politoeren in de slaapkamer                                           (geelomrande foto's vergroten door er op te klikken)
    (geplaatst in het VVKH-nieuws van april 2008)

    Als we komen in de slaapkamer van de jonkers Louis en Alberic, dan komt bij de uitleg
    vaak het politoeren van de bedpilasters ter sprake. Omdat daar nogal wat onduidelijk-
    heid en bij sommigen twijfel over bestaat, leek het me een goede aanleiding om dat uit
    te zoeken. Na het doorzoeken van het internet kwam ik tot het volgende:
    De houtsoorten die veel gepolitoerd werden zijn eigenlijk de wat harde loofhoutsoorten
    met fijne poriën, bijvoorbeeld: mahonie, noten, iepen, palissander en soms ook eiken
    en ebbenhout. Het poli(=veel)toeren van meubels en instrumenten gebeurt met een
                                                              nietpluizende doek en schellak, opgelost in alcohol.
                                                              Nu wordt deze schellak niet gemaakt van de uitwerpse-
                                                              len van luizen, maar van de enige harssoort die niet van
                                                              plantaardige oorsprong is. Het basismateriaal komt van
                                                              de Coccus lacca (of de commercieel gekweekte soort
                                                              Laccifer lacca), dit is een schaalinsect dat voorkomt in
                                                              India en Zuid-Azië (plaatje links). Na zich te goed te heb-
                                                              ben gedaan aan de vegetatie produceert dit insect een
                                                              substantie die, nadat deze is verhard, een beschermend
                                                              omhulsel vormt. Deze omhulsels (“shells”) van de lacca
                                                              worden verzameld en na verschillende behandelingen
                                                              ontstaat er een dunne laag “shellac”.
                                                              De luizen komen voor op de schellakplantages in India
                                                              en Thailand, waar ze zich vasthechten op twijgen en
                                                              takken van verschillende boomsoorten. Ze hebben een grootte van ongeveer een halve millimeter
                                                              en een levenscyclus van zes maanden.
                                                                                                                                     




























                                                               Na de bevruchting scheidt het wijfje een sterke hars uit, waarmee ze zich-
                                                               zelf en de twijg omgeeft (foto rechts) en waarin ze, na de afzetting van de ei-
                                                               tjes, sterft. De schellak wordt verzameld door de besmette takjes van de bo-
                                                               men te snijden (foto links). In deze vorm wordt het ook wel stoklak genoemd.
                                                               De schellak wordt van de takjes geschraapt, en daarna met water gewas-
                                                               sen, om het zo te zuiveren van restanten van de takjes en andere onzuiver-
                                                               heden. Wanneer deze schellak droog en gezuiverd is, wordt het ook wel
                                                               korrellak genoemd. Hierna wordt de schellak in canvas buizen gestopt, en
                                                               boven een oven verwarmd. Eén eind van de buis wordt vastgezet, terwijl
                                                               het andere eind wordt gedraaid, zodat de gesmolten schellak door jute
                                                               wordt geperst.
   Schellak wordt verhandeld in tabletten of schilfers (foto rechtsonder) in verscheidene kleurgradaties van blond
   (gezuiverd) (foto linksonder) tot donker. Bij verwerking is het op zich niet giftig, maar in combinatie met de al-
   cohol waarin het opgelost wordt, kan het dat wel zijn.
                                                               Schellak werd in de 16e eeuw in Europa geďntroduceerd maar
                                                               pas eind 18e, begin 19e eeuw werd het politoeren op grotere
                                                               schaal toegepast. Politoeren heet in het Engels “French polish”,
                                                               waaruit blijkt dat het politoeren zijn oorsprong in Frankrijk heeft.
                                                               Tegenwoordig hebben moderne lakken 't politoeren verdrongen,
                                                               maar indien het politoeren goed gebeurt kan het een van de
                                                               mooiste afwerkingen van het hout zijn.
                                                               Zo werden vroeger veel meubels gepolitoerd. Politoeren is het
                                                               aanbrengen van een aantal lagen schellak samen met een heel
                                                               fijn gruis met behulp van een politoerprop. Deze prop wordt ge-
                                                               maakt van een dot watten met daaromheen een fijne katoenen
                                                               lap (schoon oud wit T-shirt of laken is ideaal). De dot watten heeft
                                                               de grootte van een pingpongbal, maar voor kleinere voorwerpen
                                                               of moeilijk bereikbare plekjes kan een kleinere dot gebruikt worden.
                                                                                                                                     




























   Men giet een beetje oplossing op de watten en legt dit in het midden van een vierkante katoenen lap. Hierna vouwt men de hoe-
   ken naar elkaar en wringt het katoen, totdat een bolletje ontstaat. Door snelle cirkelbewegingen met de prop op het hout laat
   men een heel dun laagje oplossing achter. De alcohol verdampt en de schellak blijft als een dun beschermlaagje zitten. Af en
   toe kan een druppeltje olie toegevoegd worden aan de dot, als smeermiddel, zodat er een gladder oppervlak ontstaat. Deze olie
   moet aan het einde van het proces weer worden verwijderd van het oppervlak voor een vlekvrij resultaat.
   Op één dag kunnen 5 tot 15 dunne laagjes aangebracht worden en dit kan men enkele dagen herhalen. Het schellak is na onge-
   veer twee weken volledig uitgehard.
   Dit is een hele arbeidsintensieve manier om een afwerkingslaag op een meubel aan te brengen, omdat de afwerking bestaat uit
   vele lagen op elkaar. Het mooie van deze afwerkingslaag is dat schade die ontstaat goed kan worden hersteld; met alcohol lost
   de afwerkingslaag weer op. De schade wordt hersteld en het gedeelte wordt opnieuw gepolitoerd.
   In Gent worden er nog cursussen in gegeven. "De cursisten krijgen bijvoorbeeld de kans om te leren ‘politoeren’: een techniek
   om schellak aan te brengen die ze eerst zelf hebben gemaakt uit de afscheiding van de schildluis."

   De vraag naar de hars overtrof al gauw het aanbod en honderden chemici in de Verenigde Staten en Europa gingen naarstig op
   zoek naar een kunststof met dezelfde eigenschappen als het hars.

   Wat nog leuk is om kort te vermelden is de andere gebruiken van schellak:
     1. Het is een bestanddeel van vernis.
     2. Er werden tot circa 1950 de 78-toeren grammofoonplaten van geperst. Deze waren erg breekbaar.
     3. Er werden kaders van gemaakt uit de beginperiode van de fotografie.
     4. Het werd gebruikt als isolatiemateriaal bij elektriciteitsdraden.
     5. In de horloge-industrie wordt het gebruikt om ankerstenen te fixeren.
     6. Bij blaasinstrumenten monteert men er de polsters in de kleppen mee.
     7. Het wordt gebruikt in haarfixeerproducten.
     8. In de tandheelkunde brengt men een laagje aan over een gipsmal en daaroverheen weer een waswal.
     9. Het wordt gebruikt om hoeden mee te verstevigen.
   10. In voedingsmiddelen is het glansmiddel (E904).
   11. Door het aanbrengen van een oppervlakkig laagje kan aan zilver het aanzien van goud worden
          gegeven. Dit is wellicht de oorsprong van het woord “verlakken” in de zin van “bedriegen”.

                                                                                                                                     

































 bronnen:
   1. dameshoed.nl
   2. soos-kiekuut.nl
   3. Wikipedia
   4. dr-baumann.nl
   5. francobelge.be
   6. hout-draaien.com
   7. vantolantiek.nl
   8. fijnhout.nl
   9. meertens.nl
 10. gent.be
 11. pieterkoorn.nl