Om het leven van Marinus van Esdonk te plaatsen in de (vaderlandse) geschiedenis, staan hieronder een aantal "historische" feiten.

 

1848.
De grondwet van Thorbecke.

Willem II bezorgt uit angst voor afzetting -wat in veel Europese landen is gebeurd- Nederland een nieuwe Grondwet. Alle ministers boden uit angst op 15 maart hun ontslag aan. Het liberale Tweede-Kamerlid en Leids hoogleraar Thorbecke krijgt op 17 maart 1848 de opdracht het bestaande staatsbestel grondig te herzien.

 

1853.
Herstel bisschoppelijke heierarchie.

De grondwetswijziging in 1848 van Thorbecke had de laatste beletselen voor de herinvoering van de bisschoppelijke hierarchie weggenomen. Paus Pius IX kondigt in maart 1853 via de pauselijke brief "Ex qua die" de oprichting van vijf bisdommen aan. De felle protestants-conservatieve reactie staat bekend als "De Aprilbeweging". Katholieke winkels en bedrijven werden geboycot, katholieke arbeiders ontslagen enz. Koning Willem III is geen voorstander van deze herinvoering van de bisschoppelijke hierarchie dat hij er voor zorgt dat het kabinet-Thorbecke op 19 april 1853 valt.

 

1 juli 1863.
Afschaffing slavernij in Suriname.

Vanaf deze datum zijn door een in de zomer van 1862 door Willem III ondertekend wetsontwerp de 33.621 Surinaamse en 11.654 Antilliaanse slaven vrij. Op Spanje na is Nederland de laatste Europese natie die de slavernij in zijn kolonien afschaft. De afschaffing was deels om principiele redenen (de abolitionisten), deels om de kerstening vorm te kunnen geven (anti-revolutionairen), deels om economische redenen (de liberalen dachten dat vrije arbeid productiever is dan onvrije arbeid).

 

1874.
Beperking kinderarbeid.

Thorbecke besluit een commissie van deskunigen te belasten met "het onderzoek naar den toestand der kinderen in fabrieken arbeidende". Naar aanleidng darvan wordt in februari 1874 op initiatief van het liberale kamerlid mr. Samuel van Houten een wet aangenomen die de kinderarbeid beperkt. De arbeid van kinderen onder de twaalf jaar werd verboden, met uitzondering van huiselijke diensten en huisarbeid en werkzaamheden in het eigen bedrijf van de ouders. Deze wet vormde het begin van de sociale wetgeving in Nederland; in 1989 wordt de arbeidsinspectie opgericht.