Werkhouding en leerstrategie

Dini van den Heuvel

Soms hoor je van leerkrachten dat hoogbegaafde kinderen nogal eens over een slechte werkhouding beschikken en dat ze zich een verkeerde leerstrategie hebben aangeleerd. Ik heb daar mijn twijfels bij. Kinderen die op 4-jarige leeftijd met een ontwikkelingsvoorsprong van soms wel een tot anderhalf jaar de basisschool binnenkomen beschikken volgens mij wel degelijk over een goede werkhouding en adequate leersstrategieŽn. Hoe is anders die voorsprong te verklaren?

Na een lezing, waarin ik bovenstaande twijfels kenbaar maakte, kreeg ik van enkele ouders de vraag hoe zij aan de ontwikkeling van goede leersstrategieŽn zouden kunnen bijdragen. Omdat we ter plekke over te weinig tijd beschikten en ik de vraag van groot belang vind ga ik er in dit stukje uitgebreider op in.

Verschillende opvattingen over leren

Allereerst zal duidelijk moeten zijn wat je onder leren en een leerstrategie verstaat. Dat lijkt eenvoudig maar mensen blijken nogal over verschillende opvattingen over leren te beschikken. Zij zien leren bijvoorbeeld als:

  • het opnemen van informatie
  • memoriseren
  • selecteren van informatie die nu of later wordt toegepast
  • het achterhalen van de boodschap van de auteur van het boek
  • inzicht verwerven
  • zelfontplooiing

Uit onderzoek is bekend dat deze verschillende opvattingen over leren van invloed zijn op de ontwikkeling van de leersstrategieŽn van een persoon, op zijn of haar manier van leren dus. Maar ook zijn deze verschillende opvattingen terug te vinden in de lesstof en lesmethodes die in het onderwijs gebruikt worden.

Het toverwoord transfer

Verder blijkt uit onderzoek dat het bij leren van belang is dat er een zekere mate van transfer optreedt. Met transfer bedoelt men het gebruik maken en het toepassen van kennis en vaardigheden die in een eerdere leersituatie zijn verworven. Het vervelende is echter dat transfer, wendbaarheid van leerresultaten, niet zomaar spontaan optreedt maar slechts in bepaalde condities. Deze condities kunnen gelegen zijn in vaardigheden die kinderen vanuit hun aanleg hebben meegekregen, maar ook kunnen deze condities aan - of afwezig zijn in de omgeving.

In het onderwijs gaat men er te gemakkelijk vanuit dat het toepassen van leerresultaten in andere leersituaties vanzelf gaat als leerlingen maar genoeg informatie, kennis en herhaling aangereikt krijgen. Oefening baart immers kunst en uiteindelijk leren ze vanzelf wel zelfstandig studeren. Natuurlijk is memoriseren en informatie verzamelen ook noodzakelijk. Maar tegelijkertijd is het van belang tijdens het onderwijs aandacht te besteden aan de manier waarop leerlingen kennis verwerven, deze opslaan, erover nadenken en eventueel gebruiken in andere leersituaties. Hierdoor komen zij erachter wanneer het goed gaat met hun leren en wanneer niet, wat ze bijvoorbeeld al wisten en welke informatie ze nog meer nodig hebben enz. Het toverwoord bij transfer is reflectie, nadenken over het eigen cognitief functioneren zoals denken, redeneren, onthouden, voelen enz.

Ontwikkeling en toepassing van leersstrategieŽn

Kinderen ontwikkelen al op jonge leeftijd een eigen leerstijl, een geheel van strategieŽn. De strategieŽn die leiden tot transfer van leerresultaten worden over het algemeen aangeleerd in kleinschalige sociale interacties met ouders of andere begeleiders te beginnen in de voorschoolse periode. Dit zou op school voortgezet moeten worden maar helaas gebeurt dit erg weinig.

Van jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong is bekend dat zij wel degelijk over hun eigen (leer) gedrag nadenken, geleerde kennis in andere situaties toepassen, heel gemakkelijk ďdwarsĒ verbindingen leggen tussen bepaalde kennis enz.

Als zij op vier jarige leeftijd de basisschool binnen komen worden zij geconfronteerd met een systeem dat slechts een klein percentage van de instructietijd besteedt aan leren nadenken over kennis en deze te integreren in het eigen leerproces. In plaats van in te spelen op hun zelfontwikkelingsdrang gaan leerkrachten aan de slag met memoriseren en informatie geven, zonder hen te ondersteunen bij de bij hen al aanwezige (zelf)reflectie. Integendeel kinderen die hier zelf de neiging toe hebben worden soms door leerkrachten afgeremd met dooddoeners als : ďdaar hoef je allemaal nog niet over na te denken, dat is veel te moeilijk, doe maar gewoon wat ik zeg, dat doen we hier allemaal.Ē

Logisch dat er verwarring ontstaat bij een kind over het eigen leren. Dat lijkt iets anders te zijn dan op school. Ook bij de leerkrachten ontstaat verwarring en ongeloof. Is dit nu dat kind waarvan de ouders zeggen dat het al zoveel kan? Het kind is nog niet eens in staat de gewone werkjes te doen. Zelden komt het idee op dat de leerstrategie van het onderwijs wel eens niet bij deze kinderen zou kunnen passen, erger nog dat de aanwezige leersstrategieŽn en werkhouding worden ontkend en men probeert het kind te ďherprogrammerenĒ. De leerkracht wordt ongeduldig als dit niet lukt en is dan heel verwonderd als het kind in een neerwaartse spiraal terecht komt en een hekel aan (leren op) school krijgt. Veel minder is duidelijk dat leren voor deze kinderen heel iets anders betekent. Het zou een goede zaak zijn als leerkrachten die zoín kind in de klas krijgen zich zo snel mogelijk verdiepen in de andere leerstrategieŽn die bij hen spontaan aanwezig zijn.

Overigens is dat geen overbodige moeite voor slechts een leerling want zoals ik al aangaf, is uit onderzoek bekend dat het voor betere leerresultaten van alle leerlingen nodig is om te leren reflecteren over hun eigen handelen en kennis. Jammer dat dit nog te weinig bekend is en toegepast wordt in het onderwijs.

Ouders onderschatten hun mogelijkheden

Om terug te komen op de vraag die enkele ouders mij stelden na de betreffende lezing mijn suggesties: Ondersteun uw kinderen bij het beter (leren) gebruiken van de spontaan aanwezige leerstrategie. Dit kunt u doen door samen met hen bezig te zijn. Zij leren dan spelenderwijs hoe taken aangepakt kunnen worden en hoe zij problemen op kunnen lossen. Te beginnen in de voorschoolse periode en u doet er goed aan hiermee door te gaan als uw kinderen naar school gaan. Ouders en verzorgers van kinderen die naar school gaan onderschatten hun eigen mogelijkheden nogal eens als begeleider van hun kinderen bij het leren leren en bij het leren denken. Door samen de krant te lezen, T.V. te kijken en erover te praten vindt nog jarenlange training in denk- en integratieprocessen plaats.

Tenslotte zou u de leerkracht(en) van uw kind attent kunnen maken op de voordelen van bovenstaande leerstrategie.

Literatuur:
Boekaerts, M en Simons, P.R-J.
Leren en instructie. Psychologie van de leerling en het leerproces
van Gorcum, Assen 2e gewijzigde druk 1995 ISBN 90 232 2987 8

oktober 2004
Dini van den Heuvel

Zie ook Leren Leren en Leren leren in een plusklas