappig is en je zegt dat je uren geleerd hebt voor je proefwerk en je steekt nooit je vinger op zelfs niet als je het zielig vindt voor de leraar dat niemand het weet en de hele klas hem aankijkt alsof hij een debiel is en je praat over wormgaten alsof je het ook maar half begrijpt maar je hoopt al die tijd dat er iemand is die zegt dus daarom nu snap ik het van die wormgaten Neleke Corretje kom maar hoor.

Juist Sal luisterde wel naar haar en met hem had ze over reizen in de tijd en wormgaten kunnen praten en toen noemde hij haar zelfs Corretjelief en nu noemt hij haar wreed. Ze begrijpt eigenlijk niet waarom Sal zich zo druk maakt over haar. Toch blijft ze schrijven en ook is ze het boek : Ten Oosten van Eden van John Steinbeck, dat Sal haar aanraadde al voor de derde keer aan het lezen. Zij begrijpt niet hoe Sal kon weten dat dat verhaal over de broers Caleb en Aaron zoveel met haar en haar zusje te maken heeft. In navolging van de Chinees Lie in Ten Oosten van Eden gaat CornÚlie op zoek naar de vertaling van het Hebreeuwse woord timsjal en komt tot ontdekking dat je volgens Lie zelf keuzes kunt maken en dat er altijd een weg open is die je kunt gaan. Dit en nog veel meer zaken bespreekt ze met Sal en zo ontstaat haar besluit om inderdaad op haar eigen manier met haar leven verder te gaan.

Het was voor mij een verademing om over hoogbegaafdheid te lezen zonder me bijvoorbeeld bezig te hoeven houden met scores op intelligentie tests, definities van hoogbegaafdheid en wetenschappelijk modellen. Dit boek gaat gewoon over een 16 jarig meisje dat door de ontmoeting met Salomo en nog enkele anderen ervaart dat er mensen zijn die haar snelle manier van denken, haar nieuwsgierigheid en behoeften aan uitdagingen begrijpen. En dat er ook mensen zijn waarmee je je gevoelens en intu´tie kunt delen.

Het boek, dat verschenen is als jeugdboek, is volgens mij niet alleen de moeite waard voor hoogbegaafde jongeren, van de leeftijd van CornÚlie, maar ook voor volwassenen.
Het is immers van heel groot belang dat volwassenen zich realiseren dat hoogbegaafde kinderen om uit te kunnen groeien tot evenwichtige volwassenen die in staat zijn hun eigen weg te gaan, afhankelijk zijn van de warmte, het begrip en de stimulans van belangrijke volwassenen in hun omgeving. En daar geeft Salomo in zijn omgang met CornÚlie heel wat aanzetten toe.