Om het leven van Hubertus Hendrikus van Esdonk te plaatsen in de (vaderlandse) geschiedenis, staan hieronder een aantal "historische" feiten.

 

1904.
Expeditie in Atjeh.

Al 25 jaar lang hadden voorgangers van van generaal Heutsz geprobeerd de islamitische staat in Noord-Sumatra te onderwerpen. Vanaf 1899 zwaaide van Heutsz de scepter. Hij keert naar Nederland terug als de gevierde "pacifator van Atjeh". Hij wordt benoemd als gouverneur-generaal van Nederlands-Indie. Hij werd geroemd om zijn betrekkelijk humane manier waarop hij in Atjeh te werk was gegaan. Later bleek dat dit geenszins het geval was: "overal lagen de lijken, achter den wal, bij de poorten, onder de huizen, in de kuilen, bij de rijstschuren, overal vond men doode menschen".

 

1914.
Begin
Eerste Wereldoorlog.

Bij de river de IJzer worden de Duitsers in 1914 tegengehouden door de Belgen. Er worden simpelweg een aantal sluizen opengezet, Dit staat bekend als de IJzerlinie. 4 jaar lang blijft het front op deze plaats. Mede daardoor wordt Nederland gevrijwaard van een Duitse bezetting.

 

1918.
De Spaanse griep.

Het door de oorlog verzwakte Europa wordt begin juli getroffen door een griepepidemie. Deze eist meer slachtoffers dan de slagvelden van de oorlog. In Nederland bezweken aan deze aanval meer dan 30.000 mensen aan deze Spaanse griep. Pas in 1933 werd het verantwoordelijk virus ontdekt. De eige remedie lijkt "zooveel mogelijk versche lucht" en stof te verwijderen het liefst met "gebruik van een stofzuigtoestel, als men daarover de beschikking heeft of krijgen kan". Kwakzalvers en gewiekste zakenlieden varen er wel bij.

 

1918.
De revolutiepoging van Troelstra.

In november 1918 roept de socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra in Rotterdam de Nederlandse arbeiders op de macht te grijpen. Een historische vergissing: zijn poging mislukt, dit in tegenstelling tot enkele andere Europese landen. Contrarevolutionaire brigades van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm worden naar de grote steden gestuurd om de monarchie te redden. De burgers zijn ook niet gediend van een revolutie. Na enkele jaren voedselschaarste vanwege de eerste Wereldoorlog wilden ze "vrede, orde en brood".

 

Februari 1933.
Protest opgeheven door vliegtuigbom.

In februari 1933 breekt er onder de "inlandse" bemanning van de oorlogsbodem "de zeven provincien" muiterij uit. De bemanning is het niet eens met de zoveelste verlaging van de lonen die door de regering is afgekondigd in het kader van de bezuinigingen. Door het werpen van een bom uit een watervliegtuig wordt het verzet gebroken. "Het gezag handhaaft zich". Er vallen 23 doden.

 

1935.
Verkiezings- overwinning NSB.

Bij de Statenverkiezingen van 16 en 17 maart 1935 behaalt de Nationaal-Socialistische Beweging bijna 8% van de stemmen. Dit is het grootste aantal kiezers dat een fascistische organisatie ooit in Nederland getrokken heeft. De NSB was eind 1931 opgericht door de Utrechtse ingenieur (hoofdambtenaar bij Rijkswaterstaat) Anton Mussert. Hij liet zich inspireren door de Duitse Nationaal socialisten onder leiding van Adolf Hitler, en de Italiaanse variant onder leiding van Mussolini. Er onstaan ook randorganisaties als de jeugdvereniging "Nationaal Jeugdstorm".
Bij de Satenverkiezingen in 1939 krijgt Musser,t vanwege het verweer van de traditionele partijen en de kerken, minder dan 4% van de stemmen, een gevoelig verlies. Tijdens de latere Duiste bezetting krijgen de zwarthemden van Mussert weer een rol van betekenis, ditmaal echter als handlanger van de vijand.

 

1940-1945.
Tweede Wereldoorlog.

Enkele gebeurtenissen.

14 mei 1940: het bombardement van Rotterdam.
Gedurende de eerste twee dagen van de tweede Wereldoorlog wordt het zuiden van Rotterdam door Duitse vliegtuigen gebombardeerd. Naast grote materiele schade komen ongeveer 800 mensen om. De Nederlandse legerleiding (generaal Winkelman) besluit te capituleren voor de Duitse overmacht.

