Wat u behoort te weten over het gebit van uw hond.

De hond heeft een melkgebit en een blijvend gebit. Het aantal tanden en kiezen geven we aan d.m.v. de gebitsformule. Hierdoor kunnen we zien hoeveel tanden en kiezen er in een gebitshelft aanwezig horen te zijn.

Het gebit wordt altijd in vier helften [gerekend vanaf het midden van de snijtanden] verdeeld: vechter- en linkerhelft bovengebit; rechter- en linkerhelft ondergebit.

Tanden en kiezen worden verdeeld in:

snijtanden i [dentes incisivi]

hoek- of haaktanden c [dentes canini]

voorkiezen [valse] p [dentes praemolares]

ware kiezen m [dentes molares, alleen in blijvend gebit]

Het melkgebit van de hond heeft totaal 28 elementen:

formule 3i, 1c, 3p

                3i, 1c, 3p

Boven de streep staan de tanden en kiezen van de helft van de bovenkaak en daaronder die van de helft van de onderkaak. In de formule van het melkgebit gebruikt men kleine letter, in die van het blijvend gebit hoofdletters. Met ongeveer drie weken verschijnen de eerste tanden. Met 6 weken is het complete melkgebit aanwezig. Het blijvend gebit van de hond totaal 42 elementen:

formule 3I, 1C, 4P, 2M

               3I, 1C, 4P, 3M

Een gebit kan scharend, tang, bovenvoorbijtend, en ondervoorbijtend zijn [zie afb. 1].

Het wisselen begint met ongeveer 4 maanden. Door kluiven en bijten worden de door de blijvende tanden en kiezen opgeduwde melktanden en -kiezen losgemaakt en zij verdwijnen meestal via de maag in de ontlasting. De snijtanden wisselen in de regel als eerste. Tegelijk breken dan ook de eerste ware kies [Mi] en de blijvende eerste valse kies [P1] door.

Als laatste verschijnt de M3 in de onderkaak. Met ongeveer 6 maanden heeft de hond zijn volledige blijvende gebit.

Leeftijdsbepaling.

De tanden kunnen als gids dienen om de leeftijd van honden te bepalen.
Door het verschijnen van de elementen van het melkgebit en de wisseling kun je de leeftijd schatten.
Later is dit te schatten aan de vorm en de mate van slijtage.

Betrouwbaar is dit alleen als het een goed sluitend gebit betreft dat niet abnormaal snel is afgesleten ten gevolge van het bijten op harde voorwerpen [stenen, etc.].

12 jaar: onderkaak, middelste snijtanden afgesleten

22 jaar: onder, snijtanden naast middelste afgesleten

32 jaar: bovenkaak, middelste snijtanden afgesleten

42 jaar: boven, snijtanden naast middelste afgesleten

5-52 jaar: onder, slijtage van de buitenste snijtanden wordt zichtbaar en lichte slijtage aan de hoektanden.

6 jaar: hoektanden worden stomper

7 en ouder: hierbij is vaststellen leeftijd onbetrouwbaar. Kauw- en voedingsgewoontes en de gezondheid spelen een grote rol.

Bij sommige rassen kunnen bij volwassen honden de 1e en 2e premolaar ontbreken.

Bij veel kortschedelige rassen [Pekingees, Franse Buldog bijv.], kan de laatste molaar [M3] afwezig zijn.

Afwijkingen:

          * Door te weinig of te veel tanden of kiezen kunnen de kaken soms minder goed gesloten worden.

* Bij sommige rassen [bijv. Boxer] komen [vaak erfelijke] afwijkingen voor in de lengte van de onder- of bovenkaak. Een relatief te korte onderkaak [onderbijter of varkensbek] of relatief te lange bovenkaak [overbijter of snoeksbek] kunnen moeilijkheden bij het oppakken van voedsel geven.

* Bij kleine rassen [Yorkshire TerriŽr, Teckel] treffen we nogal eens afwijkingen rond het wisselen aan. Melktandjes blijven te lang zitten- meestal alleen de hoektanden- maar soms is er een volledig dubbel gebit. Hierdoor kan een afwijkende stand van het blijvend gebit ontstaan. Indien de melkhoektanden op 6 ŗ 7 maanden niet zijn verdwenen, dan dienen ze verwijderd te worden, doe dit niet zelf, omdat deze tandjes erg snel kunnen afbreken.

Bovendien zit een groter deel van de tand onder het tandvlees dan het gedeelte dat zichtbaar is.
Onder lichte verdoving worden ze verwijderd.

REGEL: Er behoren nooit twee dezelfde tanden of kiezen tegelijkertijd aanwezig te zijn.

* Bij honden die op jeugdige leeftijd een infectieziekte [bijv. hondenziekte of Parvo] hebben gehad, kunnen vlekken op tanden en kiezen worden gezien. Deze vlekken zijn het gevolg van een gestoorde vorming van het glazuur tijdens de aanleg van die tanden en kiezen. Er is niets aan te doen.

          * Tanden en kiezen slijten naarmate ze langer worden gebruikt, maar ze kunnen erg snel slijten als veel met stokken en/of       
             stenen gespeeld worden.

* Kieswortels kunnen ontstoken raken en de soms gevormde pus zal trachten een uitweg naar buiten te vinden. Kieswortelontsteking van de 4e premolaar van de bovenkaak is berucht en hierbij kunnen we een bobbel onder het oog zien of een gaatje waaruit de pus loopt. Deze kies moet worden verwijderd.

Een goed gebit is onmisbaar.

Hoe zou uw gebit eruit zien en aanvoelen als u uw tanden niet dagelijks verzorgt en uw tandarts er niet regelmatig naar laat kijken? Echter voor de mens is er dan nog de gebitsprothese, voor dieren niet.
Zij hebben echter ook een mond met tanden, kiezen en tandvlees van waaruit tal van gezondheidsproblemen kunnen ontstaan.
Een slecht gebit veroorzaakt niet alleen [onnodig] lijden, vanuit een ontstoken mondholte kunnen bacteriŽn het lichaam binnen dringen, zich verspreiden en elders klachten geven.
Bekend hierbij zijn tussenwervelschijf- en hartklepontstekingen. Spijsverteringsproblemen kunnen ontstaan doordat het voedsel niet goed meer gekauwd kan worden. Gezond tandvlees is roze, gepigmeerd, zwart of zwart gevlekt.
Rood tandvlees of een rode lijn langs de onderste rand is abnormaal, evenals bleek, geel of wit tandvlees.