25 en 26 februari 1941: de februaristaking.
In Amsterdam en een klein deel van het westen van het land breekt een staking uit als reactie op de razzia's die enkele dagen van te voren in de Amsterdamse jodenbuurt plaatsvonden. De CPN organiseert deze staking van onder andere de spoorwegen en de stadsreiniging. De Duitsers hebben door hun Ordnungspolizei de zaak echter in twee dagen onder controle. Deze staking was de enige in Europa tegen de jodenvervolging. Ter nagedachtenis wordt later het monument "De Dokwerker" opgericht. Een tweede oproep tot staking (6 maart) krijgt geen gehoor van de bevolking.

26 en 27 februari 1942: de slag in de Javazee.
Vice admiraal Helfrich geeft opdracht aan scout-bij-nacht Karel Dorman om een Japans landingskonooi te vernietigen. Dit leidt tot de slag in Javazee, waarbij Doorman's eskader van Nederlandse, Australische, Amerikaanse en Britse oorlogschepen (de Striking Force) vernietigd wordt.

30 september en 1 oktober 1944: de aanslag bij Putten..
Bij de Oldenallerbrug op de weg van Nijkerk naar Putten wordt een overval gepleegd op een Duitse militaire auto. De bedoeling was om waardevolle gegevens te bemachtigen. Omdat de Duitsers hoe langer hoe meer door de geallieerden in het nauw gedreven, was hun reactie extreem. Putten werd getroffen door ongehoord zware vergeldingsmaatregelen. Ruim 100 huizen en openbare gebouwen werden platgebrand en er vielen honderden doden.

1944-1945: de hongerwinter.
Toen het zuiden van Nederland al bevrijd was heerste er in grote delen van Nederland voor het eerst sinds de Middeleeuwen hongersnood. Door de extreem strenge kou (en te weinig steenkool) kwamen 22.000 mensen om het leven. Een op de vijftien mensen leed aan hongerziekte. Al voor de capitulatie van de Duitsers maakten voedselbombardementen een einde aan de hongersnood.

 

1945-1949.
Uitroepen Republiek Indonesie.

Door de snelle nederlaag van de Nederlanders door de Japanners in de Javazee (1942) komt het onafhankelijksstreven van Nederlands Indie in een stroomversnelling. Zeker als de bezetter (de Japanners) door de oorlogssituatie in 1945 concessies aan hun bewind moeten doen. In de zomer van dat jaar lijkt een onafhankelijkheidsverklaring binnen bereik. De nationalistische voorman Soekarno neemt het voortouw. Na een lange en verbitterde strijd vindt op 27 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht plaats.

 

1953.
De watersnoodramp.

Een zeldzame combinatie van natuurkrachten veroorzaakt op 1 februari 1953 talrijke dijkdoorbraken in het zuidwesten van Nederland en op Texel. Er vallen 1853 doden en er ging een veestapel van 1.500 paarden, 25.000 koeien en 100.000 kippen verloren. De ramp had voorkomen kunnen worden als de dijken hoger waren geweest. Een reden om de Deltawet aan te nemen, een samenhang van regelingen die een dergelijke ramp in de toekomst moest voorkomen.

 

1959.
Staatsgreep Cuba.

In januari 1959 verdrijven Fidel Castro en de arts Che Quevara samen met 80 rebellen de door de Verenigde Staten gesteunde dictator Batista.

 

1966.
Provo's.

Halverwege de jaren zestig werd Nederland opgeschrikt door de opkomst van Provo, een op anarchistische leest geschoeide beweging van jongeren. Zij wisten met goed gevoel voor publiciteit te keer te gaan tegen het heersende regentendom, de consumptiemaatschappij, het militairisme en het koningshuis. Zij produceerden veel "witte plannen" zoals het "witte fietsen plan", gratis fietsen voor iedereen. Iedere zaterdagnacht dansten de provo's rond het "Lieverdje" op het Spui in Amsterdam. Het huwelijk van kroonprinses Beatrix met de Duitse diplomaat Claus van Ambsberg in 1966 bood voor hen een ideaal mikpunt. De mnifestaties van Provo heeft een blijvende invloed op de leefstijl en opvattingen van een nieuwe naoorlogse generatie.